The Ones That Got Away

Nooit gedacht dat ik me voor wat dan ook zou laten inspireren door Katy Perry (sorry zus!) maar hey… zo gaat dat soms in het leven.

Eigenlijk kwam mijn inspiratie niet eens door haar. Het kwam door jou, Luckie Delacroix. Bijna twee meter, bijna honderdtwintig kilo, twijfelend taalkunstenarend en diagonaal in bed liggend (hoezo is er geen tweede zoals jij? je bent mijn opposite sex, from another mother tweeling!). Niet dat ik dat uit persoonlijke ervaring kan vertellen. Ik ken je niet. Ik kreeg alleen ineens een van je blogs onder ogen. Je hebt me laten huilen Luckie. Sjongejonge. Van binnen, dat wel, maar niet minder hard.

Dat kwam vooral hierdoor:
….de bittere nasmaak van het onvervuld verlangen om nu godverdomme eindelijk eens een keer iemand laatste liefde te zijn. Iemands uiteindelijke liefdesdestinatie. Ik ben altijd maar een stukje van de reis. Een stukje van de reis waar de meisjes iets moeten leren van het universum en waar ze later met een gemengd gevoel van plezier en schaamte aan terugdenken. Maar ik ben nooit de eindbestemming…

Want daarin zijn we ook al hetzelfde. Ik voel je Luckie, hoe kut en bitterzoet, of zoetzuur, dat ook is.

Ik ben bijna jarig (ik word 34). Het jaar is bijna om (en dus ga je de balans opmaken). En vooral: ik ben single. Dus weer geen eindbestemming. Ik ben single en vorige week zat ik op de bank met een vriendin en een pot thee en ik ontving een pakket terwijl ik niets verwachtte. Ik dacht dat ik iets had gewonnen, dat gebeurt namelijk wel vaker, en begon enthousiast met uitpakken. Het waren mijn eigen spullen. Spullen die ik achter had gelaten toen ik een paar maanden geleden definitief de deur achter me dicht trok om nooit meer om te kijken. Er zat een brief bij.

Jij weet natuurlijk wel wat daarin stond, Luckie. En zo niet, dan ben je slim genoeg om het te bedenken. Vanaf nu gaat het misschien weer een beetje meer om mij, en kan het emotioneel worden. Ik weet niet of je daar op zit te wachten. Ik waarschuw je maar even…

Terug naar die brief. Hij had spijt, ja. Hij miste me, inderdaad. Hij concludeerde dat ik altijd alleen maar goed voor hem geweest was. En zorgzaam, lief, eerlijk. Hij had nu door wat hij allemaal kwijt was. Het overviel hem. Al die kleine dingetjes die hij voor lief nam. Herinneringen die zich op onbewaakte ogenblikken opdrongen…. Dit zou je ook als een cadeau kunnen zien. Zo voelde het niet, nog steeds niet eigenlijk.

Dat soort shit overkomt mij dus ook altijd. Ik hoor altijd achteraf dat het toch eigenlijk wel heel erg leuk was samen. Dat ik wijze lessen bracht (die uiteraard bij een ander wel in de praktijk gebracht worden, oh wacht, daar schreef ik al eerder over). Dat hij dat niet meer heeft gevonden. Dat het hem spijt. Dat hij dom is geweest. Enzovoorts, enzofuckingvoorts. Doodvermoeiend!

Als je dan dus dertigplus, single en aan het nadenken bent, zou je bijna aan jezelf gaan twijfelen. Wat is er mis met mij? Ben ik niet mooi, grappig, slim, gezellig, sexy, zorgzaam, onderhoudend, aardig genoeg? Ik weet verdomme heus wel beter…maar soms even niet. En dan komen de waaroms. Waarom kan je me niet waarderen terwijl je me hebt? Waarom stap je dan toch op, als je weet  hoe fucking awesome ik ben? Waarom krijg ik te horen dat je met mij ‘rustig aan wilt doen’, als je met die, als ik jou moet geloven, psycho bitch van een ex van je wél toekomstplannen kon maken? Ik kan nog wel zoveel voorbeelden geven, maar ook daar word je niet vrolijker van. Je kent het immers allemaal ook al. Of niet. Ik blijf een vrouw en een relatiemeisje. Ik heb intussen genoeg van je gelezen om te weten dat jij anders in elkaar zit. Tis dat ik geen bier drink Luckie, anders zouden we aan dezelfde Rotterdamse bar hangen ook nog..

