Berichten

Dit is Nederland

Was ik maar een alleenstaande moeder. Dan kreeg ik alles en deed ik er niets voor. Ik zou alle tijd van de wereld hebben om leuke dingen te doen. Ik zou spontaan de zon in kunnen als ik dat zou willen, of hele dagen in bed kunnen slijten. Waarom zou ik op een kantoor een loonslaaf zijn terwijl ik met meer geld, kapotgesubsidieerd op de bank kan internetshoppen? Iedereen zou medelijden met me hebben. Mensen zouden voor me willen zorgen, me extraatjes toestoppen, klusjes voor me doen. Ik zou altijd de alleenstaande moeder-kaart kunnen spelen, waardoor niemand kritiek durft te hebben en ik overal mee weg kom.

Ik zou ook graag minder valide zijn. Gaan mensen voorzichtig met je om en verzinnen lievere woorden dan ‘kreupele’ en ‘gehandicapte’. Moet je dan toch werken, dan is dat allemaal zo moeilijk niet en wordt het voor je aangepast. Ook hier subsidies. Overal krijg je dan voorrang en de beste plekken. Ik zou bij concerten altijd vooraan zitten. Parkeerplekken, zitplaatsen, toiletten: overal speciaal voor mij neergezet en gereserveerd. Hoef ik niks voor te doen.

Wat zou ik graag in een normaal Hollands gezin geboren zijn. Zo eentje waarbij vader en moeder allebei aanwezig zijn. In ieder geval tot je zevende levensjaar. Ik had wel een fulltime werkende vader en een parttime werkende moeder willen hebben. Zodat je niet al teveel met ze van doen hebt maar je natje en je droogje toch geregeld zijn. En dan drie keer per jaar op vakantie. Op sport- en muziekclubjes kunnen. En je rijbewijs krijgen. De leukste stageplaatsen en banen zou ik van vriendjes van papa krijgen. Ik zou een opa en oma hebben die regelmatig bonusjes uitdelen en dat soort momenten zou ik dan kiezen om ze eens in het echt te bezoeken. En dan zou ik terloops laten vallen dat ik een auto zou willen kopen of een huis. Het betekent erfenissen en meevallertjes. Als normaal Hollands meisje zou ik zeggen ‘nou, ik word toch wel zenuwachtig als ik niet minstens een buffertje van tienduizend euro op mijn spaarrekening had hoor’ en ‘als je dat niet hebt doe je toch echt iets niet goed’. Ach, wat een luizenleven zou ik toch hebben….

…Welkom in Nederland. Waar het gras altijd groener bij de ander is, we ons afvragen ‘waar doet ie het toch van’, direct gevolgd door ‘mijn belastingcenten’ en ‘waar kan ik klikken’. Terwijl we voor ‘vriendenprijsjes’ onze badkamers laten opknappen en ons huishouden laten doen. Door mensen die verder vooral moeten weten dat ze gasten zijn en hun mond moeten houden. Waar we het kortst werken, de meeste vakantiedagen hebben en die vrije tijd volmaken met zeuren (maar geen actie ondernemen) en veroordelen (maar dan niet openlijk). Waar het er inderdaad allemaal niet altijd even eerlijk aan toe gaat. Waar we in paniek raken als we de tweede auto de deur uit moeten doen. Waar we altijd te weinig aan alles hebben. Groot geworden door klein te blijven, maar werkelijk in het kleinste gehucht waar ter wereld dan ook een bloederige vinger in de pap hebben. Waar de gun-factor alleen bestaat in talentenwedstrijden op tv. Waar alles de schuld van een ander is.  Waar we helden maken van niksnutten. Waar het trendy is om semi-intellectueel over van alles in de wereld een slecht gefundeerde mening te hebben, twitterend in bed op een smartphone met dubieuze onderdelen, terwijl er om de hoek kinderen met lege magen op versleten, gekregen schoenen naar school gaan en de buurman drie maanden dood in huis kan liggen zonder dat we het merken.

Dit alles n.a.v. dit stukje rommel van Annelies van der Veer en alle reacties erop.

 

Werkgevers van Nederland,

Hallo.

Ik zou willen zeggen: hello again. U kent mij al. Ik heb u in de afgelopen vier jaar, sinds mijn afstuderen, namelijk zoveel brieven geschreven dat het leek of wij een innige relatie per post onderhielden. Brieven waarin ik mezelf in zo weinig mogelijk worden, zo goed mogelijk aan u heb proberen voor te stellen, te verkopen. Elke keer weer verdiepte ik mij in uw profiel. Elke brief was gepersonaliseerd, gaf blijk van een oprechte interesse en grondige voorbereiding.

