Ik ging dus sporten

En dat doe ik normaal nooit. Niet serieus in ieder geval.

Maar toen kwam er zo’n groupon voorbij: vier uur lang snowboarden voor twee
personen. En omdat koopjes mij als vrouw altijd al aantrekken, het in de buurt
was en ik niet sportief ben of van sneeuw houd en dan dus juist denk dat ik
eens buiten mijn comfortzone moet gaan, was de deal zo gesloten.

Ik was helemaal voorbereid dacht ik: goed isolerende maar ook ademende kleding
waarin ik vrij kon bewegen en mijn onderbroek niet bij alles tevoorschijn kwam,
veel laagjes zodat ik ook nog eens iets uit kon trekken, haar vast, zelfs mijn
oerlelijke maar oh zo functionele moonboots kwamen van pas. Het zag er niet uit
maar hey, er was over nagedacht!

Daar aangekomen bleek al snel dat ik het meest essentiële vergeten was:
handschoenen. Daar valt niet zo heel veel creatiefs als vervanging voor te
verzinnen. De mouwen van onze truien waren al snel doordrenkt, en de handen
pijnlijk koud. Gelukkig konden we wel wat lenen.

Aanvankelijk was ik enthousiast. Ik zag mezelf al lekker zoeven, misschien hier
en daar nog een voorzichtige trick eruitgooien. Dat was een beetje voorbarig.
Dat is een heel erg genuanceerde weergave, al zeg ik het zelf. Natuurlijk had
ik het board al niet eens goed aan mijn voeten vastgemaakt, maar daar kwam ik
vlug genoeg achter en dat was zo verholpen.

En dan. Ja, en dan. Ik kon mezelf niet eens zonder hulp omhoog krijgen. Ik heb
van alles geprobeerd, heb me in rare bochten gewrongen (denk aan een potje
Twister op het ijs) maar kreeg het niet voor elkaar. En dan voel je je wel een
beetje stom. Zeker als er  overal om je
kindjes van ongeveer vijf geheel zelfstandig soepeltjes heen en weer vliegen.

Eenmaal omhoog gebracht kon ik dan wel vooruit. En daarmee
is alles gezegd. Sturen lukte niet, remmen niet (behalve als je tegen een
tegenligger of de muur knallen daar ook onder rekent) en automatisch heel hard
gillend (ja, ik ben er zó eentje) kon ik niks anders dan me dan maar uit mezelf
ter aarde storten. Waarna ik natuurlijk weer niet zelfstandig op kon staan.

Maar, ik ben een vechter. Ineens, niemand weet hoe, stond ik dan toch echt op
eigen kracht boven aan de berg. Dit was mijn moment. Ik zag mezelf helemaal
staan. Gilde ook nog even krachtig ‘kijk dan!! Kijk naar mij!!’ zodat iedereen
getuige zou zijn. Ik ging ervoor. Zou blijven staan en beneden aangekomen zou
ik afremmen. Dit alles heel gracieus en geluidloos.

Ik verplaatste mijn gewicht en daar ging ik. Mijn snelheid nam rap toe. Het
ging super!

Voor twee seconden. Ik weet niet wat er gebeurde, maar ineens viel ik, draaide
om mijn as, rolde zo door en op de helft van de berg bleef ik liggen. Het
voelde alsof mijn ribbenkast implodeerde. De mastopathie waar ik last van heb
was er niks bij; ik was ervan overtuigd dat mijn borsten aan stukken gereten
waren. Zo voelde het in ieder geval. Nou ja, wat een teleurstelling.

‘Ooohhhh, ik heb verschrikkkkkelijk veel pijn!!!!!!’ kon ik
nog uitbrengen. Het was ook echt zo. Toen ging mijn licht uit.

Ik werd weer wakker op een brancard. Mijn hand werd vastgehouden. Toen ik
voorzichtig mijn ogen opendeed, ging er een zucht van verlichting door de
ambulance. Ik had het overleefd! Tranen van geluk stroomden rijkelijk rond…

…maar niet heus. Mijn licht was niet uitgegaan:  ik lag nog steeds pijn te lijden op de piste.  Niks te lieve woordjes of toegesnelde hulp. ‘Sta op Anouk, je ligt in de weg’ was wat ik te horen kreeg.

‘Is goed’, dacht ik. Is toch godverdomme goed. Sta ik toch lekker op, met mijn
kapotte tieten en mijn voeten heel goed ingeklemd  in dat kutboard in een rare hoek onder mijn
lichaam gevouwen. Ik zoek het wel weer zelf uit. Waarom ik ooit bedacht had dat
sporten leuk zou zijn en dat ik er wel wat van zou bakken weet ik zelf ook niet
meer. Het tegendeel was overduidelijk bewezen. Van de vier uur die wij hadden
hebben we er krap één volgemaakt. Mij zouden ze er nooit meer terugzien.