Als iemand verwacht dat nu de komische noot of slimme conclusie komt: neen. Ik vond Luckie’s stuk gewoon treffend en herkenbaar. Mooi maar pijnlijk.

En omdat alles altijd in clichés eindigt en dat soms gewoon lekker is: natuurlijk zijn zij het die aan het kortste eind trekken. Die ons eigenlijk een plezier doen, want zij, zij zijn niet geschikt voor onze eindbestemming, het feestje onderweg niet waardig. Je kan van een stoptrein gewoonweg niet verwachten dat ie je intercity geeft, snapje? Wie weet wat voor ellende ons nog bespaard is gebleven. En hee, daar komt Katy toch nog de conclusie brengen: we’re the ones that got away.

De evolutie van tante Noukie

Ruim vijf jaar geleden werd ze geboren: tante Noukie.
Het allerliefste, allermooiste, allergrappigste kind met de mooiste wimpers ever kwam ter wereld, waardoor ik tegenwoordig deze titel draag.

En man, wat gaat dat snel en is dat ingewikkeld. Het betekent op slag verliefd zijn en hem op willen eten. Het betekent troosten, streng zijn, lief zijn, wiegen, heen en weer lopen, verzorgen, poepluiers, lamme armen, uitputting, angsten, zorgen over nu maar ook over de toekomst maken, aan je haar getrokken worden, aan zijn haar ruiken, in je buik geschopt worden, op je rug gesprongen worden, op je knieën door de kamer gaan, constant opletten, achteraan rennen, ‘nee’ roepen en indringend aankijken, honderdduizend vragen beantwoorden, blij zijn dat ie begint te praten, hopen dat ie zijn kop eens houdt, mama in hem herkennen, papa in hem zien, van binnen lachen om de stoute opmerkingen maar tegelijkertijd pokerface oefenen, je hart in je keel/maag/schoenen om gevaarlijke capriolen, dansen in de kamer, kinderliedjes tot je oren bloeden, tekenfilms tot je ogen bloeden, trots tekeningen tentoonstellen, stimuleren, complimenteren, bezig houden, belonen.

Het betekent ook eigen vragen, heel veel vragen. Wil ik strikt zijn, wil ik relaxed zijn, mag ik straffen, laat ik dat aan mama over, wil ik verwennen, wil ik gezond bezig zijn, vindt ie me leuk, vindt ie me stom, vraagteken vraagteken vraagteken.

Het komt het dichtst bij zelf moeder zijn, dichter bij de twee goudvissen verzorgen wat ik voorheen, ook met liefde en toewijding trouwens, deed. Het heeft ervoor gezorgd dat ik van ‘NEE JOH’ ben omgeslagen naar ‘JA GRAAG’ (maar niet morgen al, hoor). Hoe dan ook: de tijd is gevlogen en nu zijn we hier.

‘Hier’ is nu mijn keuken. Daar zijn wij, mijn zusters en ik. En baby nummer twee. Aan het roeren in potten en pannen (ik), een kolerezooi maken en alles in je mond stoppen (baby), roddelen en op balkon roken (ik noem geen namen) en stiekem cola direct uit de fles drinken die onder het mom van visite weer eens in huis is (OK, dat ben ik). Gezellig, druk. En dan besef je ineens: wat is het rustig in de woonkamer. Dat hoort niet. Wat spookt dat kind uit?

Dus ga ik er op af. Het is een meter of vier, een paar seconden dus, die ik afleg. Wonderbaarlijk hoeveel gedachten je in zo’n korte tijd kunt hebben. Een grotere heksenketel kan het al niet meer worden. De koekkruimels (verantwoordelijk: baby) en kwijl (verantwoordelijk: baby en misschien ook anderen) zijn wijdverspreid, er ligt overal aarde (leuk: radijsje planten, slim en educatief idee, verantwoordelijk: tante Noukie en kind), je struikelt over schoenen, sokken en kussens (verantwoordelijk: allemaal), de bank zit onder mais en vlekken (verantwoordelijk: kind) en de lijst gaat door…

Wat ik aantref, verbaast mij toch nog. Het kind staat ramen te zemen. Hij heeft de eettafel al onder handen genomen en die is vlekkeloos. Hij vraagt me een sopje en een trapje. Hij heeft de chromen voeten (OK, deze woorden gebruikt hij niet letterlijk) van de stoelen al gepoetst en hij kon ineens ‘zijn eigen’ erin zien en nu is het ineens ‘net een spiegel’. Hij heeft gelijk. Hij vertelt dat hij ‘niet weggaat tot alles glimt’.

