Berichten

Hij wint. Jij verliest. Altijd.

Als hij naar je kijkt met een blik die je nog nooit in zijn ogen hebt gezien, maar dat je niet precies kan bepalen wat die blik betekent. Je hebt die blik namelijk nog nooit gezien. Bovendien praat je ook nooit met hem wat alles wat jullie doen zou kunnen betekenen en wat het zou kunnen zijn. Je kropt alles op en je blijft er mee lopen. Maar dat houd je maar even vol. Ooit barst de bom.

Stel je voor dat die bom barst en jij een waterval aan gevoelens over hem uitstort. Dat je verliefd op hem bent, dat je iets met hem wilt opbouwen en dat je hele hart eigenlijk bij hem ligt. Je houdt hem vast en wilt hem nooit meer loslaten. Maar je weet dat je hem moet loslaten, omdat hij je geen keus laat.

Hij laat je uitrazen, hij laat je vertellen wat je voor hem voelt, je legt je gevoelens bloot, de tranen stromen over je wangen, maar hij blijft koud. Hij reageert niet. Een antwoord blijft uit en je zit imaginaire deuren dichtgaan en imaginaire muren opgetrokken worden. Hoe je ook blijft drammen, blijft zeuren en eigenlijk zijn grootste nachtmerrie wordt, het blijft uit. Stil.

Het blijft hoe dan ook uit. Ook al zeg je niets. Je hebt immers maanden, jaren niets gezegd. Toen werd er ook al niets gezegd. De handelingen die hij deed, deden je denken dat hij meer voor je voelde. Dat je misschien wel wat meer voor hem betekende dan een ordinaire huis-tuin-en keukenslet, maar je hebt je vergist. Hard.

Je hart ligt in zijn handen en hij laat het vallen zonder het op te rapen. De enige die het op kan rapen ben jij. De enige die het kan lijmen ben jij. Want hij zal het niet voor je doen. Hij blijft zwijgen en zal er niets aan doen om je weer goed te laten voelen. Je weet dat het tijd is om hem los te laten, maar hoe graag je het enerzijds ook wilt, je gevoel houdt stevig vast. Je gevoel kan hem niet blokkeren van WhatsApp, je gevoel blijft aan hem denken en je gevoel houdt hem in je hart. Zo blind heeft de liefde je nog nooit gemaakt.

Je bent een down for the ride chick, maar hij ziet het niet. Of wil het niet zien. Misschien is hij wel bang. Misschien is hij er nog niet klaar voor. Wie weet wil hij eerst een goede baan vinden, afstuderen, wedstrijden sporten, weet jij veel. Iedere smoes die je kunt verzinnen om nog langer met hem in contact te blijven, klinkt aannemelijk. Maar je weet dat je dat niet moet doen.

Een Klootzak in een Good Guy-verpakking is wat hij is. Hij is er altijd voor je als je hem nodig hebt. Hij luistert naar je emotionele uitbarstingen, geeft je tips, steunt je en zegt dat je dingen wel kan waar je zelf onzeker over ben. Hele dagen hebben jullie contact. Van ’s ochtends tot ’s avonds en dat elke dag. Hij is er. Elke dag. Dat weet je. Hij is een gewoonte geworden. Een gewoonte waar je meer voor voelt dan je had gepland.

Het heeft lang geduurd voordat je erachter kwam dat je minder was dan de viezigheid onder zijn zool. Of tenminste, je bent er eigenlijk nog niet achter, want je gevoel houdt je voor dat je wél meer bent. Maar dat ben je niet, anders zou hij dat wel laten merken. Het is bijna onmogelijk dat iemand zodanig veel issues heeft, dat hij je zo bruut vernedert en je gewoon laat hangen met je gevoelens en schouderophalend verder gaat me zijn leven. Een Klootzak in een Good Guy verpakking, dat zei ik toch?

