Berichten

Hij wint. Jij verliest. Altijd.

Als hij naar je kijkt met een blik die je nog nooit in zijn ogen hebt gezien, maar dat je niet precies kan bepalen wat die blik betekent. Je hebt die blik namelijk nog nooit gezien. Bovendien praat je ook nooit met hem wat alles wat jullie doen zou kunnen betekenen en wat het zou kunnen zijn. Je kropt alles op en je blijft er mee lopen. Maar dat houd je maar even vol. Ooit barst de bom.

Stel je voor dat die bom barst en jij een waterval aan gevoelens over hem uitstort. Dat je verliefd op hem bent, dat je iets met hem wilt opbouwen en dat je hele hart eigenlijk bij hem ligt. Je houdt hem vast en wilt hem nooit meer loslaten. Maar je weet dat je hem moet loslaten, omdat hij je geen keus laat.

Hij laat je uitrazen, hij laat je vertellen wat je voor hem voelt, je legt je gevoelens bloot, de tranen stromen over je wangen, maar hij blijft koud. Hij reageert niet. Een antwoord blijft uit en je zit imaginaire deuren dichtgaan en imaginaire muren opgetrokken worden. Hoe je ook blijft drammen, blijft zeuren en eigenlijk zijn grootste nachtmerrie wordt, het blijft uit. Stil.

Het blijft hoe dan ook uit. Ook al zeg je niets. Je hebt immers maanden, jaren niets gezegd. Toen werd er ook al niets gezegd. De handelingen die hij deed, deden je denken dat hij meer voor je voelde. Dat je misschien wel wat meer voor hem betekende dan een ordinaire huis-tuin-en keukenslet, maar je hebt je vergist. Hard.

Je hart ligt in zijn handen en hij laat het vallen zonder het op te rapen. De enige die het op kan rapen ben jij. De enige die het kan lijmen ben jij. Want hij zal het niet voor je doen. Hij blijft zwijgen en zal er niets aan doen om je weer goed te laten voelen. Je weet dat het tijd is om hem los te laten, maar hoe graag je het enerzijds ook wilt, je gevoel houdt stevig vast. Je gevoel kan hem niet blokkeren van WhatsApp, je gevoel blijft aan hem denken en je gevoel houdt hem in je hart. Zo blind heeft de liefde je nog nooit gemaakt.

Je bent een down for the ride chick, maar hij ziet het niet. Of wil het niet zien. Misschien is hij wel bang. Misschien is hij er nog niet klaar voor. Wie weet wil hij eerst een goede baan vinden, afstuderen, wedstrijden sporten, weet jij veel. Iedere smoes die je kunt verzinnen om nog langer met hem in contact te blijven, klinkt aannemelijk. Maar je weet dat je dat niet moet doen.

Een Klootzak in een Good Guy-verpakking is wat hij is. Hij is er altijd voor je als je hem nodig hebt. Hij luistert naar je emotionele uitbarstingen, geeft je tips, steunt je en zegt dat je dingen wel kan waar je zelf onzeker over ben. Hele dagen hebben jullie contact. Van ’s ochtends tot ’s avonds en dat elke dag. Hij is er. Elke dag. Dat weet je. Hij is een gewoonte geworden. Een gewoonte waar je meer voor voelt dan je had gepland.

Het heeft lang geduurd voordat je erachter kwam dat je minder was dan de viezigheid onder zijn zool. Of tenminste, je bent er eigenlijk nog niet achter, want je gevoel houdt je voor dat je wél meer bent. Maar dat ben je niet, anders zou hij dat wel laten merken. Het is bijna onmogelijk dat iemand zodanig veel issues heeft, dat hij je zo bruut vernedert en je gewoon laat hangen met je gevoelens en schouderophalend verder gaat me zijn leven. Een Klootzak in een Good Guy verpakking, dat zei ik toch?

Je hart is gebroken, maar je blijft doorgaan en waarom? Omdat je denkt dat het nog niet klaar is en dat er meer zit. Hoeveel teleurstellingen blijft iemand zichzelf geven? Hoe weinig vind je jezelf waard en waarom zou je in godsnaam iemand willen die je vernedert, laat hangen met je gevoelens en je zonder enige problemen negeert.

Hij, de man waar jij andere mannen voor liet schieten. Hij, de man waarvoor jij alles zou doen. Hij, de man waar jij voor zou zorgen met liefde. Hij, de man waar jij naar zou luisteren, de man waar jij voor zou staan, de man die jij door dik en dun zou steunen. Hij, de man die geen ene fuck om jou geeft. En ergens weet je het. Maar toch ga je door. Waarom?

Het spel wat hij speelt, zal hij altijd winnen. Het spel wat hij speelt laat jou achter met een gebroken hart. Altijd. En je weet het. Toch?

 

Misschien. Denk ik. Ik weet het. Niet. Wel.

“Als je die leuke schoenen ziet in de winkel, dan ga je toch ook niet wachten tot ze naar jou toekomen?” riep mijn vriendin ietwat verbaasd, maar geheel terecht, uit naar mij nadat ik haar oren er weer eens af had gezeurd dat ik maar een schijtbak was met stappen zetten richting de liefde. “Doe gewoon wat jij leuk vindt, wat jij wilt!” riep ze praktisch uit. Ik knikte maar een beetje dweperig. Ik wist dat ze gelijk had, maar ik snapte niet zo goed waar ik bang voor was. “Je komt niet op tv met je afgang en je gaat niet dood! Het is maar een man!” tetterde ze door. Ik knikte nog dweperiger. Ik luisterde aandachtig, want ik wist dat ze gelijk had. Ik wist het zelfs heel goed.

