Berichten

Serial Dater

Eigenlijk, heb ik sinds dat ik vrijgezel ben, nog niet één keer een date gehad. Een date-date dan. Zo een met potentieel, zeg maar. Het scheelt natuurlijk ook wel dat ik absoluut niet kieskeurig ben en dat ik ontzettend van daten houdt. Daar heb ik al vaker wat over geschreven alleen of ik het nou leuk vind of niet, het doet er niet meer toe. Soms wil ik gewoon een date. Een date-date. Een man-man die je het hof maakt-maakt. Zo een die graag bij je wilt zijn omdat hij je gewoon leuk (denkt) te vinden.

Dat zenuwachtige en ongemakkelijke gedoe neem ik dan maar even op de koop toe. Het zoeken naar onderwerpen om over te praten, goed, je kan niet alles hebben. En de angst om iets doms te zeggen, ach, die heb ik sowieso niet. Ik zag namelijk nooit wat doms. Oké, niet keihard in lachen uitbarsten nu, hè. Ik ben niet wanhopig voor een date. Maar het zou wel eens leuk zijn om wat andere, nieuwe mensen te leren kennen. Er hoeft niets uit te groeien, ik zit ook weer niet écht verlegen om een relatie (ik mag geen verkering meer zeggen). Ik vind het wel best zo. Als ik er aan denk hoe een relatie kan zijn, zit ik liever alleen op de bank en lig ik liever alleen in bed. Totdat het koud wordt, want dan is een relatie plotseling erg aantrekkelijk.

Misschien word ik wel een serial-dater. Ik bedoel, van ervaring leert men. Dan ben ik bij date nummer 200 niet meer zo ongemakkelijk als dat ik was bij date 1. Als ik dan op m’n bek ga op mijn killerheels, ren ik niet meer naar huis om me vervolgens in een hoekje te gaan huilen. Dan zal ik hem gericht kunnen ondervragen als een echte ervaren personeelsmedewerker, maar dan anders.  Maximaal 4 dates per persoon. Daarna is het klaar. Ik heb dit trouwens gepikt uit een film die ik laatst zag op televisie, ik geloof dat deze I Hate Valentine’s Day heette. Ik vond dat wel een goed idee. Het moet dan niet eindigen in verliefdheid ofzoiets. Daar zit ik niet op te wachten. Of zoals ontzettend interessante mensen altijd zeggen: “Ik heb daar geen tijd voor.” Ik denk dat ik die gewoon ga gebruiken. Vier dates. Dan leer je iemand net genoeg kennen om er finaal op af te kunnen knappen. Als je bij date 1 al afknapt, dan is dat ook weer mooi meegenomen natuurlijk, kan je direct door naar de volgende. Win-win. Ik zie geen problemen. Alles is peachy en iedereen is blij. Tenminste ik. Ik wil alleen maar serialdaten met mooie, lekkere mannen. Ook wel intelligent, dat is altijd een mooie bijkomstigheid.

Oké, even zonder gekkigheid. Ik date niet. Ik doe geen moeite om te daten en ik ga amper tot niet in op uitnodigingen. Het is vrijwel altijd nee. Dat is niet omdat ik hem niet aardig vind. Of aantrekkelijk. Oké, het laatste dus wel, maar dat zeg ik gewoon niet hardop. Dat hoeft niemand te weten.

 

Nog even over vlinders

Ik zie hem voor me. Hij slaapt. Hij snurkt niet eens. Hij zweet wel, een klein beetje. Zijn ogen zijn dicht en zijn wimpers lang, vol en donker. Zijn mond is een beetje opengevallen en ik zie zijn mooie tanden en het spleetje. Oehh, dat spleetje, ik smelt!

Ik hoor zijn stem. Mannelijk en met een heerlijk randje accent, just the way I like it.

Die blik in zijn ogen. Ondeugend. Hoe ie zijn neus en lip trekt als hij iets stouts bedenkt maar het (nog) niet uitspreekt.

