Berichten

Niet zo moeilijk doen.

OMG! IK BEN DEGENE MET BINDINGSANGST, gillen mijn gedachten in één keer door mijn hoofd. Ja, mijn gedachten doen dat. Die gillen. Die praten nooit rustig. Goed, bindingsangst dus. Ik geloof eigenlijk niet echt in bindingsangst. Als je iemand ontmoet met wie je echt wil zijn, dan maakt het allemaal niet uit. En dus ben je niet bang, dus je liegt. Goed, nu ik dat uit de wereld heb geholpen, wil ik het maar een bindingscomplex noemen of zo. Ik weet niet zo goed waar het mee te maken heeft maar ik gok op dit:

Vertrouwen. Het is moeilijk om iemand toe te laten in jouw veilige omgeving. Hem dingen te vertellen die je met bijna niemand deelt. Omdat je mensen gewoon by default wantrouwt. Vroeger was het misschien anders, vroeger vertrouwde je mensen vanaf the get-go en werd je daarna teleurgesteld. Iedereen maakt het mee. Echt waar, je bent niet de enige. Maar goed, vertrouwen heeft er denk ik wel wat mee te maken.

Vervolgens komt angst. Ja, nou ja, zoals ik zonet al zei, echt angst is het niet. Meer een complex. Iets in je binnenste zelf. Iets wat je ooit hebt meegemaakt in een relatie en waar je uiteindelijk uitgestapt bent. Je was zo blij dat je eindelijk de ballen had om uit die relatie te stappen dat je toch een beetje kierewiet wordt van de gedachte dat je straks weer in een relatie komt. En stel je voor dat die hetzelfde wordt als die andere. Sjonge jonge.

Oh en daarna komt.. ehm.. er gewoon geen zin in hebben. Misschien. Want eigenlijk is het leven zonder een verkering helemaal zo slecht nog niet. Hoewel je alleen zo kan denken als je een kutverkering heb gehad. Denk ik. En nog geen leuke nieuwe verkering ben tegen gekomen. Die je natuurlijk automatisch niet tegenkomt, want, ja dan komen we op het volgende punt, er is altijd wel wat mis.

Kritisch he, ziekelijk kritisch. Die handen zijn te ruw, ik moet er niet aan denken dat hij daarmee over mijn gezicht gaat. Of ergens anders, for that matter. Of dat het accent je mateloos irriteert. Ja, ik heb soms junglefever toch, dus dan kom je wel eens wat accentjes tegen. Of dat hij te lang is. Ik houd niet van lange mannen. Nee, echt, lange mannen zijn niet voor mij. Ik vind 1.80 lang zat. En dat is net op het nippertje. Of dat hij te lief is, of dat hij een lopend brok seks is. Man, man, man. Allemaal best leuk, maar niet voor eeuwig. Kritisch. Het slaat nergens op. Ja, zijn haar is stom, hij heeft dunne armen, hij loopt raar, hij zit raar. Of hij ruikt naar zware shag. Er is altijd wel iets wat je opmerkt wat je irriteert. Mij dan in ieder geval.

Dat betekent dat ik ontzettend op zoek ben naar minpunten en dat ik niks goed genoeg vind. Ja, zo blijf je wel #foreveralone. Dus, ja, ik heb wel een vorm van een bindingscomplex. Denk ik.

Ik vind eigenlijk dat die mannen gewoon wat aan al hun minpunten moeten doen, zodat ik me er niet zo aan irriteer. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Spannend hoor.

Hij kijkt haar aan met een bepaalde blik in zijn ogen. Een blik die ze al vaker had gezien, maar ze wist niet goed wist wat het betekende. Ze keek hem aan en liet haar hoofd een beetje naar links hangen. Ze kneep haar ogen samen en keek hem doordringend aan. Na een paar seconden tilde ze haar hoofd weer op en ontspande ze haar blik.

