Berichten

Simpel vreemdgaan

‘Gun jezelf de opwinding, zonder dat je in de problemen komt’. De slogan van SecondLove.nl. Vrouwen en mannen die daar profielen hebben waar ze elkaar kunnen ontmoeten om eens lekker vreemd te gaan. Omdat hun relatie saai is, omdat ze zich genegeerd voelen door hun partner, omdat het eigenlijk gewoon kan en ontzettend makkelijk gemaakt wordt.

Het platform speelt klaarblijkelijk in op de behoefte vreemdgaan. Er zijn mensen in relaties die vinden dat ze mogen leven, dat ze wat mogen voelen, maar willen wel bij hun partner blijven. Ze willen lekker rollenbollen met Jan uit een andere stad. Elke dag wordt keurig de geschiedenis uit de PC gewist, zodat er niemand gekwetst wordt. Genieten van de spanning en ze kruipen lekker naast hun partner. Zo simpel en zwart/wit is het. Voor mij.

Vreemdgaan is er. Daar kan ik heel kort over zijn. Er zijn mensen die vreemdgaan, ze hebben het meegemaakt of doen het beide. Vreemdgaan lijkt zo gewoon te zijn als een pak melk kopen in de supermarkt. Nu in het digitale tijdperk wordt het de vreemdgangers extra makkelijker gemaakt.

Ik ben allesbehalve verbaasd dat dit is ontstaan. SecondLove bestaat al een enige tijd. Er is zelfs al enige concurrentie. VictoriaMilan.nl. Zij werken onder het mom: “Herleef je passie”. Naast deze twee sites zijn er een tal van informatieve websites waar je alles kan lezen over vreemdgaan. Hoe je moet vreemdgaan, wat je moet doen als je partner er achter komt, hoe je het beste alles kan verbergen. Lekker makkelijk. Zelf nadenken hoeft niet meer. Oh, en er wordt natuurlijk ook beschreven hoe je iemand kan herkennen die vreemdgaat.

Wij leven tegenwoordig in een cultuur waar alles makkelijk is. Schoenen kopen met drie klikken. Boodschappen worden in de keuken afgeleverd en die nieuwe wasmachine, daar hoef je niet eens meer voor naar buiten. Waarom zou dat met vreemdgaan niet kunnen?  Daar spelen die websites heel slim op in. Lekker makkelijk mensen zoeken die met jou willen vreemdgaan. Dan hoef je niet eens een beetje moeite te doen om je relatie te verbergen. Het werken voor de relatie lijkt voor sommigen niet weggelegd.

Ja, ik weet het. Soms heeft iemand alles geprobeerd, maar het werkt allemaal niet. Dan grijp je automatisch en volkomen logisch naar vreemdgaan. Toch? Lijkt me niet. Je spullen inpakken en wegwezen is ook een idee. Het is vast allemaal gecompliceerder. Er zitten wel 1000 scenario’s in mijn hoofd over hoe het zou kunnen dat men iemand wil belazeren waar ze van zeggen te houden. Ik kom elke keer uit op hetzelfde punt: vreemdgaan is vreemdgaan, wat er ook aan de hand is.

Internet is een poel voor mensen die van vreemdgaan een sport maken. Even de open-relaties terzijde gelaten. Op Twitter ontvangen mensen berichtjes, zo ook ik, van mensen die huisje-boompje-beestje hebben, maar toch nog even spannend willen doen met anderen. Ik kijk er amper nog van op. Het hoort er gewoon bij, lijkt het. En het is makkelijk, dus waarom zou er geluisterd worden naar dat gekke stemmetje, wat men ook wel geweten noemt, in je hoofd?

Het is duidelijk dat alles lekker makkelijk wordt. Het bij elkaar blijven is makkelijk, want je hoeft niet te werken voor je relatie om de spanning erin te houden. Gewoon vreemdgaan, via Second Love en VictoriaMilan wordt dat gewoon even voor je geregeld. En komt je partner erachter? Even googlen en dan weet je ook weer hoe je dat kan oplossen. Oh, het is zo simpel.

 

Domme vragen

Die bestaan niet, zegt men. Men lult maar wat.

Natuurlijk zijn er domme vragen. Vragen waarop het antwoord zó voor de hand liggend is dat je je afvraagt waar diegene het lef vandaan haalt om ze überhaupt te stellen.  Of waar geen echt antwoord op te geven is. Of van die vragen die meteen je nekharen omhoog laten springen omdat ze eigenlijk bol staan van veronderstellingen. Je kunt bijna zien hoe de radartjes in de hoofden van die mensen gaan, en dat ze je dan gelijk in een hokje plaatsen. Moet je net bij mij zijn. Van domme vragen word ik spontaan agressief. Ze roepen bij mij allemaal tegenvragen op.

‘Waarom heb jij nog geen kinderen?’, bijvoorbeeld. Hoe bedoel je, NOG? Wie zegt dat ik ze wil? Misschien kan ik ze niet eens krijgen, daar wel eens aan gedacht? Misschien ben ik wel helemaal niet geschikt als ouder. Heb je weleens om je heen gekeken, moet ik in deze verrotte wereld mijn bloedeigen kind loslaten? Ik heb al moeite met mijn katten alleen thuislaten als ze een snotneus hebben… Wat dan ook; het is blijkbaar heel raar om niet zo nodig aan kinderen te willen. Het verbaast me dat in de huidige maatschappij mensen nog steeds zo hopeloos ouderwets en veroordelend kunnen zijn over dit soort thema’s. En dat Jan en Alleman het heel normaal vindt om je daarover aan een kruisverhoor te onderwerpen. Alsof het hun zaak is. Nee, ik haat kinderen niet. Ja, lijkt me best leuk; een samensmelting van jou en de persoon van wie je houdt. Nee, ik heb geen haast. Ja, ik ben ook best gelukkig zonder. Mag ik misschien eerst een leuke man vinden waarmee ik iets kan opbouwen voordat ik aan kinderen denk? Ik weet dat ik AL dertig ben… Laat me met rust!