Ik ga iets Heel Belangrijks zeggen. Ik ga hem in zijn ogen staren, dan zijn woorden overbodig. NU!
Ik draai me om, strek mijn armen uit. Leeg. Koud.
Hij is er niet.
Ik ben alleen en lig in zijn shirt. Stiekem ruik ik aan de mouw, onder de oksel. Ja. Dat is hem. Lekker. Vertrouwd.

Wacht. Wat ben ik eigenlijk aan het doen?! Wat een raar gedrag. Zou ik hem soms leuk vinden? Ben ik soms……?!

Vlinders kunnen de weg naar mij niet vinden? Volgens mij kletste ik uit mijn nek. Ik denk dat ik ze gewoon niet goed herkende. Alleen flik ik het elke keer weer om ze pas te ontdekken als diegene zijn hielen al gelicht heeft. Als hij al uit mijn leven is, al is het tijdelijk.

BAM! It hits me. Vlinders met terugwerkende kracht. I have them.

F*ck vlinders

Want we kunnen maar geen vrienden worden. Ik heb het over buikvlinders, kriebels, ‘botervliegjes’ zoals Thamar ze noemt. Die dingen in je maag die je voelt als je verliefd bent. We zijn elkaar ergens kwijtgeraakt.

Er was eens een Buurman. Deze buurman was zo’n beetje de eerste man met wie ik in aanraking kwam na mijn grote, dramatische breuk met De Ex. Buurman was, naast een lekker ding, lief en grappig en ik was helemaal enthousiast. Dat dit zo snel allemaal weer kon, ongelooflijk! Ik vond alles aan hem heel, heel erg leuk. Maar verliefd? Ik wist het niet. Daar zou ik wel achter komen, just go with the flow en dan zou het wel goed komen. Helemaal mezelf was ik (nog) niet bij hem, dat voelde ik wel. Maar dat zou allemaal wel goed komen, dacht ik. Aan dit sprookje kwam echter al snel een einde, dus echt uitvogelen kon ik de situatie niet.

Nou ja, dat gaf niet echt veel. Ik ging gewoon door zoals altijd en ontmoette hier en daar interessante mensen. Die gevoelens zouden wel weer komen, dacht ik zo.

Toen kwam daar de Sprinkhaan in beeld. Een insect, true, dus de overstap naar vlinder zou zo gemaakt kunnen zijn…zou het dit keer raak zijn? Hoe ik ook dacht dat ik voor ze openstond; ze kwamen niet. Niet eens een beetje. Niet na de eerste afspraak. Niet na de tweede. Zelfs niet na leuke gesprekken, spontane acties, lieve verrassingen en hele dagen samen in bed. Ze bleven echt weg, terwijl ze zo welkom waren. Deze Sprinkhaan was een prima match, afgezien van zijn buitenkantje. Hoewel ik dat een beetje oppervlakkig van mezelf vond, kon ik dat wel relativeren. Ach ja, dat kan je hebben, vertelde ik mezelf. Gewoon een kwestie van toch niet helemaal je type. De volgende keer zou het heus wel raak zijn.

Dat bleek. Ik werd misselijkmakend geobsedeerd – anders kan je het gewoon niet noemen- door iemand die mij totaal niet zag staan. De vlinders waren in dit geval geen prettige tintelingen, het waren allesverzwelgende monsters. Ik heb mezelf hier lang mee gepijnigd, denkende dat het een verliefdheid was. Het ging hier in ieder geval sowieso niet om een man waarmee ik mijn leven zou willen/kunnen delen, dus ik deed er niks mee. Dat gaat natuurlijk ook moeilijk met iemand die jou niet wil.

Wat doe je dan? Dan fladder je gewoon weer verder. Iemand moet het toch doen als die klotebeesten het af laten weten, ja toch?

En toen kwam er ineens een man op mijn pad waar niks aan af te dingen viel. Die helemaal voldeed aan mijn ‘lijstje’, als ik die al heb, van het spleetje tussen de tanden naar de haarloze borstkas via zijn kalme, zelfverzekerde houding naar oprechte zorgzaamheid. Nou, denkt iedereen (bepaalde lezers in het bijzonder), eindelijk is Anouk klaar met zeiken! Zoek niet verder! Eind goed, al goed! Toch?!