Natuurlijk schiet mijn hoofd wederom vol vragen. Maar fuck it. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan. De enige vraag die nu belangrijk is: hoe krijg ik het voor elkaar dat ie een weekend bij me komt logeren?!

Dat de aarde niet meer rond is

Stilletjes loop ik door de slaapkamer. Ik probeer zo weinig mogelijk geluid te maken, zodat hij nog even kan slapen. Hij heeft het zwaar de laatste tijd, er komt zoveel op hem af.

Er ritselt iets onder de dekens. Ik blijf even stilstaan, bang dat hij toch gewekt is. Dat is niet zo, hij ging alleen verliggen. Heeft een been over de dekens geslagen. Zijn mooie been. Man, wat heeft hij mooie benen. Mooie voeten ook. Een unicum, wat mijn partners betreft dan. Mooier dan de mijne.

Zo blijf ik een tijd kijken. Naar zijn gezicht, totaal ontspannen. Streepje kwijl op het kussen. Ontroerend. Mooie, volle wimpers. Kuiltje in wang. Hij snurkt zachtjes. Dat lucht me op. Zou ik hier langer staan en geen teken van leven kunnen zien, dan zou ik lichtelijk in paniek raken. Naar zijn borst turen om te zien of die deint. Met mijn oor boven zijn mond gaan hangen,  in zijn zij prikken, dat soort dingen. Dingen die hem zouden wekken. En dat wil ik niet.

Daar ligt hij. Hij is zo lief. Zo zacht. Zo betrouwbaar. Zo gek op mij. We hebben het goed samen. Ik heb geboft. Ik besef dat heel goed. Ik heb… ook warme gevoelens voor hem. Maar niet zó. Het is niet genoeg. Dat is niet eerlijk, dat besef ik ook.

Kijk ik het aan? Gaat het nog veranderen? Maakt het uit dat ik niet door passie word verteerd? Moet je dat wel willen, is dat volwassen en realistisch? Ben ik stom bezig, praat ik mezelf een probleem aan dat er niet is? Alles gaat toch goed? Ik heb toch niks te klagen? Wat wil ik dan, zoals zo vaak voor honderd procent gaan voor iemand die dat niet voor mij gaat, zodat ik tenminste reden heb om te zeuren? Ben ik verslaafd aan drama? Zit ik mezelf te saboteren?  Ik voel me stom, ik voel me ondankbaar. Ik moet het hem vertellen. We kunnen er wel uitkomen, toch? Ik moet het hem vertellen, dat zou ik andersom ook graag willen. Maar hoe vertel je dat? Ik moet het hem echt vertellen…

Zo sta ik daar een tijd. Van buiten stil, van binnen allerminst. Hij heeft het vast gemerkt. Wordt wakker, betrapt mij op staren en interpreteert het verkeerd. Met een stralende lach en ogen vol vertrouwen zegt hij iets liefs tegen me. De schat. De lieve, onwetende schat. Dit kan toch niet zo. Het is zo oneerlijk. Maar nu kan ik het toch ook niet zomaar eruit gooien?  Nu hij het al niet makkelijk heeft, ga ik ook nog eens zijn hart breken. Maar zomaar doorgaan voelt ook zo nep. Ik voel me hoe dan ook een verraadster.

Ik zeg wat liefs terug en smeer hem dan snel naar mijn werk. Laat hem maar nog even rustig liggen. Even oblivious zijn.  Ik ga het hem vertellen.  Maar niet nu.

Suri Shock Therapy

“A-nouk…”
Eén woord. Een woord dat ik dagelijks hoor en zie, het is immers mijn eigen naam. Een heel normaal woord dus, zou je zeggen. Maar niet als zij het zegt. En hoe zij het zegt. Heb ik wat gedaan? Wat heb ik gedaan?! Volgens mij zat ik gewoon te genieten van het heerlijke eten en heb ik haar overladen met -welgemeende- complimentjes.

Ik slik een hap van mijn roti met pompoen door. Gaat wel moeilijk ineens, mijn keel is in één klap kurkdroog. Vóór dat woord was er nog niks aan de hand, waande ik me veilig. Dat is het nou altijd met haar… ik ben de dertig al gepasseerd, maar bij haar blijf ik twaalf en nooit ben ik safe.

