Berichten

Als de bom valt

Het was me weer een spannend weekje. Of twee.
In Brussel vielen bommen en hier waren wij bang dat wij de volgende zouden zijn. Een weekje. Of twee.

Nouja, wij; ik niet. Ik wist het namelijk niet. Ik kijk zelden televisie. Ik praat niet met vreemden op straat (als ik er onderuit kan komen. Door bijvoorbeeld een koptelefoon te dragen, of ik nu muziek luister of niet. Ik weet het. Zo ben ik. Half autist en heel Westers individualist, maar tegenwoordig veel hipper: introverte extravert. Of andersom.). Ook kijk ik tegenwoordig niet meer constant op mijn telefoon als ik naar werk reis. Ik puzzel heden ten dage. Omdat ik mijn bochel niet wil laten groeien door voorovergebogen naar een minischerm te staren, niet constant met dat ding en die kankerstraling bezig wil zijn en omdat ik dan gelijk een beetje brain training doe.

Dit alles leidde ertoe dat ik pas ergens in de middag, toen ik op het werk klaar was met een aantal ‘moetjes’ en ging socializen met collega’s, hoorde dat er aanslagen in Brussel waren gepleegd. Normaliter trek ik me daar weinig van aan. Als het je tijd is, ga je toch, denk ik dan maar. En, net als wanneer het op een vliegreis verkeerd zou gaan: waarschijnlijk heb je nooit iets geweten noch gevoeld. Ik zou bijna zeggen: ik teken ervoor. Maar nu toch nog niet.

Lees meer

Naar bed met Khaled

Je bent er! Eindelijk, je bent er. Ik heb hier zo ontzettend naar uitgekeken, dat wil je niet weten. Het is jaren geleden dat ik jou onder ogen, in mijn handen heb gehad. Ik heb je gemist. Gretig wil ik direct een start maken, maar ik houd me in. Want hoe graag ik hier ook van wil gaan genieten, een begin maken betekent automatisch dat er ook een einde aan zit te komen. En dat wil ik niet. Dus ik stel nog even uit.

Voor nu doe ik niets anders dan even naar je kijken. Mooi…

Ik laat mijn vinger over je rug glijden. Je voelt heerlijk koel en glad. Ik ruik aan je. Vers, schoon. Niemand heeft jou nog zo beroerd. Je bent helemaal van mij.

Ik ben er vroeg voor opgestaan en heb me gehaast. Ze stonden al in de rij voor je. Ik was vastbesloten: jij moest en zou met mij mee naar huis. Zo gezegd, zo gedaan. De rest van de dag is helemaal van jou en mij. Ik ga geen boodschappen doen, mijn vriendinnen spreek ik ergens volgende week wel weer, meditatie en dagboek, rekeningen en alles wat nuttig en verplicht is zoekt het maar uit.

Ik ging naar bed met Khaled. Zelfs het vriendje was voorbereid. Jaren geleden las ik, sceptisch want ‘Arabische schrijvers gebruiken zoveel woorden en overdrijven zo en dat is totaal niet mijn ding’ de Vliegeraar. Ik was tot mijn eigen verbazing meteen verkocht. Khaled Hosseini mocht zich meteen bij Isabel Allende scharen als een van mijn favoriete auteurs. Ik verslond het boek. Duizend Schitterende Zonnen, welke erop volgde, liet mij –bijna- huilen. Ja hoor: deze Arabier deed het hem voor mij. Jouw verhalen zijn in- en in triest en toch blijf ik niet met een slecht gevoel achter. Als ik jou lees dan huil ik van binnen, lach hardop, leer geschiedenislessen en leef mee met mensen die normaliter heel ver van mij afstaan. Ik lig letterlijk dagen met Khaled in bed. Ik wil geen letter missen en toch wil ik ook niet dat het ophoudt. Dat doet het natuurlijk wel. Zoals alles. Maar er kwam toch wel meer, dacht ik.

Toch was het na je laatste boek heel lang stil. Ik keek op je website. Geen nieuws. Keek weer. En nog een keer. Googlede wat. En voor ik het wist deed ik het al jaren zonder je. Nu ging dat over het algemeen best; ik had genoeg randdebielen in het echte leven en ook in mijn bed om me mee bezig te houden waarna ik hier op ZoetZuur mijn frustratie kon wegschrijven. Maar toch.

