Berichten

Alle mannen gaan vreemd

 

Altijd. Het is niet de vraag of, het is de vraag wanneer.

Dat is het uitgangspunt van de ZoetZuur radio-uitzending van aanstaande zaterdag. Eens, oneens? You know what to do!

We bekijken het thema van voor, achter, onder, boven, binnen en buiten. Wat is vreemdgaan, wat is acceptabel, wat zijn onze ervaringen, hoe merk je het als je partner vreemdgaat, kun je het voorkomen?

Dat en nog veel meer, aanstaande zaterdag van 7 tot 9 op Radio Brasa. Luisteren mag, wie weet maken we je famous on air 😉

TV: Mannen van een zekere leeftijd

Ben jij iemand die valt op mannen van middelbare leeftijd? Heb je een man van middelbare leeftijd? Ben je misschien wel een man van middelbare leeftijd? Dan komt er binnenkort een programma op tv waar je misschien wat aan hebt.

Viggo Waas komt namelijk binnenkort op de buis met een ‘praatgroep voor de man van middelbare leeftijd, type iets te vlot, die zich nog 30 voelt en zich zo ook denkt te kunnen gedragen en kleden’.

Wie Viggo Waas is? Geen idee. Ergens vaag klinkt een belletje maar verder dan dat kom ik niet. Noem me een cultuurbarbaar. Geeft niet; ik ben het met je eens. Met wie Viggo in die groep zit? Met Peter Heerschop, Gijs Scholten van Aschat, Henkjan Smits, Joep van Deudekom en Prem Radhakishun. Wie dat dan zijn? Ja, weet ik veel. Nee, klinkt inderdaad niet sexy maar hey, ze zijn ook al oud he! Henkjan en Prem ken ik, van de schreeuwerige sensatie-tv die zij maken natuurlijk. Die anderen zullen wel iets met intellectuele dingen en hogere cultuur te maken hebben. Vandaar.

Waarom dan toch dit stukje? Nou, het lijkt me best interessant. Ik ben, ken of heb dan geen man in een midlife crisis; dat kan nog altijd komen. Hoewel ik de eerste optie sterk betwijfel. Maar; je kunt maar beter voorbereid zijn natuurlijk.  En ik weet zeker dat er heel wat uitspraken gedaan zullen worden waar ik het totaal niet mee eens ga zijn, dus dan kan ik lekker scheldend en tierend of keihard lachend terugpraten (dit doe jij ook, niet ontkennen!) of ik ga misschien, like the good old days, weer eens wat hatemail versturen. Leuk toch? Meeleef-tv, heerlijk.

De vragen die zij zichzelf onder anderen gaan stellen, zijn:
– Is een jonge vriendin een goed idee?
– Kun je je met goed fatsoen nog vertonen op een dancefeest?
– Is het nog niet te laat om een tattoo te laten zetten?
– Hoe aantrekkelijk zijn ‘Mannen Van Een Zekere Leeftijd’ nog voor (jonge) vrouwen?

Beetje jammer wel dat het op een zaterdagavond uitgezonden wordt, om tien uur, een tijdstip waarop jonge, vlotte, sociaal drukbezette dames als ik eigenlijk heeeeeel andere dingen doen. Maar daar vinden we wel wat op. Mannen van een zekere leeftijd, ik ben er klaar voor. De aandacht van deze jonge blom is in ieder geval voor aflevering 1 helemaal op jullie gericht. Gezellig, tot dan!

Mannen van een zekere leeftijd/vanaf 27 oktober/22:00 uur, RTL 4

Vijftig tinten grijs

Ik ga de ruimte binnen. De warme, vochtige lucht plakt direct vast aan mijn blote armen. Hier is zojuist hard werk verricht. Een zweem van een geur die ik vaag ken zweeft nauwelijks merkbaar, trillend op de golven van verwachting, rond. Ik doe de deur open.

Wat ik hierachter vind, laat mijn adem stokken. Vijftig tinten grijs. Mijn nog ongedragen kanten bodystocking, mijn fijne oma-onderbroek, die kreukelblouse die van de zomer zo mooi tegen mijn zongebruinde huid afstak en waarin ik een subtiele doch ondeugende inkijk heb, sokken, hemdjes, tere lingerie: grijs. Lichtgrijs, donkergrijs, middengrijs, muisgrijs, whatever: ze zijn grijs. En dat hoort niet! Voordat ik ze in de was deed, waren ze wit. Friswit, parelwit,melkwit. Wit.

Dat is nog niet het ergste. Ik houd best van grijs en nu het geen zomer meer is, ben ik weer zelf wit dus dan is dat contrast ook weer in orde. Maar die lúcht! Mijn was ruikt alsof er een complete familie aan dode vogels tussenligt. Van afgrijzen en verbazing ga ik nu al helemaal bijna van mijn stokkie. En ook omdat het gewoon echt, echt, echt stinkt. Wat de…?!. Wat is hier gebeurd? Waar komt die misselijkmakende stank vandaan?