*“Ja, tante?”
Ze is mijn tante niet. Maar ik ken haar al jarenlang, het zou niet veel schelen. Ik ben al zo’n twintig jaar bevriend met haar dochter,  je maakt dan wel wat mee samen. Bovendien, deze dames noem je altijd tante. Zo gaat dat. Nee, dat is mij van huis uit niet geleerd. Dat vinden dit soort dames ‘brutaal’ en ‘vrijpostig’. In twintig jaar is me dat vaker, en niet zo subtiel, te kennen gegeven. Omdat ik niet altijd voor ruzie ga en altijd in shock was als ze me in een volle kamer te kakken zetten, heb ik me snel aan weten te passen, dus tante it is.

“WAAR is je broek?”
Broek? Welke broek? Ik weet heus wel wat ik draag, ik heb het mezelf namelijk aangetrokken vanochtend. Toch kijk ik naar mezelf. Inderdaad, leg ik uit, ik draag geen broek. Of bedoelt ze soms mijn onderbroek? Die draag ik ook niet, knipoog. She is not amused. Dus leg ik uit dat ik een jurk en onderjurk draag en een dikke panty. Alsof ze dat zelf niet kan zien.

“Oh dit noem jij een jurk?” “Draag je dit niet op een broek dan?”

*“Ja, tante. Dit is een jurk. Dat ziet u toch? Kijk, toen ik zat kroop het op, maar het valt gewoon op mijn knie.”
Ik trek mijn dikke wollen jurk, met een col ook nog eens, recht. Ik ben van top tot teen bedekt. Niks schijnt door… wat zal er nu weer zijn? Enne..waarom verdedig ik mezelf?!

“Meisje, hou op! Heel je toena komt eruit. Ik snap jullie niet hoor. Vind je het gek dat die enge mannen op straat jullie willen pakken. Naar je gaan roepen vanuit auto’s. Wordt je poes niet verkouden?”

Eventjes wil ik erop ingaan. Moet ik nu beledigd zijn, me opnieuw verdedigen? Waarom doet ze nou toch zo… ze kent mij ook al twintig jaar. Schuift me altijd allerlei geks in de schoenen, waarop ik natuurlijk inga. Laat mij me schamen voor dingen die ik niet eens doe. Als er iemand zich bijvoorbeeld NIET bloot kleedt, ben ik het wel. Echt, geef mij eens ongelijk, als ik zeg dat ik trauma’s heb en ik hun zoons niet wil.

Ik besluit het anders te doen. Vertel haar hoe schaamteloos ik inderdaad ben, hoe ik uitdagend over straat ga. Ik trek mijn jurk op, ga voor haar neus staan en schud met alles wat mijn moeder mij heeft gegeven. En draag haar op heel snel nog wat lekkers voor me op te scheppen, dan leer ik haar ook hoe het moet.

Preuts als ze is, reageert ze eerst geschokt. Daarna barsten we samen in lachen uit.

Suri moeders 1973481 – Anouk 1

 

Retrospectief in sneltreinvaart

‘Anouk, toch?’ ‘Meid, wat leuk om je te zien, wat lang geleden! Hoe isset?’

Ik denk: engerd. Want je weet niet meer hoe ik heet, he? Want je hebt me maar één keer in je leven eerder gezien natuurlijk.  Want we hebben niet  lichaamssappen uitgewisseld, innig verstrengeld elkaar verliefd in de ogen liggen staren?  Doe alsof, jij nepperd!

Het is dat ik hem al had gezien en in een drukke trein in het gangpad stond, zodat hij niet langs me heen kon zonder iets te zeggen… anders had ie mooi niks gezegd en ik ook niet. Gek hoe het kan lopen.

Ik heb het hier over De Prins Op Het Witte Paard. Mijn droomman. Totdat ie uit het niks de kuierlatten trok en ik het van me afschreef en daarmee in een blad en met mijn stukje bij vriendinnen op de koelkast belandde. Oh, wat vond ik hem leuk. Ik vond hem fantastisch. Ik vond het zo fijn hoe hij altijd van de details was. Alles viel hem op, tot aan iets als nieuwe oorbellen. Hij gaf graag complimentjes. Hield van shoppen en verzorging. Lekker kletsen bij een kop thee.  Hij was helemaal af, had zelfs het spleetje tussen de tanden waar ik zo gek op ben… Maar dat was toen.

Dit is nu. Op dit moment antwoord ik netjes en plichtsgetrouw. Ik kijk hem aan terwijl hij zijn verhaal ophangt, en ik krijg weinig mee van wat ie precies zegt. Want nu snap ik het ineens. Ik kijk en ik zie het  glanzende zijden sjaaltje waar hij zijn handen soepeltjes langs laat glijden. Zijn lichaamshouding, voetje vooruit, dat holle ruggetje. Hoe hij met zijn ogen draait.