Sporten en ik, we gaan gewoon nooit vrienden worden. Gezellig? Laat me niet
lachen. Ik hoef van mezelf ook nooit meer een poging te doen. Zo, dat is
besloten.

Maar ik heb nog drie bonnen….
Volgende week rollerdisco.

Nieuwe Paden

Daar gaat hij dan,
Peinzende wandelman
Een hoofd vol gedachten en woorden 

Hij legt ze vast,
Letter voor letter
Door pen en papier verbonden

De praatpaal gaat uit dienst
Niet langer meer luisteren naar mensen die
Huilen, schreeuwen, jammeren, zeuren 

Toch wel jammer, hij deed het graag
Helpende hand hier, een grapje daar
voor een ieder een vriendelijk gebaar

En nu

Nu is hij klaar
Voor nieuwe paden
En wat hem tegemoet komt
Daar kan hij alleen maar naar raden

Wat moet hij toch met al die vrije tijd?
Hij wil nog zoveel nuttigs doen

Hij hoeft niet te treuren
WANT!

Ook de Sint ging met pensioen
En een opvolger is nog niet gevonden…

*Geschreven voor een uit dienst tredende collega psycholoog die erg van wandelen en gedichten houdt

Me Nuccie, You Clyde?

Die Antonio Marcos en Enise Merve ook. Samen op de vlucht, een spoor van vernieling en geweld achter zich latend. Wie doet nou zoiets?

Nou…ik?!

Niet in het echie natuurlijk. Nog niet. Het lijkt me wel enorm spannend en meeslepend. Met je geliefde op de vlucht voor de autoriteiten, je hebt alleen elkaar die je kunt vertrouwen, je maakt een dikke vinger naar ‘the establishment’, je doet waar je zin in hebt, al is dat tegen de wet en met de kans om betrapt te worden, want dat maakt het nog aantrekkelijker.

Call me crazy, maar: ik kan me er dus wel wat bij voorstellen. Er is vast een naam voor deze afwijking, een Bonnie en Clyde syndroom bedacht ik, en ja hoor, die vond ik onder de term ‘hybristofilie’. Wat erop neerkomt dat je je (seksueel) aangetrokken voelt tot iemand die verschrikkelijke daden heeft gepleegd (categorie moord en verkrachting), misschien wel juist daardoor. In sommige gevallen windt het diegene ook op om daaraan mee te doen.

Maar waarom dan toch allemaal? Vrouwen zijn gek. Klopt. Maar toch. Het zal vast komen omdat we nu eenmaal sneller voor bad boys vallen. Diep van binnen willen we die namelijk ook allemaal veranderen, zijn we drama- en sensatieverslaafd en ‘voor ons is ie wel lief’. Onze liefde, dat is alles wat hij nodig heeft! Een wilde, onberekenbare man vinden wij ook gewoon spannend, in het bed en daarbuiten.

Wellicht is het zoals met alles, heel evolutionair-logisch. Degene die het hardst op zijn borst slaat, het verst kan pissen en de meeste agressie toont wordt gevreesd en heeft de wijfjes voor het uitkiezen. Simpel. Ik Nuccie, ik aap dus. Altijd een goeie smoes!

Het geeft misschien ook wel een soort status. Wie wil er nou niet ergens bekend mee worden, de geschiedenisboeken ingaan? Het liefst iets groots, iets aparts. Mensen die tegen je opkijken. Over je praten, al is het angstig gefluister.

Je kan je syndroom natuurlijk overdrijven. Liefdesbrieven sturen aan Ted Bundy, een notoire verkrachter bij jou en je kids in huis nemen, met Joran van der Sloot trouwen.. ook hybristofilie moet zo zijn redelijke grenzen kennen.

Ik zit er niet op te wachten om andere mensen pijn te doen, op welke manier dan ook. Ik heb best nog wel een geweten en ik hou niet van bloed. Dus dat gedeelte zou moeilijk worden… Ik heb wel bewondering voor die Britse mannen die een jaar of vijftig geleden een zo goed als geweldloze treinroof pleegden bijvoorbeeld. Ook heb ik heb altijd al gedacht dat ik ooit eens ergens proefdieren zou gaan bevrijden, Zwarte Pieten afschminken… dat soort dingen. Niet eens echt om geld en andere materiële zaken dus.  Wat mij trekt is het principe, het avontuur. De wereld een beetje beter maken voor anderen die het zelf niet kunnen.

Bij nader inzien: you can call me Hood. Anouk Hood.

