Berichten

Bel me niet!

“Bel me niet” zei hij op een dwingende toon toen hij mijn telefoon één keer liet overgaan zodat ik zijn nummer had. Het was vrijdagnacht. De temperatuur was prima en de stad zag eruit alsof er rust over was gedaald. Dat kan ook te maken hebben met mijn dansende dronken ogen die alles met een vleugje lol zagen. Ik keek hem aan. “Waarom zou ik je bellen?” antwoordde ik. “Omdat je m’n nummer nu hebt,” zei hij een tikkeltje te bijdehand. Ik schudde mijn hoofd. Deze jongen wist duidelijk niet met wie hij te maken had. Ik heb helemaal geen behoefte om telefoongesprekken te voeren met mannen. Of jongens, in zijn geval. Ik keek naar de grond. Stopte mijn telefoon weg en draaide me om. Ik wilde van hem weglopen. Ik wist al niet eens meer waarom ik ook alweer mijn telefoonnummer had gegeven. “Bel me niet!” riep hij me nog na. Ik draaide me weer om naar hem. Keek hem in zijn ogen en liep naar hem toe. Ik stak mijn vingers uit en tikte hem op de borst terwijl ik zei dat ik wel wist waarom ik hem niet mocht bellen. Hij keek me vragend aan. Ik vroeg me echt af of hij echt werkelijk dacht dat ik net zo dom was als het achtereind van een varken. “Je hebt een vriendinnetje thuis. Ik. Bel. Jou. Niet. Je hebt toch zo’n grote mond? Bel mij maar als je je praatjes waar durft te maken,” en ik liep weg.

Een avondje stappen met vriendinnen. Het was harstikke gezellig. De drank vloog ons letterlijk rond de oren. Ik kreeg namelijk een glas bier over mijn prachtige jurk heen. Gelukkig ben ik goedgezind en kan ik me daar niet heel erg druk om maken. Ik kan heel boos kijken, doen alsof ik het verschrikkelijk vind en daarna een gratis glas, of twee, Southern comfort met Ginger Ale in ontvangst nemen als excuus. We genoten met z’n allen. Het was veel te warm. Het liefst wilde ik mijn jurk lozen, maar ergens zei mijn common sense dat ik dat maar beter niet kon doen. Niet omdat het stom zou staan, maar ik zou vast aandacht krijgen van de verkeerde mannen. De man waar ik juist aandacht van wilde stond achter de draaitafels. Man, man, man, wat een man. Precies met dat deuntje van de Coca Cola Light-reclame. Weet je nog? Dus die jurk liet ik maar aan. Nu ik er over nadenk, had ik de jurk misschien beter uit kunnen trekken.

De mannen daar waren trouwens redelijk ok. Niet dat ze aantrekkelijk waren, maar ze waren niet vervelend. Het was leuk. Het was gezellig en we dansten met z’n allen door de tent. Met enkele elleboogstoten om ruimte te creëren, maar niemand die dat door had joh. Iedereen had wel een paar druppeltjes drank in het glas, het was één en al liefde. Tenminste, ik deed in ieder geval net alsof. Mijn vriendin was ondertussen flink aan de dans met één of andere gozer die wel een oogje, of twee, op haar had. Prima. Ik ging gewoon verder keutelen met andere vriendinnen, mijn glas Southern Comfort met Ginger Ale, of 7-Up of Coca Cola, zolang er maar een prik-iets in zat, vond ik het allemaal best. Geregeld.

We, mijn vriendinnen en ik, kregen continu aandacht van één jongen. Een interessante jongen. Ik vergat de DJ even. Even voor de hele avond. Ik was namelijk een klein beetje troebel. Doe ik anders nooit. Ik vermaakte mezelf met hem. Beetje dansen, beetje lomp doen en vooral veel lachen. Zijn armen waren versierd met tatoeages, mooie bril, driedagenbaardje en meer kan ik me niet herinneren. Volgens mij was hij ook nog eens klein. Als in, net zo lang als ik. Voor een man ben je dan redelijk klein.