Over die leuke man te gesproken: ‘waarom ben jij NOG vrijgezel? Wat heb jij fout gedaan?’ Ehm, wie zegt dat ik wat fout heb gedaan? Hoewel we allemaal altijd wel wat fout doen natuurlijk. Waarom ben jij zelf dan vrijgezel? Misschien wil ik wel helemaal geen relatie? Zijn relaties (net als kinderen) zaligmakend? Misschien kom ik wel net uit een relatie? Waarom gaat dat jou wat aan, moet je wat van me dan? Laat me met rust!

Je zou bijna denken dat je een of andere loser bent als je geen kinderen hebt. Of single bent. Stel je voor dat je single bent en geen kinderen hebt….. Lijkt mij hartstikke fijn; toch minder gecompliceerd. Ik heb geen rekening te houden met een vervelende ex, bezoekregelingen en al die hoofdpijn. Ik hoef niet per se binnen de kortste keren huisje boompje beestje. Ideaal toch? Denk ik.  Maar dat kan aan mij liggen.

Irritant als ze zijn, hebben ze stof doen opwaaien waarover ik weer kan gaan nadenken. Ben ik een loser? Waarom heb ik geen relatie? Wil ik wel een relatie? Is er wel iemand voor mij? Moet ik kinderen gaan maken nu het nog kan? Zou ik voor andermans kinderen willen zorgen?

To be continued..

De ultieme relatietest

Een baby krijgen? Zal best. Samen klussen? Kan ik me iets bij voorstellen. Een reis maken dan? Zit ook wat in. Maar mijn toevoeging heeft met iets heel anders te maken. Het is niet aan een plek gebonden, het heeft minder ingrijpende gevolgen, je hoeft er niet zoveel tijd en geld in te investeren en het is op iedereen van toepassing.

Ik heb het hier over Cluedo spelen. En ja, ik ben serieus.

Afgelopen week had ik een huisfeestje, wat heel ontspannen en gezellig begon met wijn en nootjes voor de grote mensen en chocolade en cola voor mij, en toen heb ik dit aan den lijve ondervonden. Ik weet niet meer hoe het precies kwam, maar ineens speelden wij Cluedo.  ‘Wij’ zijn drie familieleden en ik. Ik noem ze verder niet bij naam, want je weet maar nooit…

Het begon dus heel ontspannen en gezellig, maar dat sloeg snel om. De fanatiekeling werd in sommigen gewekt en dat kwam duidelijk naar buiten. Ik zat bijvoorbeeld helaas tussen degene in die haar enthousiasme en haar teleurstelling met stompen uitte en degene die iedereen luidkeels van complotten beschuldigde en dodelijke blikken toewierp. Je kent ze vast wel.

Tussen het raden van wie dan de moordenaar was, met welk wapen en in welke kamer, kwam een heel scala aan emoties en karaktertrekken kwam voorbij. Agressief, wel of niet meewerkend, afgunstig, tactisch, goed of slecht luisterend, wel of niet tegen verlies kunnend. Ik vond het prachtig. Ik ken mijn familie natuurlijk heel goed en hun karakters kwamen stuk voor stuk uitvergroot maar wel accuraat naar voren. Gelukkig waren mijn zus (die durf ik wel te noemen) en ik meer van de vrede en bemiddeling, anders had dit heerlijk avondje best nog eens als ‘Gezelschapsspel wordt crime passionelle’ het nieuws gehaald kunnen hebben. Altijd lachen, die familiefeestjes!

We speelden drie potjes. De eerste won ik. De andere twee bleven  onbeslist. Doordat fanatiekeling en lomperd A bijvoorbeeld snel wilde winnen, de gok nam en ernaast zat. Dat kon ze zo slecht geloven, dat ze riep: ROOD? IN HET BUBBELBAD? MET HET MES? HOE KAN DAT NOU?!
Potje drie eindigde zonder winnaar, omdat fanatiekeling en mevrouw achterdocht B wel eens zelf de kaarten zou gaan schudden en daar blijkbaar niet zo behendig in was, waardoor het spel niet meer klopte. We mochten stoppen, onder voorwaarde dat het spel de eerstvolgende keer dat we elkaar zagen weer gespeeld zou worden en ‘dat kon maar beter heel snel zijn’.

Ik was uitgeput maar een inzicht rijker. Hoe grappig dat iedereen zijn ware ik zo laat zien, alleen maar om gelijk te krijgen. Binnen een kwartier zijn alle onderlinge verhoudingen duidelijk. Ik kreeg nog veel meer psychologische inzichten maar die ben ik natuurlijk ondertussen vergeten. En ik zweer dat ik alleen cola heb gedronken. Maakt niet uit, de strekking blijft hetzelfde. Als je wil weten hoe iemand echt in elkaar zit, speel dan eens Cluedo met hem.

Ik vroeg me af: stel je voor, het zijn de feestdagen en je neemt zo’n spel mee naar je verse lover en zijn familie…fantastische manier om ze allemaal, hem dus ook, op een heel losse manier eens goed te leren kennen. Of je introduceert het bij een groep mensen waarvan je weet dat er ongemakkelijke situaties gaan ontstaan… verdeel en heers anno 2011. Dat wat ik aan het begin zei over ingrijpende gevolgen behoeft misschien enige nuance. Des te spannender!

 

Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij

Als we het hebben over bindingsangst ben ik degene die met een opgetrokken wenkbrauw, in je fantasie dan, want dat kan ik dus nog steeds niet, kijkt. Bindingsangst is een excuus zodat je niet met diegene in zee hoeft te gaan. Het ultieme maatschappelijke geaccepteerde excuus. “Oh, hij heeft bindingsangst, daar kan hij niets aan doen.” De perfecte: “Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij.” Het wordt geaccepteerd. Volledig. Hij heeft bindingsangst. Het is oké. Er zijn meer vissen in de zee. Het is jammer, maar er is niets aan te doen. In mijn ogen bestaat bindingsangst niet.