Zieke Gedachten

• Olympisch snowboardsters hebben allemaal een supermooi gebit
• Hoe kunnen er mensen zijn die nooit willen werken? Wat is er leuk aan echt helemaal niks te doen, te hoeven, te kunnen?
• Lauwe havermoutpap met niks toegevoegd is mijn nieuwe lievelingsontbijt
• In een vorig of een toekomstig leven was/word ik vast en zeker een Spaanstalige zigeuner.
• In de keuken is altijd alles vet. Hoe schoon je ook bent en hoe vaak je ook boent. Tis zo’n raar vetlaagje dat onverwoestbaar lijkt. Kan je nagaan hoe je organen eruit zien, gezien je alles wat je in de keuken maakt ook naar binnen werkt.
• Kattenharen zijn ook onverwoestbaar. Zelfs een halfjaar nadat mijn katten verhuisden, vind ik overal nog plukken.
• Van een oude panty kun je prima een haarband en elastiekjes maken. Budget tip for the win!
• Bittere groenten worden nooit mijn vriend. Hoe erg je ook zegt dat ik die van jou wel zal lusten. Sorry.
• Phineas & Ferb stom?! Ik weet niet hoe ik erbij kwam. Ik ben bekeerd. Ik wil nu kinderen, zodat we samen kunnen kijken en meezingen.
• Duurkoop is soms bestwel beter. Yay voor tempo complete care; heerlijk zacht, toch stevig en met een eucalyptusgeur waar je een olifant nog mee op de knieën krijgt. Tempo is oké ole ole, dank namens mijn neusvleugels.
• Ik heb een afwijking die op het volgende neerkomt: ik kan mijn onderbroek niet normaal aantrekken. Hoe ik het ook probeer, welke foefjes ik ook bedenk, hoe goed ik ook oplet: ik eindig altijd met dat ding binnenstebuiten. Elke dag weer. Werkelijk. Gekmakend. Het is een samenzwering van alles wat vies en lelijk is in dit heelal en ik ben het slachtoffer. Ik ben enigszins opgelucht dat ik ze tenminste niet achterstevoren aantrek, ellek nadeel heb ze voordeel zeg maar…
• Sociale werkplaatsen zijn helemaal niet afgeschaft. De twee grootsten die ons land ‘rijk’ is, heten DUO en Belastingdienst.
• In navolging van bovenstaande: NS staat vanaf nu voor ‘Niet Slim’. Als je me namelijk een hoesje stuurt voor mijn voordeelurenkaart als bedankje voor het feit dat ik een vaste klant ben, en je maakt dat hoesje gesloten en ondoorzichtig, waardoor je dan een brief moet sturen of ik alsjeblieft bij controle mijn pasje eruit wil schuiven omdat de controleur mijn foto anders niet kan zien… dan denk ik: beetje dom.
• Lucide is een heel mooi woord.
• Ik ben zo gezegend met een stad waar zowel het centrum, het bos als het strand allemaal in handbereik zijn. Ook nu ik er niet aan moet denken om wat dan ook buiten mijn bed te doen..

Hoe ik daar allemaal bij kom? Ik had griep. Ik heb een dag of tien non stop in bed gelegen, zwevend tussen werkelijkheid, dromen, televisie, neusspray, rekeningen, tijd en koorts. Zeer verhelderend kan ik je zeggen. Zeker aan te raden 😉

Als morgen de wereld echt vergaat,
ben jij dan trots op wat je achterlaat?

Zoals bij de meesten het geval is,
Geloofde ik in ‘het komt altijd goed’
Als je maar altijd je best
En wat er van je wordt verwacht doet

Dus ga je netjes naar school, leren en werken
Verdoet je tijd met religie en kerk en
Houd je bezig met recycling, normen en waarden
Rekeningen betalen, op tijd naar bed, targets behalen
Sport, diëten, schijf van vijf
En met lief zijn voor dieren en mensen

Je moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan
Je hebt geen tijd, geen zin, geen puf om bij de dingen stil te staan

Opeens ben je dertig en vraag je je af: is dit alles?
Wat heb ik nou eigenlijk bereikt in dit leven
Hoe zit het ook alweer met mijn dromen, mijn wensen?
Wat is er van mezelf overgebleven
Waar heeft netjes mij gebracht? (een studieschuld maar geen baan)

Fuck netjes, fuck verwachtingen: daar komen de frustraties
Over dingen die je hebt opgegeven
die je nog wilde meemaken, proberen, zien, voelen, beleven
Die verre reis, je eigen boek, feesten, op een podium staan..

Onuitgevoerde plannen
Had je maar wat meer gewoon gedaan

Maar:
Wat houdt je tegen?
Het is nooit te laat om te beginnen, je moet alleen durven doen

Dus:
Zing, vecht, huil, eet, lach, werk en bewonder
Vind, verlies,  laat los, slaap, wees trots, dans, schrijf een lied en
Maak ruzie, maak het goed, maak rommel, zoen,
wees luid, geneer je niet en

Wat morgen komt, komt morgen, vandaag gaan we genieten!