Ik ga op zoek. Heb ik per ongeluk een kat over het hoofd gezien? Die gaan wel vaker slapen in wasmachines en drogers, heb ik gehoord. Welke zou het zijn? Die rooie of die zwarte? Van welke zou ik het erger vinden? Oh, dit mag ik helemaal niet denken, kappen daarmee! Wat zou het dan zijn? Wil ik het wel weten? Ik rommel verder in de trommel.

En dan heb ik hem. De schuldige. Snel gris ik het eruit en gooi het voor mijn voeten op de grond. Wat een harde plof. Het is zwart. Is het die zwarte? Nee, gelukkig niet. Het is een t-shirt. Tegen beter weten in, pak ik het natte, koude ding en ruik ik eraan. Ik kan mezelf direct wel voor mijn kop slaan. Gadver. Gaaaadver!!!! Gadvergadvergadverdegadver. Natuurlijk is dit het. Waarom ga je dan toch nog ruiken? Smeerpijp. Maar niet half zo’n smeerpijp als hij.

Want wie gooit zijn ‘hier heb ik keihard in gesport, waarna het een week in een plastic tas schimmels en andere levensvormen heeft kunnen kweken’, met zweet doordrenkte gore zwarte shirt nou tussen mijn lieflijke, normaliter naar bananenschuimpjes geurende, tere, hagelwitte was? Wie doet zoiets? Natuurlijk weet ik wie dat is. Ze zijn ook allemaal hetzelfde! En grappig, aardig, lief en geweldig in bed als hij mag zijn, ik ben instantly uit mijn verliefde buzz. Het lef! Dit is een van de dingen die ik dus niet mis aan het niet samen zijn met een man. Sterker nog, ik ben niet van plan dit soort dingen vaker mee te gaan maken. Is dit een dealbreaker? Dit is een dealbreaker.

Dat ga ik dus dalijk even meedelen. Misschien zegt het shirt hem al genoeg. Anders doet mijn level vijftig grijze woede het wel.

Ik ben ik. Punt uit.

Ik ben ik en ik zal altijd ik zijn. Bij mezelf, logisch, en bij anderen. Vooral bij mannen. Ik zal me nooit anders voordoen dan dat ik ben. Dat vind ik allemaal veel te veel moeite en na een tijdje kan je het toch niet meer volhouden en dan ziet ‘ie toch wel hoe je bent. Dus wat schiet je er mee op om jezelf anders voor te doen dan je bent? Ik weet het niet.

Dat ik minder emotioneel zou moeten zijn, omdat hij eventueel wel eens zou kunnen afknappen. Dacht het niet. Of dat ik minder aandacht moet vragen – wacht, waarom moet ik aandacht vragen?! –, omdat hij het misschien irritant vindt. Nee, dacht ik ook niet. Bovendien klets ik de oren van zijn hoofd, als ik me eenmaal helemaal op mijn gemak voel met hem. En als hij dat vervelend vindt, heeft hij pech! En ja, er zijn momenten dat ik ontzettend onzeker ben en ik even niet weet wat ik met mezelf aan moet en als hij dichtbij me staat dan is de kans heel erg groot dat hij dat merkt. Nou en.

Wat ik niet doe is ruzie maken. Of nou ja zelden. Ik ben geen goede ruziemaker. Dat komt omdat ik bang ben dat mensen van me weglopen als ik ruzie met ze maak. Dat betekent dat ik heel veel opkrop en eigenlijk dus zelden mijn ongenoegen uit. Schiet niet op, want ooit barst de bom en dan boeit het weer niet waar hij naartoe loopt. Dat is dat emotionele ding hè. Vreemd genoeg verdwijnt er nooit echt iemand. Dus het is een beetje aanstellerij, plus ik houd gewoon niet van ruzie maken. Vind ik onnodig. Over alles valt te praten, denk ik dan.

Spelletjes speel ook niet. Als hij laat blijken dat hij geïnteresseerd is, ga ik niet hard to get spelen. Of doen alsof het mij niet interesseert, terwijl ik het leuk vind. Dat vind ik stompzinnig. En ja, het zal vast wel werken bij mannen, het blijven jagers. Maar ik zie het gewoon niet zitten. Als ik kortaf doe, ben ik vaak ook gewoon niet geïnteresseerd of ik moet je gewoon nog een beetje leren kennen en dan houd ik de boot af. Ik ben namelijk een beetje socially awkward. Zelden zal er een moment zijn dat ik op iemand afstap om mezelf voor te stellen of om een babbeltje te maken. Dat vind ik raar om te doen. Ik heb er tegenwoordig steeds minder problemen mee, maar als het niet hoeft, dan doe ik het ook niet.