De avond liep op z’n eind. Mijn vriendinnen en ik liepen naar buiten en werden ongelofelijk blij van de koele buitenlucht die ons tegemoet kwam. We namen even plaats op het terrasje om even uit te blazen van het vele dansen en lachen. We kletsen wat en kregen al gauw genoeg gezelschap. Van de danser en de kleine jongen met driedagenbaardje. Het werd gezellig. Iets te gezellig. Ik vond hem wel leuk en was belachelijk in het openbaar aan het flirten met hem. Moet kunnen. Alleen toen liep de DJ voorbij. Dat zag ik. Hij zwaaide en lachte naar me. Facepalm Thamar. Echt.

Het was tijd om afscheid te nemen. Toch bleef hij op één of andere manier aandacht van me vragen. Op een manier waar ik geïrriteerd op reageerde. “Wat wil je van me?” vroeg ik. Dom, Thamar, dom. “Ik wil alleen maar seks met je.” Mijn ogen knipperden. Gewoon BAM. Dat overkomt me niet gek vaak dat iemand gewoon maar zegt wat-ie van je wilt. Ik kan dat waarderen. Echt. Al dat omheen-gelul is totaal niet mijn ding. Uiteindelijk draait het negen van de tien keer allemaal op hetzelfde uit. En dan investeer je allemaal kostbare tijd in niks, die had je dus ook kunnen investeren in een potje goede vieze.. Nou ja, je weet wel. Seks dus.

Ik lachte en liep naar mijn vriendinnen. Ze hadden ondertussen een taxi aangehouden. Ik liep naar mijn andere vriendin toe om afscheid te nemen. De sportieveling, altijd en eeuwig op het fietsje. Het was harstikke tijd om te gaan. Ik keek hem nog één keer aan. Wist weer waarom ik mijn nummer had gegeven en stapte in de taxi. Ik wist dat ik hem niet mocht bellen, maar ik was zijn arrogantie, grote bek en bijdehante gedrag meer dan zat. “Luister dan, bel mij ook maar niet. Ik bel jou misschien wel, als ik een potje wil neuken.” Ik sloeg de deur van de taxi dicht, zag zijn verbouwereerde gezicht en besloot – met een zelfvoldaan gevoel – vervolgens nooit te bellen.

 

Zuidelijke comfort op een bankje

Daar sta ik dan. Straalbezopen van de Southern Comfort. Schandalig. Ik ben vrouw, een keurige nette dame. Dit mag ik niet doen. Ik kijk rond of niemand kijkt en ik bestel lekker nog een glaasje. Het kan me eigenlijk helemaal niets schelen of ik een meisje slash dame slash vrouw ben. Als ik mezelf lam wil zuipen, dan doe ik dat. Dus doe ik dat. Goed, twee glaasjes, drie glaasjes, vier glaasjes, ok, misschien wel vijf glaasjes (maal twee) verder, sta ik nog steeds in dezelfde club. Ik word moe. Ik wil weg. Ik stoot mijn vriendin aan met mijn ellenboog, voor zover ik haar kan raken, en wenk naar de uitgang. Ze knikt. Ook zij heeft het gehad. Dat is mooi, krijg ik direct mijn zin zonder door te drammen. Altijd fijn.

We wandelen wat naar buiten, tenminste we doen een poging. Ik denk dat het meer op slingerend strompelen lijkt. Maar hoe dan ook, we komen buiten. Lachend, gierend en brullend. We lachen om alles en om niets. Vooral omdat we honderd keer moeten plassen in één minuut. Dat doen we dan toch wel goed. Het is een goede nacht. De nacht is warm, de Southern Comfort heeft de rode bloedlichaampjes goed vergiftigd en mijn ik heb eens geen honger. We wandelen naar een bankje om even op te gaan zitten. Het is immers warm, dus wil ik buiten nog een beetje chillen. Daar ben ik namelijk goed in. Doelloos zitten op een bankje. Beetje sigaretjes roken, beetje kletsen en vooral daar zitten omdat je ontzettend moet plassen, maar je dat natuurlijk niet buiten kan doen. En een taxi aanhouden heb ik nog geen zin in. Zij gelukkig ook niet.