Totdat ik er één tegenkwam die wel leuk(ig) was. Lief enzo. The good guy. Weet je wel die jongen waar ik een allergische reactie van kreeg? Ja. Juist, die. Waarom kreeg ik een allergische reactie van hem? Omdat hij zo lief was? Nee, dat was het niet. Niet per se. Omdat hij van alles voor me deed? Nee, dat ook niet. Vanwege zijn kleffe koetsjiekoetsjie-gedrag? Nee. Ik wist het niet. Ik snapte het niet. Ik wist niet beter dan dat ik hem gewoon niet hoefde. Niet een beetje, niet helemaal. Het was niet omdat hij 1m95 was en ik helemaal niet gecharmeerd ben van hele lange mannen. Het was niet omdat hij kaal was, en ik totaal niet op kale mannen val. En voor de verandering discrimineerde ook nog eens niet. Nee, dat was het allemaal niet. Zijn handen waren best ok en goed verzorgd. Zijn kledingstijl is totaal niet iets waar ik nou blij van werd. En zijn schoenen waren verschrikkelijk, maar dat was het allemaal niet. Wat was het dan wel? Thamar, jij kut, wat was het dan wel? Hij maakte me bang.

Oprecht bang. Hij was zo into me dat ik niet wist waar ik het zoeken moest. Hij complimenteerde me met mijn zachte haren. Zelfs met mijn figuur. Mijn figuur notabene. Gekker moet het niet worden. Mijn handen. Mijn nagels. Alles was perfect voor hem. Mijn sigaretjes werden aangestoken en de lege glazen werden naar de keuken gebracht. Ik zag dit allemaal roerloos aan. Wat moest ik daar nou mee? Iemand die zo into me was, dat bestaat niet.  Of nou ja, natuurlijk bestaat dat wel. Ik ben immers geweldig, maar het maakte me bang. Gewoon echt oprecht bang. Ik zou niet kunnen acclimatiseren met iemand die alles voor me doet. Dat is niet goed voor mij. Vooral niet goed voor hem. Ik zou over hem heen walsen. Heen en terug. Ik moet eruit geluld worden door een kerel. Hij moet mij op mijn plek kunnen zetten wanneer ik dat nodig heb. Anders zal ik te ver gaan. Veel te ver. Ik ken mezelf. Ik ben lastig. Heel lastig. “Ja, dat zijn alle vrouwen” ik hoor het alweer. Nee, geloof me nou maar gewoon. Dat is makkelijker.

Heb ik dan bindingsangst? Wil ik me dan niet binden aan iemand? Wil ik überhaupt wel verkering. Misschien wil ik mijn leven wel alleen doorbrengen. Gewoon, lekker. Mijn eigen zin doen. Geen rekening houden met een man. Nee, dat wil ik ook niet. Dat is de toekomst van een oude vrijster. Daar ben ik niet voor gemaakt. Maar samen zijn. Ik kreeg vast zo’n aanval omdat ik allergisch was. Omdat ik me niet aangetrokken voelde tot hem. Niks. Niet eens een beetje.  Dat is het. Dat kan niet anders. Bindingsangst. Pf, dat bestaat niet.

Dus ja, het ligt wel degelijk aan mij. En niet aan hem. Vervelend dat ik deze verschrikkelijke verklaring nog eens gebruik. Had ik nooit verwacht. Het lag namelijk altijd aan hen.

 

Vrouwen

“Ik heb nieuwe lingerie nodig. Hij komt vanavond langs. Volgens mij is vanavond dé avond. Weet je wel, de avond!” “Ja, dan moet je wel even naar de stad. Even langs de Hunkemöller, of de Livera. Misschien nog ietsjes hoger gooien en naar de Christine le Duc?” “Ja, ja, zoiets!” “Oh, kijk mijn haar! Dat zit er ook niet uit. Wat een ellende! Ook maar naar de kapper, ik hoop dat ze nog plaats hebben.” “Ja, inderdaad, hoop ik ook voor je.” “Niet alleen mijn haar, ik heb ook een nieuwe outfit nodig, we gaan eerst daten. En volgens mij heeft hij wel alle mogelijke combinaties gezien die ik in mijn kast heb hangen. Nieuwe kleren dus!” “Ja, dat ook. We moeten wel opschieten, want zo kom je straks nog tijd te kort. Heb je de kapper al gebeld?” “Ja, ik kan over een uurtje terecht. Als we nu vertrekken, dan kunnen we het precies rond krijgen voordat hij je komt ophalen.” De beide dames pakte hun jassen, tassen, controleerde het haar in de spiegel. Op het moment dat ze het haar en de lipstick goed hadden gekeurd, sloegen ze de deur achter zich dicht.

Eenmaal aangekomen in de stad was het stressen geblazen. Welke lingerie? Zwart? Rood? Paars? Blauw. Alle kleuren van de regenboog. Zoveel keuzes, zoveel gedoe. “Welke moet ik nu kiezen?” “Ik weet het niet, probeer ze allemaal.” Dat besloot ze te doen. Eerst de rode. Toen de zwarte. Daarna de paarse en vervolgens de blauwe. “Pfff. Ik ben dik, het is allemaal geen gezicht! Ik kan net zo goed niets kopen, wie wilt mij nou met zo’n lijf?” “Stel je niet aan.” “Nee, echt! Kijk die vetkwabben. Daar – wijst naar haar heupen –, daar – wijst naar haar buik – en daar – wijst naar haar benen – . “Verschrikkelijk. Ik kan wel janken.” “Ik zei dat je je niet zo aan moest stellen.” “Pff, kijk die buik! Het lijkt net of ik een basketbal heb ingeslikt! Of een wereldbol. Anyway, het is gróóót!” “Laat me kijken,” zei de vriendin en trok het gordijn van het pashokje open. Ze keek, bestudeerde gebiologeerd en zei: “Stel je niet zo aan,” en trok het gordijn weer dicht. “Hm, ok,” en ze trok het setje uit. “Op naar de volgende winkel maar. Zullen we eerst de Zara doen? Als ik daar niets vind de H&M en misschien ook nog wel even de Bershka.” “Prima.” De dames slenterde door de stad, praatte honderduit over van alles en nog wat, maar vooral mannen.