Als ik geïnteresseerd ben houd ik me ook niet bezig met andere mannen. De kans dat als hij wegvalt en ik met de hartpijn en buikpijn zit, is redelijk groot. Maar so be it. Als ik erachter kom dat hij zich wel bezig houdt met meerdere opties, na verloop van tijd, dan hoeft het voor mij niet meer. Een beetje gezonde competitie kan geen kwaad, true, maar ik heb geen zin om na een bepaalde tijd mezelf nog te moeten bewijzen. Take it or leave it. Het hoeft niet. Ik zal het niet leuk vinden en ja, ik zal het overleven.

Als ik hem leuk vind, ben ik jaloers. Niet op zijn vriendinnen, die zijn er gewoon. Die waren er al voordat ik er was. Nee, op nieuwe contacten die hij opdoet, overal en nergens. Ik heb de soort van pech dat ik altijd lijk te vallen op praatgrage mannen. En ja, dat hoeft niets te betekenen en nee, ik zal er ook niet altijd wat van zeggen, maar ik voel alles. Als ik voel dat het niet goed zit dan weet ik dat het ook echt niet goed zit. Kan me niet schelen wat de man in kwestie allemaal zegt, want ik weet namelijk dat hij liegt. Mijn gevoel heeft altijd gelijk, dat is altijd bewezen.

Bovendien ben ik niet voor reden vatbaar als het gevoel te diep zit. Ik zal geen vrienden met hem kunnen blijven, hoef zijn twitterupdates niet te lezen, of zijn FaceBook updates in mijn timeline te zien en zijn naam hoef ik al helemaal niet in mijn WhatsApp lijst te zien. Dat trek ik niet. Ik heb namelijk altijd de belachelijk sterke drang om contact op te nemen met hem. En dat moeten we dus niet hebben. Because he didn’t took it. (En dat is his loss, duh)

Ik uit mijn gevoel niet snel. Op de een of andere manier ben ik daar niet zo goed in. Dat heeft te maken met het feit dat ik me vaker bloot heb gegeven aan een man en dat ontplofte zo hard in mijn gezicht dat ik heel voorzichtig ben geworden. Er gaat dus een hele tijd overheen. Dat schiet misschien niet op, omdat er teveel verwarring kan ontstaan over wat het nou eigenlijk allemaal precies is. Ik wacht vaak te lang af tot hij het doet. Maar als ik echt niet meer kan wachten, dan zal ik het zeggen. In de hoop op een antwoord, want antwoorden zijn tegenwoordig ook zeldzaam. Of dit antwoord nou negatief of positief is, maakt in principe niet heel veel uit. Als het positief is, blijf je in mijn leven, als het negatief is, verdwijn je uit mijn leven. Simpel zat.

Ik ben ik en ik hoef me nergens voor te schamen. Ik ben wie ik ben en ik zal altijd zijn wie ik ben. Daar doet hij het maar mee. En anders niet. Ook goed.

 

Nog zo’n syndroom

Met het risico vrouwen tegen me in het harnas te jagen en de mannen een stok te geven waarmee ze mij/ ons in het vervolg lekker kunnen slaan: wij vrouwen zitten vol tegenstrijdigheden, rare maniertjes en complexen.

Het iedereen-moet-mij-leuk-vinden syndroom bijvoorbeeld. Waar haar Ring the Alarm-zusje wordt gecreëerd door gebeurtenissen die je overkomen, worden wij met het IMMLV-ding geboren.

En niet zonder gevolgen. Het maakt dat je je grenzen verlegt en dingen doet die je bij anderen afkeurt of waar je ze voor waarschuwt. En dan doe je ze, ineens, zomaar zelf. Dingen die je ‘normaal’ echt niet zou doen. En die ook echt geen tweede keer voor gaan komen.

Mee uit stelen gaan: IMMLV
Onder lichte druk toch dingen toelaten/doen die je eigenlijk niet wilt door die bink van wie je nog steeds niet kan geloven dat hij bij jou is: IMMLV
Verschillende afspraken op 1 dag maken, wetende dat het eigenlijk niet haalbaar is en waardoor je helemaal in de knel komt: IMMLV

Die voorbeelden komen niet zomaar uit de lucht vallen: ik ben schuldig aan alledrie.  Bij sommigen bleef het niet bij een enkele keer ook. Ik ben er van overtuigd dat we allemaal met gemak een handvol voorbeelden kunnen geven.

Het gaat verder dan de alom bekende disease to please. Iedereen moet jou bij voorbaat namelijk al leuk vinden. Jij moet er juist het liefst niks voor doen. Met ‘leuk’ bedoel ik natuurlijk ook grappig, intelligent en mooi. En onder iedereen vallen je collega’s, familie, vrienden, vrienden van vrienden, mensen in de tram, de slager, zelfs typetjes die jij op jouw beurt zelf geen blik waardig gunt. Ie-der-een.