Dit stuk heeft geen titel en schreef ik voor PaginaGroots (thema: frustratie), waar ik het op 10 juni 2012 mocht voordragen. En spannend dat het was! Het is een van mijn trots-momentjes, en ik heb geen idee waarom ik het niet eerder gedeeld heb. Beter laat dan nooit natuurlijk, en ook grappig om terug te zien welke invalshoek ik koos en wat ik ervan gebrouwen heb voor zo’n eerste keer.

Sayah; mijn toeristische Indo-zijn

Indo. Pinda. Kroepoek. Ik ben het. Denk ik.

Enige tijd geleden lanceerden mijn neef en zijn compagnon Sayah, spekkoeklikeur. Die direct een mooie internationale prijs in de wacht sleepte en wat sowieso iets is om trots op te zijn. Als je het nog niet geproefd hebt, ben je niet stoer. Maar daar is gelukkig wat aan te doen! Bezoek de website en zoek uit waar je je eigen fles kunt gaan halen en je hoort er weer bij. Einde vrijwillige reclame.

Ik was dus uitgenodigd om bij de feestelijke lancering te zijn. ‘Leuk! Lekker!’, gingen door mijn hoofd. Indo’s en eten; dat is gelijk aan elkaar. Die verwachting werd natuurlijk ruimschoots bewaarheid. Er waren nog meer bekende Indo’s, maar ik (her)kende ze niet. Ik raakte in gesprek met de directeur van de Indische radio die het over Indonesië had, waar ik nooit ben geweest, die woorden gebruikte die ik niet ken, en die dingen vroeg die ik niet kon beantwoorden. Ik voelde me stom. Ik voelde me heel erg niet-Indo, misplaatst. Ik bedacht: zelfs als ik de taal leer, het land bezoek, misschien wel mensen zie die op mij lijken: het zal geen thuiskomen zijn, ik ben en blijf een toerist. Ik kijk altijd van buitenaf naar iets waar ik niet echt deel van uitmaak. Dat was eigenlijk best wel een verdrietige gedachte.

Ik ben namelijk wel degelijk een Indo. Zo voel ik me wel. Denk ik. Want een typische Hollandse ben ik niet. Ik voel mij stiekem diep beledigd als mensen mij zo noemen. Zien ze mijn hartvormige voorhoofd, mijn appelwangen, mijn natuurlijke krul en mijn heeeeel lichte, maar toch aanwezige tint niet (dan was het zeker winter)? Ik ben dan wel lang en heb lichte ogen, ik zie er toch niet uit als de eerste de beste uit de klei getrokken Anita?! Begrijp me niet verkeerd, ik verkeer niet in een identiteitscrisis. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben Nederlandse. Hoewel ik allereerst Haagse, en in mijn hoofd en hart wereldreizigster, ben. Alleen ik voel mij niet typisch Nederlandse. Als ik naar mijn moeder (en vele familieleden van die kant) kijk, toch je eerste referentiekader, zie ik een bruine vrouw. Ik identificeer mij niet met blond en blauwe ogen. Ik ben niet opgegroeid in een typisch(e) Nederlands gezin of omgeving. Ik herkende mij niet heel erg in de verhalen en gedragingen van klasgenootjes vroeger en later van collega’s. Ik voel me meer als een Nederlandse met extra’s. Een soort 2.0.

Sayah betekent iets als ‘ik’. De slogan luidt: ‘my life, my roots, my taste’. Sterk. Maar wat houdt dat voor mij eigenlijk in, wat maakt mij dan een Indo? Puur bloed, genetica? Ik heb geprobeerd na te denken over wat Indo-zijn inhoudt. Wat verraadt mijn Gordel-van-Smaragd roots? Voor mij:
– platvoeten en knalkuiten. Ik noem mijn kuiten liefkozend mijn koi, want het lijken net de buiken van dikke karpers.
– alles met je voeten kunnen. Ik at er vroeger mee. Ik kan er keihard mee knijpen, iets wat ik bij andere Indo’s ook tegenkwam. Toeval?
– die platvoeten zijn ook handig bij urenlang diepgehurkt kunnen zitten. Blijkbaar ook iets Aziatisch, wat er bij mij vanzelf uitkwam.
– eten, koken. Altijd kunnen eten, dromen over eten, elke gelegenheid aangrijpen om te kunnen eten. Koken zit er bij de geboorte al in. Dat doe je  gewoon. Wat moet je anders met je leven? Je website Zoet-Zuur noemen bijvoorbeeld 😉
– een oom hebben die gitaar speelt. Serieus. Welke indo die dit leest heeft dat niet? Op feestjes blijkt ook iedereen ooit in een band te hebben gezeten…en worden er spontaan acts in elkaar geflanst.
– bijna net zoveel van slapen houden als van eten. Niet te verwarren met lui zijn, wel met je energie goed kunnen verdelen. Hoewel, de lancering van Sayah was in september 2013. Ik schrijf er nu over…
– negeren tot een kunst verheffen. Een heel effectief, passief-agressief wapen. Is een Indo boos op je, dan kan hij/zij je dood negeren. Er wordt niet naar je gekeken, met je gesproken; je gaat tenslotte aan je eigen bestaan twijfelen. Heb ik helaas zelf ondervonden, maar ben geen haar beter: het zit diep. Het gaat vanzelf.
– rommelig zijn. Niet vies,  maar eerder…chaotisch. Zie ook het punt over slapen. Je moet weten wanneer iets prioriteit heeft en wanneer niet. Opruimen heeft dat meestal niet bij mij, schoonmaken wel. En als je gezellig kan eten en slapen en liedjes op je gitaar kunt spelen, wie maalt er dan om ordentelijkheid? Morgen weer een dag, aduh.
– stil en bescheiden zijn (typisch Aziatisch) maar tegelijkertijd een heethoofd kunnen zijn. Logische combinatie van nuchtere Hollander en warmbloedige, eergevoelige ‘buitenlander’.

