Berichten

Omdat het gewoon lekker is

Ik denk dat er weinig is wat zo op kan luchten als huilen. Janken. De oogbollen uit je koppen brullen. Snikken, sniffen en flink snotteren. Het gevoel wat door middel van die waterlanders je systeem verlaat en wat dan nooit meer terugkomt. Weg ermee. Snuiten in een zakdoek en weggooien. Het lucht op.

Ik ben zelf geen huiler. Ik huil zelden. Er zijn natuurlijk momenten in de maand waarin ik emotioneler ben dan normaal en dan kan ik al janken als ik mijn zin niet krijg, maar die tel ik voor het gemak niet mee. Janken, omdat ik verdrietig ben. Ik lijk het niet snel te kunnen. Ik heb er niet zoveel moeite mee om niet te huilen.

Toen het uit ging met mijn ex heb ik geen traan gelaten. Toen hij een jaar later een nieuwe vriendin had, heb ik geen traan gelaten. Toen ik mijn teen stootte tegen de deurpost, heb ik geen traan gelaten – ik heb gegild, maar dat is geen huilen. Toen mijn kinderen werden geboren, heb ik geen traan gelaten. Bij The Notebook heb ik de tranen uit mijn kop gejankt, bij Marley & Me heb ik zo hard gehuild, ik dacht dat er iemand dood was gegaan. Oh wacht, dat gebeurde ook. Bij films ben ik een zachtgekookt eitje, dan huil ik om alles. Maar in het echte leven? Niet echt. Al zou ik het soms gewoon graag willen en omdat het gewoon lekker is.

Gisteren zei ik nog dat ik wel eens even heel hard wilde huilen. Gewoon, omdat ik pijn in mijn hart heb, dus dan wil ik huilen. Het zit in mijn systeem en het moet eruit. Maar nee, het kwam niet hoor. Niks aan de hand. Ik was uiterst kalm. Het gevoel zat me wel dwars, maar met praten kwam ik er wel. Praten was ook goed. Daarmee gaat het ook uit mijn systeem. Maar waarom wil ik maar niet huilen? Waarom lukt het niet. Het lijkt alsof mijn traanbuizen op slot zijn gesprongen.

Tot ik vandaag op de bank neerplofte. Doodop van de hele week school, kindertjes, gevoelens die rond worden gegooid als een pingpong bal en op een onbegrijpelijke manier behandeld worden, maakte me vandaag kapot. Ik strekte mijn benen en viel achterover op mijn bank. Lekker even liggen. En ineens gebeurde het. Bijna uit het niets. Tranen met tuiten. Janken. Snikken, sniffen en snotteren. Alsof ik mijn zin niet kreeg – die ik ook werkelijk niet kreeg. Opgelucht? Ja. Wil ik nog een keer janken? Graag. Gaat het me nog lukken? Geen idee.

Maar er is niets lekkerder dan even flink in je eentje brullen als een baby. Weg met al die opgepotte gevoelens en gewoon accepteren dat sommige dingen nou eenmaal niet echt voor mij zijn weggelegd. En dat is gewoon verdrietig en zielig, dat een traantje, of twee, best op zijn plaats is.

 

Pffff praten.

Over alles moet gepraat worden. Anders snap je niet. Alles moet gezegd worden. Over je diepste gevoelens. Je meest nare gedachten en vooral hoe bepaalde dingen je doen voelen. Mag ik even spugen? Ik heb vast een probleem, want praten over al die bovenstaande dingen laten mij boos worden, janken of dichtklappen. Voornamelijk het laatste.

Kijk, ooit had ik verkering. Een redelijk leuke verkering, af en toe. Je weet wel. De enige echte verkering met Ex. Soms kwamen we op van die punten aan dat je moest praten over je gevoelens, omdat het anders helemaal niet goed ging. Praten. Nou, dan denk je dat de diepste gevoelens boven water zouden komen. Vergis je niet, er kwam geen moer naar de oppervlakte drijven. Er viel geen skelet uit de kast, helemaal niets. Noppes. Nada.

