Berichten

Het dagboek van Thamar

Dear Diary (gaarne met Engels accent lezen)

Sigaretten: 0
Gewicht: daar wil ik niet over praten.

Vandaag voel ik me als Bridget Jones. Het liefst zou ik ook willen vloeken als Bridget Jones. Op z’n Engels, weet je wel. Dat klinkt veel lekkerder dan dat Amerikaans. Bloody hell. Heerlijk.

Ik schrijf je ook alleen maar wanneer ik je nodig heb. Dus hopelijk gaan we dit niet op heel veel frequentere basis doen. Of nou ja, misschien ook wel. De zomer komt er aan, dan kan ik je wel eens vaker nodig hebben. Je weet wel. In de zomer komen er allemaal mooie mensen ineens vanonder hun stenen gekropen.

Alleen, ja, dan zit je met degene die je in de winter ook al leuk vond. En in de herfst. En in de lente. Oh en ook in de zomer. Al een paar jaargetijden lang. Niet één winter. Niet twee. Nee, drie winters. Drie winters lang vind je dezelfde leuk en die houdt je eigenlijk tegen om in een volgende winter leuk met een andere leukerd op de bank te hangen. Zo’n leukerd die jou ook leuk vindt.

Dat zegt trouwens niet deze meneer mij heus niet leuk vind. Dat vindt hij echt wel. Dat weet ik, omdat ik dat voel aan mijn water. Wij vrouwen voelen dat. Dat geloof je vast niet, maar echt waar. Ik weet zeker dat hij echt wel een beetje into mij is. En zo niet, dan toch. Zo gaat dat een beetje. Ik ben net zo’n friendzoned forever alone meme dingetje van 9gag. Het is toch ongelofelijk. Gewoon blijven hangen, want je weet nooit. Ik denk dat ik 16 ben.

Kijk, ik ken hem al een tijdje. Al heel veel tijdjes. En ooit zijn we met wederzijdse afspraken aan iets begonnen. Iets wat we niets noemde, het was namelijk zonder enige verplichtingen. Lusten, lasten, allemaal tegen alle nette dingetjes in. Zo ben ik; lekker tegendraads. Ik dacht dat ik dat wel kon. Kon ik ook. Echt waar. IJs-en ijskoud was ik. Een Yeti zou van ellende niet weten hoe hij zou moeten overleven, zo koud was ik. Totdat de tijd verstreek en ik aandacht kreeg. Toen was ik opeens mijn cool kwijt. Hartstikke superkwijt.

Je snapt dat ik nu tot over mijn oren verliefd ben, totally swept off my feet, belachelijke vlindertuin in mijn buik en oh ja, ik ga dom grijnzen als ik zijn naam zie verschijnen op het beeld van mijn telefoon. Ik heb een tuintje in mijn hart voor hem en hij kampeert ergens in mijn hoofd.

Soms zou ik hem best willen vergeten. Dat ik hem nooit meer zal spreken en dat hij en ik gewoon een gevalletje worden van “oh, wist je nog toen” als ik met mijn vriendinnen sushi aan het eten ben. Een herinnering. Zo eentje waar je nog heel lang de slappe lach over kan hebben, omdat je zo lang hebt volgehouden onder het mom “wie weet wordt het ooit nog wat”. Oké, dat mom heb ik mezelf misschien een beetje aangepraat, maar de mixed signals hebben ook duidelijk hun werk gedaan.

Kijk, na-tuur-lijk heb ik al eens geprobeerd te vragen hoe het zit, waar het heengaat en wat nou precies de bedoeling is. Geprobeerd. Dat betekent dus dat ik nooit écht wat heb gezegd, zo van recht in zijn gezicht, van wat ik nou eigenlijk wil. Dat komt omdat ik natuurlijk een schijtlijster ben en ik ergens wel zoiets heb van.. oké, ik kan hier ook nog wel even mee leven. Even. Zeg maar een dag ofzo.

Ik weet dat ik mijn ballen bij elkaar moet rapen, hem neer moet zetten voor mijn neus en hem eens even flink vertellen hoe en wat. Maar dan is er een glitch in the matrix. Een heel klein dingetje waarom ik dat niet doe. Echt minuscuul en bijna niet noemenswaardig; ik durf dat niet. Watje? Ja, kapot watje. Harstikke super-watje. Er is geen zachter watje dan dit watje. Echt watje.