In mijn hoofd valt alles, jaren na dato ineens samen. Is het ná mij gebeurd? Dat hoop ik vurig. Heb ik, straaltverliefd destijds, dingen over het hoofd gezien, weggewuifd? Think not. Het lag dus echt niet aan mij… Het is nu zo klaar als een klontje, het is me heel duidelijk ineens:

Jij bent een prins, alright. Een chocoprins.

LIJSTJE: Vijf dingen waar je me wakker voor mag maken om 5 uur ‘s ochtends

‘Bitch, neem de benen, ipv je stoflap!’
Dat was mijn eerste, inderdaad niet zo aardige, reactie op een stukje Facekookvervuiling dat ik tegenkwam. Het was een slecht vertaalde statusupdate van iemand die ik niet ken en uiteraard niet wil kennen. Een goedbedoeld stukje, dat je vooral moest delen om vrouwen op te vrolijken. De strekking: vrouwen die thuisblijven voor het huishouden, worden ondergewaardeerd (door hun partner). Kan ik me iets bij voorstellen. Het was echter zo’n tenenkrommend, vooroordelen en traditionele rolpatronen bevestigend stuk, dat ik eerst dacht dat ik zonder het te weten een tijdsreis naar honderd jaar terug had gemaakt en vervolgens het eerste dat ik uitbracht dus bovenstaande quote was. Dat mensen delen en er dus achterstaan… Wat mij vooral irriteerde was de suggestie dat huisvrouwen ‘om vijf uur opstaan om het huis schoon te maken, nog voor ze het ontbijt klaarmaken’ en ‘naar hun man kijken en zich afvragen waarom ze van hem houden, terwijl ze ondergewaardeerd worden’.

Ja, niet op waarde geschat worden is pijnlijk. Maarre…heb je geen mond waarmee je kan praten? Ben je willoos? Heb je geen benen om te vertrekken? EN, wie staat er om VIJF UUR op? Om nog wel het huis schoon te maken, om het direct weer rommelig te (laten) maken? Is dat huisvrouwenlogica wellicht? Enne… als je je afvraagt waarom je van je vent houdt, waarom doe je daar dan in vredesnaam niks aan? In heel het vermaledijde stuk zag ik niks terug van vermaak, plezier, eigen dingetjes. Ik werd totaal niet blij van de update, terwijl dat toch echt de bedoeling zou moeten zijn.

Ik hoor je denken. Inderdaad, ik ben geen moeder. Ik blijf niet thuis voor het huishouden. Ik ga eerder pas om vijf uur naar bed.  Ja hoor, ik weet wel hoe het is om niet op waarde geschat te worden. Om in een ongelijkwaardige relatie te zitten. En jazeker, ik zou zeker weten een dijk van een thuisblijfmoeder zijn die het heel allemaal niet zo typisch zou doen. Die naast partner en moeder ook nog mens met wensen enzo is. Jawel, iedereen zou nog steeds aan zijn trekken komen. Ik ben heus heel zorgzaam, dat kan ook zonder dat keurslijf. Trust me.

Anyway, vooral over die vijf uur kwam ik maar niet heen. Werkelijk mensen, wie doet dat? En om te poetsen? Ik vroeg me af waar je mij zo vroeg wél voor wakker mag maken. En, omdat ik van lijstjes maken houd, heb ik met veel moeite een top vijf kunnen bedenken:

  1. Gesprekken met vrienden en familie die in een andere tijdszone zitten
  2. Verrassingsvakantie
  3. Passievolle seks. Zo’n onverwachte, intense vrijpartij waarna we allebei direct weer in een diepe slaap vallen, klef en verstrengeld. Dat je de volgende dag elkaar aankijkt en moet grijnzen. Waaraan ik een beetje beschaamd terugdenk op een saai moment op werk, om vervolgens weer te moeten lachen. OK, iets heel superromantisch waardoor ik me geliefd, gewild, gewaardeerd voel mag natuurlijk ook. Maar die kans is wat kleiner.
  4. Eten natuurlijk. Dat je zojuist de meest fantastische pastei/appeltaart/smoothie ever hebt gefabriceerd die echt op dat moment genuttigd moet worden.
  5. Spontane en spannende acties. Sterren kijken op  de hei. Proefdieren bevrijden. UFC/MMA/Thai boks wedstrijden. Skinny dippen. Belletje trekken bij je stomme lul van een ex. Alles wat misschien niet slim of echt gepast is op dat moment, maar die mooie herinneringen opleveren en de sleur doorbreken. Ook als dat een brakke day after betekent.