Op een dag was ik het zat. Ik mailde je management. Ze mailden terug dat je hard aan het werk was en dat ze me op de hoogte zouden houden. Binnen twee weken lag je in de winkels en mij was niets verteld. Ongelooflijk. Ik was daar best kwaad over. En marketingtechnisch was het ook niet zo slim. Zo iemand als ik abonneer je toch minstens op een nieuwbriefje? Spreek je ze daar even op aan voor mij? Dankje.

Nu is boek drie alweer uitgelezen en je hebt me, hoe noemi k het,…onverzadigd achtergelaten. Ik had er zoveel meer van verwacht, maar je hebt me toch een beetje teleurgesteld. Misschien kan dat ook niet anders als de eerste keren zo fantastisch zijn. Dan zijn verwachtingen misschien zo hooggespannen, dat je daar sowieso niet tegenop kan schrijven. Hier en daar kwam je dan toch met een prachtige zin uit de hoek, die mij in alle schoonheid en eerlijkheid troffen. Die me zo overrompelde dat ik het wel op Facebook en Twitter moest slingeren, want dat doe je tegenwoordig natuurlijk. Maar tussendoor was ik toch best verveeld en las ik plichtmatig. Ik dacht dat de magie stiekem gewoon een beetje op was. Tot tegen het einde van het boek. Ik quote:

‘Mamá geloofde boven alles in trouw, ook al betekende dat zelfopoffering. Vooral als het zelfopoffering betekende. Ze geloofde ook dat het altijd het beste was de waarheid te vertellen, onverbloemd, zonder ophef, en hoe onaangenamer de waarheid, hoe sneller je die moest vertellen. Ze had geen geduld met mensen zonder ruggengraat. Ze was, ze is een vrouw die niet van excuses houdt…’

Voor anderen zegt dit misschien niets. Voor mij alles. Ik voél dit. Ik zie het als een geschenkje. Van jou voor mij. Jij weet hoe het zit en waar ik van houd en je kunt me toch nog verrassen. Daarom blijf ik je trouw, want hoewel onze liefde niet meer zo nieuw en opwindend is, ze blijft mooi en echt en eerlijk. Ik hou van jou Khaled. Tot de volgende keer. Ik zal er zijn. In de rij en in mijn bed.

Hij wint. Jij verliest. Altijd.

Als hij naar je kijkt met een blik die je nog nooit in zijn ogen hebt gezien, maar dat je niet precies kan bepalen wat die blik betekent. Je hebt die blik namelijk nog nooit gezien. Bovendien praat je ook nooit met hem wat alles wat jullie doen zou kunnen betekenen en wat het zou kunnen zijn. Je kropt alles op en je blijft er mee lopen. Maar dat houd je maar even vol. Ooit barst de bom.

Stel je voor dat die bom barst en jij een waterval aan gevoelens over hem uitstort. Dat je verliefd op hem bent, dat je iets met hem wilt opbouwen en dat je hele hart eigenlijk bij hem ligt. Je houdt hem vast en wilt hem nooit meer loslaten. Maar je weet dat je hem moet loslaten, omdat hij je geen keus laat.

Hij laat je uitrazen, hij laat je vertellen wat je voor hem voelt, je legt je gevoelens bloot, de tranen stromen over je wangen, maar hij blijft koud. Hij reageert niet. Een antwoord blijft uit en je zit imaginaire deuren dichtgaan en imaginaire muren opgetrokken worden. Hoe je ook blijft drammen, blijft zeuren en eigenlijk zijn grootste nachtmerrie wordt, het blijft uit. Stil.

Het blijft hoe dan ook uit. Ook al zeg je niets. Je hebt immers maanden, jaren niets gezegd. Toen werd er ook al niets gezegd. De handelingen die hij deed, deden je denken dat hij meer voor je voelde. Dat je misschien wel wat meer voor hem betekende dan een ordinaire huis-tuin-en keukenslet, maar je hebt je vergist. Hard.

Je hart ligt in zijn handen en hij laat het vallen zonder het op te rapen. De enige die het op kan rapen ben jij. De enige die het kan lijmen ben jij. Want hij zal het niet voor je doen. Hij blijft zwijgen en zal er niets aan doen om je weer goed te laten voelen. Je weet dat het tijd is om hem los te laten, maar hoe graag je het enerzijds ook wilt, je gevoel houdt stevig vast. Je gevoel kan hem niet blokkeren van WhatsApp, je gevoel blijft aan hem denken en je gevoel houdt hem in je hart. Zo blind heeft de liefde je nog nooit gemaakt.