Waarom ik het niet durf vraag je? Weet ik veel. Dat zeg ik hier boven al; ik ben een watje. Oh en ik wil het misschien toch wel een beetje niet zo heel erg klein beetje boel niet kwijtraken. Ik vind het wel gezellig zo, met hem. En ik ben bang dat als ik dingen ga eisen het opeens niet meer gezellig is.  En ja, ik weet ook wel dat het gezellig blijft als hij mij gewoon wil. Weet ik tóch. Maar toch, he.

Mijn gevoel is alleen voor mij. Ik heb daar namelijk heel hard van geleerd. Keihard. Je gevoel delen met andere mensen is het domste, stomste en lompste wat je ooit kan doen. Ooit keert het zich namelijk tegen je. Maar dat is misschien een beetje overdreven.

Het is eigenlijk heel erg dubbel. Want ergens wil ik hem zelf helemaal niet, maar ik wil hem toch eigenlijk weer wel. Ik ben, denk ik, diep van binnen een harstikke, typische, hopeloze romantische vrouw – en dan vooral hopeloos –  die gewoon van ellende alles maar gewoon laat gaan. Lekker makkelijk.

Ik lijkt wel gek. Correctie; ik ben gek. Oh en een watje. Een superwatje.

Nou, ehhh, bedankt voor het luisteren en tot later!

Een herfstig blaadje aan een eikenboom

Ze zat op de bank met een kop Pickwick Sterrenmunt thee met de televisie aan op één of ander liefdesprogramma. Dat programma gaf een stelletje weer die door moeilijke tijden gingen. Hij vocht voor haar, met behulp van dat zoetsappige programma. De exvriendin in kwestie kreeg een hele cameracrew op haar dak en een liefdesverklaring van haar exvriendje. Dat de exvriendin voor het blok werd gezet laten we maar even voor het gemak achterwege. Het programma zette haar aan het denken. Ze heeft nog nooit een man gehad die voor haar had gevochten. Geen vuistgevechten, maar gewoon gevochten. Alsof zij de enige was die bij hem hoorde. Hij die de liefde verklaarde aan haar. Hij die stad en land afreisde om bij haar te zijn. Dat soort zoete dingetjes. Ze kende het niet. Ze wilde bijna verkering met iemand nemen zodat ze erachter kon komen hoe het voelde dat er iemand voor haar vocht. Het gevoel dat een man haar zomaar liet gaan vond ze eigenlijk helemaal niet zo leuk. Makkelijk. Maar niet leuk.

Het feit dat ze een relatie met hem had gehad was voor hem voldoende. Zij stuurde hem de laan uit, hij ging. Zonder morren. Zij had gehoopt dat hij nog voor haar zou vechten. Haar van gedachten zou proberen te veranderen. Waarom weet ze niet zo goed. Ze wilde gewoon begeerd worden door hem. Ze wilde dat hij zou laten weten dat hij echt van haar hield. Dat was natuurlijk niet de reden waarom het uit was gegaan. Ze vond het niet meer leuk, zij had eeuwen gevochten om dingen recht te krijgen, terwijl hij in haar ogen niks deed. Hij vond het allemaal wel best zo. Daar ging zij niet mee akkoord. Al vaker had ze tegen hem gezegd dat ze niet gelukkig was. Hij deed er twee weken wat aan en zo snel als hij zei dat hij zou veranderen zo snel viel hij ook weer terug in oude gewoontes. Daar baalde ze van. Dus ze besloot de relatie te verbreken.

Hij pakte zijn spullen en liep de deur uit. “Is dit echt wat je wilt?” vroeg hij. Ze knikte. Hij ging weg, sloot de deur en keek geen seconde achterom. Ze voelde het verdriet opborrelen in haar buik, maar hield zich groot. Ergens wist ze natuurlijk ook wel dat hij dacht dat het over was voorgoed, maar ergens in haar hart wist ze ook dat ze hem niet volledig los wilde laten. Loslaten. Waarom zou ze dat doen. Ze waren zo lang bij elkaar en hebben zoveel van elkaar gehouden. Ze wist niet wat ze moest doen, dus ging ze maar in bed liggen.