Vol goede moed was ik. Altijd netjes in de lijntjes gelopen, geen roker, geen strafblad, intelligent, goede cijfers behaald, mooi CV, buitenlandervaring, geen 9-tot-5 mentaliteit, betrouwbaar, leergierig en klaar om de wereld te veroveren en gewoon keihard te werken.

Niet alleen zou u mij wel kennen, u staat natuurlijk te springen om mij in dienst te nemen. Niets is minder waar. Zie, u kent mij absoluut niet. Dat wilt u namelijk niet. Mijn brieven hebt u nooit gelezen. U weet helemaal niet dat ik besta. In genoemde periode heb ik pakweg tweehonderd maal mijn ziel en zaligheid in zo’n brief gestopt. Elke keer weer vond ik het spannend, had ik hoop en zag ik het al helemaal voor me. Het ging gebeuren!

Ik ben twee keer op gesprek geweest. Ik heb misschien een handvol afwijzingen per post gekregen. Daarin stond bijvoorbeeld dat ik niet de juiste opleiding had, terwijl ik letterlijk precies dat diploma op zak heb waar u naar vroeg. U noemde mij een man. U presteerde het om ‘accuresse’ te eisen terwijl die excuuskrabbel van drie zinnen die ik van u ontving bol stond van spelfouten. Die andere 194 maal nam u niet eens de moeite om nog van u te laten horen. Zelfs niet toen ik op uitnodiging van uzelf solliciteerde, omdat ik –wonder boven wonder- wel nog in uw portfolio zat en ik volgens uzelf zo goed bij de vacature paste. Ook niet toen ik na twee online tests, een vragenlijst en een grondige analyse van mijn psyche dacht dat u dan toch wel oprechte interesse zou hebben en ik mogelijk een kans zou maken.

Nee, u kent mij niet en u wilt mij niet kennen. Ik ben niet 18 jaar jong met 5 jaar (miraculeus aangeboren) werkervaring, dus ik ben inderdaad niet af te doen met een minimum jeugdloon. Ik ben (nog) niet gehandicapt, ben geen allochtoon, zit niet in een werklozentraject. Voor mij valt dus weinig subsidie te vangen. Sorry daarvoor.

Staat u mij even een hernieuwde kennismaking toe.

Ik ben Anouk,
Ik ben 18 jaar jong, net afgestudeerd en ik heb 5 jaar (miraculeus aangeboren) werkervaring.

Nee, ik heb geen kinderen. Ziet u, ik gebruik het woord ‘nog’, niet. Ik wil natuurlijk ook helemaal geen kinderen. Wat moet je daar nu mee he? Daar wordt een vrouw als beroepskracht alleen maar zo onbetrouwbaar van. Kan ze weer niet vóór het ochtendgloren aanwezig zijn omdat die koters eerst naar de opvang moeten. Tussendoor is ze alleen maar met haar gedachten bij haar nageslacht en zodra er ook maar even een snotneus afgeveegd moet worden, is ze van slag. Moet ze weer eerder naar huis enzo. Terwijl u liever hebt dat ze nog even doorgaat in eigen tijd. Nee, moeders en werken: dat kán gewoonweg niet. Maargoed, zoals ik al zei: ik heb ze niet hoor. En ik zal ze ook niet krijgen in uw tijd, beloofd.

Verder heb ik ook geen sociaal leven. Ziektes overkomen mij niet en er valt nooit iets onverwachts voor. Ik heb nooit een feestje, begrafenis of iets anders voor mijzelf. Wettelijk verplichte pauzes, rusttijd en vakantie-uren? Grappig inderdaad, hihi! Overwerken, dat is mijn hobby. Dat doe je gewoon. Je bent married to the job.

Want het is natuurlijk van levensbelang dat targets behaald worden. Dat de quota op peil blijven, iedereen effectief, efficiënt en zoveel mogelijk competentiegericht bezig is. Maatwerk. En al die andere –liefst uit Amerika geleende- termen die u graag gebruikt om alles heel speciaal en interessant te doen lijken, terwijl het er eigenlijk op neerkomt dat u iemand zoekt die bijvoorbeeld brood bakt. Iemand die klanten telefonisch te woord staat en/of hen zoveel mogelijk aansmeert.