“Deze man is zo leuk! Het is echt een tijd geleden dat ik zo iemand heb ontmoet.” “Ja, hè?” “Hij is lief, attent, romantisch, maar ook een man. Ik vind hem echt leuk.” “Snap ik, zou ik ook vinden.” “Hij heeft natuurlijk wel zijn nadelen. Hij is bijvoorbeeld ontzettend langzaam. Komt altijd te laat. Maar hij is zo leuk, dus ik pik het.” “Hmm, ja, niet te lang, anders verandert vijf minuten, naar vijftien en dat wordt zo rustig aan een uur.” “Ik weet het. Maar hij is zoooo leukkk.” “Ja, ja, nu weet ik het wel.” Eenmaal in de winkel aangekomen pakte ze alle leuke kledingstukken uit het rek en paste alles aan. Uiteindelijk werd het na een hoop gezeul en gedoe een mooi zwart jurkje van de H&M. “Een jurkje, is dat niet een beetje over de top. Straks denkt ‘hij dat ik gek ben.” “Dat denkt hij toch wel.” “Bedankt hè!” “Het is ok.” Eenmaal bij de kapper aangekomen wilde ze d’r haar in laagjes. Duurde ook weer dertig minuten. Dertig minuten tijd te kort. Toen ze bij de kapper zat bedacht ze zich ook nog dat ze acrylnagels wilde zeggen. Kostte ook weer 45 minuten. In al die tijd had ze het over niets anders dan over de aankomende avond. Haar vriendin werd een beetje gek van haar, maar het was ok. Het hoorde erbij en dat wist ze.

Nageltjes gedaan, haartjes gedaan een lingeriesetje gescoord en een mooie jurk inclusief schoenen. Ze was er klaar voor. Ze wilde de stad uitlopen toen ze ineens riep dat ze ook nog een Brasilian wax wilde. Haar vriendin trok een wenkbrauw op, maar goed, prima. “Alleen, ik wacht wel buiten.” Ze liep naar boven om haar poes, oksels, benen en armen te laten harsen. Alles ratsj eraf. Lekker glad, dacht ze. Eng was het wel. Het zal vast wel pijn doen. Toch deed ze het. Op haar tanden bijten met haar tong ertussen. Alles voor een perfecte avond. Het hoefde niet per se romantisch te zijn, maar het moest wel perfect te zijn. Ze wilde dat het bijzonder was. Vooral omdat ze hem leuk vond, daarom deed ze al die moeite. Voor hem en ook een klein beetje voor zichzelf. Ze voelde zich lekker als ze er mooi uitzag. Als ze zich goed voelde, straalde ze dat ook uit.

Met rode wangen liep ze naar beneden. Haar gezicht was wat bezweet. Het had best zeer gedaan, maar ze wist waar ze het voor deed. “Zo, klaar? Gaat het?” Ze knikte. Ze wandelden naar de metro en gingen naar huis. Het was tijd om te douchen. Het was immers al bijna etenstijd. Om 8 uur had ze afgesproken met hem. Hij zou haar ophalen en ze zouden uit eten gaan en daarna gaan ze seks hebben. Alleen wist hij dat nog niet. Maar zij was al helemaal voorbereid. Ze had het precies uitgestippeld. Ze zouden gaan eten, even wandelen en daarna zou ze hem vragen met haar mee te gaan naar huis. Vanaf daar heeft hij het natuurlijk door.

Ze trok haar nieuwe lingerie aan, daarover haar nieuwe jurk, nieuwe schoenen en zorgde ervoor dat haar haren perfect zaten. Haar nieuwe nepnagels werden rood gelakt. De make up werd perfect verzorgd. Ze stapte de woonkamer in waar haar vriendin zat. Haar mond viel open. “Prachtig, als hij niet bezwijkt, is het een sukkel.” Ze lachte. De deurbel.

Daar was hij eindelijk. Na een hele dag voorbereiding was hij daar. Ze opende de deur en liep naar buiten. Hij kuste haar op de wang en begeleidde haar naar de auto. Hij zag er mooi uit. Goede jeans, mooie schoenen, blouse aan, maar niet tuttig. Wel stoer. Altijd stoer. Wat zij zo belangrijk vond. In het restaurant konden ze niet stoppen met praten. Het was ontzettend gezellig. Ze genoten van de avond en van elkaar. Het was bijna perfect. Na het eten vroeg ze inderdaad of hij met haar naar huis wilde. Hij knikte. Hij zou immers geen man zijn als hij zou weigeren. Ze stonden al een tijdje met elkaar in contact, ze vonden het gezellig en hadden het reuze naar hun zin. En hij vond haar ook leuk.

Bij haar thuis aangekomen gingen ze nog even op de bank zitten. Van het één kwam het ander. Zoenen op de bank. Strelen op de bank. Wandelen naar de slaapkamer. Jurk uit. Schoenen uit. Daar stond ze. In haar nieuwe prachtige lingerie.

In het donker.

 

Serial Dater

Eigenlijk, heb ik sinds dat ik vrijgezel ben, nog niet één keer een date gehad. Een date-date dan. Zo een met potentieel, zeg maar. Het scheelt natuurlijk ook wel dat ik absoluut niet kieskeurig ben en dat ik ontzettend van daten houdt. Daar heb ik al vaker wat over geschreven alleen of ik het nou leuk vind of niet, het doet er niet meer toe. Soms wil ik gewoon een date. Een date-date. Een man-man die je het hof maakt-maakt. Zo een die graag bij je wilt zijn omdat hij je gewoon leuk (denkt) te vinden.

