Berichten

Liever seksloos

Dat vrouwen zelden tot nooit tevreden zijn over hun lijf, is algemeen bekend. Dat is eigenlijk net zo normaal geworden als een brood halen bij de bakker en melk bij de supermarkt. Net zo normaal als rijst met groente en vlees of een soepje met een stukje brood ernaast. Gewoon, normaal dus. Er zijn maar weinig vrouwen die helemaal niets aan te merken hebben op hun lijf. Misschien in de winter wat minder dan in de zomer. In de zomer komt al het schoon weer onder hun winterse steen vandaan en voelen de vrouwen weer de druk om er prachtig uit te zien. Voor de mannen of voor zichzelf, dat doet er niet toe. Misschien zelfs wel voor allebei tegelijk.

Wat ik dan weer niet wist, is dat vrouwen dus liever een leven lang geen seks meer hebben dan dat ze moeten leven met een maatje meer. Een leven lang. Dat is een ongeveer 80 jaar of zo. 80 jaar leven op vibrators en dildo’s. Geen huid op huid contact. Geen zweetdruppels die langs je lijf lopen van intensieve handelingen of een kussende man in je nek. Liever nooit meer seks, dan dikker te zijn dan een schoonheidsideaal.

Nee, echt. Het Amerikaanse magazine Shape besloot samen met FitSugar een onderzoek te doen naar wat vrouwen zouden opgeven voor dat perfecte lijf waar menig mens strontjaloers op zou worden. Meer dan de helft koos voor een seksloos bestaan.

Ik ben een vrouw, met een maatje meer. Misschien wel twee maatjes. Ik ben ook niet altijd even zeker over mezelf en loop niet graag in bikini, maar dat komt omdat ik het lelijk vind staan. Neemt overigens niet weg dat ik niet naar het strand ga, ik loop daar gewoon in een leopard-print badpak. Niemand die er van opkijkt.

Het schijnt dat een heleboel van die vrouwen hun buik lelijk vinden en hun benen. Ik vind mijn buik ook niet mooi, maar die laat ik gewoon niet zien. Ik kan er ook wat aan doen, om het wel te kunnen laten zien, maar aangezien ik er niks om geef of dat ding nou bruin wordt of niet, doe ik er lekker niks aan. Of zo min mogelijk in ieder geval. Ik blijf een luiwammes, natuurlijk. Plus ik ben toch al semi-bruin van mezelf, dus daar win ik al een beetje mee, natuurlijk.

Deze vrouwen, die 68% van dat onderzoek (hoeveel vrouwen daaraan meegedaan hebben weet ik ook niet, het zouden er net zo goed 10 geweest kunnen zijn), liggen wel op hun gemak in hun bikini bij hun vriendin, want die geeft niets om een slap buikje en dijen die bewegen. Dat heeft die vriendin ook. Of ze heeft andere flaws en issues. Kunnen ze samen zeiken en dat buikje vastgrijpen tussen duim en wijsvinger en roepen hoe ont-zet-tend vet het is. Ze zijn dus erg bang wat onbekende vrouwen en mannen denken van hun figuur.

Dan waarom ga je in bikini op het strand waggelen als je jezelf niet lekker voelt in zo’n niets verhullend setje? Ik begrijp dat niet. Een bruine buik en een modebewuste bikini zijn dus belangrijker dan jezelf fijn voelen in wat je aan hebt. Die bruine buik kan je ook onder de zonnebank krijgen, denk ik dan. Maar, ik geloof ook niet dat het met een bruine buik te maken heeft.

Ik weet het niet. Waarom loop je in godsnaam in bikini als je jezelf er niet lekker in voelt?!

Maar goed, dat was eigenlijk het punt niet. Het punt was dat vrouwen liever seksloos door het leven gaan in plaats van een maatje meer te hebben. Seksloos. Vanwege een kledingmaat. Ik probeer het te begrijpen, maar dat lukt me dus totaal niet, dus ik denk dat ik het maar opgeef.

Schiet mij maar lek. Nee, echt.

 

Mijn persoonlijke hel

Zwetend wakker worden. Benauwd gaan slapen. Transpiratievocht dat in stroompjes langs je oksels, je bovenlip en je bilnaad loopt. Ook als je niks doet. Direct nadat ik uit de cabine stap, weet ik niet meer waarom ik überhaupt ben gaan douchen, zo klam en warm en gewoon vies voel ik me. Het douchegordijn plakt aan me, ik wil me losworstelen, glijd uit, kan me nog net vastgrijpen aan de wasbak maar daarbij klapt wel mijn nagel dubbel. Ik zie sterretjes en gooi er woedend woorden uit die nog nooit iemand eerder bedacht heeft.