Daar zitten we dan. Op een bankje. Een beetje heen en weer te schommelen, kletsen over van alles en niets en natuurlijk de slappe lach. Een beetje gek doen is ook op zijn plaats, maar daar hoeven we gelukkig niet van onder de invloed te zijn van een litertje alcohol. Dat zit in ons. We genieten van de nacht, de donkere lucht en de felgele sterren. De geluiden van de stad die altijd lijkt te leven. De auto’s, de dronkenlappen, de veel te kleffe stelletjes die elkaar volledig aan het aflebberen zijn op straat, van de eenzame ik-moet-alleen-naar-huis-lopers en de toeterende ongeduldige taxichauffeurs. Ik adem de nachtelijke lucht in en adem uit. Ik steek een sigaretje in mijn mond en steek het aan. Vanuit mijn rechteroog hoek zie ik een groepje mannen staan. Zij hebben ook lol. Ik kijk naar ze en draai mijn hoofd weer weg en ga weer verder met mijn eigen grappen en grollen.

Toch kan ik het niet helpen om nog een keer naar de mannen te kijken. Ik bedoel, je ware kan er maar net tussen staan, niet? Ik zie niks bijzonders. Denk ik. En ik draai mijn hoofd weer weg. Ik babbel aan één stuk door over niets. Ik ben ongenuanceerd aan het ouwehoeren over allerlei handelingen. Zoals gewoonlijk. Geen veters strikken, nee, over seksuele handelingen. Daar hebben we het nogal graag over. Vooral als er wat te lachen valt. Ik neem een haal van mijn sigaret en zie van uit mijn ooghoeken het groepje heren dichterbij komen. Twee mannen. Allebei groot. Groter dan ik. Allebei leuk om te zien. Ik ga op het bankje zitten. Ik wil ze goed kunnen zien als ze voorbij lopen. Ik blijf ondertussen gewoon doorpraten met mijn vriendin, maar ik zie ze langzaam dichterbij komen. Bij ons bankje stoppen ze. Ik kijk ze aan. Mijn hersenen draaien – voor zover ze dat nog kunnen, want de whisky likeur overheerst -. Man 1: lang, donker, kort koppie, getrimd baartje en een schitterende rij tanden. Hubbahubba. Man 2: lang, kaal, een iets op zijn kin, wit. Hubbahubba. Allebei hubbahubba. Potverdomme. Hoe ga ik dit verdelen?

Nou ja, voordat ik er gelijk vanuit ga dat ze allebei leuk zijn, misschien moet ik maar gewoon even babbelen. Man 1 is leuk, scherp, grappig en intelligent. Man 2 is leuk, scherp, grappig, intelligent. Ja hoor, Thamar. Heb jij dat. Man 2 is wel wat rustiger. Kalmer. Niet zo all in your face. Daar houd ik wel van. Ik ben natuurlijk ook dronken, dus mijn mening of ze beide lekker zijn, is natuurlijk discutabel. Maar dat geeft niet. Op het moment zijn ze lekker, leuk, gezellig en vooral respectvol. Geen gekke avances, geen respectloze opmerkingen. Gewoon lachen, leuk en gezellig. Mijn vriendin is naar de andere kant van het bankje verdwenen met de jongen die bij ons was, maar die ik gewoon even weg heb gelaten uit het verhaal. Potver, zit ik hier alleen. Gelukkig heb ik m’n bekkie bij en kan ik gewoon praten en afhouden als dat nodig is. Maar er is niets nodig. Het is gezellig. Ik kan lachen.

De rest van het groepje komt rond ons staan. Er staat ineens een groep jongens om me heen. Een stuk of zeven. Allemaal even vriendelijk. We discussiëren, we praten, we lachen en we maken grapjes. Ik vind het gezellig zo midden in de nacht om zes uur. Ik krijg complimentjes naar mijn hoofd gesmeten van iedere man die er om me heen staat. Mijn ogen zijn mooi. Mijn ogen zijn licht. Ik ben mooi. Mijn sproeten zijn fantastisch. Ik kan mijn lol niet meer op. Op deze complimenten kan ik weer een maand leven. En op de gezelligheid wel twee maanden.

Natuurlijk had ik het geluk dat het goede jongens waren, die totaal niets vervelends in petto hadden. Maar daarentegen merk je ook snel genoeg of het eikels zijn ja of nee, en ik ben niet naïef. Het was allemaal leuk en gezellig. Het werd langzaam half zeven. Het werd tijd om een taxi te pakken en naar huis te gaan. Het bed in. De Southern Comfort eruit slapen. Dat leek me een goed plan. Mijn vriendin en ik stapte de taxi in en reden naar huis. Tevreden. Dit was een goede avond.

Wat zeg je? Of ik mijn nummer aan één van die jongens heb gegeven? Natuurlijk. Aan welke? Geheimpje!