Eigenlijk gaat het nog een beetje verder.  Ze moeten jou stiekem de leukste vinden. Nou ja, stiekem, ze moeten het natuurlijk ook weer niet voor je verbergen. Anders heb je er nog niks aan.  Stel, ik ga uit en het wemelt van de drop dead gorgeous vrouwen, waarvan er een ook nog eens dezelfde jurk als ik aan heeft. Dan wil ik niet dat mijn vriend zegt: ‘ja, maar ik vind jou de mooiste hoor’. Met als toppunt een flauw, geruststellend schouderklopje. Neen. Het moet zijn: ‘jij bent sowieso de allermooiste’. Als een feit. Dát is de manier. Of het gemeend is en dat ik heus wel weet dat het niet zo is, zijn bijzaken. Nee, dat is inderdaad niet erg realistisch. Dat ben ik alleen als het mij uitkomt. Ja, dat is inderdaad een beetje opportunistisch. En voor de zekerheid: nee mannen, dat betekent niet dat jullie altijd moeten liegen om ons te beschermen of te plezieren.

Hoewel ik mezelf totaal niet tot de standaardvrouw met jaloezietjes hier en drama daar reken (zijn we niet ook allemaal… anders?), moet ik (weer eens) toegeven dat ik hierin ook al geen uitzondering ben. Ik heb het ook.  Dat wist je al, want ik zit net toe te geven dat ik weleens iets heb gestolen om leuk gevonden te worden. Ik kan er verder ook niks slims over zeggen. Waar het precies vandaan komt? Wat het betekent? Wat je er verder mee moet? Tja. Natuurlijk zullen heel snel dingen als ‘onzekerheid’ en ‘jaloezie’ als antwoord naar boven komen, maar dat vind ik zulke schotten voor open doel.

Ik schuif het voorlopig in dezelfde hoek als waarom vrouwen van schoenen en tassen houden. Van die mysteries van het leven waarvan je weet dat ze er zijn en waarmee je leeft, maar die je nooit zult ontrafelen.

ICT-mannetjes

Een slag apart, bijna een ras op zich. ICT-mannetjes zijn van die gladjakkers, met een snelle babbel. Jaartje of dertig. Praatjes maar verder niet zoveel inhoud. Zo eentje met net iets te hippe haartjes die ‘jou wel ff komt helpen, dametje’. En die je al zes keer met zijn ogen uitgekleed heeft. Waardoor je nachtmerries krijgt van het magazijn. Dat jij er nietsvermoedend een stapel dossiers en een pakje punaises komt halen en dan alleen met hem bent. Vanaf dan kan het twee kanten opgaan: je prikt hem zijn ogen uit met diezelfde punaises of wat je dan ook maar voor handen hebt, of je trekt je shirt omhoog, laat je swaffelen en bent 20 miljoen rijker.

Dan heb je ook nog de senior ICT-ers. Die hebben nergens zin in. Ze hebben van die krakerige stemmen en een vette rokershoest. Ze zijn altijd bits, of je ze nu spreekt of met ze mailt. Je ziet ze nooit, behalve bij verplichte uitjes. Dan kan je ze er ook zó uithalen. Ze komen verder nooit op locatie, daar hebben ze helemaal geen trek in. Ze zitten vastgeroest op hun plekkie en zingen het maar uit. Het liefst zouden ze met hun sigaar en een biertje op kantoor zitten. Met een dartbord erbij.

Wat ze gemeen hebben, is dat ze jou altijd onderschatten. Ze benaderen je alsof je niks snapt en gisteren voor het eerst een beeldscherm gezien hebt. Alles is ook altijd jouw schuld. Luisteren kunnen ze niet. Dat hoeft ook niet, want ze weten toch al helemaal hoe het zit. Dat kunnen zij namelijk door de telefoon zien. En zo niet, dan toch.

Ik heb geprobeerd ermee om te gaan. Een beetje lachen om de flauwe grapjes van de snelle jongen met zijn vette haartjes. Die is dan het mannetje. He Tarzan, you Jane. Als blijkt dat je toch niet je privenummer gaat geven, is het gedaan. Hij gaat nooit meer aardig doen, laat staan zijn best. Met de senior heb ik regelmatig telefonisch ruzie gehad. Denk maar niet dat je het ijs kunt breken met een grapje. Dat werkt averechts. Dan toch niet. Dan doe ik net zo hard krengerig terug. Als ijzige stiltes konden doden, hadden wij überhaupt geen ICT afdeling meer. Of geen Anouk, maar dat vind ik een minder prettige gedachte.  ICT-mannetjes en ik; wij zijn als water en olie. Het botert gewoon niet.