Dat zenuwachtige en ongemakkelijke gedoe neem ik dan maar even op de koop toe. Het zoeken naar onderwerpen om over te praten, goed, je kan niet alles hebben. En de angst om iets doms te zeggen, ach, die heb ik sowieso niet. Ik zag namelijk nooit wat doms. Oké, niet keihard in lachen uitbarsten nu, hè. Ik ben niet wanhopig voor een date. Maar het zou wel eens leuk zijn om wat andere, nieuwe mensen te leren kennen. Er hoeft niets uit te groeien, ik zit ook weer niet écht verlegen om een relatie (ik mag geen verkering meer zeggen). Ik vind het wel best zo. Als ik er aan denk hoe een relatie kan zijn, zit ik liever alleen op de bank en lig ik liever alleen in bed. Totdat het koud wordt, want dan is een relatie plotseling erg aantrekkelijk.

Misschien word ik wel een serial-dater. Ik bedoel, van ervaring leert men. Dan ben ik bij date nummer 200 niet meer zo ongemakkelijk als dat ik was bij date 1. Als ik dan op m’n bek ga op mijn killerheels, ren ik niet meer naar huis om me vervolgens in een hoekje te gaan huilen. Dan zal ik hem gericht kunnen ondervragen als een echte ervaren personeelsmedewerker, maar dan anders.  Maximaal 4 dates per persoon. Daarna is het klaar. Ik heb dit trouwens gepikt uit een film die ik laatst zag op televisie, ik geloof dat deze I Hate Valentine’s Day heette. Ik vond dat wel een goed idee. Het moet dan niet eindigen in verliefdheid ofzoiets. Daar zit ik niet op te wachten. Of zoals ontzettend interessante mensen altijd zeggen: “Ik heb daar geen tijd voor.” Ik denk dat ik die gewoon ga gebruiken. Vier dates. Dan leer je iemand net genoeg kennen om er finaal op af te kunnen knappen. Als je bij date 1 al afknapt, dan is dat ook weer mooi meegenomen natuurlijk, kan je direct door naar de volgende. Win-win. Ik zie geen problemen. Alles is peachy en iedereen is blij. Tenminste ik. Ik wil alleen maar serialdaten met mooie, lekkere mannen. Ook wel intelligent, dat is altijd een mooie bijkomstigheid.

Oké, even zonder gekkigheid. Ik date niet. Ik doe geen moeite om te daten en ik ga amper tot niet in op uitnodigingen. Het is vrijwel altijd nee. Dat is niet omdat ik hem niet aardig vind. Of aantrekkelijk. Oké, het laatste dus wel, maar dat zeg ik gewoon niet hardop. Dat hoeft niemand te weten.

 

De donkere zwarte kant,

Een levenslange verbinding, zoals trouwen of kinderen, iedereen droomt ervan. Vooral als je jonger en meisje bent. Ik droomde nooit van die dingen. Ik en kinderen? Dat zou nooit goed aflopen. Gelukkig is dat niet het geval en heb ik de liefste kinderen van de wereld, zoals iedere goede moeder betaamt te zeggen. In mijn geval is dat ook echt zo. Op mij kunnen ze rekenen, altijd. En ik ook op hen. Zo werkt dat gewoon, ook al zijn ze nog maar acht en vier.

Ik mag wel pornoverhalen schrijven op deze site en lekker blaten over hoe ongelofelijk leuk het single zijn wel niet is, wat negen van de tien keer ook zo is. Ik vind het echt niet heel erg. Soms klaag ik omdat ik zo’n voor eeuwig alleen momentje heb dan. Maar het single-zijn heeft ook een keerzijde. Een zwarte donkere keerzijde waar ik heel veel moeite mee heb. De kindertjes heb ik natuurlijk niet alleen gekregen. Dat is een product uit een achtjarige relatie met Ex. Het mooist wat er is. Daar is geen twijfel over mogelijk. Oh ja, genoeg over het mooiste. De donkere zwarte keerzijde waar je altijd een eerste keer doorheen moet als je kinderen hebt: de nieuwe partner.

In mijn geval is Ex de eerste die een ‘nieuwe partner’ heeft gevonden. Bij die ‘nieuwe partner’ hoort ook het ontmoeten van de kinderen. Ook al zijn ze nog geen drie maanden samen. Of vier. Ze zijn al serieus. Denk ik; want hij wil ze voorstellen aan zijn ‘nieuwe partner’. Ik heb het daar heel erg moeilijk mee. Dat hij een nieuw vriendinnetje heeft maakt me allemaal niet zoveel uit. Dat is wat het is. Maar op het moment dat hij zijn kinderen komt halen voor de vakantie en gewoon even zegt dat hij ze gaat voorstellen aan zijn nieuwe vriendin, moet ik even slikken. “Ja, dan kunnen ze lekker met haar kinderen spelen.” Zegt hij doodleuk. Nou, het spijt me zeer dat ik daar een beetje misselijk van word. Of wat zeg ik, een beetje? Een beetje boel. Gewoon echt naar. Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd, van links naar rechts bonken ze tegen mijn hersenen.

Wat nou als ze haar leuker vinden dan mij? Stel je voor dat ze daar willen blijven. Die prachtige verhalen waar ze straks mee thuiskomen, met de dingen die zij hebben ondernomen met dat hele gezin, straks vinden ze haar een betere moeder! Ik wil niet dat ze de haren kamt van mijn meisje. Of gaat voetballen met mijn jongen. Straks geeft ze mijn kinderen bijnamen. Leukere bijnamen dan ik ze geef. De goedenachtkus, die gaat zij ze straks geven. Straks komen ze thuis met kleding die zij heeft gekocht voor ze!

Niet goed word ik ervan. Ja, ook ik zal ooit een keer een vriend krijgen. Iemand waar ik serieus mee zal zijn. Dan zal hij de klap ook krijgen. Denk ik. Hoop ik, stiekem. Dit is natuurlijk niet alleen omdat hij de kinderen aan zijn nieuwe vriendin voor gaat stellen. Hij is over me heen. Volledig. Helemaal. Ik doe er niet meer toe. Het is over. Ook al wilde ik het zelf en ben ik klaar met hem. Ik zou er niet aan moeten denken dat hij en ik ooit weer samen komen. Toch voelt het raar dat hij ook klaar is met mij. Raar geval ben ik. Ik weet het. Toch is dat maar een minuscuul stukje van het hele gevoel. Het gaat mij vééél meer om mijn kinderen. Het zijn mijn kinderen. Ik wil ze niet delen. Met niemand.

