Berichten

Gedaan: IFFR

Het International Film Festival Rotterdam schijnt nogal een dingetje te zijn. Als het weer zover is, zit de stad vol met volk van allerlei pluimage van heinde en verre die de eetcafe’s bezetten die speciale Tijgeraanbiedingen hebben (het logo van het festival is een tijgerkop). De stad krioelt van mensen die graag willen laten zien dat ze fan zijn, met tasjes en t-shirts en keycords met wederom de tijgerkop daarop. Men noemt elkaar tijger.  Je hebt ineens allerlei conversaties met mensen die je normaliter niet eens op zou merken. Op Facebook en Instagram en Twitter wordt er druk over ge-social-media-t. Overal vind je krantjes en aanplakbiljetten en na al dat geweld lig je ‘s avonds in bed door pure overexposure tijgers te tellen. Kortom: tis net een soort sekte.

Normaal houd ik wel van festivals. Maar die vinden dan plaats in de zomer, buiten, met lekker eten en drinken, muziek en ander entertainment. Dat ik hierin verzeild ben is niet geheel mijn eigen keuze geweest. Maar ik heb sindskort een nieuwe hobby, zoals bekend, dus heel gek was het ook weer niet. Dus ik heb me er gewoon doorheen ge… eh, tijgerd.

Festivals hebben meestal zo hun eigen sfeertje en je doet er dingen die je anders nooit doet. In dit geval betekende dat: alle films die je wilt zien zijn uitverkocht, want je gaat met iemand die nooit iets plant, wil plannen en plannen ter plekke wijzigt dus je hebt geen kaartjes gereserveerd. Gelukkig wordt er als de film al begonnen is gekeken of er nog kaartjes over zijn. Een uur van tevoren moet je dan al in een rij gaan staan en rond gaan hangen, zodat je als er een kaartje over is, de eerste bent. Check (met apathie en een zere rug als gevolg). Als je dan dat kaartje hebt gescored, krijg je die voor de helft van de prijs want last minute. Dan loop je blij weg en kijkt met een mengeling van medelijden en spot naar de stumperds die voor niks hebben gewacht. Check, HA! In de zaal trek je je rugzak open voor de zakken en pakken snaaigoed die je meebracht omdat je de prijzen in de bios te belachelijk voor woorden vindt en je daar je zuurverdiende geld niet aan uit gaat geven en je een soort ‘kijk mij eens dwars en rebels het systeem omverwerpen’ gevoel ervan krijgt. Dubbel check. Er is zoveel aanbod, je kan ook gewoon op de bonnefooi kijken waar nog plek is. Check. Je kijkt meerdere films op een dag, tussendoor moet je jezelf vooraan in de last minute wachtrij zien te krijgen, je plannen moet je wijzigen dus dan verdiep je je weer in het blokkenschema, je illegale rugzakvoorraad raakt op en er is niet eens tijd om iets reguliers, of warms ofzo, te scoren of zelfs maar een bezoek aan de wc te brengen. Pleasure and pain. Hoe authentiek. Check.

Als je dan geluk hebt, zie je een goede film, zelfs eentje die je sowieso al wilde zien. Zoals Starred Up. Met een lekker ding in de hoofdrol, ook niet heel onbelangrijk, die je ook nog eens doet denken aan een familielid van je, wat je dan weer raar van jezelf vindt.

Als het je even minder meezit, dan zie je een minder goed gelukt iets. Zoals R100. Die apart en interessant begint maar verzandt in gekkigheden en absurde herhalingen. Die Aziaten ook weer he… Ik ben maar gaan slapen en bedacht me dat het positieve was dat ik er gelukkig niet de volle prijs voor heb betaald.

Het was leuk. Volgend jaar weer, tijgerrrrr!

