VOOR VANDAAG

Onze vingertoppen raken elkaar en onze handen vouwen in één. We kijken elkaar aan en het voelt verbazend goed. Ik hou zijn hand vast en draai mijn rug naar hem toe en ga dicht tegen hem aan liggen met zijn arm om mij heen. Ik zucht. “Ik vind het fijn bij je” zeg ik tegen hem. Hij antwoord dat hij het ook fijn vind en dat hij het liefst bij me blijft. Door dat hij dat zegt voel ik me goed. Ik wil dat het nooit eindigt. Deze wil heeft alleen geen weg. Nog niet. Hij en ik zijn al een jaar of wat “samen”, maar toch niet samen. We hebben elke dag contact als we elkaar niet zien. Niet op een flirtende manier. Gewoon contact. Vrienden. Goede vrienden. Met goede benefits. Maar ik kan het niet tegenhouden dat ik steeds meer voor hem ga voelen. Wat een wijf ben ik toch ook. Als het om hem gaat haal ik direct mijn artikel Zakelijk onderuit. Maar goed, het moet maar.

Ik hou zijn hand vast als hij tegen me aan ligt. Ik geef een kus op zijn vingers en speel ondertussen met zijn ring. Het is warm naast hem terwijl er buiten grote sneeuwvlokken vallen. Ik voel hoe hij dichter tegen me aan wilt komen liggen. Ik laat zijn hand los en draai me weer om. Ik kijk hem aan en kus hem. Het voelt goed. Ook al weet ik dat hij over een uur of wat opstaat om weg te gaan. Ik sluit mijn ogen en verzink in gedachten. Hij wilt niet bij me blijven. Niet met mij zijn. Tenminste, dat is wat ik mezelf wijs maak, want ook hij spreekt niet. Waaraan het ligt weet ik niet. Ik zwijg al een jaar of wat wijs. Ik vertel niets en ben het ook niet van plan. Ergens wacht ik op de dag dat hij mij vertelt wat hij voor mij voelt en dat hij mij nooit meer wilt laten gaan.

De gedachten in mijn hoofd zijn tegenstrijdig. Ik wil hem, ik wil single zijn. Ik wil met hem een weekend weg, ik wil helemaal niet dat hij blijft slapen. Ik wil dat hij eet van het eten dat ik voor hem heb gemaakt, ik wil niet dat hij blijft eten. Tegenstrijdigheid, alsof ik het heb uitgevonden. Dit houdt mij ook tegen om tegen hem te zeggen wat ik voor hem voel. Dat ik hem wil. Nee, ik wil hem helemaal niet. Gatver, ik heb er een hekel aan om zo ongelofelijk lastig te zijn. Lastig voor mezelf.

Eigenlijk ben ik niets anders dan verwarrend. Voor mezelf vooral. Al sinds dat ik hem echt heb leren kennen maak ik het mezelf alleen maar moeilijk. Is het echt zo dat als we uren aan de telefoon hangen, met elkaar pingen en praten over van alles en nog wat onzinnige dingen dat ik écht de enige ben die wat voelt? Echt? Gaat dat zo? Zo ja, geven ze ergens cursussen waar ik kan leren om me als een man te gedragen? Ik wil dat ook wel kunnen.

Ik ontwaak uit mijn gedachten. Ik lig nog dicht tegen hem aan. De warmte van zijn lichaam is duidelijk aanwezig. Ik wring mezelf los. Hij doet zijn ogen open en pakt me vast. “Wat ga je doen?” vraagt hij licht slaperig. “Ik maak mezelf los van je, voor vandaag. Ik ga douchen”. Hij staat ook op en kleed zich aan. Hij en ik weten dat het tijd is dat hij moet vertrekken. Voor vandaag is het voorbij. Hij geeft me een kus en sluit de deur. Het is goed zo. Voor vandaag.