 

Kip twintig voor Tupac Shakur

Beyoncé heeft Sasha Fierce. Ik heb vandaag Tupac, morgen ben ik Maxima Zorreguieta.
Wees niet bang, ik ben niet gek geworden. Niet gekker dan normaal…

De laatste tijd heb ik nogal wat gebruik gemaakt van thuisbezorgd.nl. Met warm weer heb ik soms gewoon zin om lang buiten te blijven, niet na te denken over wat ik in elkaar ga draaien en al helemaal niet om boven hete pannen te hangen. Helemaal tegen mijn gezond, bio, betaalbaar en #keukenkastcookings principes in natuurlijk en ik heb dan ook een behoorlijk gat in mijn budget deze maand. Maar daar hebben we het nu even niet over.

Waarover dan wel? Over iets heel flauws, waar ik zelf erg veel lol mee heb. Ik heb een soort guilty pleasure ontwikkeld. Bij het invullen van NAW gegevens kan je namelijk opgeven wie je bent. Omdat ‘Anouk’ best leuk is om te zijn maar niet echt spannend klinkt, ben ik begonnen met de boel een beetje up te spicen. Zo ben ik dus al Tupac en Maxima geweest.  Maar ook Mercedes de Lima de Sousa Faria. En Sneeuw Witje. Lachen joh!

De laatste bezorger die ‘kip twintig voor Tupac Shakur’ kwam bezorgen, gaf geen krimp. Vast geen hiphop fan. Of gewoon humorloos… Tot nu toe is de enige feedback die ik heb gekregen afkomstig van het thuisfront, bijvoorbeeld dat ik vooral ‘pornonamen’ kies. En dat het echt heel stom en kinderachtig is. En dat ik de enige op de wereld ben die dit grappig vindt.  Misschien is dat ook wel zo. Maar dat houdt me niet tegen…. Het leven is er om soms een beetje te spelen.  De een bestelt nasi bij de snackbar, de ander wacht je thuis op in een gorillapak… ik heb alter ego’s op thuisbezorgd. Ik stop anoniem complimentjes in postvakken van collega’s. Ik krabbel op de enveloppen van post die ik verstuur boodschappen aan de postbode. Die schrijft dan een briefje terug. Ik shockeer mensen graag door ze te overladen met (welgemeende) complimentjes in het publieke domein.  Zo hebben we allemaal wel iets geks dat we doen, jatogniettan?!

Ik kan niet wachten tot payday. Wie zal ik volgende keer zijn?

p.s. hier wordt de wereld natuurlijk mooier van, dat snap je. Als je dit soort acties nog niet uithaalt: doen! Deel ook vooral wat jij voor gezelligs hebt verzonnen…vind ik leuk!

#snapiknie

Het gebeurde op een mooie woensdagmiddag.

Zoals zo vaak op woensdagmiddag, stond ik klaar bij tram 12, die me naar de markt (die wij ‘mart’ noemen) zou brengen. Een beetje in gedachten over wat er die ochtend op werk voorgevallen was en wat ik dalijk allemaal voor lekkers zou gaan scoren, stond ik daar de wachttijd te doden. Het was dus -nog- een heel normale woensdagmiddag.

Er kwam een vrouw aangelopen, die plaats nam op het bankje. Jaar of vijftig, klein, stevig, met een winkelkarretje, exotisch uiterlijk en een hoofddoek. De optelsom was snel gemaakt: zij gaat ook naar de mart en ze is moslima. Niks aan de hand nog.
Wat schepte echter mijn verbazing? Mevrouw begon te roken. Zware shag ook nog. Ik was all sorts of shocked. Een moslim die rookt. Een moslima die rookt. Een moslima die rookt op straat. Een moslima van haar leeftijd die rookt op straat.

Noem me achterlijk, wereldvreemd, bevooroordeeld, naïef, wat dan ook: het was gewoon iets wat in mijn hoofd even niet klopte. Ergens vond ik het dan ook wel weer stoer. Ik had er gewoon nooit verder over nagedacht, dat dat ook kon zeg maar. Sinds die tijd let ik wat beter op mijn omgeving (das gelukkig heel Mindful). Ik sta wat meer bij de dingen stil. En dan kom je soms ineens tot de conclusie dat de wereld soms heel raar en onbegrijpelijk is.