Veel verder kom ik niet. Als er iets is wat Indo’s ook erg goed kunnen, is  het assimileren. Mijn grootmoeder leerde haar kinderen geen Bahasa. Zo konden zij zich op Nederlands richten en konden mijn grootouders hun privé zaken bespreken zonder dat de kinderen het verstonden. De gedachte was ook dat je vooral niet moest opvallen, dat je het hier goed moest doen en dus vooral heel Nederlands moet zijn en daarmee, buitenshuis zeker, Indo-zijn achter je liet. Mijn moeder verloor bovendien haar moeder helaas al toen ze zelf nog puber was, in een periode waarin ze zich vooral interesseerde voor popcultuur en niet bezig was met haar (moeders) cultuur. Met de dood van mijn oma ging een schat van een mens, maar ook aan informatie en de Indische identiteit verloren.

Ik dacht:  dan vraag ik het aan Facebook. Er was ooit een megapopulaire pagina die ‘Je weet dat je een Surinamer bent, als…” heet. Die is er vast ook voor Indo’s, dacht ik. En ja hoor. Meteen een handvol hits. Alleen zijn ze privé.  Zou ik door de Indo-keuring komen als ik me aanmeld? Verder vind ik op de enige die openbaar is na een snelle scan ook geen antwoorden…

De oplossing, als die er al is, ligt niet in woorden en bewijzen denk ik. Ik ben een Indo door geboorte, dat is een feit. Wat dat verder inhoudt? Maakt het veel uit?  Alles wat ik wil weten over mijn roots, kan ik nog uitzoeken. Leuk, toch nog een beetje een reis! Zolang die begeleid wordt door wat makan ben ik helemaal senang.

Getest: groene couscous

Kortgeleden kreeg ik zomaar ineens het kookboek Spicy,  De West-Kruiskade kookt cadeau. Een schot in de roos! Ik ben gek op koken, op eten, op kookboeken en dan vooral met veel plaatjes en  ook nog eens op Rotterdam. De West-Kruiskade is een straat in het centrum van Rotterdam die met recht kleurrijk genoemd mag worden. En dan refereer ik aan de koopwaar, de mensen en de sfeer. In dit boek leer je een aantal van de eigenaren van de vele winkeltjes kennen aan de hand van hun favoriete gerechten van over de hele wereld met dito ingrediënten, en die zijn dan allemaal op de West-Kruiskade te vinden. Superleuk, vooral als je net als ik er regelmatig te vinden bent.

Ik vind het heerlijk om in kookboeken te bladeren. Ik kan daar helemaal in wegdromen. Ik proef hoe het zal smaken en zie hoe het er allemaal uit komt te zien. Of kan komen te zien. Want vaak lijkt wat ik op mijn bord tover in de verste verte niet op de prachtige creaties zoals ze in de boeken (of op de pakjes en potjes) staan. Soms is een recept ook gewoon raar. Wat ik dus heb gedaan, is zomaar een recept uit het boek pikken en het gaan klaarmaken. Kijken of het zo lekker wordt als in mijn hoofd, of het recept een beetje klopt en hoe het er uit ziet als een leek als ik het maakt. Is het boek dan dus de aanschaf waard?

Ik kies voor Groene Couscoustaart. Ik vind couscous lekker, het is een goed recept voor snelle doordeweekse maaltijden en ik heb sinds kort een oventje na jaren gemis, dus deze ovenschotel met spinazie en gehakt gaat de vuurdoop krijgen! Er gaat verder nog ei, parmezaanse kaas, crème fraîche, paprikapoeder, knoflook en ui en basilicum doorheen en wat belegen kaas overheen. Het gerecht heeft geen ingewikkelde technieken en komt eigenlijk neer op knoflook en ui hakken en met gehakt bakken, couscous koken, de hele boel mengen, op smaak maken, bestrooien met kaas en in de oven schuiven. Kind kan de was doen!