Het lijkt mij inderdaad een enorme uitdaging om onderbetaald te worden, onder mijn niveau te werken en alsnog God op mijn blote knieën te danken dat ik bij jullie onder de pannen mag zijn. Fantastisch, dat ik als HBO-opgeleide, vlot jong mens, niet eens bij een call center aan de bak kom. Dat ik te hoog opgeleid, te laag opgeleid, te jong en te oud ben, teveel en te weinig ervaring heb. Dat ik –nog steeds- aan het begin van mijn carriere sta en waarschijnlijk moet werken tot ik er dood bij neerval, maar ik niet eens aan kinderen of andere live events durf te denken al zou ik dat willen (maar ik wil dat natuurlijk niet). En vooral dat gedeelte waarbij ik niet mijn echte potentie kan benutten en doen waar ik goed in ben en wat ik kan en ook wil, omdat alle ouwe rotten, overbetaald en uitgeblust, blijven zitten waar ze zitten, vriendjes elkaar op de interessantere posities houden en mensen zoveel mogelijk door apparaten en processen vervangen worden. Daar word ik bijzonder blij van en het is ook mateloos motiverend…klopt. Ik heb ook geen mening of wensen. Natuurlijk heb ik geen behoefte aan (financiële) zekerheid, wie wil er nou vastigheid en toekomstplannen? Doe mij maar zo’n nulurencontractje, geen derde verlenging, stuur mij maar de laan uit voor drie maanden om er daarna op terug te komen.

Zult u doen alsof u het allemaal gelooft? Dan doe ik alsof ik het meen. En alsof ik niet weet dat u, voor de cijfers en heren controleurs, vacatures plaatst die niet eens bestaan of die al intern vergeven zijn. Verdraaien, mooier maken, afzwakken, weglaten, het is geen liegen. Ik heb een hoop van u heb geleerd de afgelopen tijd. Ik ben ook illusies als dat je met hard werken er wel komt en de aanhouder wel wint, kwijtgeraakt. Mezelf ben ik ook een beetje kwijt. Als ik namelijk zo goed en gewild was, kwam ik wel aan de bak, nietwaar? Ook nadat ik mezelf voor de twintigste keer herontdekt en in de markt gezet heb. Waarvoor dank.

Even een tip: proeftijd, investering, inwerken, gunnen, menselijkheid, lange termijn. Ik weet dat het heel vieze woorden voor u zijn, maar ze zouden u echt nog eens van pas kunnen komen. Misschien komt u onverhoopt in eenzelfde positie terecht… Google ze anders maar.

Met oprechte minachting en een heel dikke vinger,

(generatie) Anouk

Mijn persoonlijke hel

Zwetend wakker worden. Benauwd gaan slapen. Transpiratievocht dat in stroompjes langs je oksels, je bovenlip en je bilnaad loopt. Ook als je niks doet. Direct nadat ik uit de cabine stap, weet ik niet meer waarom ik überhaupt ben gaan douchen, zo klam en warm en gewoon vies voel ik me. Het douchegordijn plakt aan me, ik wil me losworstelen, glijd uit, kan me nog net vastgrijpen aan de wasbak maar daarbij klapt wel mijn nagel dubbel. Ik zie sterretjes en gooi er woedend woorden uit die nog nooit iemand eerder bedacht heeft.

Even later in de tram sta ik huid aan huid geplakt met mensen waarmee ik niks te maken wil hebben. Ik vermoed ook dat dit dé uitgelezen kans is voor een stel viezerds om juist een flink potje tegen je aan te gaan schuren. Of wat zeg ik, ik werk met ze; ik weet zeker dat dat stel er is. Het is heet, het stinkt en ik word getergd door aanblikken van Marlies Dekkers beha’s (wanneer waait dit nou eens over, God?), man boobs, schimmelnagels, eelthielen en haren op allerlei naakte lichaamsdelen die vooral verborgen hadden moeten blijven. Overal zijn er oksels. Als je niet uitkijkt, gevaarlijk dichtbij ook. En ze ruiken ongewassen. Dat en de achterlijke gesprekken en de keiharde muziek uit tig telefoontjes van irritante pubers, die altijd al aanwezig zijn maar nu extra op me drukken, maken dat ik bijna uit mijn vel knap. Ik ben moet me inhouden, anders ga ik spugen, deo uitdelen of gewoonweg een potje gillen.

Lusteloos en met een knallende koppijn worstel ik me de dag door. Gehinderd door beestjes. Beestjes met vleugels, met voelsprieten, met harige poten. Beestjes die denken dat jouw boterham van hen is, die om je hoofd zoemen, in je kleding kruipen, je bloed drinken en jeukende, ontsierende rode bulten achterlaten.

Omdat iedereen zo blij wordt van deze tijd van het jaar, vinden mijn afspraken ineens buiten plaats. Buiten, waar kinderen loslopen. Tussen honden, waar die niet mogen komen. Blijkbaar ben ik de enige die een probleem ziet in de combinatie loslopende, gillende, spelende kinderen en loslopende, poepende, onbetrouwbare vreemde Rottweilers. Papa en mama, onder begeleiding van rosé, maakt het in ieder geval niet zo heel veel uit.

