Berichten

De Achtervolging

Ik zit op een zwart ijskoud bankje op Centraal Station in Amsterdam. Mijn oren worden verwend met Eminem en Royce da 5’9. De hele cd van Bad meets Evil galmt door de oordopjes die eigenlijk helemaal niet comfortabel zitten en ze laten ook nog eens geluid van ‘buiten’ door, terwijl het op het maximale volume staat. Geef mij maar van die gigantisch grote headphones. Afsluiten. Dat is nou helemaal mijn ding. Het station was niet zo druk. Hier en daar waren mensen verspreid. En zwervers. Niks onoverkomelijks. Het is immers een grote stad. Die heb je gewoon. Maar het is niet mijn stad. Dan voel ik me in mijn dooie uppie toch wel erg alleen zo op zo´n groot station. In Amsterdam. Niet per se onveilig. Maar ongemakkelijk. In mijn eigen stad voelt alles vertrouwder. Fijner. En ja, ook veiliger.

Ondertussen krijg ik een koud achterwerk van het wachten op de trein. Het duurt ondertussen al 20 minuten en de temperatuur vindt het nodig om aan te voelen alsof het al eind december is. Koud dus. De twee sjaals die ik droeg waren niet genoeg. Ik wilde graag nog een derde en een vierde. Een sjaal over mijn hoofd, want mijn oren waren koud. De andere drie keer rond mijn hals gewikkeld. Verstikkend, maar wel een beetje warmer. Ietsjes. Misschien zou het helpen als ik niet mijn dunne nepleren jasje aan had getrokken, maar gewoon een winterjas. Dat doet me denken dat ik die nog steeds moet kopen. Al twee jaar ongeveer. En die driekwartsmouwen van dat shirtje wat ik aanhad hielden mij ook niet echt warm. De kou was duidelijk een gevalletje van eigen schuld dikke bult. Of koude kont in dit geval.

De minuten verstreken op de grote stationsklok. De aantal procenten die aangaven hoeveel energie mijn batterij nog had, renden achteruit. Het leek sneller te gaan dan normaal. Toch moest ik batterij besparen, maar ik wilde mijn muziek niet uitzetten. Stel je voor dat ik met iemand zou moeten praten. Ik sluit me liever af. Dat maakt het wachten wat minder irritant. Ik hou niet van wachten. Vooral niet met een koude kont. En al helemaal niet op een station met de grootste vago´s ever. Vago´s die waarschijnlijk net zo vaag zijn als in Rotterdam, maar in Amsterdam gewoon veel vager lijken. De tijd tikte voorbij. Een minuut leek wel een uur.

Er kwamen twee oudere dametje aangelopen met koffers zo geel als een banaan. Het was vanzelfsprekend dat deze twee vrouwtjes uit zouden stappen op Schiphol. Ze waren druk aan het kwebbelen en aan het kijken naar de amateur-rappers die een bankje verder zaten. Die amateur-rappers trokken mijn aandacht ten eerste omdat ze een ongelofelijk lelijke beat gebruikte en een van hen had dreads. En een kop als een stoeptegel. Een gebarsten stoeptegel. Dat stelde me teleur. Dus ik zette het volume van mijn muziek nog iets hoger. En alsof ik nog niet genoeg geïrriteerd was van het wachten, kwam er een jongeman schuin naast me staan en naar me staren. Continu naar me staren. Naar me glimlachen en naar me staren. Geloof mij, ik snap niet waarom hij glimlachte. Ik schudde onopvallend mijn hoofd en ging weer verder met playbacken.

Eindelijk kwam daar de trein. Mijn kont was ondertussen vastgevroren aan het zwarte ijzeren bankje. De amateur-rappers kon ik verlaten, gelukkig en de dametjes stapten voor mij in. De starende jongeman die glimlachte stapte na mij in. Op een of andere manier vond hij het nodig om mij door heel de trein te achtervolgen. En dan bedoel ik de hele trein. Ik liep een rondje om te checken of ik leip was. Maar nee, ik was echt niet leip, hij volgde mij. Ik zette mijn muziek iets zachter en al mijn zintuigen stonden op scherp. Ik had al een heel plan in mijn hoofd hoe ik hem zou neer knuppelen met niks. Maar ik zou het doen, het doet er niet toe. Ik liet me niet kennen, keek niet achterom. Ik ging gewoon zitten op een stoel waar alles vrij was. Hij ging recht tegenover me zitten. Hij keek naar me. Ik voelde zijn ogen branden. Ik keek stug naar buiten of naar mijn telefoon. Ik sloeg mijn benen over elkaar en staarde naar het voorbijtrekkende nachtelijke land.

Ineens voel ik een hand op mijn been. Ik verstijf. Hij trok zijn hand weg. Ik voel weer een hand op mijn been. Een tikje. Ik kijk op. Hij lacht. Ik doe mijn oordopjes uit en kijk hem aan. Mijn hart schrikt, mijn bloed stroomt net iets sneller dan gewoon en mijn adrenaline staat klaar om te ontploffen. Hij lacht en vraagt:

“Waar heb je die sjaal gekocht?”

Ik zuchtte en draaide ongezien met mijn ogen. Ik antwoordde dat ik de sjaal bij Primark had gekocht. Hij bedankte voor de informatie en stond op om weg te lopen. Ik bekeek hem van top tot teen. Hij droeg skinnyjeans, een diepe vhals, leren jasje en een konijnenpoot aan zijn broekriem die van Gucci was. Achtervolgd worden en het benauwd krijgen voor een mode-vraag, zoiets overkomt alleen mij.