Toch zit mijn hoofd vol met allemaal dingen die ik zou willen zeggen. Vertellen. Uitschreeuwen. Er zijn zoveel dingen die ik zou willen delen. Vertellen omdat het mij dwars zit of omdat ik me wat afvraag. Maar ik doe het niet. Ik durf het niet. Als ik niet praat, dan kan niemand mij belachelijk maken. Of mij kwetsen. Er kan niets gebeuren als ik niet praat. Het enige wat overloopt als een verstopte wc is mijn hoofd. Vragen die ik zelf beantwoord. Beelden die gevormd worden en conclusies die getrokken worden. Dat gebeurt allemaal in mijn hoofd.

In mijn hoofd zitten allemaal scenes waarin ik praat over mijn gevoelens met mensen. Met mensen waar ik van houd, waar ik van hield of waar ik nog van wil gaan houden. In mijn hoofd gaat het perfect. Ik kom uit mijn woorden, stotter niet en ga niet huilen. Mijn stem klinkt niet als een nieuwe vibrator met nieuwe batterijen. Stabiel. Ik word begrepen, niet gekwetst en vooral niet belachelijk gemaakt. Om mijn gevoelens worden niet gelachen. In mijn hoofd.

In werkelijkheid komt er niets uit. Ik wil zo graag een goed gesprek beginnen maar het lukt gewoonweg niet. Het durven is één van die obstakels. Het beginnen aan zo´n serieus gesprek. Altijd als ik eindelijk die stap had gezet werd het weggewuifd. Alsof het niets was. Het is vast niet belangrijk. Het waren mijn gevoelens maar. Hoe kon ik in godsnaam er van uit gaan dat anderen mijn gevoelens belangrijk vonden? Ik leek wel gek. Totaal mesjogge. Van de pot gerukt.

Gevoelens. Pffff. Overrated. Zolang er niet over gepraat wordt, zijn ze er niet. Lekker makkelijk. Voor mij, want dan hoef ik er niet over te praten. Voor de persoon waarmee ik wil praten over de gevoelens, want dan hoeft diegene niet te luisteren. Of weg te wuiven. Stilte. Nergens wordt er over gepraat. Een speld zou belachelijk veel herrie maken. Alleen in mijn hoofd gaat het op volle toeren. Gedachten die mij proberen te pushen dingen te zeggen die ik wil zeggen. Maar ik doe het niet. Want ik schaam me voor mijn eigen gevoelens. Ik hoor niets te voelen. Ik hoor niet te twijfelen. Ik hoor niet te denken ‘hoe nu verder’?

Praten. Niet echt mijn sterkste kant. Tenminste, als het over gevoelens gaat. Als we het hebben over praten om het praten daar kan ik wel wat van. Dat is niet emotioneel. Niet moeilijk. En als ik dan belachelijk wordt gemaakt kan ik het in ieder geval nog weggrappen. Als mijn gevoelens verkeerd worden begrepen, moet ik meer praten, meer uitleggen. Dan moet ik zorgen dat mensen het begrijpen. Dat wil ik niet. Of nou ja, ik wil het wel, maar ik vind het heel erg moeilijk.

Gesprekken die over emoties gaan, gaan bij mij vaak op dezelfde manier. “Ehm.. ehm.. ehm, ja.. ehm.. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen” *lacht het weg* “Het is namelijk zo dat.. ehm.. ja.. ehm. God, dit is echt moeilijk.. ja.. nee.. ja… Ach laat maar”. Dan wordt dat vaak beantwoord met een ‘weet je het zeker?’ die ik wederom beantwoord met een knik. Laat lekker zitten. Tegelijkertijd denk ik dat ik het wel wil zeggen. Maar ik doe het niet. Ik krop het lekker op. Net zo lang tot het mijn oren uitkomt. Dat leidt automatisch tot ellende. Ik ga me ergeren, omdat diegene mij niet begrijpt. Nee, natuurlijk begrijpt niemand me. Ik zeg niets. Logisch. Dan wordt begrijpen best een moeilijke bezigheid. Ik houd mijn lippen stijf op elkaar. Zuchten en rottig doen is een manier om mijn onvrede te laten blijken. Totdat de bom barst.