Je bent een down for the ride chick, maar hij ziet het niet. Of wil het niet zien. Misschien is hij wel bang. Misschien is hij er nog niet klaar voor. Wie weet wil hij eerst een goede baan vinden, afstuderen, wedstrijden sporten, weet jij veel. Iedere smoes die je kunt verzinnen om nog langer met hem in contact te blijven, klinkt aannemelijk. Maar je weet dat je dat niet moet doen.

Een Klootzak in een Good Guy-verpakking is wat hij is. Hij is er altijd voor je als je hem nodig hebt. Hij luistert naar je emotionele uitbarstingen, geeft je tips, steunt je en zegt dat je dingen wel kan waar je zelf onzeker over ben. Hele dagen hebben jullie contact. Van ’s ochtends tot ’s avonds en dat elke dag. Hij is er. Elke dag. Dat weet je. Hij is een gewoonte geworden. Een gewoonte waar je meer voor voelt dan je had gepland.

Het heeft lang geduurd voordat je erachter kwam dat je minder was dan de viezigheid onder zijn zool. Of tenminste, je bent er eigenlijk nog niet achter, want je gevoel houdt je voor dat je wél meer bent. Maar dat ben je niet, anders zou hij dat wel laten merken. Het is bijna onmogelijk dat iemand zodanig veel issues heeft, dat hij je zo bruut vernedert en je gewoon laat hangen met je gevoelens en schouderophalend verder gaat me zijn leven. Een Klootzak in een Good Guy verpakking, dat zei ik toch?

Je hart is gebroken, maar je blijft doorgaan en waarom? Omdat je denkt dat het nog niet klaar is en dat er meer zit. Hoeveel teleurstellingen blijft iemand zichzelf geven? Hoe weinig vind je jezelf waard en waarom zou je in godsnaam iemand willen die je vernedert, laat hangen met je gevoelens en je zonder enige problemen negeert.

Hij, de man waar jij andere mannen voor liet schieten. Hij, de man waarvoor jij alles zou doen. Hij, de man waar jij voor zou zorgen met liefde. Hij, de man waar jij naar zou luisteren, de man waar jij voor zou staan, de man die jij door dik en dun zou steunen. Hij, de man die geen ene fuck om jou geeft. En ergens weet je het. Maar toch ga je door. Waarom?

Het spel wat hij speelt, zal hij altijd winnen. Het spel wat hij speelt laat jou achter met een gebroken hart. Altijd. En je weet het. Toch?

 

Lijkt me leuk.

Een man?  Die heb ik niet nodig joh. Die brengt geen toegevoegde waarde in mijn leven. Ik bedoel, vuilniszakken kan ik zelf ook wel weggooien en lampjes uitdraaien ook. Of tenminste, het lijkt er op dat ik ze kan uitdraaien. IKEA verliest van mij en behangen en laminaat leggen? Daar draai ik mijn hand niet voor om. Ik zit niet te wachten op een ‘wat ik ga doen, met wie ik wat ga doen, hoe ik het ga doen en hoe laat ik van plan ben om thuis te komen’ ondervraging. Om niet heel erg vervelend te zijn; ik woon op mezelf. Al een heleboel jaartjes, mag ik dat zelf bepalen? Ik wil geen achterdochtige gedachten als ik met mannelijke vrienden ben. Al heb ik er maar een paar. Maar die ken ik al eventjes, dus ik wil daar niets over horen. Bovendien kan ik mijn eigen zware boodschappen tillen en anders heb ik altijd nog AH.nl.

Maar eerlijk? Het zou wel heel leuk zijn. Zo’n man.

Niet om mijn lampen in te draaien of mijn muren te behangen. Niet eens om laminaat te leggen of mijn zware boodschappen te tillen. De vuilnis kan ik nog steeds zelf wegzetten, zelfs met een man. Een pot bruine bonen kan ik makkelijk opendraaien zonder een mannelijk persoon in de keuken. Daarvoor heb ik hem allemaal niet nodig. Of dat hij me goed laat voelen omdat ik me onzeker voel. Oké, daar heb ik hem misschien dus wel voor nodig. Ach, nodig nodig is het ook weer niet. Maar het zou wel heel leuk zijn.