Hij wachtte met het geven van antwoord op haar vraag. “Wat wil je nu precies van me?” had ze hem gevraagd. Blijkbaar vond hij het moeilijk om te antwoorden. Of eng. In ieder geval besloot hij af te wachten. In zijn hoofd klonken alarmbellen. Bindingsangst-alarmbellen. Sirenes. Bindingsangst-sirenes. Zijn oren tetterden en zijn hersenen kraakten. Hij wist niet wat hij moest doen. Toch wist hij dat hij haar antwoord moest geven. Ooit. Hij zei nog steeds niets. Hele verhalen speelden af in zijn hoofd. Hele dramatische verhalen. Over hoe zijn jeugd aan hem voorbij flitst, over hoe in een relatie vast komt te zitten. Het is niet dat hij haar niet leuk vindt. Dat is het niet. Hij vindt haar zelfs heel leuk. Alleen hij is bang. Bang voor alles. Hij kan het niet verwoorden. Vertellen vindt hij te moeilijk. “Ik wil niks, behalve no strings attached,” wil hij antwoorden, maar dan zou hij liegen. “Ik wil alles,” is wat hij wil zeggen, maar dan komen die verrekte alarmbellen weer in zijn hoofd. Hij zwijgt. Zijn lippen blijven stijf op elkaar. Hij ziet hoe ze naar hem kijkt. Haar lange haren vallen over haar schouder. Haar bruine ogen kijken hem indringend aan. Niet eens per se vragend. Haar ogen geven aan dat ze een beetje moe is van het wachten. Van het afwachten. Van de vragen die niet beantwoordt worden.

Ze keek hem nog even aan en sloeg haar ogen neer. Haar hoofd bewoog langzaam van links naar rechts. Hoofdschuddend staat ze op en loopt ze naar de deur. “Ik spreek je nog wel.” zei ze en ze opende de deur. Hij wilde achter haar aan lopen maar dat lukte hem niet. Het leek alsof hij vastgevroren zat aan de bank. Hij moet ergens bang voor zijn, maar hij weet niet waarvoor. Perfect is ze niet, dat weet hij wel, maar zij is perfect voor hem. Of misschien toch niet. En wil hij nog even afwachten of er ineens nog lelijke eigenschappen boven tafel komen. Eigenschappen waar hij eindelijk eens op af kan knappen. Hij hoorde de deur dichtvallen en toen kon hij loskomen van de bank. Maar toen was het al te laat.

Ze liep de trap af en wilde er niet eens aan denken. Ze blijft niet zeggen dat ze wel meer van hem zou willen dan alleen dit. “Dit”. Wat is dit? Niemand weet wat dit is. Dus zij besloot er ook niet meer bij stil te staan. Het gaat zoals het gaat. Soms is dat gewoon beter, maar dat geduld moet je op kunnen brengen, bedacht ze zich. Ze wist niet of ze dat wel kon. En plus, als hij haar echt wilde, had hij het toch wel gewoon gezegd. Ze merkte dat ze weer de hele scene begon te herhalen in haar hoofd. Het slaat nergens op. Ze kon het niet loslaten. Irritant. Toch besloot ze het er niet meer over te hebben. Elke keer die doodlopende straat begon haar behoorlijk te vervelen. Wie weet verveelt het haar na een langere tijd zoveel dat ze vanzelf afkickt van hem. Dat zou ze best fijn vinden.

Waarom hij niet kan zeggen wat hij van haar wil, vindt ze maar raar. Ze krijgt het idee dat hij het niet zegt omdat hij haar niet wil kwetsen. Maar hij kwetst haar hoe dan ook. Overal probeert ze zelf nu een antwoord te vinden omdat hij er geen kan geven aan haar en ze begrijpt maar niet waarom. Als hij ze niet kan geven, gaat ze dingen invullen. Hoogstwaarschijnlijk verkeerd, maar ja, zo werkt het nou eenmaal.

Toch gaat ze voor het gemak uit van het ergste, dan kan de klap altijd meevallen. En dan komt het ‘I told you so’-gehalte van haar vriendinnen ook niet zo hard aan. Want ze weet ergens wel dat ze wacht op niets. En dat dit niets nog lang gaat duren als ze er niet zelf een einde aan breit. Alleen, dat gaat nog niet gebeuren, want dat wil ze niet. Ze wil afwachten. Afwachten. Afwachten. Tot het antwoord haar bevalt. En of dat nou zo’n goed idee is weet ze zelf ook niet, maar het maakt het in ieder geval wel spannend.

 

Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij

Als we het hebben over bindingsangst ben ik degene die met een opgetrokken wenkbrauw, in je fantasie dan, want dat kan ik dus nog steeds niet, kijkt. Bindingsangst is een excuus zodat je niet met diegene in zee hoeft te gaan. Het ultieme maatschappelijke geaccepteerde excuus. “Oh, hij heeft bindingsangst, daar kan hij niets aan doen.” De perfecte: “Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij.” Het wordt geaccepteerd. Volledig. Hij heeft bindingsangst. Het is oké. Er zijn meer vissen in de zee. Het is jammer, maar er is niets aan te doen. In mijn ogen bestaat bindingsangst niet.