Zeker niet met haar. Ook al weet ik niets van haar. De jaren dat ik in dat stadje heb gewoond heb ik haar nog nooit gezien. En geloof me, zo groot is het daar niet. De meesten ken je toch wel, al is het van gezicht. Vooral als ze in mijn leeftijdscategorie vallen. Gek genoeg, ken ik haar dus niet. En weet je, ik haat haar nu al. Mijn kinderen, mijn bloed, horen bij mij. Niemand moet hen voorlezen voor dat ze gaan slapen. Of een goedenacht kus geven. Oh, en het ergste; straks komt mijn dochter thuis met Hello Kitty spul. Even zonder grapjes. Het is niet grappig. En helemaal niet leuk.

Ook hier zal weer tijd overheen gaan. Weer iets wat ik moet verwerken uit een levenslange verbintenis. Dit is niet het eerste en vooral niet het laatste. Mocht ik ooit weer zo’n verbintenis aan zou willen gaan met iemand, schop me dan even op m’n knieschijven.

Dank u.

 

 

Moeder

Er bestaan bijna nergens zoveel ideeën en misverstanden en cliche’s over.

Het komt er op neer dat ze heilig zijn of ze op zijn minst zo moeten gedragen. Moeders moeten alles aan de kant zetten voor hun kroost. Ze hebben een 24/7 baan waarvan ze nooit vrij kunnen of, god forbid, mogen willen zijn. Hun uiterlijk en behoeftes doen er niet meer toe. De kids is wat ze eet, drinkt, slaapt en droomt (als ze daar de tijd voor vindt). De band tussen moeder en kind is vanzelfsprekend, niet te breken, uniek, onvoorwaardelijk en oh zo mooi. Moeders draag je op handen.

Yeah right.

Vandaar dat je van die types hebt die hun eigen dochter tegen betaling aan hele dorpen uitlenen. Vandaar dat vrouwen zich schamen om toe te geven dat ze hun eigen kind niet liever dan wat dan ook op de wereld vinden. Alsof die wezens waar je bloed, zweet, tranen, toewijding en liefde in hebt gestopt, geen vreselijke monsters kunnen zijn.

Ik pleit voor een beetje meer common sense. Ik spreek uit ervaring. Ik heb namelijk zelf ook een exemplaar. En jeetje, wat voor een.

Mijn moeder.

Ze is er zo een waarbij je altijd, no matter what, terecht kan. Die nooit om tekst verlegen zit en met iedereen wel overweg kan. Die erg spiritueel is. Ze praat een uur in een kwartier en van hak op de tak. Ze is nog steeds erg jong van geest en ziet er altijd goed uit. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik met gemak een heel paard en dan nog een beetje wegvreet. Ze heeft alles altijd spic en span op orde. Zolang het niet al te formeel is, kan je haar overal wel mee naartoe nemen en je kapotlachen.

Ze is er ook zo eentje die me rustig om vijf uur in de ochtend opbelt, omdat ze daar zin in heeft. Ze is er zo een die bij iedereen opschept dat ze zo trots is op haar dochter, die eh.. iets met archeologie studeert, terwijl ik gewoon communicatie deed. Die niet kan wachten me in een kamer vol met anderen voor schut te zetten. Die in slaap valt met pannen op het vuur, sigaretje in de hand, die gewoon even de hond bij de supermarkt vergeet en de huisdeur niet altijd achter zich sluit. Die de rollen nu al omgedraaid heeft en ervoor zorgt dat ik moeder over haar, dus. Die altijd gelijk heeft, en zo niet, dat nooit zal toegeven. Die meent van alles te mogen roepen, omdat zij nou eenmaal de ouder is.

Als kind denk je altijd: ‘Later als ik groot ben, doe ik het allemaal heel anders’. Dat is me tot op zekere hoogte wel gelukt. Mijn moeder had op mijn leeftijd twee kinderen, waar ze voor thuis bleef. Ik heb twee katten, die ik regelmatig vergeet eten te geven. Ik moet er niet aan denken om niet te werken. Door mijn moeders schade en schande weet ik heel goed wat ik wel en niet wil. In relatie tot mannen en het huishouden bijvoorbeeld.

Ik heb me vaak geschaamd voor mijn moeder. Ik kan haar nog steeds met enige regelmaat wel achter het behang plakken. Ik heb haar ook weleens heel erge dingen gewenst, in mijn hoofd dan. Ik weet zeker dat dat, op het schamen na, geheel wederzijds is (ik doe namelijk nooit dingen waarvoor wie zich dan ook hoeft te schamen, natuurlijk 🙂 ).

Mijn moeder in een notendop. Met haar plussen en haar minnen, zoals er zovelen zijn. Ze zijn soms net mensen 😉

Scharrelen: poging 1

‘WAT? Hoe weet jij wat zijn favoriete drankje is en waarom haal jij die in huis? Blijft ie slapen? HIJ KRIJGT ONTBIJT? Ik wou dat ik vrouwen deed, dan werd ik meteen ook jouw scharrel… Ik doe alleen de deur voor ze open, en als ze geluk hebben en ik zin heb ervoor mijn nest uit te komen ook weer dicht.

Twee weken into mijn allereerste poging tot scharrelen en ik had duidelijk al een doodzonde begaan. Mijn vriendin had ogen zo groot als schoteltjes en ze was bijna beledigd. Zulke dingen hoorde ik toch te weten? Nou, nee. Ik deed maar wat.