Zo eentje waar je mee op de bank kan zitten en een filmpje kan kijken. Al dan geen The Notebook. Ach, je kan niet alles hebben, moet je dan maar denken. Zo’n man waar je een hele dag in bed kan liggen. Kletsen. En zo.  Zo een waar je voor kan zorgen en zo een die voor jou zorgt. Een die jou de waarheid vertelt en niets anders dan de waarheid. Ook over jou. Vooral over jou tegen jou. Het zou ook wel leuk zijn als hij ook zijn eigen plan trok. Lekker met zijn vrienden erop uit. Niet claimend en vooral niet bezitterig. Maar hij vindt het wel altijd fijn om weer bij mij te zijn. Maar hij is wel een man. Een Man. Met principes waar hij voor staat. Waar hij heel duidelijk in is. Hij respecteert mij en ik hem. Hij verdient, vanzelfsprekend, zijn eigen geld. Is onafhankelijk en goed opgevoed. Hij draait zijn hand niet om voor een afwasje. Hij is volwassen en kent zijn verantwoordelijkheden. En hij vertelt mij wanneer ik ongelijk heb – probably on a daily -.

Zo een. Dat lijkt mij wel leuk.

Elke keer. Opnieuw.

Hij kijkt mij aan. Ik kijk hem aan. Ik voel een siddering door mijn lijf. Hij neemt een stap en komt wat dichterbij me staan. Hij raakt me niet aan. Hij zegt niets. Ik wil zoveel zeggen maar ik klap dicht. Zoals ik altijd doe als ik hem zie. Ik kan over koetjes en kalfjes praten, over de bloemetjes en de bijtjes, maar zeggen dat ik mijn hart aan hem heb gegeven op het moment dat ik hem voor het eerst zag, dat lukt niet.

Dan moet ik me kwetsbaar opstellen. Kwetsbaar opstellen is iets waar ik niet goed in ben. Ik kan het niet. Mijn gevoel blootleggen zal ik niet snel meer doen. Teveel mensen vertrouwt, te vaak gekwetst. Mensen die mij kwetsen en over mijn gevoelens heen walsen alsof het niets is. Niets voor hen. Voor mij is het alles.

Ik open mijn mond en ik wil wat zeggen maar er komt niets uit. Ik kan niets zinnigs zeggen. Het blijft stil. Mijn woorden blijven in mijn keel steken. Ik probeer de woorden weer door te slikken. Ik doe een stap achteruit. Ik snuif zijn geur op en wil weglopen. Wegrennen. Verdwijnen in de dunne lucht. Nooit meer om kijken om nooit meer wat te hoeven voelen. Hij pakt mijn arm vast en trekt me terug. Ik pak hem vast. Ik voel zijn adem in mijn gezicht, ik kijk naar zijn mond, naar zijn ogen en ik sla mijn ogen neer. Wat ik bij hem voel heb ik nog nooit gevoeld.

Ongecontroleerd maak ik mezelf los van hem. Ik wil zijn aanraking niet voelen. Ik wil zijn adem niet voelen en ik wil zijn geur niet ruiken. Ik wil zijn blik niet zien. Ik wil zijn stem niet horen en niet luisteren naar zijn woorden. Ik wil dat hij weggaat. Weg uit mijn leven. Ver weg. Zijn hand glijdt langs mijn hand en ik verstijf. De aanraking van zijn hand is al genoeg om mij mijn adem in te laten houden. Ik voel een kriebel door mijn hele lijf. Ik wil zijn aanraking voelen. Ik wil zijn adem voelen en ik wil zijn geur ruiken. Ik wil zijn blik zien. Ik wil zijn stem horen en luisteren naar zijn woorden. Ik wil het. Ik wil het. Niet.

Als was in zijn handen ben ik. Hem spreek ik als eerste als ik wakker word en als laatste voordat ik ga slapen en iedere minuut daartussen. Hij spoort me aan om dingen te doen waar ik eigenlijk bang voor ben. Hij luistert naar iedere klaagzang die ik ophang aan zijn adres. Hij vraagt me om naar hem toe te komen. We spenderen tijd. Al zijn het maar vijf minuten. Hij vertelt me verhalen en ik luister. Ik luister aandachtig en kan tot mijn verbazing langer dan drie seconden mijn aandacht erbij houden. Zijn woorden klinken door in mijn hersenen. Ik onthoud veel van wat hij zegt. Het heeft waarde. Meer waarde dan alles bij elkaar. Veel te veel waarde.