De weken die erop volgden heeft ze steeds kortaf gedaan tegen hem. Eerst belde hij haar regelmatig. Gewoon om te praten. Hoe het met hem was, wat voor werk hij deed en wat de plannen allemaal waren voor zijn toekomst. Zijn eigen toekomst. Alleen. Dat zei hij nooit, dat alleen, maar ze kon het horen aan zijn manier van praten. Er was nergens een ons. Een wij of een samen. Dat deed haar beseffen dat hij had besloten niet voor haar te vechten. De telefoontjes werden minder. Tot op een gegeven moment er alleen gebeld werd voor noodzakelijke dingen. Hoogstens één keer per vier maanden. Totdat dingen niet meer noodzakelijk waren en al het contact uitstierf. Stilte.

Misschien had ze die telefoontjes over alles en niets moeten zien als het vechten voor haar. Telefoontjes die eigenlijk een dubbele boodschap hadden. Hij belde haar, dat moest toch genoeg zijn? Maar daar kwam ze pas achter op het moment dat hij al een nieuwe vriendin had. Ze wilde horen dat hij van haar hield. Ze wilde horen dat hij voor haar zou vechten, no matter what. Ze wilde horen dat hij alles voor haar zou doen. Alles. Maar dat vertelde hij haar niet. Hij vertelde waar hij werkte, wat hij allemaal had gedaan dat weekend en wat voor mooie toekomstplannen er waren. Dat waar zij net niet in geïnteresseerd was en de telefoontjes dus als irritant ging zien.

Zijn manier van vechten voor haar begreep ze pas achteraf. Op het moment dat hij geen aandacht meer voor haar had. Op het moment dat hij zijn liefde deelde met een andere vrouw. Toen viel het kwartje bij haar ook. Deze vrouw keurt hem goed, zou hij dan toch goed zijn? Het ring the alarm effect ging af bij haar. Ze wilde hem. Niet per se terug, maar ze wilde hem. Dit had niets te maken met het feit dat ze nog van hem hield of niet meer wist hoe fout het ging toen ze samen waren. Nee, ze wilde hem omdat die andere vrouw hem goed had gekeurd. Zo werkt dat in de vrouwelijke hersenen. Als het ene vrouwtje een man goedkeurt, wil het andere vrouwtje hem ook. Een soort van natuurlijk ring the alarm syndroom. “Waarom wil zij hem? Zou hij dan toch een goede, leuke, gezellige vent zijn?”

Ze wist dat ze er niets aan kon doen. Ze wist dat haar kansen verkeken waren. Als ze hem nog had willen hebben had in moeten gaan op zijn manier van vechten. Maar die manier van vechten werkte niet. Voor geen meter. Wat ze verwachtte kreeg ze niet van hem. En het gekke, zoveel verwachtte ze nooit van hem. Ze was snel tevreden. Het enige wat ze wilde was dat hij zou zorgen voor een vast inkomen per maand en dat de ruzies die ze hadden uitgepraat werden, in plaats van genegeerd. Het werkte niet. Hij niet en wat ze wilde ook niet. Nu heeft hij dit met iemand anders. Haar kansen zijn voorbij en dat is maar beter ook, dat weet ze.

Toch blijft ze afvragen wat het zou kunnen zijn als ze op zijn telefoontjes was ingegaan. Hoe het gegaan zou zijn als hij haar liet weten dat hij echt de wereld voor haar over had. En dat zij hem gewoon kon vertellen dat ze wilde dat hij voor haar vocht. Dat er niet langs elkaar heen werd geluld, dat ze elkaar gewoon begrepen omdat er dingen duidelijk waren gemaakt. Wat zou er dan zijn gebeurd? Zouden ze lang en gelukkig samen zijn geweest, of zouden de littekens van de afgelopen periode nog altijd zichtbaar zijn en alles volledig kapot gemaakt hebben? Wat zou er gebeurd zijn als alles anders was gelopen? Ze zal het nooit weten.

De wetenschap dat iemand niet zomaar veranderd als een blad aan de herfstige eikenboom in de achtertuin, is iets waar ze altijd aan terug zal denken op het moment dat ze last krijgt van het ‘ring-the-alarm-syndroom’.