Totdat ik er één tegenkwam die wel leuk(ig) was. Lief enzo. The good guy. Weet je wel die jongen waar ik een allergische reactie van kreeg? Ja. Juist, die. Waarom kreeg ik een allergische reactie van hem? Omdat hij zo lief was? Nee, dat was het niet. Niet per se. Omdat hij van alles voor me deed? Nee, dat ook niet. Vanwege zijn kleffe koetsjiekoetsjie-gedrag? Nee. Ik wist het niet. Ik snapte het niet. Ik wist niet beter dan dat ik hem gewoon niet hoefde. Niet een beetje, niet helemaal. Het was niet omdat hij 1m95 was en ik helemaal niet gecharmeerd ben van hele lange mannen. Het was niet omdat hij kaal was, en ik totaal niet op kale mannen val. En voor de verandering discrimineerde ook nog eens niet. Nee, dat was het allemaal niet. Zijn handen waren best ok en goed verzorgd. Zijn kledingstijl is totaal niet iets waar ik nou blij van werd. En zijn schoenen waren verschrikkelijk, maar dat was het allemaal niet. Wat was het dan wel? Thamar, jij kut, wat was het dan wel? Hij maakte me bang.

Oprecht bang. Hij was zo into me dat ik niet wist waar ik het zoeken moest. Hij complimenteerde me met mijn zachte haren. Zelfs met mijn figuur. Mijn figuur notabene. Gekker moet het niet worden. Mijn handen. Mijn nagels. Alles was perfect voor hem. Mijn sigaretjes werden aangestoken en de lege glazen werden naar de keuken gebracht. Ik zag dit allemaal roerloos aan. Wat moest ik daar nou mee? Iemand die zo into me was, dat bestaat niet.  Of nou ja, natuurlijk bestaat dat wel. Ik ben immers geweldig, maar het maakte me bang. Gewoon echt oprecht bang. Ik zou niet kunnen acclimatiseren met iemand die alles voor me doet. Dat is niet goed voor mij. Vooral niet goed voor hem. Ik zou over hem heen walsen. Heen en terug. Ik moet eruit geluld worden door een kerel. Hij moet mij op mijn plek kunnen zetten wanneer ik dat nodig heb. Anders zal ik te ver gaan. Veel te ver. Ik ken mezelf. Ik ben lastig. Heel lastig. “Ja, dat zijn alle vrouwen” ik hoor het alweer. Nee, geloof me nou maar gewoon. Dat is makkelijker.

Heb ik dan bindingsangst? Wil ik me dan niet binden aan iemand? Wil ik überhaupt wel verkering. Misschien wil ik mijn leven wel alleen doorbrengen. Gewoon, lekker. Mijn eigen zin doen. Geen rekening houden met een man. Nee, dat wil ik ook niet. Dat is de toekomst van een oude vrijster. Daar ben ik niet voor gemaakt. Maar samen zijn. Ik kreeg vast zo’n aanval omdat ik allergisch was. Omdat ik me niet aangetrokken voelde tot hem. Niks. Niet eens een beetje.  Dat is het. Dat kan niet anders. Bindingsangst. Pf, dat bestaat niet.

Dus ja, het ligt wel degelijk aan mij. En niet aan hem. Vervelend dat ik deze verschrikkelijke verklaring nog eens gebruik. Had ik nooit verwacht. Het lag namelijk altijd aan hen.

 

Wat als..?

Wat als het uitgaat?
Wat als mijn moeder je niet mag?
Wat als jouw moeder mij niet mag?
Wat als jouw vader mij niet moet?
Wat als we ruzie krijgen?
Wat als mijn vader jou niet moet?
Wat als mijn oma dood gaat aan geelzucht en mijn ouders geven jou de schuld?
Wat als je bezitterig wordt?
Wat als je jaloers wordt?
Wat als het toch niet blijkt te werken?
Wat als we elkaar gaan haten?
Wat als de Derde Wereldoorlog uitbreekt en ik denk dat jij het hebt gedaan?
Wat als het niet klikt tussen jou en mijn vrienden?
Wat als het we saai worden?
Wat als jij vrijheid wilt?
Wat als ik iemand anders ontmoet?
Wat als ik val bij de metro, breek mijn been en mijn moeder geeft jou de schuld?
Wat als ik jaloers word?
Wat als jij verveeld raakt?
Wat als je mij niet meer leuk vindt?
Wat als we nooit meer seksen?
Wat als..Wat als.. Wat als..

Yo asshole, wat als het eens zou werken? Maar ik heb nog één goeie voor je:
wat als alle bomen even dik zijn en Pasen en Pinksteren op één dag vallen?