In woede kan ik namelijk wel heel goed vertellen wat ik overal van vind. Heel makkelijk. Dan gooi ik alles tegelijkertijd eruit. Makkelijker dan in woede vertellen hoe en wat is er niet. Alleen daarna hè. Daarna heb ik spijt als haren op mijn hoofd. Ik zeg dingen in the heat of the moment die echt verschrikkelijk zijn. Achteraf denk ik dan ‘had ik maar gepraat, dan was het niet zover gekomen’. Altijd lekker die mosterd na de maaltijd.

Als ik woede op voel komen houd ik tegenwoordig mijn mond. Dan kan ik ook geen dingen roepen waar ik spijt van kan krijgen. Serieuze gesprekken probeer ik nog altijd te vermijden. Het liefst. Het scheelt nu natuurlijk dat ik niemand heb waar ik een dergelijk gesprek mee kan voeren, maar mocht ik die wel krijgen, dan beloof ik nu plechtig heel hard mijn best te doen om serieus te kunnen praten. Natuurlijk beloof ik ook plechtig hele goede ruzies te maken. Want niets lucht zo op als een goede ruzie. Ook al heb je dan spijt als haren op je hoofd. Daarna kan je wel weer praten. “Praten”.

 

EMO-uitbarsting

Mijn laptop speelt PS: I Love You af. Naast me liggen de korstjes van een tosti en mijn sigaretten zijn binnen handbereik. Ik zet de film regelmatig op pauze. Een om die waterlanders, want jezus PS: I Love You is me toch een ontzettende jankfilm en twee omdat ik het anders niet uithoud en in m’n tranen blijf hangen. Dus even een sigaretje.

Mijn hoofd bonkt. Toch blijf ik stug verder kijken. Het ligt vast aan mijn ongelukkige houding die ik mezelf aanmeet omdat ik denk zo lekker te liggen. Kussens in mijn rug, mijn hoofd op zo’n ongelofelijk ongelukkige manier gedraaid zodat ik het beeld goed kan zien. Mijn nek ligt onnatuurlijk en mijn hoofd knalt daardoor uitelkaar. Tenminste, ik denk dat dit de reden is. De film staat op pauze omdat ik me niet kan concentreren. Er schiet van alles door mijn hoofd.

Wat als Ex en ik het echt voor de volle 100% hadden geprobeerd? Wat als ik hem nooit had leren kennen? Wat als ik nooit verliefd was geworden op Darryl, wat als ik Richard nooit had leren kennen. Wat als ik dit en dat en zus en zo anders had gedaan. Wat als?

Inderdaad, wat als, dat is allemaal achteraf gelul. Het is niet dat ik hem terug wil, integendeel. Ik vind het meer dan prima dat ik van hem af ben. Is daar nog een overtreffende trap voor? Dat ik het niet kan helpen dat ik soms aan het achteraf-denken ben, kan ik niets aan doen. Ook al zou ik het graag stopzetten. PS: I Love You helpt daar ook niet echt bij. Dat moet ik toegeven. Daar zijn ze zo intens verliefd, je zou willen dat het geen sprookje was. Natuurlijk denk ik aan mijn toekomst. Wanneer kom ik mister right tegen, is er wel een mister right voor mij? Natuurlijk is die daar, ergens. Maar hij weet vast niet dat ik miss right ben. Duh.

Alleen op van die avonden als deze voel ik me redelijk alleen. Gewoon echt alleen-alleen. Het missen van iemand die in je huis woont, waar je ’s avonds tegen aan kan kruipen, ruzie mee kan maken, maar het ook weer goed mee kan maken. Iemand die jou zegt dat ‘ie je mooi vindt, terwijl je weet dat hij liegt omdat je make up op je kin zit en je haar één groot vogelnest is. Je weet zeker dat je uit je mond stinkt, maar toch streelt hij je wang en geeft ‘ie je een dikke knuffel. Ook dat klinkt als een walgelijk sprookje, maar ik weet dat het waar kan zijn. Alleen, met wie?