Even later in de tram sta ik huid aan huid geplakt met mensen waarmee ik niks te maken wil hebben. Ik vermoed ook dat dit dé uitgelezen kans is voor een stel viezerds om juist een flink potje tegen je aan te gaan schuren. Of wat zeg ik, ik werk met ze; ik weet zeker dat dat stel er is. Het is heet, het stinkt en ik word getergd door aanblikken van Marlies Dekkers beha’s (wanneer waait dit nou eens over, God?), man boobs, schimmelnagels, eelthielen en haren op allerlei naakte lichaamsdelen die vooral verborgen hadden moeten blijven. Overal zijn er oksels. Als je niet uitkijkt, gevaarlijk dichtbij ook. En ze ruiken ongewassen. Dat en de achterlijke gesprekken en de keiharde muziek uit tig telefoontjes van irritante pubers, die altijd al aanwezig zijn maar nu extra op me drukken, maken dat ik bijna uit mijn vel knap. Ik ben moet me inhouden, anders ga ik spugen, deo uitdelen of gewoonweg een potje gillen.

Lusteloos en met een knallende koppijn worstel ik me de dag door. Gehinderd door beestjes. Beestjes met vleugels, met voelsprieten, met harige poten. Beestjes die denken dat jouw boterham van hen is, die om je hoofd zoemen, in je kleding kruipen, je bloed drinken en jeukende, ontsierende rode bulten achterlaten.

Omdat iedereen zo blij wordt van deze tijd van het jaar, vinden mijn afspraken ineens buiten plaats. Buiten, waar kinderen loslopen. Tussen honden, waar die niet mogen komen. Blijkbaar ben ik de enige die een probleem ziet in de combinatie loslopende, gillende, spelende kinderen en loslopende, poepende, onbetrouwbare vreemde Rottweilers. Papa en mama, onder begeleiding van rosé, maakt het in ieder geval niet zo heel veel uit.

En dan die zandkorrels. Tussen je kiezen, in je boek, in je broek, in je auto, in je huis, in je bed. Hoe komen mensen erbij dat dit leuk is? Of, zelfs, sexy? Wie seks op het strand heeft, is gek. En gezandstraald op heeeel pijnlijke plekken, dat kan niet anders.

Als ik aan het eind van de dag thuiskom, ben ik kapot. Ik voel me smerig, ik heb jeuk, zand in mijn beha en ben geïrriteerd. Tegen beter weten in neem ik een douche. Zogenaamd verfrissend. Om weer ademloos een benauwde nacht door te brengen, die als ik pech heb, ook slapeloos is door zo’n vervelende klotemug.

Welkom in de Nederlandse zomer, ook wel bekend als mijn persoonlijke hel. Eén pluspunt: hij duurt bij elkaar maar twee weken. Wat een geluk. Als je me wilt excuseren; ik ga even een regendans doen.

Het dagboek van Thamar

Dear Diary (gaarne met Engels accent lezen)

Sigaretten: 0
Gewicht: daar wil ik niet over praten.

Vandaag voel ik me als Bridget Jones. Het liefst zou ik ook willen vloeken als Bridget Jones. Op z’n Engels, weet je wel. Dat klinkt veel lekkerder dan dat Amerikaans. Bloody hell. Heerlijk.

Ik schrijf je ook alleen maar wanneer ik je nodig heb. Dus hopelijk gaan we dit niet op heel veel frequentere basis doen. Of nou ja, misschien ook wel. De zomer komt er aan, dan kan ik je wel eens vaker nodig hebben. Je weet wel. In de zomer komen er allemaal mooie mensen ineens vanonder hun stenen gekropen.

Alleen, ja, dan zit je met degene die je in de winter ook al leuk vond. En in de herfst. En in de lente. Oh en ook in de zomer. Al een paar jaargetijden lang. Niet één winter. Niet twee. Nee, drie winters. Drie winters lang vind je dezelfde leuk en die houdt je eigenlijk tegen om in een volgende winter leuk met een andere leukerd op de bank te hangen. Zo’n leukerd die jou ook leuk vindt.