Zo vraag ik me sindsdien af:

  • wat is het nut van een ochtendhumeur? En, waarom denken mensen met een ochtendhumeur dat ze daarmee anderen moeten lastigvallen?
  • waarom hebben zoveel panties en maillots van die rare naden achterop? Je voelt je net een volwassene in luier daarmee.
  • waarom bestaan er sportbeha’s met push up effect? Je moet je vriendinnen toch juist helemaal inpakken, je wil ze niet tegen je neus aan de hele tijd?!
  • waarom zingt Harry Slinger: ‘je loog tegen mij, alsof ik een kind was’? Mag je tegen kinderen wél liegen dan?!
  • waarom heel hip en happening instagram allerlei gezond superfood deelt, waarbij ze het fruit BEVROREN eten?
  • hoe het kan dat zoveel eettentjes zoveel spelfouten hebben zitten in hun menu’s en zelfs op de belettering op ramen. Kijkt er dan niemand mee, ook niet bij het bedrijf die de drukopdracht binnen krijgt?
  • moet je bij smeerkaas ook boter smeren of kun je dat achterwege laten?
  • waar staat Karvan Cevitam eigenlijk voor?
  • waarom gaan mensen zitten kijken hoe anderen onthoofd worden en meer van dat soort lugubere ongein?

Wie het weet mag het zeggen. Vooralsnog roep ik hashtag #snapiknie in het leven. Ben benieuwd wat jij allemaal niet snapt!

 

 

Een engel met cornrows

Ik versta haar niet. Haar stem lijkt van ver te komen, maar het zijn mijn hoofd en gedachten die even heel ergens anders waren.

Focus. Kijk haar aan, ze wacht op antwoord. Omdat ik niet weet wat ze vroeg, glimlach ik maar. Het helpt in ieder geval om even weg uit de brei in mijn hoofd te zijn. Om de tranen terug te dringen die op het punt stonden te vallen. Ik slik een paar keer en adem diep in om de brok in mijn keel weg te werken.

Ze kijkt lief terug en kletst lekker door. Vertelt wat ze gaat doen, waar ze naartoe gaat. Dat is naar Vlaardingen Centrum, nogal een stuk van Delfshaven, waar we tegenover elkaar in de tram zitten en zij naar school gaat, verwijderd. Ze moet bij dezelfde halte eruit als ik. Zij gaat dan nog met de metro, de bus en een stuk lopen voordat ze thuis is. Ze houdt het vol omdat ze nog maar één jaartje van de middelbare school verwijderd is.

Later wil ze juf, of nee, kapster worden. Ze heeft haar eigen haar gevlochten vandaag: cornrows. Het zit mooi. Dat vertel ik haar. Ik benadruk ook dat ze alles kan worden wat ze maar wil. Waarom niet kapster én juffrouw? Misschien wil ze volgend jaar wel weer iets heel anders… We hebben het nog over koude patat, over vriendinnetjes, boetes, vrachtwagens…

We moeten er bij dezelfde halte uit. Ik vertel haar niet wat er allemaal in mijn hoofd omgaat.

Dat ik dan wel OK ben, maar of ze alsjeblieft niet zomaar met vreemden wil praten en al die informatie wil weggeven? Dat is levensgevaarlijk! Nee, dat is mijn plek niet. Het is een mooi en open, spontaan meisje, ik wil dat niet ‘straffen’ en in de kiem smoren met mijn eigen paranoia. Ook waarschuw ik haar niet voor de liefde. Voor de pijn en teleurstelling, de onzekerheid waarvan ik nu al weet dat ze die heus ook wel gaat meemaken. Niet projecteren, Anouk. Dus ik wens haar een fijn weekend.

Ik vertel niet dat ik hoop dat ik haar vaker mag tegenkomen. Ik zou graag willen zien dat het goed gaat. Gek eigenlijk. Nog zo’n valkuil. Tien minuten in dezelfde tram en ik ben al gehecht en kan niet loslaten. Zij zegt het toevallig op hetzelfde moment wél. Ik zeg dus dat ik dat ook hoop.

Ik vertrouw haar al helemaal niet toe, dat ze voor mij vandaag, al is het voor heel eventjes, een life saver is geweest. Een engel, recht vanuit de hemel naar mij gezonden. Op een moment dat zelfs ik, met mijn eeuwige optimisme en ‘schouders eronder’ mentaliteit, het even niet meer weet. Met mijn ziel onder mijn arm, mijn hart rauw en zwaar en mijn hoofd in de war in de tram zit, keihard het raam uitstarend in het niks kijkend, zoekend naar houvast omdat ik het anders begeef. Hoe alleen je je kunt voelen, verloren met zoveel leven en bedrijvigheid om je heen.