Je hart is gebroken, maar je blijft doorgaan en waarom? Omdat je denkt dat het nog niet klaar is en dat er meer zit. Hoeveel teleurstellingen blijft iemand zichzelf geven? Hoe weinig vind je jezelf waard en waarom zou je in godsnaam iemand willen die je vernedert, laat hangen met je gevoelens en je zonder enige problemen negeert.

Hij, de man waar jij andere mannen voor liet schieten. Hij, de man waarvoor jij alles zou doen. Hij, de man waar jij voor zou zorgen met liefde. Hij, de man waar jij naar zou luisteren, de man waar jij voor zou staan, de man die jij door dik en dun zou steunen. Hij, de man die geen ene fuck om jou geeft. En ergens weet je het. Maar toch ga je door. Waarom?

Het spel wat hij speelt, zal hij altijd winnen. Het spel wat hij speelt laat jou achter met een gebroken hart. Altijd. En je weet het. Toch?

 

Misschien. Denk ik. Ik weet het. Niet. Wel.

“Als je die leuke schoenen ziet in de winkel, dan ga je toch ook niet wachten tot ze naar jou toekomen?” riep mijn vriendin ietwat verbaasd, maar geheel terecht, uit naar mij nadat ik haar oren er weer eens af had gezeurd dat ik maar een schijtbak was met stappen zetten richting de liefde. “Doe gewoon wat jij leuk vindt, wat jij wilt!” riep ze praktisch uit. Ik knikte maar een beetje dweperig. Ik wist dat ze gelijk had, maar ik snapte niet zo goed waar ik bang voor was. “Je komt niet op tv met je afgang en je gaat niet dood! Het is maar een man!” tetterde ze door. Ik knikte nog dweperiger. Ik luisterde aandachtig, want ik wist dat ze gelijk had. Ik wist het zelfs heel goed.

Kwetsbaar opstellen is iets waar ik ontzettend slecht in ben. Ik vind het moeilijk toe te geven dat ik meer van iemand zou willen. Het broeit en borrelt van binnen. Alles in mij wil het hem zeggen, maar ik zeg niks. Elke keer als ik denk dat ik al mijn lef en moed bij elkaar heb geschraapt kijk ik hem in zijn ogen aan en klap ik dicht. Dan ga ik lacherig verder met praten over niks. Over het zonnetje, de bloemetjes en de vogeltjes die in de boompjes zitten. Pure onzin puur om het allemaal maar te ontwijken.

En maar zeiken tegen mijn vriendinnen. En mijn vriendinnen maar gek worden van mij. En terecht. Ik zou ook gestoord worden van mijn eigen gezeik. Hoe vaak ik al vriendinnen heb gezegd dat ze hun gevoelens gewoon moesten vertellen. “Gewoon doen!” riep ik dan stoer. Maar dit is voor mij nu zo ontzettend duidelijk geworden dat het allemaal veel makkelijker gezegd is dan gedaan. Ik zeul al een hele tijd met hetzelfde gevoel. Ik heb deze website helemaal ondergekliederd met mijn emotionele uitspattingen. Mijn woedes, mijn zoete woordjes, mijn frustraties en mijn liefdesuitingen. Maar kom ik daar één stap verder mee? Nee. Duidelijk niet.

Toegegeven; ik ben een mietje. Een watje. Een pussy. Zachtgekookt eitje. Grote mond, klein hartje. Dat ben ik in mijn volle glorie. Waar ik bang voor ben? Geen idee. Hoewel ik het eigenlijk wel weet. Ik wil geen afwijzing ontvangen. Wie wilt er nou een afwijzing ontvangen? Niemand dus. Dat weet ik ook. Maar het punt is ook: ik wil hem eigenlijk helemaal niet kwijt. En op het moment dat ik vertel wat ik voel, ben ik bang dat ik hem kwijt raak. En ja, dat zou ik ook moeten, want als hij hetzelfde voor me voelt dan is het bingo, en zo niet: wat doe ik dan nog met hem? Precies, precies. Ik weet het, maar ik weet het niet. Snap je?