Maar terwijl ik aan de slag ga, denk ik: 150 gram spinazie? Dat is toch niks? Daar blijft niks van over! Die couscous wordt daar echt niet groen van. Plus, het is een gerecht voor vier personen. Dat is misschien ongeveer vier blaadjes spinazie per persoon wat je dan overhoudt. Dat moet wel een foutje zijn? Ook heb ik aan het einde van het recept ineens basilicum over. Daar wordt niks meer over gezegd, dus ik strooi het maar over de schotel heen. Daarnaast heb ik een romatomaat in plakjes gesneden over de schotel verdeeld, want: die had ik toch liggen en het geeft het gerecht een beetje kleur. Want groen, dat is het inderdaad niet geworden!

Eenmaal uit de oven zit het er best mooi uit:

Er zijn wel wat tomaatstukjes zwart geworden. Oeps, volgende keer eventjes wat folie erover. En de smaak dan: die is mild. Ik proef goed wat er allemaal inzit, maar het is geen smaakbeleving waar ik steil van achterover sla. De melige couscous blijft de boventoon voeren. Gek, met twee soorten kaas erdoor! Ik mis wat meer groenten, wat body, een pittige nooit. En qua kleurenpalet is het ook niet heel spannend. Vier personen kan ik hier niet van voeden ook. Misschien twee dames aan de slanke lijn en hun denkbeeldige dikke ik erbij… (ik geef toe, ik ben gewend te schranzen. Blame the momma).
Een dwarsdoorsnede... en mijn keukentje

Is dit gerecht dus een totale flop? Nee, zeker niet. Het is makkelijk en snel te maken, wat altijd fijn is. Ik ben niet van veel stappen en ingewikkelde technieken. Je doet er wel goed aan om er lekker veel groenten en/of een salade bij te serveren. Dan is het een prima hoofdmaaltijd die toch weer eventjes iets anders dan normaal is. Het is ook vrij goedkoop te maken met restjes en dingen die je toch in de keukenkast hebt staan (aka #keukenkastcookings). Pittig of erg gekruid is het echter niet, en dat verwacht je wel van gerechten uit dit boek. Ik vind het vooral een basisgerecht, die je dan zo spannend als je zelf wilt kunt maken. De tomatenschijfjes die ik bovenop de kaas gelegd heb, houd ik erin. Sterker nog, een flink tomatendak met  peper en zout erover maakt dat de kaas eronder smeuiig blijft. Lijkt me prachtig met verschillende kleuren tomaten. Dan wel even opletten dat de boel niet zwart wordt, en anders de helft van de tijd de schotel afdekken met aluminiumfolie. Lijkt me ook lekker met geitenkaas ipv belegen kaas. Of om het helemaal Italiaans te maken zou ik er ipv crème fraîche, ricotta doorheen doen. En nog wat pijnboompitten erover strooien. Misschien nog wat chilipeper erdoor voor wat pit. Of je maakt het Midden-Oosters met gedroogde vruchten, ras-al-hanout en amandelschaafsel en koriander ipv basilicum. Mij inspireert het boek in ieder geval, en dat is nou precies wat ik van een kookboek verwacht. Spicy mag blijven en ik test vrolijk verder!

Spicy, De West-Kruiskade kookt//Irene de Vette//Uitgeverij Trichis//ISBN 978 94 90608 63 7

 

Sta je dan, met je decorumverlies

Zaterdagavond 00:12. Het is weer zover. Zweet op mijn bovenlip, ik heb me gehaast en ik ben hier niet graag. Ik sta bij ‘de Turk’. Mijn haar doet een vogelnest na, mijn mascara ligt in korrels en uitgewreven strepen op mijn jukbeenderen en ik sta in de rij in een louche avondwinkel, mijn reflectie in de winkelruit vermijdend zodat ik mezelf niet hoef aan te kijken….

Ik heb toegegeven.

Ik ben niet eens de meest onfrisse in de zaak. Voor de deur hangen louche types. Er komen mannen binnen die tassen vol waren afgeven en daarvoor iets in de hand gedrukt krijgen. Er is van alles onder de toonbank te krijgen. Nooit zie je hier vrouwen. Het zijn allemaal opgeschoten types die van alles roepen in talen die ik totaal niet thuis kan brengen die hier de toon zetten.

Het is een bliksembezoek. In, scoren, naar huis. Op straat al gebruiken terwijl ik op hoogstens drie minuten afstand woon. In eerste instantie is daar een soort euforie. Het is gewoon lekker! Ik voel me een beetje opgelucht. Voor even.