Die ICT-mannetjes toch ook. Je vraagt je af waar het mis ging. Ongelukkig jeugd, slechte arbeidsomstandigheden, latente, onuitspreekbare behoeftes…Is er ooit iemand wakker geworden met het idee: ik wil later ICT-mannetje worden? Ik kan het me niet voorstellen.

Toen ik vanmorgen dus een computerprobleempje had, ontkwam ik er niet aan. Ik draaide het nummer van betreffende afdeling en zette me schrap. Ik hoopte dat het wel mee zou vallen. Misschien had het ICT-mannetje wel gescoort dit weekend en was hij een beetje te pruimen. Het duurde even, bijna wilde ik opgelucht ophangen: ze zijn vast met zijn allen met herfstvakantie ofzo. Of aan het darten. Het kon allemaal. Ik zou wel een mail sturen, lekker makkelijk de confrontatie ontwijken. Aan de andere kant werd dan toch opgenomen. Ik had het niet erger kunnen treffen. Ik had het schrikbarende toppunt onder de ICT-mannetjes te pakken. Slechter dan dit kon het niet worden: het was ons ICT-vrouwtje…

Serial Dater

Eigenlijk, heb ik sinds dat ik vrijgezel ben, nog niet één keer een date gehad. Een date-date dan. Zo een met potentieel, zeg maar. Het scheelt natuurlijk ook wel dat ik absoluut niet kieskeurig ben en dat ik ontzettend van daten houdt. Daar heb ik al vaker wat over geschreven alleen of ik het nou leuk vind of niet, het doet er niet meer toe. Soms wil ik gewoon een date. Een date-date. Een man-man die je het hof maakt-maakt. Zo een die graag bij je wilt zijn omdat hij je gewoon leuk (denkt) te vinden.

Dat zenuwachtige en ongemakkelijke gedoe neem ik dan maar even op de koop toe. Het zoeken naar onderwerpen om over te praten, goed, je kan niet alles hebben. En de angst om iets doms te zeggen, ach, die heb ik sowieso niet. Ik zag namelijk nooit wat doms. Oké, niet keihard in lachen uitbarsten nu, hè. Ik ben niet wanhopig voor een date. Maar het zou wel eens leuk zijn om wat andere, nieuwe mensen te leren kennen. Er hoeft niets uit te groeien, ik zit ook weer niet écht verlegen om een relatie (ik mag geen verkering meer zeggen). Ik vind het wel best zo. Als ik er aan denk hoe een relatie kan zijn, zit ik liever alleen op de bank en lig ik liever alleen in bed. Totdat het koud wordt, want dan is een relatie plotseling erg aantrekkelijk.

Misschien word ik wel een serial-dater. Ik bedoel, van ervaring leert men. Dan ben ik bij date nummer 200 niet meer zo ongemakkelijk als dat ik was bij date 1. Als ik dan op m’n bek ga op mijn killerheels, ren ik niet meer naar huis om me vervolgens in een hoekje te gaan huilen. Dan zal ik hem gericht kunnen ondervragen als een echte ervaren personeelsmedewerker, maar dan anders.  Maximaal 4 dates per persoon. Daarna is het klaar. Ik heb dit trouwens gepikt uit een film die ik laatst zag op televisie, ik geloof dat deze I Hate Valentine’s Day heette. Ik vond dat wel een goed idee. Het moet dan niet eindigen in verliefdheid ofzoiets. Daar zit ik niet op te wachten. Of zoals ontzettend interessante mensen altijd zeggen: “Ik heb daar geen tijd voor.” Ik denk dat ik die gewoon ga gebruiken. Vier dates. Dan leer je iemand net genoeg kennen om er finaal op af te kunnen knappen. Als je bij date 1 al afknapt, dan is dat ook weer mooi meegenomen natuurlijk, kan je direct door naar de volgende. Win-win. Ik zie geen problemen. Alles is peachy en iedereen is blij. Tenminste ik. Ik wil alleen maar serialdaten met mooie, lekkere mannen. Ook wel intelligent, dat is altijd een mooie bijkomstigheid.

Oké, even zonder gekkigheid. Ik date niet. Ik doe geen moeite om te daten en ik ga amper tot niet in op uitnodigingen. Het is vrijwel altijd nee. Dat is niet omdat ik hem niet aardig vind. Of aantrekkelijk. Oké, het laatste dus wel, maar dat zeg ik gewoon niet hardop. Dat hoeft niemand te weten.