Nee.

Wederom een lege buik. Geen donder, geen bliksem. Vooralsnog hebben onze gevleugelde vrienden het af laten weten.

Dus vraag ik me af: waarom?

Waarom kunnen de vlinders hun weg naar mij niet meer vinden? Komt het door De Ex? Heb ik nog dingen te verwerken? Kan ik misschien, door een of andere weirde reden, niet verliefd meer worden? Dat lijkt me sterk. Mijn obsessie leek te bewijzen dat ik dat wel kan. Hoewel een onbereikbare liefde natuurlijk wel makkelijk is. Dan hoef je er niks mee, behalve zwelgen in zelfmedelijden. Want het wordt toch niks. Too easy. Daar laat ik mezelf niet mee weg komen.

Wil ik dan niet meer verliefd worden? Ik zou niet weten waarom. Het is heerlijk, zeker als het beantwoord wordt. Het is tegelijk ook wel eng, je kwetsbaar opstellen. Ik dacht dat ik dat wel durfde, maar nu twijfel ik toch. Ik twijfel of ik wel voor relaties gemaakt ben, terwijl ik heel hard roep een relatiemeisje te zijn. Ik twijfel of ik nog wel zin heb om moeite in een relatie te steken. Om mezelf aan te passen. Om – want stel je voor dat het goedgaat- op mijn smoel te gaan en weer op te krabbelen. Ik twijfel of ik misschien stiekem een ideaalbeeld in mijn hoofd heb, waar waarschijnlijk niemand aan kan voldoen en ik daarom mijn geluk onbewust saboteer.

Komt dit misschien allemaal omdat dit gewoon niet de juiste is? Zal al die twijfel wegvallen als ik diegene ontmoet? Maar ik geloof toch niet in een ware? Misschien komen de vlinders mettertijd? Misschien zijn ze overbodig als de rest helemaal goed zit? Fuck vlinders. Na een tijd ben je toch niet meer verliefd, toch?, en dan kun je maar beter gewoon een solide basis samen hebben. Zal ik de kans wagen? Moet ik mezelf en vooral ook hem de moeite en tijd besparen?  Wat als ik ergens in ga zitten en zo misschien iets anders misloop? Wat als ik iets verspeel wat heel goed zou kunnen zijn?

Het zoemt. Niet in mijn buik, maar in mijn hoofd. Ik wil hier niet over nadenken. Ik wil niet twijfelen. Ik wil doen. Ik wil lol hebben, liefhebben.. ik wil gewoon vlinders! Ik weet alleen even niet hoe…

Dat ene gevoel,

die buikpijn. Weet je wel? Die misselijkheid als je voelt dat er dingen niet snor zitten. Je gutfeeling die aan de alarmbellen trekt. Een stompzinnige blik in je ogen. Dat gevoel waar je zo’n druk van krijgt in je hersenen dat je het liefst in bed gaat liggen. Onder de dekens. Dat gevoel heb je ook in mindere mate. In een soort van vlaag. Die vlaag krijg je als hij naar je kijkt. Als hij je aandacht geeft of  je hand aanraakt. Zomaar. Om te laten weten dat hij weet dat je er bent.

Een golf van adrenaline. Alleen deze adrenaline laat mij glimlachen. Geeft me zweterige handjes. Deze adrenaline wordt ook wel vlinders genoemd. Geen verliefdheids-vlinders. Net een ander soort. Happy vlinders. Het idee dat hij je ziet staan. Dat hij je mening belangrijk vindt. Zelfs die lachertjes over jouw rug kan vind je niet eens zo heel erg. Die vlinders, die maken alles goed. Die vlinders die je in een golf door je buik voelt gaan, die je die stompzinnige intens gelukkige blik geven, die laten jou een hoop vergeven. Ook al is er nog niets te vergeven.  Gek is dat. Twee geheel andere situaties met dezelfde zweethandjes en vlagen van adrenaline.

Dat stompzinnige intense geluksgevoel kreeg ik pas geleden. En niet eens van Darryl. Van wie wel? To be continued. Of niet. Dat merk ik vanzelf wel.