Kwetsbaar opstellen is iets waar ik ontzettend slecht in ben. Ik vind het moeilijk toe te geven dat ik meer van iemand zou willen. Het broeit en borrelt van binnen. Alles in mij wil het hem zeggen, maar ik zeg niks. Elke keer als ik denk dat ik al mijn lef en moed bij elkaar heb geschraapt kijk ik hem in zijn ogen aan en klap ik dicht. Dan ga ik lacherig verder met praten over niks. Over het zonnetje, de bloemetjes en de vogeltjes die in de boompjes zitten. Pure onzin puur om het allemaal maar te ontwijken.

En maar zeiken tegen mijn vriendinnen. En mijn vriendinnen maar gek worden van mij. En terecht. Ik zou ook gestoord worden van mijn eigen gezeik. Hoe vaak ik al vriendinnen heb gezegd dat ze hun gevoelens gewoon moesten vertellen. “Gewoon doen!” riep ik dan stoer. Maar dit is voor mij nu zo ontzettend duidelijk geworden dat het allemaal veel makkelijker gezegd is dan gedaan. Ik zeul al een hele tijd met hetzelfde gevoel. Ik heb deze website helemaal ondergekliederd met mijn emotionele uitspattingen. Mijn woedes, mijn zoete woordjes, mijn frustraties en mijn liefdesuitingen. Maar kom ik daar één stap verder mee? Nee. Duidelijk niet.

Toegegeven; ik ben een mietje. Een watje. Een pussy. Zachtgekookt eitje. Grote mond, klein hartje. Dat ben ik in mijn volle glorie. Waar ik bang voor ben? Geen idee. Hoewel ik het eigenlijk wel weet. Ik wil geen afwijzing ontvangen. Wie wilt er nou een afwijzing ontvangen? Niemand dus. Dat weet ik ook. Maar het punt is ook: ik wil hem eigenlijk helemaal niet kwijt. En op het moment dat ik vertel wat ik voel, ben ik bang dat ik hem kwijt raak. En ja, dat zou ik ook moeten, want als hij hetzelfde voor me voelt dan is het bingo, en zo niet: wat doe ik dan nog met hem? Precies, precies. Ik weet het, maar ik weet het niet. Snap je?

Enerzijds vind ik het heerlijk om alleen te zijn. Om mijn eigen plan te trekken, om te doen en laten wat ik wil, wanneer ik wil en met wie ik wil. Niemand die mij wat zegt. Maar tegelijkertijd wil ik een stereotype-relatie. Iemand waar je tegenaan kan kruipen op de bank, waar je samen mee in bed ligt en ruzie maakt over het dekbed, maar ook waar je ontzettend de slappe lach mee kan hebben. Iemand die een klein beetje jaloers wordt als ik uit ga met mijn vriendinnen, maar mij wel vertrouwt. En het ergste; dat zie ik in hem. Alles zie ik in hem.

Gewoon voor zitten. Goede momenten heb je niet. Diep inademen en gewoon doen. Aankijken en gewoon alles eruit lazeren. Ja, goeie. Alles gaat op hol van binnen. En niet zo’n beetje. Nee, gewoon misselijk, hoofdpijn, alles. En dan houd ik gauw op en weet ik niet of ik het überhaupt moet vertellen. Misschien is het wel een lichamelijke alarmbel die roept dat ik het niet moet doen, omdat ik een hele grote fout bega. Mooi hè, dat excuus. Want het is niet fout als ik wil doen wat ik wil doen. Er staat geen gevangenisstraf op het tonen van je gevoel aan iemand. Ik weet het, ik weet het, ik weet het allemaal.

Misschien ben ik wel heel bang voor mijn eigen gevoel. Dat er ineens een stortvloed van gevoel over hem uitgegoten wordt én heel belangrijk over mezelf. Dat ik niet meer weet wat ik met mezelf aan moet. Nu heb ik een soort van (oké, niet echt) controle. Ik kan mezelf onder controle houden, met af en toe een flinke emotionele uitschieter. Maar ik hoef me niet te laten gaan en ik ben kwetsbaar voor niemand behalve voor mezelf. En hiermee heb ik alles wel gezegd. Denk ik.

Wat ik nu ga doen? Even een colaatje drinken.

 

Het dagboek van Thamar

Dear Diary (gaarne met Engels accent lezen)

Sigaretten: 0
Gewicht: daar wil ik niet over praten.

Vandaag voel ik me als Bridget Jones. Het liefst zou ik ook willen vloeken als Bridget Jones. Op z’n Engels, weet je wel. Dat klinkt veel lekkerder dan dat Amerikaans. Bloody hell. Heerlijk.

Ik schrijf je ook alleen maar wanneer ik je nodig heb. Dus hopelijk gaan we dit niet op heel veel frequentere basis doen. Of nou ja, misschien ook wel. De zomer komt er aan, dan kan ik je wel eens vaker nodig hebben. Je weet wel. In de zomer komen er allemaal mooie mensen ineens vanonder hun stenen gekropen.

Alleen, ja, dan zit je met degene die je in de winter ook al leuk vond. En in de herfst. En in de lente. Oh en ook in de zomer. Al een paar jaargetijden lang. Niet één winter. Niet twee. Nee, drie winters. Drie winters lang vind je dezelfde leuk en die houdt je eigenlijk tegen om in een volgende winter leuk met een andere leukerd op de bank te hangen. Zo’n leukerd die jou ook leuk vindt.