Ik kon er, als nieuwbakken vrouw van losse zeden, weinig tegenin brengen allemaal. Rare regeltjes zeg, die heb je bij een ‘normale’ relatie toch ook niet?! Ik deed een poging. ‘Ja maar… je schopt mensen toch niet zomaar de straat op?’ Blijkbaar wel. ‘Je mag toch wel ook aardig voor elkaar zijn en niet per se echt alleen sex hebben?’ Blijkbaar niet. Nou, dat scharrelen vond ik nu al geen reet meer aan. Hou je sex dan lekker. Ik ben geen robot….

Nieuwe poging. Knuffelen? Nee. Activiteiten buiten de deur? Hell no. Dan loop je kans gevoelens te kweken. Nou en, was mijn eerste gedachte. Kan toch, dan spreek je dat uit en dan krijg je een relatie en leef je nog lang en gelukkig. Of de ander voelt niet hetzelfde en dan leef je lang en gelukkig, maar niet met elkaar.

Ik liep sowieso geen risico. Ik was niet verliefd. Ging ik ook echt niet worden, dat was zeker. Niet omdat ik dat niet wilde, maar omdat de vlinders gewoon niet kwamen. Ik was er klaar voor hoor, of ze nou beantwoord zouden worden of niet, in mijn buik waren ze welkom. Ik zou er wel mee kunnen omgaan. Zo niet, dan niet, dat zou ik dan wel weer zien.

Hij was attent, intelligent, grappig, ambitieus, hij had een spleetje tussen zijn tanden en een lekker plat accent. Bovendien een Ken-buik en mooie, rechte schouders. En, voor een scharrel natuurlijk hartstikke belangrijk: de sex was banging. Meer woorden wil en hoef ik er niet aan te verspillen. Gewoon, banging! Daar lag het dus niet aan.

Wat was er dan wel mis? Ik vond hem niet mooi. De dreads waar anderen, *kuch* Thamar *kuch* bijvoorbeeld, zo weg van zijn, stoorden me. In bed gingen ze alle kanten op en leidden me af. Ik dacht aan een sprinkhaan en vond dat stiekem grappig, dat is toch erg? De remedie ‘gewoon ogen dichtdoen’ hielp hier nog wel.  Als ik wilde slapen en ze lagen weer op mijn kant, dan irriteerde ik me er mateloos aan. Hoewel ik het anders zou willen, maakte alles eromheen dit defectje helemaal niet goed. Nou, dat was ook weer duidelijk. Ik ben oppervlakkig. Blijkbaar is uiterlijk belangrijker voor me dan ik dacht of wilde toegeven. Ik ben helemaal niet anders dan anderen, ik heb de diepgang van een fruitvlieg….

Vanaf daar ging het mis. Ik wilde niet met hem over straat. Had ik gewoon geen behoefte aan. Wilde ie ineens hand in hand lopen. Mooi niet. Tussendoor bellen over ditjes en datjes. Thanks but no thanks. Werd ie boos. Nouja. Ik hield me netjes aan de afspraken, deed ik het nog fout!

De scharrel-val. Verliefd worden. Meer willen. Ja hoor, we waren erin getrapt en heel hard gevallen.  Niet ik, maar hij. Hij was gek op me. Wilde een relatie. Ja, toch wel… leuk, een compliment ofzo, maar nee, ik kon er niks mee. Werd ik nog beschuldigd van het spelen van spelletjes ook, want ik had het zo gezellig gemaakt. Ja hoor. Nog ff.

Dit was scheef gegroeid. Hier kon even je ogen dichtdoen niet meer tegenop. Ik kon niet anders dan het beëindigen. Dat was een kort en krachtig avontuur. Nu mijn vriendin nog onder ogen komen om haar gelijk te geven. Ik kon mijn volgende preek al horen: ‘Ik zei het je toch. Jullie gingen uit op stap en uit eten, for gods sake, dan krijg je dat!’

Ja…. Dat weet ik nu. Ik heb mijn lesje wel geleerd hoor. Ten eerste: scharrelen lijkt ‘vrijheid, blijheid’ maar komt met een waslijst aan eisen en verwachtingen. Ten tweede: ik ben dus oppervlakkig. Niet alleen dat, er mag ook gevoelloos bij en ik speel -blijkbaar- mindgames. Ik kan lust en liefde gescheiden houden. Ideaal dus. Nog eventjes leren wat zakelijker te zijn en ik ben er weer klaar voor.  Ik zeg: scharrel nummer 2, komt u maar!

Dat doe je gewoon niet. Echt niet.

Vele vrouwen, veelal met relatie, walgen van het soort vrouwen die seks hebben met mannen in relatie, of nog erger; vrouwen die een ‘relatie’ hebben met een man die al een relatie heeft. Het laatstgenoemde is de zogenaamde buitenvrouw. Het maakt niets uit wat die vrouwen te zeggen hebben in hun verdediging. Elk argument is ongeldig. Dat doe je gewoon niet. Punt. Toen ik in mijn relatie zat dacht ik er ook zo over. Ik had vriendinnen die seks hadden met mannen die lang en breed in een relatie zaten. Vaak was het vrouwtje ook nog eens zwanger.  Ik haalde mijn schouders op, want wie ben ik om hun te corrigeren. Het is hun leven en trouwens, ik kan corrigeren tot ik een ons weeg, het schiet niet op. We zijn allemaal volwassen en kunnen onze eigen keuzes maken, goed of niet. Alleen mijn vriendinnen gaven niet bijster veel om die man. Zij waren minnaressen. Als hun ‘ware’ op hun pad kwam, verdwenen zij als sneeuw voor de zon.