De Achtervolging

Ik zit op een zwart ijskoud bankje op Centraal Station in Amsterdam. Mijn oren worden verwend met Eminem en Royce da 5’9. De hele cd van Bad meets Evil galmt door de oordopjes die eigenlijk helemaal niet comfortabel zitten en ze laten ook nog eens geluid van ‘buiten’ door, terwijl het op het maximale volume staat. Geef mij maar van die gigantisch grote headphones. Afsluiten. Dat is nou helemaal mijn ding. Het station was niet zo druk. Hier en daar waren mensen verspreid. En zwervers. Niks onoverkomelijks. Het is immers een grote stad. Die heb je gewoon. Maar het is niet mijn stad. Dan voel ik me in mijn dooie uppie toch wel erg alleen zo op zo´n groot station. In Amsterdam. Niet per se onveilig. Maar ongemakkelijk. In mijn eigen stad voelt alles vertrouwder. Fijner. En ja, ook veiliger.

Ondertussen krijg ik een koud achterwerk van het wachten op de trein. Het duurt ondertussen al 20 minuten en de temperatuur vindt het nodig om aan te voelen alsof het al eind december is. Koud dus. De twee sjaals die ik droeg waren niet genoeg. Ik wilde graag nog een derde en een vierde. Een sjaal over mijn hoofd, want mijn oren waren koud. De andere drie keer rond mijn hals gewikkeld. Verstikkend, maar wel een beetje warmer. Ietsjes. Misschien zou het helpen als ik niet mijn dunne nepleren jasje aan had getrokken, maar gewoon een winterjas. Dat doet me denken dat ik die nog steeds moet kopen. Al twee jaar ongeveer. En die driekwartsmouwen van dat shirtje wat ik aanhad hielden mij ook niet echt warm. De kou was duidelijk een gevalletje van eigen schuld dikke bult. Of koude kont in dit geval.

De minuten verstreken op de grote stationsklok. De aantal procenten die aangaven hoeveel energie mijn batterij nog had, renden achteruit. Het leek sneller te gaan dan normaal. Toch moest ik batterij besparen, maar ik wilde mijn muziek niet uitzetten. Stel je voor dat ik met iemand zou moeten praten. Ik sluit me liever af. Dat maakt het wachten wat minder irritant. Ik hou niet van wachten. Vooral niet met een koude kont. En al helemaal niet op een station met de grootste vago´s ever. Vago´s die waarschijnlijk net zo vaag zijn als in Rotterdam, maar in Amsterdam gewoon veel vager lijken. De tijd tikte voorbij. Een minuut leek wel een uur.

Er kwamen twee oudere dametje aangelopen met koffers zo geel als een banaan. Het was vanzelfsprekend dat deze twee vrouwtjes uit zouden stappen op Schiphol. Ze waren druk aan het kwebbelen en aan het kijken naar de amateur-rappers die een bankje verder zaten. Die amateur-rappers trokken mijn aandacht ten eerste omdat ze een ongelofelijk lelijke beat gebruikte en een van hen had dreads. En een kop als een stoeptegel. Een gebarsten stoeptegel. Dat stelde me teleur. Dus ik zette het volume van mijn muziek nog iets hoger. En alsof ik nog niet genoeg geïrriteerd was van het wachten, kwam er een jongeman schuin naast me staan en naar me staren. Continu naar me staren. Naar me glimlachen en naar me staren. Geloof mij, ik snap niet waarom hij glimlachte. Ik schudde onopvallend mijn hoofd en ging weer verder met playbacken.