Boohooo, wat ben ik sielug. Natuurlijk niet. Bij lange na niet. Maar toch wil ik soms gewoon zo’n vriendje. Je weet wel, zo’n jongen met wie je van alles deelt. Liefde. Echte liefde. Echte walgelijke kleffe liefde. Het komt wel, het komt wel. Ik weet dat het komt. Ik zit er niet echt op te wachten, maar soms, soms voel ik me gewoon zo. Zo emo, zo alleen, zo eenzaam.

Gelukkig duurt dat nooit lang en ben ik het morgen waarschijnlijk alweer vergeten. Het is soms zomaar een avond. Het heeft niets te maken met PMS of met drank. Een hersenspinsel in het holst van de nacht onder het genot van een overdreven romantische film en een sigaretje. Die overdreven romantische film, verklaart het wel een beetje, denk ik?

 

Huil me een rivier.

Graag! Tranen met tuiten, snikken, een hele doos kleenex leegsnuiten, verdrinken in je eigen snot, heerlijk. Als ik het kon. Ik kan niet zomaar huilen. Ik kan niet uit het niets tranen laten vloeien alsof het niets is. Al zou ik denken aan iets heel ergs uit het verleden, i’m not gonna cry.

Wat ik wel weer kan is janken uit woede. Echte woede. Niet te verwarren met verdriet. Op het moment dat ik je de les probeer te lezen zullen de tranen over mijn wangen vloeien. Men verward dit nog wel eens met verdriet, maar ik waarschuw je, raak me niet aan want dan vermoord ik je. Woede dus. Op één of andere manier leken alle mannen, ja alle dan lijkt het nog wat, mijn boze huilbuien te verwarren met verdriet. Ik kreeg daardoor regelmatig excuses voor hun onbegrijpelijke en onzinnige gedrag. Daardoor droogde mijn traantjes wel, maar boos bleef ik. Wetende dat ik natuurlijk excuus kreeg omdat ze me zielig vonden. Het was ‘aai-over-de-bol-tijd’. Het was ‘kiss-and-make-up-tijd’. Toch, ook al was ik nog boos, accepteerde ik hun excuus. Zo ben ik. De tranen droogden langzaam en mijn woede ebde weg, omdat hij zo z’n best deed. Alleen weet je, zo’n excuus is geen zak waard als hij er vervolgens de volgende keer gewoon precies hetzelfde doet. Sommige mannen blijven recidiveren. Om te janken. Maar zodra je gaat janken, zorg dan dat je ook gelijk wegloopt. Is beter voor je, angermanagement zal je niet helpen. Op het moment dat je wegloopt zullen de tranen komen. De echte tranen. Geen krokodillentranen omdat ik mijn zin niet kreeg. Geen woede-tranen omdat hij me he-le-maal gestoord maakte. Nee, die echt tranen van verdriet, pijn en leegte.