Dat zegt trouwens niet deze meneer mij heus niet leuk vind. Dat vindt hij echt wel. Dat weet ik, omdat ik dat voel aan mijn water. Wij vrouwen voelen dat. Dat geloof je vast niet, maar echt waar. Ik weet zeker dat hij echt wel een beetje into mij is. En zo niet, dan toch. Zo gaat dat een beetje. Ik ben net zo’n friendzoned forever alone meme dingetje van 9gag. Het is toch ongelofelijk. Gewoon blijven hangen, want je weet nooit. Ik denk dat ik 16 ben.

Kijk, ik ken hem al een tijdje. Al heel veel tijdjes. En ooit zijn we met wederzijdse afspraken aan iets begonnen. Iets wat we niets noemde, het was namelijk zonder enige verplichtingen. Lusten, lasten, allemaal tegen alle nette dingetjes in. Zo ben ik; lekker tegendraads. Ik dacht dat ik dat wel kon. Kon ik ook. Echt waar. IJs-en ijskoud was ik. Een Yeti zou van ellende niet weten hoe hij zou moeten overleven, zo koud was ik. Totdat de tijd verstreek en ik aandacht kreeg. Toen was ik opeens mijn cool kwijt. Hartstikke superkwijt.

Je snapt dat ik nu tot over mijn oren verliefd ben, totally swept off my feet, belachelijke vlindertuin in mijn buik en oh ja, ik ga dom grijnzen als ik zijn naam zie verschijnen op het beeld van mijn telefoon. Ik heb een tuintje in mijn hart voor hem en hij kampeert ergens in mijn hoofd.

Soms zou ik hem best willen vergeten. Dat ik hem nooit meer zal spreken en dat hij en ik gewoon een gevalletje worden van “oh, wist je nog toen” als ik met mijn vriendinnen sushi aan het eten ben. Een herinnering. Zo eentje waar je nog heel lang de slappe lach over kan hebben, omdat je zo lang hebt volgehouden onder het mom “wie weet wordt het ooit nog wat”. Oké, dat mom heb ik mezelf misschien een beetje aangepraat, maar de mixed signals hebben ook duidelijk hun werk gedaan.

Kijk, na-tuur-lijk heb ik al eens geprobeerd te vragen hoe het zit, waar het heengaat en wat nou precies de bedoeling is. Geprobeerd. Dat betekent dus dat ik nooit écht wat heb gezegd, zo van recht in zijn gezicht, van wat ik nou eigenlijk wil. Dat komt omdat ik natuurlijk een schijtlijster ben en ik ergens wel zoiets heb van.. oké, ik kan hier ook nog wel even mee leven. Even. Zeg maar een dag ofzo.

Ik weet dat ik mijn ballen bij elkaar moet rapen, hem neer moet zetten voor mijn neus en hem eens even flink vertellen hoe en wat. Maar dan is er een glitch in the matrix. Een heel klein dingetje waarom ik dat niet doe. Echt minuscuul en bijna niet noemenswaardig; ik durf dat niet. Watje? Ja, kapot watje. Harstikke super-watje. Er is geen zachter watje dan dit watje. Echt watje.

Waarom ik het niet durf vraag je? Weet ik veel. Dat zeg ik hier boven al; ik ben een watje. Oh en ik wil het misschien toch wel een beetje niet zo heel erg klein beetje boel niet kwijtraken. Ik vind het wel gezellig zo, met hem. En ik ben bang dat als ik dingen ga eisen het opeens niet meer gezellig is.  En ja, ik weet ook wel dat het gezellig blijft als hij mij gewoon wil. Weet ik tóch. Maar toch, he.

Mijn gevoel is alleen voor mij. Ik heb daar namelijk heel hard van geleerd. Keihard. Je gevoel delen met andere mensen is het domste, stomste en lompste wat je ooit kan doen. Ooit keert het zich namelijk tegen je. Maar dat is misschien een beetje overdreven.

Het is eigenlijk heel erg dubbel. Want ergens wil ik hem zelf helemaal niet, maar ik wil hem toch eigenlijk weer wel. Ik ben, denk ik, diep van binnen een harstikke, typische, hopeloze romantische vrouw – en dan vooral hopeloos –  die gewoon van ellende alles maar gewoon laat gaan. Lekker makkelijk.

Ik lijkt wel gek. Correctie; ik ben gek. Oh en een watje. Een superwatje.

Nou, ehhh, bedankt voor het luisteren en tot later!

Happy Hot Holidays

‘Spannende, ondeugende, sexy verrassingen voor de Kerstdagen. Verzin eens wat!’

Aldus een vriend van mij, die sinds drie maanden helemaal dik in de verkering is. Hij wil zijn vriendinnetje verrassen, maar is niet zo creatief. En redelijk laks, als ik zo vrij mag zijn: het moet allemaal dit weekend bedacht en in huis gehaald zijn.