Enerzijds vind ik het heerlijk om alleen te zijn. Om mijn eigen plan te trekken, om te doen en laten wat ik wil, wanneer ik wil en met wie ik wil. Niemand die mij wat zegt. Maar tegelijkertijd wil ik een stereotype-relatie. Iemand waar je tegenaan kan kruipen op de bank, waar je samen mee in bed ligt en ruzie maakt over het dekbed, maar ook waar je ontzettend de slappe lach mee kan hebben. Iemand die een klein beetje jaloers wordt als ik uit ga met mijn vriendinnen, maar mij wel vertrouwt. En het ergste; dat zie ik in hem. Alles zie ik in hem.

Gewoon voor zitten. Goede momenten heb je niet. Diep inademen en gewoon doen. Aankijken en gewoon alles eruit lazeren. Ja, goeie. Alles gaat op hol van binnen. En niet zo’n beetje. Nee, gewoon misselijk, hoofdpijn, alles. En dan houd ik gauw op en weet ik niet of ik het überhaupt moet vertellen. Misschien is het wel een lichamelijke alarmbel die roept dat ik het niet moet doen, omdat ik een hele grote fout bega. Mooi hè, dat excuus. Want het is niet fout als ik wil doen wat ik wil doen. Er staat geen gevangenisstraf op het tonen van je gevoel aan iemand. Ik weet het, ik weet het, ik weet het allemaal.

Misschien ben ik wel heel bang voor mijn eigen gevoel. Dat er ineens een stortvloed van gevoel over hem uitgegoten wordt én heel belangrijk over mezelf. Dat ik niet meer weet wat ik met mezelf aan moet. Nu heb ik een soort van (oké, niet echt) controle. Ik kan mezelf onder controle houden, met af en toe een flinke emotionele uitschieter. Maar ik hoef me niet te laten gaan en ik ben kwetsbaar voor niemand behalve voor mezelf. En hiermee heb ik alles wel gezegd. Denk ik.

Wat ik nu ga doen? Even een colaatje drinken.

 

Pffff praten.

Over alles moet gepraat worden. Anders snap je niet. Alles moet gezegd worden. Over je diepste gevoelens. Je meest nare gedachten en vooral hoe bepaalde dingen je doen voelen. Mag ik even spugen? Ik heb vast een probleem, want praten over al die bovenstaande dingen laten mij boos worden, janken of dichtklappen. Voornamelijk het laatste.

Kijk, ooit had ik verkering. Een redelijk leuke verkering, af en toe. Je weet wel. De enige echte verkering met Ex. Soms kwamen we op van die punten aan dat je moest praten over je gevoelens, omdat het anders helemaal niet goed ging. Praten. Nou, dan denk je dat de diepste gevoelens boven water zouden komen. Vergis je niet, er kwam geen moer naar de oppervlakte drijven. Er viel geen skelet uit de kast, helemaal niets. Noppes. Nada.

Toch zit mijn hoofd vol met allemaal dingen die ik zou willen zeggen. Vertellen. Uitschreeuwen. Er zijn zoveel dingen die ik zou willen delen. Vertellen omdat het mij dwars zit of omdat ik me wat afvraag. Maar ik doe het niet. Ik durf het niet. Als ik niet praat, dan kan niemand mij belachelijk maken. Of mij kwetsen. Er kan niets gebeuren als ik niet praat. Het enige wat overloopt als een verstopte wc is mijn hoofd. Vragen die ik zelf beantwoord. Beelden die gevormd worden en conclusies die getrokken worden. Dat gebeurt allemaal in mijn hoofd.

In mijn hoofd zitten allemaal scenes waarin ik praat over mijn gevoelens met mensen. Met mensen waar ik van houd, waar ik van hield of waar ik nog van wil gaan houden. In mijn hoofd gaat het perfect. Ik kom uit mijn woorden, stotter niet en ga niet huilen. Mijn stem klinkt niet als een nieuwe vibrator met nieuwe batterijen. Stabiel. Ik word begrepen, niet gekwetst en vooral niet belachelijk gemaakt. Om mijn gevoelens worden niet gelachen. In mijn hoofd.