 

Bericht voor alle mannen

Omdat jullie stoer, sexy, sterk, beschermend, grappig, nuchter, intelligent en vreemd zijn en omdat

– jullie Ken-buiken met zo’n opvallend heupbot a la Brad Pitt hebben
– en soms ook niet
– jullie rug zo’n mooie V is
– en jullie schouders breed en recht
– lepeltje-lepeltje zo lekker ligt
– ik precies in het kommetje bij jullie sleutelbeen pas met mijn kin
– jullie krachtige armen en stevige handen hebben
– en ook omdat jullie navels hebben
– en soms van die lange krulwimpers waar ik jaloers op ben
– daarbij vaak ook een lekker ondeugende kop
– of wat dacht je van zo’n neus die meewipt als jullie praten (*zucht*)
– er gelukkig ontharingscrème bestaat voor exemplaren die permanentjes op hun buik, rug en eigenlijk overal dragen
– en scheermesjes tegen snor, sik en baard (iel)
– jullie goed zijn in vuilnis buiten zetten en ruzie voor mij maken met vervelende mensen in bijvoorbeeld restaurants en de bioscoop
– over het algemeen jullie best wel handig zijn, en dat is best handig!
– zweten jullie wél goed staat
– jullie soms net zo’n wilde fantasie hebben als ik
– jullie zoveel kunnen zeggen met zo weinig woorden
– jullie pas echt weten wat vriendschap is
– jullie altijd de eerste stap in alles moeten zetten en dat ook heel dapper doen

plus het feit dat jullie stiekem best wel lief, verzorgend en gezellig kunnen zijn, wil ik zeggen:

Ik hartje jullie. Heel veel. Soms lijkt het van niet, maar toch is het zo. Jullie boeien me. Forever ever, forever ever, forever ever! Jullie zijn zo mooi. Ik zou jullie allemaal wel willen hebben. Of nou ja, een beetje van allemaal in 1. Of allemaal een keertje. Sommigen twee of drie keertjes. Of heel veel verschillende, allemaal voor iets anders. Ja. I salute you. Kusje!

Klote-mannen. Klootzakken. Eikels.

Alle mannen gaan vreemd. Nee, oké, dat is natuurlijk niet waar. Veel mannen gaan vreemd. Vrouwen zijn altijd het slachtoffer en de gebeten hond. Terwijl mannen eigenlijk de honden zijn. Mannen zijn klootzakken, eikels en vieze vuile vreemdgangers. Ze kunnen niet met hun poten van vrouwen afblijven. En ze krijgen het potverdorie ook nog eens allemaal voor elkaar. Een man die zijn vrouw, haar vriendin, haar nicht en haar buurvrouw ook nog eens flink geeft. Gewoon, zo af en toe, wanneer vrouwlief geen zin heeft om op haar knieën de avond door te brengen. Dan zucht manlief gewoon eventjes en de volgende dag doet hij de buurvrouw op alle mogelijke manieren. Niks aan de hand. Hij is de klootzak hier.

Wij vrouwen weten dat er nou eenmaal mannen zijn die al sinds jaar en dag vreemdgaan. Dat weten we vanaf dat we in de Pampers zitten. Dat is kennis die wordt er bij de geboorte ingegoten. Er zijn zoveel vrouwen slachtoffer van vreemdgaande mannen. Mannen die vrouwen in hun eigen huis belazerden. Mannen die zussen van hun eigen vrouw namen, alsof het niets was. Mannen die seks hebben met hun secretaresse. Mannen, mannen, mannen. Altijd maar die mannen! Klote-mannen. Klootzakken. Eikels. Ze doen maar wat. Ze begrijpen niet wat ze hebben.

Klopt. Dat weten ze ook niet. Maar wij vrouwen daarentegen, weten het vaak ook niet. Ook wij nemen mannen regelmatig als vanzelfsprekend. Misschien zelfs wel vaak. Kijk, ik ben een vrouw, in mijn eigen ogen doe ik natuurlijk altijd alles goed. Alleen als ik er een beetje afstand van neem, dan zie ik wel in dat het niet altijd klopt wat ik heb gedaan. Oorzaak. Gevolg. Natuurlijk. Zo gaat dat. Toch ben ik er van overtuigd dat het niet alleen de mannen zijn. Ik ben er zelfs van overtuigd dat alles wat er te lezen valt in die vrouwenmagazines, soms heerlijke propaganda is.

Als ik een dergelijk artikel lees voel ik alle hoop in mijn schoenen zakken. Als dat vreemdgaan de standaard is, wat gaat er nog overblijven van de man-vrouw relaties? Dikke koppen op voorpagina’s van de meest gerenommeerde vrouwenbladen. Vrouwenbladen. Juist. Wij vrouwen in een groep zijn een grote man hatende bijenkorf. Laat staan als er een heleboel vrouwen dat blad lezen. Een he-le-boel vrouwen. Dan wordt de man collectief gehaat. Zo werkt dat gewoon. Vrouwen in een groep vallen volledig over de man heen. Alle mannen zijn verschrikkelijk. Vrouwen die gelukkig zijn, daar moet een addertje onder het gras zitten. Je kunt niet gelukkig zijn met een man. Dat kan gewoon niet. Het zijn vieze, stinkende, ranzige, vreemdgaande, leugenachtige mensen. Beesten.