Voordat ik binnen ben, is het al op. Heb ik ervan genoten? Niet echt. Zal ik nog wat gaan halen? Ik heb de sleutel al in het slot. Ja, nee, ja, nee, ja, nee? Nee. Dit keer ga ik sterk zijn. Ik word boos op mezelf. Wat sta ik daar nou eigenlijk helemaal te doen, in mijn pyjama, in de verschrikkelijke kou, mezelf aan weetikveel wat voor gevaar blootgesteld, en voor wat? Een blikje cola. Werkelijk, Anouk? Hoe sneu.

Ik ben een junk. Verslaafd aan cola. Coca Cola welteverstaan, het moet the real deal zijn. Ik mag dan een verslaafde zijn; het is wel a-merk waar ik mijn lichaam mee vergiftig. Het toegeven is geloof ik stap 1 in het genezingsproces. En dat gaat zwaar worden. Want hoeveel filmpjes en verhalen van verrotte tanden, weggebrande ingewanden, opgeloste schroeven je me ook laat zien: ik kan het niet laten. En dat kan ik van mezelf niet uitstaan. Vlees eet ik weinig, ik zit aan de chiazaadjes en de multivitaminen, alles moet biologisch. Maar dan toch weer die cola. Haal tien liter in huis en ik drink ze met gemak achter elkaar op. Over een blikje doe ik gemiddeld twintig seconden. Dat is echt niet goed. Daarom koop ik het dus zelf maar niet meer.

Wat betekent dat ik het dan cold turkey ineens helemaal niet meer drink. Ik ga dan weer netjes aan het water, als ik gek doe eens een theetje en bij uitjes ijsthee. Even lijkt het dan weer helemaal goedgekomen. Ik ben nog steeds blij met de ruim tien kilo die ik verloor toen ik onder anderen de cola drastisch uit mijn leven verbande. Dat helaas je borsten ook meedoen als je afvalt, daar hebben we het dan even niet over. Wat belangrijk is: ik doe het niet meer, ik taal er niet naar en het is alleen maar beter voor me. Ik ben blij! Positieve affirmaties; ik weet het allemaal wel.

Opeens, na een week of twee, heb ik uit het niks een beetje de kriebels. Ik wil iets. Ik weet nog niet wat. Onrustig word ik ervan. Dan denk ik: ‘wat zou ik nu graag een lekker colaatje willen drinken zeg’. Een goed koud glas. Met een schijfje citroen… en voor ik weet hoe ik er eigenlijk ook alweer naartoe ben gekomen ben ik er weer. Sta je dan, met je decorumverlies.

Ik vertel mezelf dat dit heus wel eens mag. Het is geen delict, ik hoef me niet te schamen, ik ben verdomme volwassen en maak zelf uit wat ik doe. Zo heeft iedereen wel zijn eigen guilty pleasure toch? Kom op, waar gaat het nou over? Niet zo overdrijven. Wil ik het? Ja en nee. Het is gewoon nergens goed voor. Het is slecht. Zo moeilijk moet het toch niet zijn om het te laten? Kon ik maar maat houden. Dan was er niks aan de hand. Maar er is wel wat aan de hand. Het is namelijk midden in de nacht en ik moest en ik zou NU gaan.

Waarom? Verslaving, verveling, zit iets me dwars? Ben ik een emo-drinker? Ben blij dat ik niet van drank en drugs houd verder. Moet je kijken wat ik te zeggen heb over rokers. Drugsgebruikers. Gokverslaafden. Mij niet gezien. Zwakkelingen. Airheads…

Dus daar gaan we. Door weer en wind, beter wetend, op een zaterdagnacht om 00:12 uur, in pyjama snel snel naar de Turk. Mijn fix halen, mijn tanden naar de knoppen helpen, mijn ingewanden uitbranden.

Dit moet echt stoppen. Even googlen naar lotgenoten, zelfhulpgroepen, pleisters enzo.

Geinig: warme truiendag

‘Wat heb jij aan?’ vraag je meestal als je juist wilt weten hoe snel je iemand ervoor kan laten zorgen het weer uit te trekken.

Vrijdag aanstaande echter niet. Want, dan hebben we allemaal een dikke trui aan. Toch?  Ik kwam per ongeluk terecht op de Warme Truien Dag site. En dat vind ik wel zo’n grappig initiatief dat ik het even moest delen.

Het idee erachter is simpel: kleed je lekker warm aan, dan kan je de verwarming wat lager zetten. Goed voor het milieu en goed voor je portemonnee. Daar heb ik, als dubbeltje geboren en als halve wereldreddende hippie wanneer het mij uitkomt, altijd wel oren naar. 