In werkelijkheid komt er niets uit. Ik wil zo graag een goed gesprek beginnen maar het lukt gewoonweg niet. Het durven is één van die obstakels. Het beginnen aan zo´n serieus gesprek. Altijd als ik eindelijk die stap had gezet werd het weggewuifd. Alsof het niets was. Het is vast niet belangrijk. Het waren mijn gevoelens maar. Hoe kon ik in godsnaam er van uit gaan dat anderen mijn gevoelens belangrijk vonden? Ik leek wel gek. Totaal mesjogge. Van de pot gerukt.

Gevoelens. Pffff. Overrated. Zolang er niet over gepraat wordt, zijn ze er niet. Lekker makkelijk. Voor mij, want dan hoef ik er niet over te praten. Voor de persoon waarmee ik wil praten over de gevoelens, want dan hoeft diegene niet te luisteren. Of weg te wuiven. Stilte. Nergens wordt er over gepraat. Een speld zou belachelijk veel herrie maken. Alleen in mijn hoofd gaat het op volle toeren. Gedachten die mij proberen te pushen dingen te zeggen die ik wil zeggen. Maar ik doe het niet. Want ik schaam me voor mijn eigen gevoelens. Ik hoor niets te voelen. Ik hoor niet te twijfelen. Ik hoor niet te denken ‘hoe nu verder’?

Praten. Niet echt mijn sterkste kant. Tenminste, als het over gevoelens gaat. Als we het hebben over praten om het praten daar kan ik wel wat van. Dat is niet emotioneel. Niet moeilijk. En als ik dan belachelijk wordt gemaakt kan ik het in ieder geval nog weggrappen. Als mijn gevoelens verkeerd worden begrepen, moet ik meer praten, meer uitleggen. Dan moet ik zorgen dat mensen het begrijpen. Dat wil ik niet. Of nou ja, ik wil het wel, maar ik vind het heel erg moeilijk.

Gesprekken die over emoties gaan, gaan bij mij vaak op dezelfde manier. “Ehm.. ehm.. ehm, ja.. ehm.. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen” *lacht het weg* “Het is namelijk zo dat.. ehm.. ja.. ehm. God, dit is echt moeilijk.. ja.. nee.. ja… Ach laat maar”. Dan wordt dat vaak beantwoord met een ‘weet je het zeker?’ die ik wederom beantwoord met een knik. Laat lekker zitten. Tegelijkertijd denk ik dat ik het wel wil zeggen. Maar ik doe het niet. Ik krop het lekker op. Net zo lang tot het mijn oren uitkomt. Dat leidt automatisch tot ellende. Ik ga me ergeren, omdat diegene mij niet begrijpt. Nee, natuurlijk begrijpt niemand me. Ik zeg niets. Logisch. Dan wordt begrijpen best een moeilijke bezigheid. Ik houd mijn lippen stijf op elkaar. Zuchten en rottig doen is een manier om mijn onvrede te laten blijken. Totdat de bom barst.

In woede kan ik namelijk wel heel goed vertellen wat ik overal van vind. Heel makkelijk. Dan gooi ik alles tegelijkertijd eruit. Makkelijker dan in woede vertellen hoe en wat is er niet. Alleen daarna hè. Daarna heb ik spijt als haren op mijn hoofd. Ik zeg dingen in the heat of the moment die echt verschrikkelijk zijn. Achteraf denk ik dan ‘had ik maar gepraat, dan was het niet zover gekomen’. Altijd lekker die mosterd na de maaltijd.

Als ik woede op voel komen houd ik tegenwoordig mijn mond. Dan kan ik ook geen dingen roepen waar ik spijt van kan krijgen. Serieuze gesprekken probeer ik nog altijd te vermijden. Het liefst. Het scheelt nu natuurlijk dat ik niemand heb waar ik een dergelijk gesprek mee kan voeren, maar mocht ik die wel krijgen, dan beloof ik nu plechtig heel hard mijn best te doen om serieus te kunnen praten. Natuurlijk beloof ik ook plechtig hele goede ruzies te maken. Want niets lucht zo op als een goede ruzie. Ook al heb je dan spijt als haren op je hoofd. Daarna kan je wel weer praten. “Praten”.