Eigenlijk heb ik een beetje medelijden met de man. Vooral de man die totaal niet voldoet aan dit beeld wat door honderden, misschien wel duizenden, vrouwen geschetst wordt. Mannen die eeuwig worden neergezet als het uitschot van de aarde. En soms is dat ook echt wel zo. Maar vaker dan soms toch niet? Toch willen wij vrouwen dit beeld in stand houden. Waar valt er anders dan nog over te zeiken. Noem eens één onderwerp waar je niet over uitgepraat kan raken. Of het nou leuk is, vervelend, verbazingwekkend of ontzettend verdrietig. Mannen. Juist ja. Dus we moeten goed met zijn allen beseffen dat we zonder mannen gewoon niets hebben om over te praten. In ieder geval niet veel. Niets is wel heel weinig.

Kijk, ik neem het heus niet op voor de man, of zo. Alleen vind ik wel dat wij vrouwen wel eens hand in eigen boezem mogen steken. Dat leidt de man ten eerste namelijk zo mooi af. Ten tweede wij vrouwen zijn krengen, bitches en zeurpieten. Ook wij vrouwen gaan vreemd – en nog belachelijk goed ook. En manipuleren? Dat hebben wij vrouwen uitgevonden. Zelfs wij vrouwen moeten toegeven dat wij gewoon houden van de man. Ook al gaan ze vreemd, stinken ze, zijn het leugenachtige dieren en zijn ze lui. Wij vrouwen zijn namelijk ook helemaal niet zo geweldig als we onszelf voorhouden. Wij zijn niet áltijd het slachtoffer. Wij zijn niet de enige die altijd kapot worden gemaakt. Ons hart is niet het enige wat bloed en onze ziel is niet de enige ziel die is vertrappeld.

Er zijn mannen die hetzelfde meegemaakt hebben als wij. Mannen waarvan hun hart flink is gebroken. Mannen met littekens op hun ziel. Mannen die zo achterdochtig zijn dat je het zou bestempelen als paranoïde. Ze zijn er, alleen ze praten er weinig over. Want mannen zijn stoer. Zij doen dat soort dingen niet. Dat past niet. Een man doet dat niet. Een man huilt niet. Zelfs niet in stilte. Schouders eronder en doorgaan. Dat is wat een man hoort te doen. En een vrouw? Een vrouw mag zeiken en zeuren tot ze erbij neervalt. Totdat de man helemaal kapot geanalyseerd is. Totdat elke vrouw geen een man meer vertrouwt. Want mannen zijn nou eenmaal vieze krioelende insecten. En die moeten kapot. Tot ze helemaal plat, gebroken en vermorzeld zijn. Zo zien ze er het beste uit.

Toch moet ik toegeven, en ik ben me er van bewust dat ik me nu op glad ijs begeef, dat ik van mannen houd. Want ik weet heel goed dat er goede, prachtige exemplaren tussen alle grappenmakers zitten. Alleen waar, dat is nog even de vraag. Zodra ik deze heb gevonden laat ik het jullie weten en dan zal ik met volle overtuiging vertellen dat lang niet alle mannen slecht zijn. Als.

Ik moet waarschijnlijk nog eventjes door een riedeltje grappenmakers. Maar hij ook. Mijn aanstaande betrouwbare, frisse, heerlijke man moet ook nog door een riedeltje bitches. Zolang hij mij niet vindt zal hij er van overtuigd zijn dat alle vrouwen in-en in slecht zijn.

Zo werkt dat gewoon.

TV: Ze is van mij

“Vrouwen kunnen heel goed manipuleren. Zo zijn ze. Als man heb je daar absoluut geen weerstand tegen. Je bent bij voorbaat uitgeschakeld”

Aparte uitspraak. Er valt veel voor te zeggen, moet ik als vrouw eerlijk toegeven.
Bovenstaande uitspraak is van Rob de Nijs, gedaan in het programma Ze is van mij. Een talkshow waarin mannen over vrouwen praten. Elke maandagavond nemen twee bekende Nederlanders plaats en kan het praten gaan beginnen. Daarbij worden vragen gesteld als: Hebben vrouwen humor? Kunnen mannen en vrouwen maatjes zijn? Wat is ware liefde? Houden vrouwen van ijdele mannen? Hebben oudere mannen minder behoefte aan sex?