Hij en ik. We klikken. We matchen. We zijn een schot in de roos. We zijn ieder walgelijk cliché. Maar we zullen het niet uit spreken. Ik niet. Hij niet. Ik denk dat er meer is. Ik denk dat ik verliefd ben. Op hem. Ik ben verliefd op het idee om verliefd te zijn. Op hem. Hij, ach hij, wat hij vindt, denkt en verwacht is voor mij al vanaf het begin niet duidelijk.

Wekenlang kan ik volhouden alsof er niets aan de hand is. Alsof ik niet meer voel voor hem. As if. Ik praat normaal met hem en doe alsof mijn neus bloedt. Vertel verschillende verhalen. Praat over alles en nog wat. Maar ik praat nooit. Op een gegeven moment barst de bom. Dan slaan mijn gevoelens op hol. Dan snap ik nergens meer wat van en dan ben ik klaar met hem. Klaar met alles. Keer op keer op keer op keer. Oorlog in mijn hoofd. Hart tegen hersenen. Gevoel tegen verstand. In paniek roep ik uit dat ik niet meer weet wat ik moet doen. Dat ik beter verdien. Dat als hij me echt zou willen dat hij het wel tegen me zou zeggen. Toch wint gevoel altijd. Altijd.

Dan sta ik daar weer. Tegenover hem. Met een kloppend hart en alle zintuigen op scherp. Alle geuren, bewegingen, aanrakingen en geluiden neem ik in mij op. Opnieuw. Elke keer weer opnieuw. En het zal niet over gaan. Pas als ik de cirkel zelf verbreek. En dat ben ik niet van plan, want mijn gevoel wint. Elke keer. Opnieuw.

 

Fuck Cupido

Echt, ik meen het. Cupido moet dood. Zijn pijlen moeten in zijn kleine babylichaampje geschoten worden. Een overdosis aan liefde. Zoveel dat hij er een hartstilstand van krijgt. Alle pijlen die hij in mijn richting heeft geschoten? Allemaal raak. Straight through the heart. Maar bij die man? Finaal mis. Gewoon mis. Wat een schele kip, die Cupido. Echt, misschien heeft-ie een gratis oogtest bij één of ander opticien nodig, want waar hij nu mee bezig is, slaat werkelijk nergens op. Schiet dan maar niet. Blijf dan maar weg. Eén zo’n hart vol met liefde, wie heeft daar nou wat aan. Cupido, you suck. KutCupido.

 

Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij

Als we het hebben over bindingsangst ben ik degene die met een opgetrokken wenkbrauw, in je fantasie dan, want dat kan ik dus nog steeds niet, kijkt. Bindingsangst is een excuus zodat je niet met diegene in zee hoeft te gaan. Het ultieme maatschappelijke geaccepteerde excuus. “Oh, hij heeft bindingsangst, daar kan hij niets aan doen.” De perfecte: “Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij.” Het wordt geaccepteerd. Volledig. Hij heeft bindingsangst. Het is oké. Er zijn meer vissen in de zee. Het is jammer, maar er is niets aan te doen. In mijn ogen bestaat bindingsangst niet.

Totdat ik er één tegenkwam die wel leuk(ig) was. Lief enzo. The good guy. Weet je wel die jongen waar ik een allergische reactie van kreeg? Ja. Juist, die. Waarom kreeg ik een allergische reactie van hem? Omdat hij zo lief was? Nee, dat was het niet. Niet per se. Omdat hij van alles voor me deed? Nee, dat ook niet. Vanwege zijn kleffe koetsjiekoetsjie-gedrag? Nee. Ik wist het niet. Ik snapte het niet. Ik wist niet beter dan dat ik hem gewoon niet hoefde. Niet een beetje, niet helemaal. Het was niet omdat hij 1m95 was en ik helemaal niet gecharmeerd ben van hele lange mannen. Het was niet omdat hij kaal was, en ik totaal niet op kale mannen val. En voor de verandering discrimineerde ook nog eens niet. Nee, dat was het allemaal niet. Zijn handen waren best ok en goed verzorgd. Zijn kledingstijl is totaal niet iets waar ik nou blij van werd. En zijn schoenen waren verschrikkelijk, maar dat was het allemaal niet. Wat was het dan wel? Thamar, jij kut, wat was het dan wel? Hij maakte me bang.