Als er wat verzonnen moet worden, word ik altijd ingeschakeld. Gedichtjes maken, themafeesten organiseren, wraakacties op touw zetten: ik draai er mijn hand niet voor om.  Maar: kadootjes kopen of dingen voor een ander verzinnen die zij zelf ook leuk moeten vinden, vind ik het moeilijkst wat er is. Ik ben dan toch bang dat het niet in de smaak valt en kom vooral dingen voor mezelf tegen. Termen als ‘sexy’ en ‘ondeugend’ zijn ook net iets te breed…

Mijn ideale verrassing weet iedereen al: dat is als hij mij komt ophalen op de fiets, langs de grachten rijdt en we dan samen Hazes zingen. Als het helemaal ideaal is, motregent het en branden er overal kaarsjes (die komen, net als de grachten, uit de lucht vallen inderdaad, en het liefst ga ik daarna in de zon picknicken.  Ook dat is een beetje onwaarschijnlijk  maar hey, het is een fantasie!!). Ik heb deze fantasie al meermalen herhaald; hier, op youtube, op de radio… Het kan dan ook dat deze je bekend voorkomt. Sorry. Verder dan maar. Ik heb even snel een top drie uit mijn mouw geschud:

1. Een massagekaars. Dat is wel een in-een-keer-klaar-product! Als je deze koopt, heb je sfeerlicht, lekker geurtje en lichamelijke actie, ik bedoel, aandacht 😉 in één. Eigenlijk stopt hier het lijstje al. Voor mij zou dit een perfect cadeautje zijn. En nu het beste van de tip: je hoeft er niet veel geld aan kwijt te zijn en je hoeft er ook geen eng sekshuis voor naar binnen. Ik weet namelijk heel lekkere massagekaarzen te koop. Namelijk die van MixtBaby. Ja, ik ben fan en bevooroordeeld. Nee, ik krijg hier niet voor betaald!

2. Een home made meal. En dan natuurlijk wel goed aangekleed: mooie servetjes en kaarsjes erbij, borden schoon. Een lief menukaartje. Voor mijn part serveer je Kentucky op een schaal die nog van je overgrootvoortante was: it’s the thought that counts. Beschuitjes mag je dus ook meenemen. Corny is grappig. En als je dan toch ondeugend wilt doen, kun je gaan voor porno op het servet, piemelpasta of chocoladetieten!

3. Allerlei losse, grappige, gekke (hebbe)dingetjes, want ‘activiteiten’ is wel erg makkelijk in te vullen (hoop ik toch):
– lakenset, om samen tussen te duiken
– waardecoupons, bij jou in te ruilen tegen allerlei spannende dingen. Zelf maken is leuk, internet is je vriend.
– voor gadgetfreaks: een vibrator, op te laden via een usb-ingang
– dobbel/vragen/opdrachtenspelletjes met het thema sex. Bij de Etos en de Slegte heb je zo’n box voor nog geen tientje.

p.s.: Punten 1, 2 en 3 hierboven combineren samen tot een avondvullend programma. Ben je toch nog iets te laat voor Kerst met het regelen, dan heb je in ieder geval met Valentijnsdag geen excuus!

Wie is hier beter in en heeft de ultieme tip? Help a lakse anonieme vriend out!

Elke keer. Opnieuw.

Hij kijkt mij aan. Ik kijk hem aan. Ik voel een siddering door mijn lijf. Hij neemt een stap en komt wat dichterbij me staan. Hij raakt me niet aan. Hij zegt niets. Ik wil zoveel zeggen maar ik klap dicht. Zoals ik altijd doe als ik hem zie. Ik kan over koetjes en kalfjes praten, over de bloemetjes en de bijtjes, maar zeggen dat ik mijn hart aan hem heb gegeven op het moment dat ik hem voor het eerst zag, dat lukt niet.

Dan moet ik me kwetsbaar opstellen. Kwetsbaar opstellen is iets waar ik niet goed in ben. Ik kan het niet. Mijn gevoel blootleggen zal ik niet snel meer doen. Teveel mensen vertrouwt, te vaak gekwetst. Mensen die mij kwetsen en over mijn gevoelens heen walsen alsof het niets is. Niets voor hen. Voor mij is het alles.

Ik open mijn mond en ik wil wat zeggen maar er komt niets uit. Ik kan niets zinnigs zeggen. Het blijft stil. Mijn woorden blijven in mijn keel steken. Ik probeer de woorden weer door te slikken. Ik doe een stap achteruit. Ik snuif zijn geur op en wil weglopen. Wegrennen. Verdwijnen in de dunne lucht. Nooit meer om kijken om nooit meer wat te hoeven voelen. Hij pakt mijn arm vast en trekt me terug. Ik pak hem vast. Ik voel zijn adem in mijn gezicht, ik kijk naar zijn mond, naar zijn ogen en ik sla mijn ogen neer. Wat ik bij hem voel heb ik nog nooit gevoeld.

Ongecontroleerd maak ik mezelf los van hem. Ik wil zijn aanraking niet voelen. Ik wil zijn adem niet voelen en ik wil zijn geur niet ruiken. Ik wil zijn blik niet zien. Ik wil zijn stem niet horen en niet luisteren naar zijn woorden. Ik wil dat hij weggaat. Weg uit mijn leven. Ver weg. Zijn hand glijdt langs mijn hand en ik verstijf. De aanraking van zijn hand is al genoeg om mij mijn adem in te laten houden. Ik voel een kriebel door mijn hele lijf. Ik wil zijn aanraking voelen. Ik wil zijn adem voelen en ik wil zijn geur ruiken. Ik wil zijn blik zien. Ik wil zijn stem horen en luisteren naar zijn woorden. Ik wil het. Ik wil het. Niet.

Als was in zijn handen ben ik. Hem spreek ik als eerste als ik wakker word en als laatste voordat ik ga slapen en iedere minuut daartussen. Hij spoort me aan om dingen te doen waar ik eigenlijk bang voor ben. Hij luistert naar iedere klaagzang die ik ophang aan zijn adres. Hij vraagt me om naar hem toe te komen. We spenderen tijd. Al zijn het maar vijf minuten. Hij vertelt me verhalen en ik luister. Ik luister aandachtig en kan tot mijn verbazing langer dan drie seconden mijn aandacht erbij houden. Zijn woorden klinken door in mijn hersenen. Ik onthoud veel van wat hij zegt. Het heeft waarde. Meer waarde dan alles bij elkaar. Veel te veel waarde.