De buitenvrouw is een heel hoofdstuk apart. Het is natuurlijk zo dat zij weet heeft van de ‘andere’ vrouw. Eigenlijk is zij de ander, maar ziet zijn echte vrouw als de ander. Ergens vraag ik me af wat er in dat koppie van die buitenvrouw omgaat. Bijster slim vind ik haar niet, maar ik vind haar ook lang niet altijd dom. Er zijn natuurlijk vrouwen die er gewoon ‘ingeluisd’ zijn door de man in kwestie. Die heeft ten alle tijden volgehouden dat hij geen ander had. Dat zij de enige was. Alleen heel cliché gezegd; ‘al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel’. Moge dat waarheid zijn. Alleen de grens tussen minnares en buitenvrouw is erg dun. Bijna niet te zien. Want oh wee als je verliefd wordt op hem, wetende dat hij een vrouw heeft. Voor je het weet ben je een buitenvrouw. Oh, en les één: kinderen binden niet. Dus ook al ben je een buitenvrouw, ben je helemaal tot over je oren en weak in your knees about him, ik wil je bijna smeken de pil op tijd te slikken en de condoom heel te houden. Maar al met al, wij vrouwen vinden de buitenvrouw vaak een slang. Dat soort dingen doe je een andere vrouw niet aan. We need to stick together. Als vrouw zijnde hoor je een schuldgevoel te hebben als je seks hebt met de man van een ander. Hoort dat, ja?

Ik kan het niet goedpraten, ik wil het niet goedpraten, maar er is altijd veel meer aan de hand dan wat er wordt gezien. En nee, ik ben geen buitenvrouw, noch buitenvrouw geweest.

Ik ben nu onderhand twee jaar single en word benaderd door mannen die alles zijn, behalve single. Vrouwtje thuis, kindertjes thuis, leuke baan, ditjes, datjes en nog meer van die dingen waardoor je zou denken dat deze man gelukkig zou zijn. Misschien is hij ook wel heel erg gelukkig. Misschien is hij een polyamorist gevangen in een ‘gesloten’ relatie en gaat ‘gedwongen’ vreemd. Nee, niemand dwingt hem bij zijn vrouw en kinderen te blijven en ja, ik ben het er mee eens dat hij weg zou moeten gaan als hij ongelukkig is. Alleen weggaan bij de vrouw van wie je houdt doe je ook niet zomaar in een handomdraai. Echt, ze houden zeker wel van hun vrouw en nog meer van hun kinderen. Er is alleen een gen, teveel of te weinig. Misschien toch ongelukkig. Houden van is een diepe valkuil met een hele steile wand. Je klimt niet zomaar uit die kuil, dat kost heel veel bloed, zweet en tranen. Nadat deze valkuil bijna is overwonnen, staat hij op de rand van de afgrond. Met één been wankelt hij, want hij heeft pijn. Zijn hart valt bijna uit zijn borstkas. De vrouw aan wie hij zijn hart en ziel heeft gegeven, die heeft hij verlaten – of zij hem vanwege het onophoudelijke vreemdgaan. Gelijk heeft ze, want als je het niet pikt, pik je het niet en dan moet je je standpunt innemen. Alleen ook dat gebeurt niet altijd. Of eigenlijk zelden. Ik ken maar weinig succesverhalen van vrouwen die direct na het vreemdgaan van de partner hun biezen hebben gepakt en zijn gaan inwonen bij hun moeder. Of vriendin. Want goed, we can work it out, is veel gehoorde smoes (?). En weer die smerige valkuil hè? Houden van.

Als buitenvrouw zijnde plan je het niet om te houden van iemand die al in relatie zit. Ik zeg; wegrennen op het moment dat je erachter komt dat hij een vriendin heeft. Dat zou ook het beste zijn. Maar maken we altijd de beste keuzes? Nee. Zouden we wel moeten doen, natuurlijk. Toch, als de vrouw afstand bewaard zal hij moeten jagen. En jagen, zijn mannen daar niet voor geboren? Ga erachter aan wat je wilt, want dan zal je het krijgen lijkt door hun hoofd de bonken. Doorgaan, doorgaan, doorgaan, tot je het hebt. En wonderbaarlijk, het lukt ze ook regelmatig. Er zullen altijd vrouwen zijn die hem the finger geven en blijven geven, volhardend zijn en zich niet laten inpakken door praatjes en mierzoete gebaren. More power to them. Dan heb je de anderen, die zich wel laten inpakken door zijn zoete gebaren en zijn smooth operator praatjes. Zijn die vrouwen dan per definitie slecht? Nee. Er zullen veel leugens de revue passeren. Hij kan zelfs zo ver gaan dat hij nooit vertelt dat hij een relatie heeft en dat jij maar een sidedish bent. Er zijn mannen die zo sterk zijn in het leven van een dubbelleven dat je het nooit zal merken als hij bij zijn andere gezin zit. Of eigenlijk, zijn echte gezin. Als een vrouw het weet dat de man een relatie heeft is het allemaal niet zo makkelijk meer. Het is vaak zelfs al zover uit proporties geslagen dat de vrouw in die smerige valkuil is gevallen. Je weet wel, die houden-van-valkuil.

Een buitenvrouw is nooit zielig. Verdient ook geen medelijden wat mij betreft. Alleen ik kan me niet verplaatsen in wat ze dan wel zijn. Hoe het komt dat ze het zover laten komen. Natuurlijk zullen er vrouwen zijn die gewoon dikke vette schijt hebben aan de vrouw met wie hij een relatie heeft. Zij zullen hem versieren wetende dat hij een relatie heeft. Zullen dit zover doorduwen dat hij zijn huidige vrouw verlaat voor haar. Die heb je ook nog. Er zitten zoveel verschillende kanten aan dat ik er nu bijna scheel door kijk. Ik weet haast niet meer waar ik het zoeken moet, maar deze vrouwen, ik weet het niet. Duidelijk dat er meer is dan het oog laat zien. De conclusies die worden getrokken door kamp Tegen Buitenvrouwen kunnen best juist zijn. Al denk ik niet dat je zo kortzichtig mag denken over vrouwen die zich lenen voor het buitenvrouw-spektakel. Of ze er nou ingeluisd wordt of schouderophalend, met de kennis dat hij een vriendin heeft, doorgaat of om wat voor reden dan ook buitenvrouw wordt. Het is en blijft een ingewikkeld iets, wat je waarschijnlijk nooit geheel zal begrijpen als je zelf nooit buitenvrouw bent geweest.