Eindelijk kwam daar de trein. Mijn kont was ondertussen vastgevroren aan het zwarte ijzeren bankje. De amateur-rappers kon ik verlaten, gelukkig en de dametjes stapten voor mij in. De starende jongeman die glimlachte stapte na mij in. Op een of andere manier vond hij het nodig om mij door heel de trein te achtervolgen. En dan bedoel ik de hele trein. Ik liep een rondje om te checken of ik leip was. Maar nee, ik was echt niet leip, hij volgde mij. Ik zette mijn muziek iets zachter en al mijn zintuigen stonden op scherp. Ik had al een heel plan in mijn hoofd hoe ik hem zou neer knuppelen met niks. Maar ik zou het doen, het doet er niet toe. Ik liet me niet kennen, keek niet achterom. Ik ging gewoon zitten op een stoel waar alles vrij was. Hij ging recht tegenover me zitten. Hij keek naar me. Ik voelde zijn ogen branden. Ik keek stug naar buiten of naar mijn telefoon. Ik sloeg mijn benen over elkaar en staarde naar het voorbijtrekkende nachtelijke land.

Ineens voel ik een hand op mijn been. Ik verstijf. Hij trok zijn hand weg. Ik voel weer een hand op mijn been. Een tikje. Ik kijk op. Hij lacht. Ik doe mijn oordopjes uit en kijk hem aan. Mijn hart schrikt, mijn bloed stroomt net iets sneller dan gewoon en mijn adrenaline staat klaar om te ontploffen. Hij lacht en vraagt:

“Waar heb je die sjaal gekocht?”

Ik zuchtte en draaide ongezien met mijn ogen. Ik antwoordde dat ik de sjaal bij Primark had gekocht. Hij bedankte voor de informatie en stond op om weg te lopen. Ik bekeek hem van top tot teen. Hij droeg skinnyjeans, een diepe vhals, leren jasje en een konijnenpoot aan zijn broekriem die van Gucci was. Achtervolgd worden en het benauwd krijgen voor een mode-vraag, zoiets overkomt alleen mij.

Bel me niet!

“Bel me niet” zei hij op een dwingende toon toen hij mijn telefoon één keer liet overgaan zodat ik zijn nummer had. Het was vrijdagnacht. De temperatuur was prima en de stad zag eruit alsof er rust over was gedaald. Dat kan ook te maken hebben met mijn dansende dronken ogen die alles met een vleugje lol zagen. Ik keek hem aan. “Waarom zou ik je bellen?” antwoordde ik. “Omdat je m’n nummer nu hebt,” zei hij een tikkeltje te bijdehand. Ik schudde mijn hoofd. Deze jongen wist duidelijk niet met wie hij te maken had. Ik heb helemaal geen behoefte om telefoongesprekken te voeren met mannen. Of jongens, in zijn geval. Ik keek naar de grond. Stopte mijn telefoon weg en draaide me om. Ik wilde van hem weglopen. Ik wist al niet eens meer waarom ik ook alweer mijn telefoonnummer had gegeven. “Bel me niet!” riep hij me nog na. Ik draaide me weer om naar hem. Keek hem in zijn ogen en liep naar hem toe. Ik stak mijn vingers uit en tikte hem op de borst terwijl ik zei dat ik wel wist waarom ik hem niet mocht bellen. Hij keek me vragend aan. Ik vroeg me echt af of hij echt werkelijk dacht dat ik net zo dom was als het achtereind van een varken. “Je hebt een vriendinnetje thuis. Ik. Bel. Jou. Niet. Je hebt toch zo’n grote mond? Bel mij maar als je je praatjes waar durft te maken,” en ik liep weg.

Een avondje stappen met vriendinnen. Het was harstikke gezellig. De drank vloog ons letterlijk rond de oren. Ik kreeg namelijk een glas bier over mijn prachtige jurk heen. Gelukkig ben ik goedgezind en kan ik me daar niet heel erg druk om maken. Ik kan heel boos kijken, doen alsof ik het verschrikkelijk vind en daarna een gratis glas, of twee, Southern comfort met Ginger Ale in ontvangst nemen als excuus. We genoten met z’n allen. Het was veel te warm. Het liefst wilde ik mijn jurk lozen, maar ergens zei mijn common sense dat ik dat maar beter niet kon doen. Niet omdat het stom zou staan, maar ik zou vast aandacht krijgen van de verkeerde mannen. De man waar ik juist aandacht van wilde stond achter de draaitafels. Man, man, man, wat een man. Precies met dat deuntje van de Coca Cola Light-reclame. Weet je nog? Dus die jurk liet ik maar aan. Nu ik er over nadenk, had ik de jurk misschien beter uit kunnen trekken.