Hij en ik. We klikken. We matchen. We zijn een schot in de roos. We zijn ieder walgelijk cliché. Maar we zullen het niet uit spreken. Ik niet. Hij niet. Ik denk dat er meer is. Ik denk dat ik verliefd ben. Op hem. Ik ben verliefd op het idee om verliefd te zijn. Op hem. Hij, ach hij, wat hij vindt, denkt en verwacht is voor mij al vanaf het begin niet duidelijk.

Wekenlang kan ik volhouden alsof er niets aan de hand is. Alsof ik niet meer voel voor hem. As if. Ik praat normaal met hem en doe alsof mijn neus bloedt. Vertel verschillende verhalen. Praat over alles en nog wat. Maar ik praat nooit. Op een gegeven moment barst de bom. Dan slaan mijn gevoelens op hol. Dan snap ik nergens meer wat van en dan ben ik klaar met hem. Klaar met alles. Keer op keer op keer op keer. Oorlog in mijn hoofd. Hart tegen hersenen. Gevoel tegen verstand. In paniek roep ik uit dat ik niet meer weet wat ik moet doen. Dat ik beter verdien. Dat als hij me echt zou willen dat hij het wel tegen me zou zeggen. Toch wint gevoel altijd. Altijd.

Dan sta ik daar weer. Tegenover hem. Met een kloppend hart en alle zintuigen op scherp. Alle geuren, bewegingen, aanrakingen en geluiden neem ik in mij op. Opnieuw. Elke keer weer opnieuw. En het zal niet over gaan. Pas als ik de cirkel zelf verbreek. En dat ben ik niet van plan, want mijn gevoel wint. Elke keer. Opnieuw.

 

Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij

Als we het hebben over bindingsangst ben ik degene die met een opgetrokken wenkbrauw, in je fantasie dan, want dat kan ik dus nog steeds niet, kijkt. Bindingsangst is een excuus zodat je niet met diegene in zee hoeft te gaan. Het ultieme maatschappelijke geaccepteerde excuus. “Oh, hij heeft bindingsangst, daar kan hij niets aan doen.” De perfecte: “Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij.” Het wordt geaccepteerd. Volledig. Hij heeft bindingsangst. Het is oké. Er zijn meer vissen in de zee. Het is jammer, maar er is niets aan te doen. In mijn ogen bestaat bindingsangst niet.

Totdat ik er één tegenkwam die wel leuk(ig) was. Lief enzo. The good guy. Weet je wel die jongen waar ik een allergische reactie van kreeg? Ja. Juist, die. Waarom kreeg ik een allergische reactie van hem? Omdat hij zo lief was? Nee, dat was het niet. Niet per se. Omdat hij van alles voor me deed? Nee, dat ook niet. Vanwege zijn kleffe koetsjiekoetsjie-gedrag? Nee. Ik wist het niet. Ik snapte het niet. Ik wist niet beter dan dat ik hem gewoon niet hoefde. Niet een beetje, niet helemaal. Het was niet omdat hij 1m95 was en ik helemaal niet gecharmeerd ben van hele lange mannen. Het was niet omdat hij kaal was, en ik totaal niet op kale mannen val. En voor de verandering discrimineerde ook nog eens niet. Nee, dat was het allemaal niet. Zijn handen waren best ok en goed verzorgd. Zijn kledingstijl is totaal niet iets waar ik nou blij van werd. En zijn schoenen waren verschrikkelijk, maar dat was het allemaal niet. Wat was het dan wel? Thamar, jij kut, wat was het dan wel? Hij maakte me bang.

Oprecht bang. Hij was zo into me dat ik niet wist waar ik het zoeken moest. Hij complimenteerde me met mijn zachte haren. Zelfs met mijn figuur. Mijn figuur notabene. Gekker moet het niet worden. Mijn handen. Mijn nagels. Alles was perfect voor hem. Mijn sigaretjes werden aangestoken en de lege glazen werden naar de keuken gebracht. Ik zag dit allemaal roerloos aan. Wat moest ik daar nou mee? Iemand die zo into me was, dat bestaat niet.  Of nou ja, natuurlijk bestaat dat wel. Ik ben immers geweldig, maar het maakte me bang. Gewoon echt oprecht bang. Ik zou niet kunnen acclimatiseren met iemand die alles voor me doet. Dat is niet goed voor mij. Vooral niet goed voor hem. Ik zou over hem heen walsen. Heen en terug. Ik moet eruit geluld worden door een kerel. Hij moet mij op mijn plek kunnen zetten wanneer ik dat nodig heb. Anders zal ik te ver gaan. Veel te ver. Ik ken mezelf. Ik ben lastig. Heel lastig. “Ja, dat zijn alle vrouwen” ik hoor het alweer. Nee, geloof me nou maar gewoon. Dat is makkelijker.

Heb ik dan bindingsangst? Wil ik me dan niet binden aan iemand? Wil ik überhaupt wel verkering. Misschien wil ik mijn leven wel alleen doorbrengen. Gewoon, lekker. Mijn eigen zin doen. Geen rekening houden met een man. Nee, dat wil ik ook niet. Dat is de toekomst van een oude vrijster. Daar ben ik niet voor gemaakt. Maar samen zijn. Ik kreeg vast zo’n aanval omdat ik allergisch was. Omdat ik me niet aangetrokken voelde tot hem. Niks. Niet eens een beetje.  Dat is het. Dat kan niet anders. Bindingsangst. Pf, dat bestaat niet.