 

EMO-uitbarsting

Mijn laptop speelt PS: I Love You af. Naast me liggen de korstjes van een tosti en mijn sigaretten zijn binnen handbereik. Ik zet de film regelmatig op pauze. Een om die waterlanders, want jezus PS: I Love You is me toch een ontzettende jankfilm en twee omdat ik het anders niet uithoud en in m’n tranen blijf hangen. Dus even een sigaretje.

Mijn hoofd bonkt. Toch blijf ik stug verder kijken. Het ligt vast aan mijn ongelukkige houding die ik mezelf aanmeet omdat ik denk zo lekker te liggen. Kussens in mijn rug, mijn hoofd op zo’n ongelofelijk ongelukkige manier gedraaid zodat ik het beeld goed kan zien. Mijn nek ligt onnatuurlijk en mijn hoofd knalt daardoor uitelkaar. Tenminste, ik denk dat dit de reden is. De film staat op pauze omdat ik me niet kan concentreren. Er schiet van alles door mijn hoofd.

Wat als Ex en ik het echt voor de volle 100% hadden geprobeerd? Wat als ik hem nooit had leren kennen? Wat als ik nooit verliefd was geworden op Darryl, wat als ik Richard nooit had leren kennen. Wat als ik dit en dat en zus en zo anders had gedaan. Wat als?

Inderdaad, wat als, dat is allemaal achteraf gelul. Het is niet dat ik hem terug wil, integendeel. Ik vind het meer dan prima dat ik van hem af ben. Is daar nog een overtreffende trap voor? Dat ik het niet kan helpen dat ik soms aan het achteraf-denken ben, kan ik niets aan doen. Ook al zou ik het graag stopzetten. PS: I Love You helpt daar ook niet echt bij. Dat moet ik toegeven. Daar zijn ze zo intens verliefd, je zou willen dat het geen sprookje was. Natuurlijk denk ik aan mijn toekomst. Wanneer kom ik mister right tegen, is er wel een mister right voor mij? Natuurlijk is die daar, ergens. Maar hij weet vast niet dat ik miss right ben. Duh.

Alleen op van die avonden als deze voel ik me redelijk alleen. Gewoon echt alleen-alleen. Het missen van iemand die in je huis woont, waar je ’s avonds tegen aan kan kruipen, ruzie mee kan maken, maar het ook weer goed mee kan maken. Iemand die jou zegt dat ‘ie je mooi vindt, terwijl je weet dat hij liegt omdat je make up op je kin zit en je haar één groot vogelnest is. Je weet zeker dat je uit je mond stinkt, maar toch streelt hij je wang en geeft ‘ie je een dikke knuffel. Ook dat klinkt als een walgelijk sprookje, maar ik weet dat het waar kan zijn. Alleen, met wie?

Boohooo, wat ben ik sielug. Natuurlijk niet. Bij lange na niet. Maar toch wil ik soms gewoon zo’n vriendje. Je weet wel, zo’n jongen met wie je van alles deelt. Liefde. Echte liefde. Echte walgelijke kleffe liefde. Het komt wel, het komt wel. Ik weet dat het komt. Ik zit er niet echt op te wachten, maar soms, soms voel ik me gewoon zo. Zo emo, zo alleen, zo eenzaam.

Gelukkig duurt dat nooit lang en ben ik het morgen waarschijnlijk alweer vergeten. Het is soms zomaar een avond. Het heeft niets te maken met PMS of met drank. Een hersenspinsel in het holst van de nacht onder het genot van een overdreven romantische film en een sigaretje. Die overdreven romantische film, verklaart het wel een beetje, denk ik?

 

Where are thou?