Dat is niet het enige dat aan bod komt. Een kleine opsomming van wat er nog meer elke week terugkomt:

– Een apenexpert die de gastenvertelt op welke aap zij (qua gedrag) lijken. Best grappig, vaak treffend. Mannen zijn dus geen honden, het zijn apen! *Genoteerd.
– De tieten- de billentape, waar een stuk of 15 plaatjes voorbij komen en favorieten uitgekozen worden. Met soms merkwaardige beredenering (“je ziet gewoon dat hier een lieve vrouw aan vastzit”).. Mannen zijn natuurlijk visueel ingesteld. Als vrouw ga je meteen zitten vergelijken. Op welke lijken die van mij? Hoe doe ik het in vergelijking tot die anderen? Jaja, ontken het maar. Ik doe het wel!
– Gekke weetjes. Bijvoorbeeld dat sexpoppen in Japan Dutch wives worden genoemd, mooie meisjes vaak vreemd ruiken en 60% van de vrouwen masturbeert op het werk. Zoals ik al zei: gekke weetjes. Hou ik wel van.

Dit halfuur durend tv-feestje wordt gepresenteerd door Waldemar Torenstra en Maxim Hartman. Prima combinatie. Waldemar met zijn blonde lokken, aandoenlijke stottertje en slisje (tegenover die strakke armen, dat ontgaat ons heus niet!) en die fungeert als sussende buffer tussen Maxim en de gasten. Maxim dan: zelfbenoemd vrouwenexpert en rouwdouwer met het hart op de tong maar wél met een valide punt die weleens wil doorduwen of te ver gaat. Een good cop, bad cop combinatie die heel prettig is om te zien en die gewoon werkt.

Thamar en ik vinden het te gek als mannen zich laten horen. Als ze met ons in discussie gaan of als ze ons een kijkje in hun hoofd gunnen door een stuk voor ons te schrijven, bijvoorbeeld. Daarom vind ik dit programma ook leuk. Mannen en vrouwen en relaties; je raakt er niet over uitgepraat! Mannen over vrouwen horen praten is dan ook echt rete-interessant. Het is allemaal wat minder intelligent dan de VPRO in de programmaomschrijving zelf doet vermoeden, maar dat maakt helemaal niks uit. Het is gewoon herkenbaar, soms juist niet, het is lekker luchtig en toch licht informatief, er worden soms heerlijk platte grappen gemaakt en dat mannen ook heel oppervlakkig en hard over uiterlijk kunnen zijn, bewijzen de volgende uitspraken wel:

Haar borsten zijn wel een beetje groot… Maar ik vergeef het haar (over Scarlet Johansson).

Haar haar is niet zo mooi hoor; ze heeft een vrij slap kapsel! (over Eva Jinek)

Verschrikkelijk. Het lijkt of haar hoofd te groot is voor haar lichaam (over Sylvie Meis)

“Jij bent zo perfect afgetraind, dat is niet meer sociaal!” (over gast Arie Boomsma)

Fantastisch toch? Ik heb heel goed opgelet tijdens de drie uitzendingen die al zijn geweest. Ik heb een aantal uitspraken (vrij) genoteerd. Sommige treffend, andere cliché of gewoon niet zo waar, weer andere gewoon grappig:

“Vrouwen denken dat ze bepalen, maar dat is helemaal niet zo”

“Je moet ze altijd gelijk geven… de man wil geen gezeik”

“Vrouwen zijn altijd zo onzeker”

“Wij zijn gewoon verstandiger”

“Alles is moeite en pijn in dit leven”

“Ik vind het heerlijk om aangevallen te worden”

“Toegeven aan lust vind ik een zwakte”

“De vrouwen hebben de macht”

“Jullie reduceren vrouwen tot een onzeker hoopje wanhoop”

“Taal is de beste ingang bij vrouwen. Als je een beetje kan formuleren, kan je elke avond een nieuwe date hebben”

“Als je deze vrouwen ziet zou je toch bijna denken dat god wél bestaat!”

”Bij een mooie lach en lichaam ben je als man 2 uur behoorlijk hulpeloos”

“Machtsverhoudingen zijn de basis van elke relatie”

“Als je dan weer verliefd bent, denk je “Ja goddomme, ik leef!”

‘Ik hou niet van die opgeruimde typjes, met van die blonde haren”

“Je moet het je als stoere vrouw kunnen veroorloven om stoer te zijn”

“Ik kan er niet tegen als een vrouw gaat huilen… dan ga ik smelten”

Ik zou bijna zeggen: Ze is van mij is een soort ZoetZuur, maar dan omgekeerd. En op de buis. Er werden acht afleveringen gemaakt, waarvan aankomende week alweer nummer vier op de buis verschijnt. Ik ben fan! Gemist maar wel nieuwsgierig? Op internet terug te zien: klik!

 

Ze is van mij/VPRO/Maandag/Nederland 3/rond half tien ’s avonds