Dus ja, het ligt wel degelijk aan mij. En niet aan hem. Vervelend dat ik deze verschrikkelijke verklaring nog eens gebruik. Had ik nooit verwacht. Het lag namelijk altijd aan hen.

 

En toen,

dacht ik opeens aan Richard. En dan denk je alleen maar in scheldwoorden. Niet omdat ik hem haat. Of misschien eigenlijk wel. Ik haat hem. Nee, ik haat hem niet. Ik zie hem nooit. Drukke mensen zijn stom. Gelukkig heb ik altijd kilo’s aan fantasie. En die ga ik lekker nu met jullie delen. Dus ga maar zitten. Pak een kopje thee, sigaretje en een koekje. Niet tegelijk, roken en eten tegelijk is vies. Dus eerst het een en dan het ander. Ok? Ok. Lets go.

Richard zie ik gemiddeld ongeveer twee, misschien drie, bij hele hoge uitzondering vier keer per jaar. Hij is zo ontzettend druk en bezig met zijn ding dat het allemaal best is. Richard. Leuke jongen. Hele leuke jongen. Gezellig, bijdehand, laat me lachen en de seks met hem is eigenlijk best de standaard geworden van iedere man die eventueel na hem zou kunnen komen. Ik bedoel, ik hoef geen kerel die gaat lopen mierenneuken over beffen. Of andere kleine kinderachtige dingetjes. Stel je niet zo aan zeg.

Dat ik hem zelden zie dat geeft niets. Dat houdt alles spannend, of zo. Interessant. Ik ben namelijk bijzonder snel verveeld. Als ik hem wekelijks zou zien zou ik hem binnen de kortste keren uitkotsen. Dus dat hij druk is, is alleen maar een dik vet pluspunt. Voor ons beide. Ik ga er maar voor het gemak van uit dat hij ook snel verveeld is aangezien hij hetzelfde sterrenbeeld draagt als ik. Zo goed ken ik hem eigenlijk niet, als ik er over nadenk.

Ik heb nooit veel moeite gedaan om hem te leren kennen. Soms ben ik wel geïnteresseerd in wat hij nou precies doet, maar echt duidelijk is het niet. Dat hij veel werkt is één ding wat zeker is. Soms complimenteer ik hem met wat hij behaald heeft. Dan ben ik ook oprecht trots op hem. Dat wel. Soms vraag ik er naar wat hij allemaal aan het doen is en dan vind ik het ook écht interessant. Maar het moet niet te lang duren, want dan is hij me alweer kwijt. Ook hij geeft mij af en toe complimentjes met wat ik doe. Praten om het praten, doen we zelden, nu ik er over nadenk.

We babbelen niet omdat we elkaar zo gezellig vinden. Ik bel hem niet, hij belt mij niet. Ik sms hem niet, hij sms’t mij niet. Eigenlijk hebben we nooit contact behalve als er seks moet komen. Moet ja. Want anders heb ik hem gewoon niets te zeggen. Verliefd ben ik niet, zal ik ook niet worden op hem. Tenminste, daar ga ik van uit. Gevoelens heb je natuurlijk niet onder controle. Maar als ik verliefd zou worden op Richard dan zou ik dat ondertussen toch al moeten zijn. Richard en ik gaan al een tijdje terug. Ik denk zo’n anderhalf jaar nu. Zonder enige problemen. De afspraken zijn duidelijk en de omgang ook.

Bij mij wordt niet geslapen. Niet zomaar. Ik deel mijn bed slapend met bijna niemand van het mannelijke geslacht. Dat ik er uitzie als Shrek als ik slaap heeft er voor de rest helemaal niets mee te maken. Naast dat mijn Shrek gezicht er niets mee te maken heeft, ben ik altijd bang dat ik meer ga voelen als mensen gewoon aandacht geven aan me. Gewoon zomaar. Leuk, vriendjes zijn en zo. Dat wil ik niet. En hij ook niet. Ga ik vanuit. Dus dan zitten we dat betreft gebakken.

Voor de rest hebben we geen afspraken. Het is wat het is en we gaan zoals het gaat. En het beste? We gaan allebei akkoord. Nu zit ik alleen na te denken hoe lang het is geleden dat hij langs is geweest. Misschien moet ik hem toch maar eens laten weten dat het tijd wordt dat hij opschiet en een beetje tijd vrij maakt in zijn schema. Voordat ik opeens vergeet hoe alles moet. Plotseling.

 

Even een deal jongens,

Ik faal als het gaat om flirten. Tenminste dat denk ik altijd. Ik heb altijd het idee dat ik er heel raar uitzie als ik dat doe. Alhoewel, ik ben laatst wel “De belichaming van verleiding” genoemd. Die bewaar ik gewoon. Helemaal niet vervelend. Vooral niet als je daardoor voor elkaar krijgt wat je wilt. Al is het maar dat je fietsband geplakt moet worden. Of die zware boodschappentas die gedragen moet worden. Zijn best toffe bijkomstigheden, lijkt me.

Ja. Lijkt me. Ik kan mijn charmes niet in de strijd gooien om te krijgen wat ik wil. Ehm, niet altijd. Niet voor het plakken van een fietsband. Of het dragen van zware boodschappentassen. Als ik dat probeer heb ik het idee dat ik hoereer. Op een ander level, dat wel. Je geeft die man iets, je flirt met hem, je laat hem denken dat je geïnteresseerd bent in hem, maar uiteindelijk wil je alleen maar dat hij dingen voor je doet. Zulk geflirt ligt niet in mijn straatje. Het zou me vast wel lukken, daar ben ik niet bang voor. Of nou ja, als ik er over nadenk, als ik flirt heb ik wel het idee dat ik eruit zie als één of ander horrormeisje uit een goedkope horrorfilm. Of een hele dure. In ieder geval zie ik er naar mijn idee bezeten uit. Dus het zal me hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Omdat ik er dus raar uitzie.