Ik wrijf met mijn hoofd langs zijn gezicht en voel de stoppels kriebelen. Het rauwe mannelijke eigendom prikt af en toe in mijn gezicht. Ik laat mijn hand langs zijn kaak glijden en geniet van de kriebel die dat achter laat op mijn handpalm. Soms schuurt het en is het keihard, maar dat geeft niet. Het ongeschoren gezicht van de man die naast mij ligt in bed is een lust om naar te kijken en een hemel om het aan te raken. Ik houd er van. Ik vind het mannelijk. Sexy.

Wat ik nog ook mannelijk vind is een broek die misschien stiekem een klein beetje te groot is. Het kruis hoeft niet tussen de knieën te hangen en ik hoef echt niet te zien hoe strak zijn Björn Borg boxershort rond zijn billen zit. Dat is het andere uiterste. Ik waardeer mooie schoenen en goede shirts, truien of  een mooi overhemd. Mannelijkheid komt niet alleen naar voren in wat hij doet en zegt, maar godallemachtig hoe komt ook dat naar voren in kleding.

Skinny jeans in alle mogelijke clownskleuren maken mij misselijk en draaierig. Ik haat het. Uit de grond van mijn hart. Skinny jeans en mannen zijn twee woorden die nooit bij elkaar mogen staan in één zin. Net als Uggs en mannen. Is er nog een overtreffende trap voor afgrijselijk? Want dan mag u dat woord daarvoor gebruiken. Mannen met een dieper decolleté dan ik heb waar drie borsthaartje tussenuit piepen. Een gigantische tattoo die van sleutelbeen naar sleutelbeen loopt die het decolleté versiert. Iedere hippe man zet zichzelf zo neer. De hippe man heeft meer paars dan ik. Meer roze dan ik. Wat zeg ik, deze hippe man heeft meer kleuren in zijn kast dan de regenboog herbergt. Het maakt mij intens verdrietig. En een klein beetje boos.

Wat moet ik met een man die nog meer dagcremetjes heeft staan in de douche dan ik? Die meer geurtjes gebruikt dan ik zelf en zich maandelijks verwend met verschillende schoonheidsbehandelingen? Vergis je niet, ik wil heus wel naar naar een kuuroord met wie-dan-ook-lief om eens een lekkere massage en om gezichtsbehandelingen te ontvangen. Maar maandelijks? Dat doe ik niet eens. Een man die zich drukmaakt hoe zijn nagelriemen eruit zien. Hij die tegenwoordig drie kwartier in de douche staat om zijn hele lichaam in te smeren met een lekkere bodylotion. “Omdat het zo lekker ruikt”. Een man die meer doet aan lichaamsverzorging dan ik als vrouw in mijn hele leven ooit heb gedaan. Daar is niet mee te leven.

Het is al een tijdje bezig. Mannen die opeens in volle glorie uitkomen voor hun emoties. Een man mag best huilen. Niet te vaak, niet te veel en het liefst alleen bij hele erge situaties. Een over-emotionele man die helemaal één is met zijn innerlijke vrouw-zijn moet bij mij niet aanbellen. Ik zou me dood irriteren. De kans is bijzonder groot dat ik hem over het balkon gooi. Deze mannen zijn in opkomst. Ik word er een klein beetje bang van. Eerlijk gezegd maakt het me doodsbang. Reclame’s die inspelen op deze mannen, afslankproducten, huidverzorgingsproducten met Q10 en weet ik veel wat voor smeerseltjes nog meer, ik wil uit ellende mijn televisie uitzetten. Of Spartacus opzetten. Rauwe mannen met veel bloot. Met zo’n pretty boy zou ik niet durven neuken. Of hij met mij. Weet ik veel, straks gaat zijn haar uit model.

De rauwe echte man, is deze aan het uitsterven? Kun je me vertellen waar deze zijn, want ik ga direct een beschermd gebied opzetten waar ik deze mannen kan koesteren. De rauwe echte man. Met een vechtersmentaliteit. Eén die lekker stoer is. Een beest in bed. O ja, alleen hij mag niet stinken, zijn sokken laten slingeren of de baas zijn over de afstandsbediening en hij moet kunnen koken.