Dat zegt trouwens niet deze meneer mij heus niet leuk vind. Dat vindt hij echt wel. Dat weet ik, omdat ik dat voel aan mijn water. Wij vrouwen voelen dat. Dat geloof je vast niet, maar echt waar. Ik weet zeker dat hij echt wel een beetje into mij is. En zo niet, dan toch. Zo gaat dat een beetje. Ik ben net zo’n friendzoned forever alone meme dingetje van 9gag. Het is toch ongelofelijk. Gewoon blijven hangen, want je weet nooit. Ik denk dat ik 16 ben.

Kijk, ik ken hem al een tijdje. Al heel veel tijdjes. En ooit zijn we met wederzijdse afspraken aan iets begonnen. Iets wat we niets noemde, het was namelijk zonder enige verplichtingen. Lusten, lasten, allemaal tegen alle nette dingetjes in. Zo ben ik; lekker tegendraads. Ik dacht dat ik dat wel kon. Kon ik ook. Echt waar. IJs-en ijskoud was ik. Een Yeti zou van ellende niet weten hoe hij zou moeten overleven, zo koud was ik. Totdat de tijd verstreek en ik aandacht kreeg. Toen was ik opeens mijn cool kwijt. Hartstikke superkwijt.

Je snapt dat ik nu tot over mijn oren verliefd ben, totally swept off my feet, belachelijke vlindertuin in mijn buik en oh ja, ik ga dom grijnzen als ik zijn naam zie verschijnen op het beeld van mijn telefoon. Ik heb een tuintje in mijn hart voor hem en hij kampeert ergens in mijn hoofd.

Soms zou ik hem best willen vergeten. Dat ik hem nooit meer zal spreken en dat hij en ik gewoon een gevalletje worden van “oh, wist je nog toen” als ik met mijn vriendinnen sushi aan het eten ben. Een herinnering. Zo eentje waar je nog heel lang de slappe lach over kan hebben, omdat je zo lang hebt volgehouden onder het mom “wie weet wordt het ooit nog wat”. Oké, dat mom heb ik mezelf misschien een beetje aangepraat, maar de mixed signals hebben ook duidelijk hun werk gedaan.

Kijk, na-tuur-lijk heb ik al eens geprobeerd te vragen hoe het zit, waar het heengaat en wat nou precies de bedoeling is. Geprobeerd. Dat betekent dus dat ik nooit écht wat heb gezegd, zo van recht in zijn gezicht, van wat ik nou eigenlijk wil. Dat komt omdat ik natuurlijk een schijtlijster ben en ik ergens wel zoiets heb van.. oké, ik kan hier ook nog wel even mee leven. Even. Zeg maar een dag ofzo.

Ik weet dat ik mijn ballen bij elkaar moet rapen, hem neer moet zetten voor mijn neus en hem eens even flink vertellen hoe en wat. Maar dan is er een glitch in the matrix. Een heel klein dingetje waarom ik dat niet doe. Echt minuscuul en bijna niet noemenswaardig; ik durf dat niet. Watje? Ja, kapot watje. Harstikke super-watje. Er is geen zachter watje dan dit watje. Echt watje.

Waarom ik het niet durf vraag je? Weet ik veel. Dat zeg ik hier boven al; ik ben een watje. Oh en ik wil het misschien toch wel een beetje niet zo heel erg klein beetje boel niet kwijtraken. Ik vind het wel gezellig zo, met hem. En ik ben bang dat als ik dingen ga eisen het opeens niet meer gezellig is.  En ja, ik weet ook wel dat het gezellig blijft als hij mij gewoon wil. Weet ik tóch. Maar toch, he.

Mijn gevoel is alleen voor mij. Ik heb daar namelijk heel hard van geleerd. Keihard. Je gevoel delen met andere mensen is het domste, stomste en lompste wat je ooit kan doen. Ooit keert het zich namelijk tegen je. Maar dat is misschien een beetje overdreven.

Het is eigenlijk heel erg dubbel. Want ergens wil ik hem zelf helemaal niet, maar ik wil hem toch eigenlijk weer wel. Ik ben, denk ik, diep van binnen een harstikke, typische, hopeloze romantische vrouw – en dan vooral hopeloos –  die gewoon van ellende alles maar gewoon laat gaan. Lekker makkelijk.

Ik lijkt wel gek. Correctie; ik ben gek. Oh en een watje. Een superwatje.

Nou, ehhh, bedankt voor het luisteren en tot later!