In mijn geval is het ook goed voor de gezondheid, want a. een hoge eindejaarsafrekening van de energieleverancier (lekkere scrabblewoorden hè?) is een van de dingen waar ik, zonder reden want nooit gebeurd, doodsbang voor ben en waar ik dus toch wakker van kan liggen en b. ik krijg droge ogen en hoofdpijn van loeiende cv-installaties.

Ik vind het bewonderenswaardig hoe mensen, in een wereld waarin we alles al lijken te hebben en kunnen, toch nog met ludieke ideeën kunnen komen. Vooral als dat iets is waar je anderen mee kunt inspireren en helpen en je eigenlijk maar heel weinig hoeft te doen. Ik wou dan altijd dat ik het zelf had bedacht.

Ik kom qua warmhoud-energiebesparingsideeën niet veel verder dan gewoon je geliefde of een gezellige vriend/vriendin uitnodigen eens een hele dag lekker onder een stapel dekens in bed uit te nodigen. Warme trui naar keuze af- of aanwezig. En dan heel veel niksen. Is ook gezellig en gezond en warm… misschien zelfs wel heet 😉

Gedaan: IFFR

Het International Film Festival Rotterdam schijnt nogal een dingetje te zijn. Als het weer zover is, zit de stad vol met volk van allerlei pluimage van heinde en verre die de eetcafe’s bezetten die speciale Tijgeraanbiedingen hebben (het logo van het festival is een tijgerkop). De stad krioelt van mensen die graag willen laten zien dat ze fan zijn, met tasjes en t-shirts en keycords met wederom de tijgerkop daarop. Men noemt elkaar tijger.  Je hebt ineens allerlei conversaties met mensen die je normaliter niet eens op zou merken. Op Facebook en Instagram en Twitter wordt er druk over ge-social-media-t. Overal vind je krantjes en aanplakbiljetten en na al dat geweld lig je ‘s avonds in bed door pure overexposure tijgers te tellen. Kortom: tis net een soort sekte.

Normaal houd ik wel van festivals. Maar die vinden dan plaats in de zomer, buiten, met lekker eten en drinken, muziek en ander entertainment. Dat ik hierin verzeild ben is niet geheel mijn eigen keuze geweest. Maar ik heb sindskort een nieuwe hobby, zoals bekend, dus heel gek was het ook weer niet. Dus ik heb me er gewoon doorheen ge… eh, tijgerd.

Festivals hebben meestal zo hun eigen sfeertje en je doet er dingen die je anders nooit doet. In dit geval betekende dat: alle films die je wilt zien zijn uitverkocht, want je gaat met iemand die nooit iets plant, wil plannen en plannen ter plekke wijzigt dus je hebt geen kaartjes gereserveerd. Gelukkig wordt er als de film al begonnen is gekeken of er nog kaartjes over zijn. Een uur van tevoren moet je dan al in een rij gaan staan en rond gaan hangen, zodat je als er een kaartje over is, de eerste bent. Check (met apathie en een zere rug als gevolg). Als je dan dat kaartje hebt gescored, krijg je die voor de helft van de prijs want last minute. Dan loop je blij weg en kijkt met een mengeling van medelijden en spot naar de stumperds die voor niks hebben gewacht. Check, HA! In de zaal trek je je rugzak open voor de zakken en pakken snaaigoed die je meebracht omdat je de prijzen in de bios te belachelijk voor woorden vindt en je daar je zuurverdiende geld niet aan uit gaat geven en je een soort ‘kijk mij eens dwars en rebels het systeem omverwerpen’ gevoel ervan krijgt. Dubbel check. Er is zoveel aanbod, je kan ook gewoon op de bonnefooi kijken waar nog plek is. Check. Je kijkt meerdere films op een dag, tussendoor moet je jezelf vooraan in de last minute wachtrij zien te krijgen, je plannen moet je wijzigen dus dan verdiep je je weer in het blokkenschema, je illegale rugzakvoorraad raakt op en er is niet eens tijd om iets reguliers, of warms ofzo, te scoren of zelfs maar een bezoek aan de wc te brengen. Pleasure and pain. Hoe authentiek. Check.

Als je dan geluk hebt, zie je een goede film, zelfs eentje die je sowieso al wilde zien. Zoals Starred Up. Met een lekker ding in de hoofdrol, ook niet heel onbelangrijk, die je ook nog eens doet denken aan een familielid van je, wat je dan weer raar van jezelf vindt.

Als het je even minder meezit, dan zie je een minder goed gelukt iets. Zoals R100. Die apart en interessant begint maar verzandt in gekkigheden en absurde herhalingen. Die Aziaten ook weer he… Ik ben maar gaan slapen en bedacht me dat het positieve was dat ik er gelukkig niet de volle prijs voor heb betaald.

Het was leuk. Volgend jaar weer, tijgerrrrr!