Goed. Dat gehad te hebben ga ik even verder, goed? Flirten is niet mijn sterkste kant. Maar onlangs werd ik ook al ‘gevaarlijk’ genoemd. Dan denk ik van ja.. Wat doe ik dan? Geheel onschuldig natuurlijk, zoals een goede vrouw betaamt. Lijkt me logisch. Maar dat ik de ‘belichaming van verleiding’ en ‘gevaarlijk’ werd genoemd, liet mij geen keus om die dingen ook te zijn. Hoppekee, zo gezegd, zo gedaan. Ik ben blijkbaar de enige die vind dat ik er raar uitzie als ik flirt. Er heeft namelijk nooit iemand gezegd dat ik lijk op ‘The Grudge’ of op de lelijke heks van Sneeuwwitje. Dus, al met al, ik stel me hoogstwaarschijnlijk gewoon aan en moet ik die twee titels gewoon in m’n zak steken. De onzekere flirter is ‘de belichaming van verleiding’ en ‘gevaarlijk’.

Waarom ik nou precies ‘gevaarlijk’ was weet ik niet. Het zal wel iets te maken hebben met dat hij zichzelf niet kon inhouden als ik in de buurt was. Maar ligt dat dan aan mij? Ik bedoel heeft een man dan echt geen zelfbeheersing als het gaat om een verleidelijke vrouw (let op he, ik noem mezelf niet verleidelijk, ik bén verleidelijk genoemd)? Zijn mannen echt zo zwak als het gaat om vrouwelijk vlees? Heeft de natuur het zo ingepeperd dat de man (oké niet allemaal, er zijn een paar sterke, standvastige mannen, ergens) niet meer na kan denken op het moment dat het peerd besluit te steigeren? I guess. Het is ok jongens, het is niet erg. Iedere gek heeft z’n gebrek. Zo kunnen jullie niet tegen het vrouwelijke vlees en zullen wij altijd verliefd op jullie worden, ook al zeggen we van niet.

Het is ok. Wij zullen er niet over praten dat jullie zwak zijn, zolang jullie onze infatuations accepteren. Dat hoort een beetje bij elkaar. Toch? Kom op. Even eerlijk zijn. Kijk, wij vrouwen kunnen mannen prima gebruiken. Door te flirten krijgen we bijna alles voor elkaar wat we willen. Bijna hè. Alles is altijd een beetje teveel. Ik weet dat ik aan het begin van deze tekst zei dat ik dat niet kon, maar kom op, dat geloofden jullie toch niet echt? Jullie willen dan seks van ons. Of een beetje seks. Of een date wat eindigt in seks. Of gewoon plain ol’ seks. Prima, dat weten we. Wij kunnen dat geven of niet. Soms heb je geluk en dan krijg je het. En zelfs soms vaker dan één keer. Prima toch? Alleen ja, dan worden we verliefd. Omdat jullie zo leuk zijn. Maar waar we verliefd op worden, weten we nooit zo goed. Of we verliefd worden om jullie mannelijkheid. Of jullie ontzettende geweldige superseks. Of misschien wel omdat jullie zo aardig voor ons zijn, of juist niet. Je weet wel, als je je gedraagt als een hond ben je niet te pakken, niet te grijpen en dat fascineert ons heel erg.

Dus hoe dan ook. Verliefd worden we. Als jullie je nou niet zo makkelijk laten inpakken door knipperende lange krullende wimpers en heen-en weer wiegende heupen, hoeven wij niet verliefd te worden. Deal?

 

Nog even over vlinders

Ik zie hem voor me. Hij slaapt. Hij snurkt niet eens. Hij zweet wel, een klein beetje. Zijn ogen zijn dicht en zijn wimpers lang, vol en donker. Zijn mond is een beetje opengevallen en ik zie zijn mooie tanden en het spleetje. Oehh, dat spleetje, ik smelt!

Ik hoor zijn stem. Mannelijk en met een heerlijk randje accent, just the way I like it.

Die blik in zijn ogen. Ondeugend. Hoe ie zijn neus en lip trekt als hij iets stouts bedenkt maar het (nog) niet uitspreekt.

Ik ga iets Heel Belangrijks zeggen. Ik ga hem in zijn ogen staren, dan zijn woorden overbodig. NU!
Ik draai me om, strek mijn armen uit. Leeg. Koud.
Hij is er niet.
Ik ben alleen en lig in zijn shirt. Stiekem ruik ik aan de mouw, onder de oksel. Ja. Dat is hem. Lekker. Vertrouwd.

Wacht. Wat ben ik eigenlijk aan het doen?! Wat een raar gedrag. Zou ik hem soms leuk vinden? Ben ik soms……?!

Vlinders kunnen de weg naar mij niet vinden? Volgens mij kletste ik uit mijn nek. Ik denk dat ik ze gewoon niet goed herkende. Alleen flik ik het elke keer weer om ze pas te ontdekken als diegene zijn hielen al gelicht heeft. Als hij al uit mijn leven is, al is het tijdelijk.

BAM! It hits me. Vlinders met terugwerkende kracht. I have them.

F*ck vlinders

Want we kunnen maar geen vrienden worden. Ik heb het over buikvlinders, kriebels, ‘botervliegjes’ zoals Thamar ze noemt. Die dingen in je maag die je voelt als je verliefd bent. We zijn elkaar ergens kwijtgeraakt.