Oprecht bang. Hij was zo into me dat ik niet wist waar ik het zoeken moest. Hij complimenteerde me met mijn zachte haren. Zelfs met mijn figuur. Mijn figuur notabene. Gekker moet het niet worden. Mijn handen. Mijn nagels. Alles was perfect voor hem. Mijn sigaretjes werden aangestoken en de lege glazen werden naar de keuken gebracht. Ik zag dit allemaal roerloos aan. Wat moest ik daar nou mee? Iemand die zo into me was, dat bestaat niet.  Of nou ja, natuurlijk bestaat dat wel. Ik ben immers geweldig, maar het maakte me bang. Gewoon echt oprecht bang. Ik zou niet kunnen acclimatiseren met iemand die alles voor me doet. Dat is niet goed voor mij. Vooral niet goed voor hem. Ik zou over hem heen walsen. Heen en terug. Ik moet eruit geluld worden door een kerel. Hij moet mij op mijn plek kunnen zetten wanneer ik dat nodig heb. Anders zal ik te ver gaan. Veel te ver. Ik ken mezelf. Ik ben lastig. Heel lastig. “Ja, dat zijn alle vrouwen” ik hoor het alweer. Nee, geloof me nou maar gewoon. Dat is makkelijker.

Heb ik dan bindingsangst? Wil ik me dan niet binden aan iemand? Wil ik überhaupt wel verkering. Misschien wil ik mijn leven wel alleen doorbrengen. Gewoon, lekker. Mijn eigen zin doen. Geen rekening houden met een man. Nee, dat wil ik ook niet. Dat is de toekomst van een oude vrijster. Daar ben ik niet voor gemaakt. Maar samen zijn. Ik kreeg vast zo’n aanval omdat ik allergisch was. Omdat ik me niet aangetrokken voelde tot hem. Niks. Niet eens een beetje.  Dat is het. Dat kan niet anders. Bindingsangst. Pf, dat bestaat niet.

Dus ja, het ligt wel degelijk aan mij. En niet aan hem. Vervelend dat ik deze verschrikkelijke verklaring nog eens gebruik. Had ik nooit verwacht. Het lag namelijk altijd aan hen.

 

TV tip: 500 days of Summer

‘This is a story of boy meets girl, but you should know upfront, this is not a love story.’

Zo begint het verhaal van 500 days of Summer, en daar is niets aan gelogen. Het is veel meer dan zomaar een liefdesverhaal. Het is een verhaal over verliefdheid, maar absoluut niet de zoetsappige Hollywood versie met een perfect paar en een happy end. In tegendeel: je ziet verdriet, pijn en wanhoop maar gelukkig ook humor.

Even technisch onder ons (alsof ik daar verstand van heb): de film zit ook knap in elkaar, met mooi camerawerk, flashbacks en –forwards en zelfs een hilarisch sprankje cartoon en musical zijn aanwezig. Alles bij elkaar maakt het een prachtig verhaal waar je in meegezogen wordt.

Ik wil er verder niet al te veel over verklappen, want morgen is ie op tv. En daarom post ik dit natuurlijk. Ga hem kijken! Dit is een pareltje van een film die je pakt en die voor iedereen wel herkenbaar is en leuk om te zien is. Hij is ‘anders’ maar niet geforceerd, eerder gewoon realistisch. Een film waar je op de woensdagavond lekker saampjes van kunt genieten, met bijvoorbeeld een stoer vriendinnen of de liefde van je (l)even.  De soundtrack mag er zeker ook zijn. Ik luister die graag terug om het sfeertje van de film weer op te roepen, die gek genoeg toch wel als ‘feel good’ omschreven kan worden.

Ben je nog niet overtuigd? Hieronder kan je de trailer bekijken.