Jong geleerd…

Juli 1994

We liggen op de heuvel in de zon. Dit is the place to be: Zwembad Overbosch. Met een buitenbad dus en een gat in het hek waardoor wij naar binnen kwamen. Ik ken niemand die gewoon betaalt; binnensluipen is natuurlijk ook veel stoerder. Ik ben twaalf, wat wil je?

Het is een paradijs. Een hemel van softijs, slappe patat en chloor. Hier brengen wij de zomervakanties door. Eindeloos niks doen. Wel in je mooiste bikini natuurlijk, en met je stoerste gedrag.

Ik kijk even op. Het is druk. Iedereen is er, gezellig. Naast mij ligt hij. Mijn eerste echte verkering. Zo’n tien centimeter korter dan ik, meer dan een jaar jonger en een echte spillebeen. Maar hij is zo lief! Hij ruikt lekker. Iets van gras en zonnebrandcrème. We glimlachen naar elkaar. Ik smelt en ga weer liggen. Lekker dicht bij hem.

Hij buigt zich over me heen. Bekijkt me langdurig, bestudeert me. Ik wentel me in de aandacht. In de adoratie. De blik in zijn ogen herken ik niet helemaal, maar dat geeft niet. Ik zie sowieso wazig, kan me niet zo goed concentreren en ben een beetje draaierig. Kan zijn dat dat is omdat ik nog niks heb gegeten maar wel in de zon lig te bakken, maar die rare golfjes in mijn buik zijn ook zeker te danken aan een zwerm vlinders.

Hij komt nog dichterbij. Wat een gelukzalig moment. We kijken elkaar aan. Ik voel dat er iets heel belangrijks gaat gebeuren. Hij opent zijn mond. Ik wacht, ademloos. Het kan nog zo druk zijn, van al het gespetter en gekwetter hoor ik niks meer. Het moment bevriest.

Dan beweegt ie zijn lippen. Het gaat gebeuren! Ik sluit mijn ogen.

Zeg……Anoukie..
Hmmmmm?
Ik zie je snor!

Zomermijmeringen

Yes yes, it’s ya girl Anoukie, reporting live from the lovely and immense Zuiderpark, The Hague!

Is het geen superheerlijk weer? Weer om verliefd in en op te worden…. om gewoon veel buiten te zijn. Dat is waar ik nu ben. Ik ben bewapend met tijdschriften en een zonnebril. Die zijn heel handig, want:
– ik kan mensen bespieden zonder dat ze het doorhebben
– mensen die je niet wilt zien en/of spreken kan je zo ook omzeilen (tip!)

Een beetje zon en de hele wereld is anders. Vrolijker, mooier, mensen praten ineens weer met elkaar. Je ziet en hoort ineens veel meer dingen, sommigen daarvan zetten je onverwacht aan het denken. Een week lang buiten in parken en op terrassen vertoeven hebben mij het volgende aan hersenspinsels opgeleverd:

– kinderen zijn verschrikkelijk
– mensen die niet tegen alcohol kunnen, LAAT HET IN GODSNAAM STAAN!!. Ken je grenzen. En die van mij.
– op latinhouse feestjes lopen altijd verdomd lekkere kerels rond. Helaas ook bloedmooie meiden.
– mijn signature scents met aardbei, appel en meloen zijn misschien niet zo heel slim om te dragen in de zomer. Bugs be all over me. Ik ga denk ik over op knoflook en citroen.
– mensen die hun verschrikkelijke kinderen niet aan kunnen moeten wel een kutleven hebben. En verdienen meelij. En soms klappen.
– OMG blonde jongens hebben haar van goud op hun armen en benen, fascinerend!
– 75% van de stelletjes out there lijkt elkaar niet eens te mogen, laat staan leuk vinden of… waarderen ofzo
– mijn god ik heb meer zon nodig. ‘Ik ben geel’ gaat niet eens meer op!
– beauty really is in the eye of the beholder.
– ik woon in een prachtige stad. Ik hou van je. Like, seriously.
– biologische klok? Afwezig. Ik houd het bij biologisch.
– nooit gedacht dat ik dit zou zeggen, maar: ik wil een laptop. Ik heb een laptop nodig.

Conclusie: ik doe het allemaal zo gek nog niet. De wereld is mooi. De mensheid ook, an sich. Wat een geluk dat ik niet in een slechte relatie zit. Maar iemand die ff mijn rug in- en mijn ontbijtboterhammen besmeert lijkt me ook wel fijn.