Die tranen van pijn en verdriet doen het niet altijd even goed bij mij. Ik heb in mijn leven twee keer gehuild om een man. Oké, twee-en-een-half keer. De eerste keer was ik 15. Mijn toenmalige vriendje van 21 jaar was vreemdgegaan met een meisje die wel sex met hem wilde. Ik wilde geen sex met hem, we hadden immers nog maar heel kort verkering. Als hij echt verliefd op me zou zijn, zou hij wel wachten. God, wat naïef. Hij vond het nodig om te sexen met een oud-vriendinnetje van mij. Hij vond het nodig om mij een dag ervoor een ring te geven, omdat hij o-zo-verliefd op me was. Hij vond het nodig om mij naar zijn huis te laten komen terwijl mijn oud-vriendinnetje net naar buiten liep na een goede beurt van hem. Althans, ik ga er vanuit dat de beurt goed was, voor zoverre je dat kan beoordelen als je  een jaar of vijftien bent. Hij vond het nodig om mijn verliefde hart zo hart te breken dat ik het drie weken later nog hoorde kraken. Kalverliefde. Ik was intens verdrietig. Ik heb gehuild alsof mijn hele familie was uitgemoord. Ik heb gehuild alsof er nooit meer een morgen was. Een groot zwart gapend gat zat er in mijn lijf. Hem kon ik niet vergeten, aangezien ik ze altijd samen in de stad zag, in de kroeg, in de club, in de friettent, ze waren overal. Het leek wel een virus. En elke keer voelde ik de tranen prikken achter mijn ogen. De tranen die mij pijn deden omdat mijn hart zo’n pijn deed. Vijftien jaar en intens verdrietig. Mijn vader deed overigens een dansje toen het uit was. Logisch, vijftien en een-en-twintig. Ja, ik snap mijn vader. Nu pas, want toen had ik pijn. Heel veel pijn. Mijn allereerste liefdesverdriet zal ik nooit vergeten. Zelfs nu nog. Twaalf jaar later kijk er nog op terug met een soort hartpijn. Het is niet echt een pijn. Dat niet. Wij zouden sowieso niet samen oud worden. Daarvoor was ik veel te leuk en hij een loser. Zie je, dat bedoel ik, het is geen pijn maar het is toch iets. Ik denk dat je eerste hartpijn nooit écht over gaat.

Over mijn tweede hartpijn heb ik al héél véél geschreven op de blog. Misschien wel teveel. Ik had het nodig. Dat was natuurlijk Ex. Deze keer zal ik er niet zoveel woorden aan vuilmaken, don’t worry. De eerste keer, van de vele keren, dat Ex en ik uit elkaar gingen was de ergste. Tien kilo vloog eraf in één week, oké dat was niet zo heel erg – laten we eerlijk zijn, mijn ogen waren uitgedroogd. Mijn bovenlip was droog van het vegen met Kleenex. Ik had geen grammetje snot meer in mijn neus en ik heb tientallen nooit verzonden liefdesbrieven naar hem geschreven. Wanhopig was ik. Desperate. Dat klinkt wanhopiger. Gelukkig kwam hij bij mij terug en kon ik mijn vertrouwde woede-tranen weer verwelkomen. De eerste, tweede en derde keer was het snikken, snotteren en lucht happen. Het verdriet dat ik in me had, was iets buitenaards. Ik kende mezelf zo niet. Zo ben ik niet. Ik huil niet. Om niemand. Ik was voor het gemak mijn eerste echte liefdesverdriet vergeten. Voor mijn gevoel was dit mijn allereerste keer dat ik liefdesverdriet had. Het liefst wilde ik in bed liggen met de deken ver over mijn hoofd getrokken. Mijn zwarte gordijnen mochten geen glimpje licht door laten. Mijn hoofd had een enkeltje migraine geboekt en ik wist niet meer hoe ik moest kauwen. Mijn tweede liefdesverdriet was zwaar. Heel zwaar. Het voelde alsof Freddy Krueger mijn hart uit mijn borstkas trok met zijn klauwen. Niets heeft zoveel pijn gedaan als dat. Ik denk dat je tweede hartpijn nooit écht overgaat.

Mijn tranen van verdriet zijn niet voor zomaar iemand. Ik moet toegeven dat ik ook een miniscuul traantje heb gelaten om Darryl. Ik word trouwens nog steeds misselijk als ik hem alleen maar in mijn timeline van Twitter zie door een retweet. Maar goed, sommige dingen gaan vanzelf over. Hartpijn kan ik het niet noemen en mijn tranen verdient hij niet. Mijn tranen van woede heeft-ie wel gehad. Die geef ik zomaar weg, aan iedereen die ze wilt. Gratis en voor niets. Maar mijn tranen van verdriet die zijn voor een enkeling. Wel zo min mogelijk alstublieft.