[youtube]PsD0NpFSADM[/youtube]

500 days of summer/woe 5 oktober 2011/ 20:30 uur RTL5

Help mij hopen

Dat er geen Ware bestaat, daar was ik al achter. Relaties zijn nooit van begin tot eind alleen maar leuk, lief en gezellig. Ze verlopen heus wel eens minder gladjes en kunnen zelfs ophouden, dat wist ik ook. Zo niet, dan moest ik na De Breuk toch wel. Ergens geloofde, dacht, wilde ik toch dat het wel anders kan. Daarom houd ik zoveel van Memories, Grenzeloos Verliefd en nu ook Liefs Uit…

Mensen die naar andere landen reizen. Een klik hebben die niet onder woorden te brengen valt. Leven op twee mails en drie minuten telefooncontact per maand. Superveel moeite voor elkaar doen, wat niet als moeite aanvoelt. Elkaar maanden niet kunnen zien en spreken, maar toch die klik niet verliezen. Dwars door verschillende geloven, taalbarrières, landsgrenzen, tijdszones en bezwaren van anderen heen. Enkel en alleen door en voor dat magische woord dat zoveel omvat maar toch zo moeilijk te omschrijven is: LIEFDE. Waardoor mensen na 60 jaar herenigd worden of binnen 3 maanden weten: dit is hem en ik laat alles voor hem achter.

Als ik dat zie, word ik helemaal warm van binnen. Zo leuk! Zo lief! Zo mooi! Allemaal om de liefde, prachtig toch? Het bestaat! En, toegegeven: ik heb vandeweek een traan gelaten. Ja. De nieuwbakken schoonmoeder van een leuke Hollandsche meid moest afscheid nemen omdat eenmaal daar aangekomen voor haar Nieuwe Leven, de Brazilliaanse lover toch niet meer wilde. Onder andere omdat zij gelovig is en het bed niet met hem wilde delen. Ik dacht: goed zo meisje! Je zou het maar voor die lelijkerd opgegeven hebben (ze hadden al drie jaar wat, het was geen nieuws voor hem). Die lieve, lieve kleine moeder van de Brazilliaan brak in hartverscheurend verdriet en tranen uit. Ik ook, een beetje. Ik dacht: wat een klootzak die vent. En: ik word oud, mild (soms) en sentimenteel. De dertig nadert. Maar vooral: is echte liefde een illusie?

Daarbovenop kreeg ik een telefoontje. Mijn lieve, leuke, gezellige, mooie en al jaaaarenlang in een relatie vriendinnetje F: single. Ik kon het niet geloven. De vierde in een maand. Natuurlijk, ik zei het al: relaties gaan heus weleens uit. Verkeringen van pubers ja. Of van je ouders, maar die moesten sowieso nooit bij elkaar komen. Alleen: ik hoor nergens successtories meer. Ik ken weinig tot geen gelukkig getrouwde mensen. Geen stellen die al jaaaaaaaaren straalverliefd zijn en samen oud, grijs en stinkend gelukkig zijn geworden. Waar het allemaal fout ging en wat mensen elkaar allemaal voor verschrikkelijks aangedaan hebben, is een ander ding. Ik kan er boeken vol mee krijgen.

Dat is jammer en best eng. Want: hoe moet dat nou met mijn prachtige vriendinnen? Met de stellen waarvan ik wil dat ze voor eeuwig gelukkig bij elkaar blijven? En met mij? Ik heb helemaal geen zin in nog vijf verschillende relaties, en dat die dan toch niet werken. Investeren, openstellen en met lege handen achterblijven. Niet alleen afscheid nemen van je gezamenlijke doelen en dromen, maar ook van vrienden en familie. Verdelen van goederen. Verhuisperikelen. Misschien wel met huisdieren of zelfs kinderen in het spel. Gadver, ik word al moe als ik er ook maar een beetje aan denk. Maar wat moet je dan he? Eeuwig single zijn wil ik ook weer niet, in tegendeel. Dat wil niemand.

Dus er zit niks anders op dan gewoon mijn best doen en hopen. Een beetje bidden erbij. Ik voor mezelf, mijn vriendinnen en voor jullie; jullie voor jezelf, jullie vrienden en voor mij. Deal? Ik heb gelijk even uitgezocht tot wie we ons moeten richten, wel zo handig.

Dat zijn vrouwe Catharine: beschermheilige van single meisjes, professioneel koppelaar Antonius: beschermheilige van de liefde, Blaesilla: die van bruiden en weduwen en tot slot Judas Taddeüs: van de onnozelen (je kan maar beter grondig te werk gaan).

Dus: ik stel een hoop-en-bid-marathon voor. Het is bijna weekend, komt goed uit. Je kan het overal, je hebt er niks voor nodig, het kost je geen cent: geen smoesjes dus! Het is voor een goed doel. En een mooiere wereld. Help mij hopen.