En dan die zandkorrels. Tussen je kiezen, in je boek, in je broek, in je auto, in je huis, in je bed. Hoe komen mensen erbij dat dit leuk is? Of, zelfs, sexy? Wie seks op het strand heeft, is gek. En gezandstraald op heeeel pijnlijke plekken, dat kan niet anders.

Als ik aan het eind van de dag thuiskom, ben ik kapot. Ik voel me smerig, ik heb jeuk, zand in mijn beha en ben geïrriteerd. Tegen beter weten in neem ik een douche. Zogenaamd verfrissend. Om weer ademloos een benauwde nacht door te brengen, die als ik pech heb, ook slapeloos is door zo’n vervelende klotemug.

Welkom in de Nederlandse zomer, ook wel bekend als mijn persoonlijke hel. Eén pluspunt: hij duurt bij elkaar maar twee weken. Wat een geluk. Als je me wilt excuseren; ik ga even een regendans doen.

Discriminator

Ik kom er maar direct voor uit: ik discrimineer. Ik heb wel eens verkering gehad met een blanke man, ik heb ook wel eens mogen kussen met een blanke man – erg intiem en heerlijk mogen kussen if i may say so. Maar seks, seks heb ik nog nooit gehad met een blanke man. Ik heb er ook nooit de behoefte gehad. Blanke mannen waren voor mij nooit aantrekkelijk. Ik vond er niets aan, koud, saai, suf en vooral braaf. Allemaal dingen die ik helemaal niets vond (ja, ik ben me bewust dat ik nu alles over één kam scheer, maar als jij niet zo ben, dan heb ik het dus niet over jou, lijkt me logisch).

Tot voor kort. Ineens vallen de prachtige blanke mannen met bosjes uit de hemel. Oké, laat me niet overdrijven, per vijf vallen ze uit de hemel. Het is begonnen als heimelijk verlangen naar Vin Diesel. Niet eens om zijn uiterlijk, maar zijn stem deed mij al van elke willekeurige stoel glijden.  The Fast and the Furious op televisie? Ik zit voor de buis. Heerlijke man-man. Vin Diesel, was dat onbereikbare lekkere witje, waar je wel eens een flinke portie telefoonseks mee wilt bedrijven. Vleesgeworden seks hoeft niet zo nodig, want eerlijk? Echt een superhunk vind ik hem niet en daarbij is hij nog eens zo onbereikbaar als ik weet-niet-wat.

Brussel. Ik word benaderd door verschillende mannen. Voornamelijk Arabische mannen, die semi-geil in mijn oor fluisterden. “Ça va?”. Ik keek, spreek geen ruk Frans en liep door. De mannen die ik normaliter aantrek zijn, ja, hoe zal ik het noemen, niet mijn smaak. Ja. Ook al waren ze dus niet bepaald mijn smaak, dat ça va alleen is al sexy. Gelukkig liet ik mezelf niet zomaar verblinden door de sexy Franse taal en liep ik door. Totdat ik in mijn shopsessie vier overheerlijke witte mannen tegenkwam. Gewoon in het wild. Getrimde drie-dagen-baardjes, heerlijke ogen, kale/gemillimeterde hoofdjes. Halleluja! Ze bestaan! Alleen.. Je raadt het nooit: deze mannen zeiden geen ene mallemoer tegen me. Verdorie. Heb ik weer.

Op een of andere manier zijn de mannen die zich aangetrokken voelen tot mij nou niet mijn smaak.  Zie ik eens vier schitterende blanke mannen kan er geen ça va vanaf. Daar heb ik toch wel een beetje moeite mee, heel piepklein beetje, want wat moet ik nou met een kerel die in Brussel woont?

Gelukkig heeft Nederland ook een hoop heerlijke loslopende blanke mannen. Daarvan is Dan er sowieso één. Alleen ik wil wel even klagen, ik vind dat gladgeschoren koppie maar weinig aan, maar zodra er een millimeter haar op staat, bingo. Ja, één.  Ik moet nog wat beter zoeken naar meer, maar dat komt vast wel goed. En zo niet, heb ik altijd Dan nog in m’n timeline van Twitter. Dat maakt een hoop goed.

Zo, nu ik niet meer discrimineer ga ik verder dromen over grote donkere mannen met armen vol getatoeëerd en dreadlocks tot de ellenbogen. Back to reality. En weet je wat het mooiste is? In mijn reality zijn mijn vol getatoeëerde mannen tattoovrij en hun dreadlocks zijn vervangen door schitterende gemillimiterede koppies. Mijn realiteit zuigt.