De mannen daar waren trouwens redelijk ok. Niet dat ze aantrekkelijk waren, maar ze waren niet vervelend. Het was leuk. Het was gezellig en we dansten met z’n allen door de tent. Met enkele elleboogstoten om ruimte te creëren, maar niemand die dat door had joh. Iedereen had wel een paar druppeltjes drank in het glas, het was één en al liefde. Tenminste, ik deed in ieder geval net alsof. Mijn vriendin was ondertussen flink aan de dans met één of andere gozer die wel een oogje, of twee, op haar had. Prima. Ik ging gewoon verder keutelen met andere vriendinnen, mijn glas Southern Comfort met Ginger Ale, of 7-Up of Coca Cola, zolang er maar een prik-iets in zat, vond ik het allemaal best. Geregeld.

We, mijn vriendinnen en ik, kregen continu aandacht van één jongen. Een interessante jongen. Ik vergat de DJ even. Even voor de hele avond. Ik was namelijk een klein beetje troebel. Doe ik anders nooit. Ik vermaakte mezelf met hem. Beetje dansen, beetje lomp doen en vooral veel lachen. Zijn armen waren versierd met tatoeages, mooie bril, driedagenbaardje en meer kan ik me niet herinneren. Volgens mij was hij ook nog eens klein. Als in, net zo lang als ik. Voor een man ben je dan redelijk klein.

De avond liep op z’n eind. Mijn vriendinnen en ik liepen naar buiten en werden ongelofelijk blij van de koele buitenlucht die ons tegemoet kwam. We namen even plaats op het terrasje om even uit te blazen van het vele dansen en lachen. We kletsen wat en kregen al gauw genoeg gezelschap. Van de danser en de kleine jongen met driedagenbaardje. Het werd gezellig. Iets te gezellig. Ik vond hem wel leuk en was belachelijk in het openbaar aan het flirten met hem. Moet kunnen. Alleen toen liep de DJ voorbij. Dat zag ik. Hij zwaaide en lachte naar me. Facepalm Thamar. Echt.

Het was tijd om afscheid te nemen. Toch bleef hij op één of andere manier aandacht van me vragen. Op een manier waar ik geïrriteerd op reageerde. “Wat wil je van me?” vroeg ik. Dom, Thamar, dom. “Ik wil alleen maar seks met je.” Mijn ogen knipperden. Gewoon BAM. Dat overkomt me niet gek vaak dat iemand gewoon maar zegt wat-ie van je wilt. Ik kan dat waarderen. Echt. Al dat omheen-gelul is totaal niet mijn ding. Uiteindelijk draait het negen van de tien keer allemaal op hetzelfde uit. En dan investeer je allemaal kostbare tijd in niks, die had je dus ook kunnen investeren in een potje goede vieze.. Nou ja, je weet wel. Seks dus.

Ik lachte en liep naar mijn vriendinnen. Ze hadden ondertussen een taxi aangehouden. Ik liep naar mijn andere vriendin toe om afscheid te nemen. De sportieveling, altijd en eeuwig op het fietsje. Het was harstikke tijd om te gaan. Ik keek hem nog één keer aan. Wist weer waarom ik mijn nummer had gegeven en stapte in de taxi. Ik wist dat ik hem niet mocht bellen, maar ik was zijn arrogantie, grote bek en bijdehante gedrag meer dan zat. “Luister dan, bel mij ook maar niet. Ik bel jou misschien wel, als ik een potje wil neuken.” Ik sloeg de deur van de taxi dicht, zag zijn verbouwereerde gezicht en besloot – met een zelfvoldaan gevoel – vervolgens nooit te bellen.