VOLGENS HEM: Schuim, liefde en pleisters

Het monster van Loch Ness, Atlantis en Liefde. Alle drie bestaan ze niet. Alleen gelooft bijna de hele wereldbevolking toch in de laatste. Ik ergens ook. Maar iedere dag sterft het geloof een beetje af. Liefde is net een risicovolle belegging en ik leef dankzij winstbejag nu van een uitkering. Niet letterlijk, maar de meeste liefde die ik ontvang is van mijn moeder. Platonisch ja.

Nu is dat gebrek aan geloof al zonde, maar bijkomstigheid is dat ik ook nog eens in de beerput van alles wat met liefde te maken heeft woon. In Amsterdam. Als besloten wordt ooit weer een  Sodom en Gomorra te bouwen, worden het voorsteden van onze hoofdstad. Romantiek kent men hier niet en een vrouw die na een tweede date nog niet in je bed duikt wordt bestempeld als ‘moeilijk’. In een laatste poging te kijken of liefde niet gewoon een marketingtool is, besloot ik in Amsterdam op zoek te gaan bij de minder geijkte plaatsen. Niet weer een avond in de kroeg of discotheek, maar musea, het concertgebouw of een cursus zelfverdediging. Waarbij ik dus sowieso de minst vaardige vrouw ga proberen te versieren, ik kan niet zo goed incasseren. Maar dat dus. De zoektocht begon op de meest troosteloze dag van het jaar, de dag ná mijn verjaardag. Valentijnsdag.

De missie was simpel: Ga naar een museum en kijk of je daar je droomvrouw tegenkomt. Aangekomen bij FOAM blijkt dat mijn gebeden zijn verhoord. Door de Duivel. Er is letterlijk geen mens te bekennen, afgezien van een verveelde hyena achter de kassa die waarschijnlijk de eerste wereldoorlog nog kan navertellen. In slow-motion. Na een lichte twijfel ga ik toch maar naar binnen, plaatjes kijken is ergens ook best wel leuk.

Maar plaatjes kijken was niet het einddoel. Nadat ik een paar verdwaalde koppels mentaal de dood in wenste en langs wat foto’s schuifelde, zag ik een meisje alleen staan. Het was sowieso niet mijn droomvrouw, maar ik mompelde iets over ‘desperate times’ en dezelfde wanhopige maatregelen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Volgens mij had ze het gehoord. Dat, of mijn opener ‘mooie foto he?’ was toch niet het succesnummer dat ik me had ingebeeld. Meer dan een korte “inderdaad” en een verbaasde blik die snel in walging vervormde hield ik er niet aan over. Ik had meer kans bij de foto’s aan de wand. Maar canvas schuurt helaas zo erg.

De treurtocht langs lege zalen met mooie beelden duurde nog even voort, maar eigenlijk was ik er allang klaar mee. Liefde zoeken is sowieso een hele kansloze onderneming. Ik bedoel, liefde zal vast bestaan, maar niet op Valentijnsdag in FOAM. Ik heb uiteindelijk maar een bos tulpen voor mezelf gekocht. Rood. Omdat m’n hart aan het bloeden was en niemand klaarstond met een tissue. Ik had beter pleisters kunnen kopen.

Misschien ligt het ook wel aan mij. Een vrouw vertrouwen is iets dat je als man alleen echt kan doen als je in Utopia woont. En ja, ik zie je nu fronsen, maar wees eerlijk: Jullie konden niet eens van een appel afblijven. Sta je daar in de mooiste tuin op Aarde, mag je alles doen en pakken, wil je perse die ene appel. Hoe moet een man je dan ooit vertrouwen? Heb je alles: een mooi huis, drie auto’s, twee kids en meer geld dan je ooit op kan maken. Maar wil je alsnog de tuinman. Nee, laten we eerlijk zijn. Jullie zijn niet heel geloofwaardig. En dat maakt deze opdracht nou zo moeilijk. Want eigenlijk was de missie simpel: Zoek je droomvrouw in Amsterdam. Maar iets zegt me dat ik beter die pot met goud aan het einde van de regenboog kan gaan opsporen. Maar vooruit, ik zoek nog even verder als je het niet erg vindt. En ondertussen verhuis ik naar Utopia. Schijnt dat ze iedere vrouw daar bij binnenkomst een rode appel aanbieden. En een grasmaaier. Hebben we dat probleem in ieder geval ook weer opgelost.

Randall Spann, een ongelovige in de liefde maar stiekem toch een hopeloze romanticus. Je kan hem achtervolgen op Twitter