Er was eens een Buurman. Deze buurman was zo’n beetje de eerste man met wie ik in aanraking kwam na mijn grote, dramatische breuk met De Ex. Buurman was, naast een lekker ding, lief en grappig en ik was helemaal enthousiast. Dat dit zo snel allemaal weer kon, ongelooflijk! Ik vond alles aan hem heel, heel erg leuk. Maar verliefd? Ik wist het niet. Daar zou ik wel achter komen, just go with the flow en dan zou het wel goed komen. Helemaal mezelf was ik (nog) niet bij hem, dat voelde ik wel. Maar dat zou allemaal wel goed komen, dacht ik. Aan dit sprookje kwam echter al snel een einde, dus echt uitvogelen kon ik de situatie niet.

Nou ja, dat gaf niet echt veel. Ik ging gewoon door zoals altijd en ontmoette hier en daar interessante mensen. Die gevoelens zouden wel weer komen, dacht ik zo.

Toen kwam daar de Sprinkhaan in beeld. Een insect, true, dus de overstap naar vlinder zou zo gemaakt kunnen zijn…zou het dit keer raak zijn? Hoe ik ook dacht dat ik voor ze openstond; ze kwamen niet. Niet eens een beetje. Niet na de eerste afspraak. Niet na de tweede. Zelfs niet na leuke gesprekken, spontane acties, lieve verrassingen en hele dagen samen in bed. Ze bleven echt weg, terwijl ze zo welkom waren. Deze Sprinkhaan was een prima match, afgezien van zijn buitenkantje. Hoewel ik dat een beetje oppervlakkig van mezelf vond, kon ik dat wel relativeren. Ach ja, dat kan je hebben, vertelde ik mezelf. Gewoon een kwestie van toch niet helemaal je type. De volgende keer zou het heus wel raak zijn.

Dat bleek. Ik werd misselijkmakend geobsedeerd – anders kan je het gewoon niet noemen- door iemand die mij totaal niet zag staan. De vlinders waren in dit geval geen prettige tintelingen, het waren allesverzwelgende monsters. Ik heb mezelf hier lang mee gepijnigd, denkende dat het een verliefdheid was. Het ging hier in ieder geval sowieso niet om een man waarmee ik mijn leven zou willen/kunnen delen, dus ik deed er niks mee. Dat gaat natuurlijk ook moeilijk met iemand die jou niet wil.

Wat doe je dan? Dan fladder je gewoon weer verder. Iemand moet het toch doen als die klotebeesten het af laten weten, ja toch?

En toen kwam er ineens een man op mijn pad waar niks aan af te dingen viel. Die helemaal voldeed aan mijn ‘lijstje’, als ik die al heb, van het spleetje tussen de tanden naar de haarloze borstkas via zijn kalme, zelfverzekerde houding naar oprechte zorgzaamheid. Nou, denkt iedereen (bepaalde lezers in het bijzonder), eindelijk is Anouk klaar met zeiken! Zoek niet verder! Eind goed, al goed! Toch?!

Nee.

Wederom een lege buik. Geen donder, geen bliksem. Vooralsnog hebben onze gevleugelde vrienden het af laten weten.

Dus vraag ik me af: waarom?

Waarom kunnen de vlinders hun weg naar mij niet meer vinden? Komt het door De Ex? Heb ik nog dingen te verwerken? Kan ik misschien, door een of andere weirde reden, niet verliefd meer worden? Dat lijkt me sterk. Mijn obsessie leek te bewijzen dat ik dat wel kan. Hoewel een onbereikbare liefde natuurlijk wel makkelijk is. Dan hoef je er niks mee, behalve zwelgen in zelfmedelijden. Want het wordt toch niks. Too easy. Daar laat ik mezelf niet mee weg komen.

Wil ik dan niet meer verliefd worden? Ik zou niet weten waarom. Het is heerlijk, zeker als het beantwoord wordt. Het is tegelijk ook wel eng, je kwetsbaar opstellen. Ik dacht dat ik dat wel durfde, maar nu twijfel ik toch. Ik twijfel of ik wel voor relaties gemaakt ben, terwijl ik heel hard roep een relatiemeisje te zijn. Ik twijfel of ik nog wel zin heb om moeite in een relatie te steken. Om mezelf aan te passen. Om – want stel je voor dat het goedgaat- op mijn smoel te gaan en weer op te krabbelen. Ik twijfel of ik misschien stiekem een ideaalbeeld in mijn hoofd heb, waar waarschijnlijk niemand aan kan voldoen en ik daarom mijn geluk onbewust saboteer.

Komt dit misschien allemaal omdat dit gewoon niet de juiste is? Zal al die twijfel wegvallen als ik diegene ontmoet? Maar ik geloof toch niet in een ware? Misschien komen de vlinders mettertijd? Misschien zijn ze overbodig als de rest helemaal goed zit? Fuck vlinders. Na een tijd ben je toch niet meer verliefd, toch?, en dan kun je maar beter gewoon een solide basis samen hebben. Zal ik de kans wagen? Moet ik mezelf en vooral ook hem de moeite en tijd besparen?  Wat als ik ergens in ga zitten en zo misschien iets anders misloop? Wat als ik iets verspeel wat heel goed zou kunnen zijn?

Het zoemt. Niet in mijn buik, maar in mijn hoofd. Ik wil hier niet over nadenken. Ik wil niet twijfelen. Ik wil doen. Ik wil lol hebben, liefhebben.. ik wil gewoon vlinders! Ik weet alleen even niet hoe…