Zij zag me. Zij zag mij. Zij doorzag me en gaf me het gevoel dat het goed gaat komen. Hoe dan ook. Ik kreeg precies wat ik net even nodig had: aandacht, interesse, luchtigheid, afleiding. Ik geloof heel erg in toeval, maar vandaag niet. Dit voelt als een geruststelling, een teken, een gebaar van het universum.

Weer krijg ik tranen in mijn ogen. Dit keer van dankbaarheid en opluchting. Weer knipper ik ze weg. Ik moet door. Dankjewel, universum. Tot ziens, engel met cornrows.

 

Zegt de ene Kroepoek tegen de ander:

..volgens mij moet jij even het woordenboek openslaan, soh.

Want lieve Sandra Reemer,

Vandaag kwam op mijn Facebook tijdlijn dit artikel voorbij over Indo’s in Nederland dat mijn aandacht direct trok. Hoopvol begon ik te lezen. Ik herkende best veel in. De gelaten houding, heel veel slikken en maar laten gebeuren om de vrede te bewaren. De gitaar. Grappig, die gitaar. In mijn overpeinzing wat betreft wat het betekent, dat Indo-zijn, komt die ook al naar voren.

Ik heb er een beetje een dubbel gevoel over. Zoet-Zuur zeg maar. Je zegt een aantal goede dingen. Dingen die helemaal mooi zijn, omdat ze laten zien dat een dame op leeftijd dingen ziet die menig jonge Indo graag wegstopt. Omdat we wel degelijk met zijn allen SUPER-geassimileerd zijn. Zo erg zelfs, dat we direct ontkennen en dan ineens niet meer zwijgen, wanneer we erop gewezen worden. Dat maakt dan ineens wel emoties los. Goed geïntegreerd! Lekker polderen. Ik ken geen volk dat het integreren en daarbij opgeven (in ieder geval buitenshuis) van de eigen identiteit, waardes en gebruiken zo goed beheerst. En als Indo in Den Haag denk ik dat ik een flinke portie relevante ervaring heb opgedaan. Natuurlijk, het was een overlevingstechniek. Zonder slechte bedoelingen. Ik weet het. Verandert niets aan het gegeven.

Wat ik zo raak vond? Dat we mogen leren van de Duitsers als het gaat om fouten uit het verleden ruiterlijk te erkennen en ze niet weg te willen stoppen. Daar geef ik je honderd procent gelijk in. Dat Molukkers schandalig zijn behandeld en veel grotere ballen hebben dan Indo’s, klopt ook als een bus. ‘Goed’ om te lezen hoe de regering met jullie omging, omdat dat dingen zijn die ook van belang zijn en die velen niet beseffen.

Maar toch. Het bittertje komt om de hoek kijken wanneer je laat zien dat je toch nog niet helemaal vrij bent van ‘mental slavery’. In één ademteug noem je dat men in Holland vroeger dacht dat jullie af zouden geven, waarna direct volgt dat je niet wist dat je anders was. Je komt uit een warm land waar je buiten leefde, je zit drie weken op een boot om in het kille Holland aan te komen en je merkt geen verschil? Je wilde er zo graag bij horen. Hollandser dan Hollands zijn. Dat schreeuwt toch contradictie? Waarom wil je bewijzen dat je ‘gewoon Hollands’ bent, als je dat simpelweg niet bent? Waarom je best doen om ergens bij te horen, als je vindt dat je er sowieso bijhoort? Wanneer je jezelf nu pas vindt, betekent dat dus dat je jezelf weg hebt gestopt. En dat, dat is assimilatie ten top.

Ik zou af kunnen sluiten met het feit dat je inderdaad duidelijk een Indo bent. Een echte. Die nog steeds een mentale kronkel heeft, waardoor je hoe dan ook Hollander wilt zijn. Ik probeer echter positief te zijn, naar mezelf en ook naar anderen. Dus zal ik dat maar niet zeggen, en de nadruk leggen op het fijne feit dat er een proces bij je gaande is.  Het begin is gemaakt. Dat ik het mooi vind dat je dat ook deelt, het kan anderen aan het denken zetten. Maar helaas Kroepoekje, je bent er nog net niet. Neem een voorbeeld aan de Duitsers, erken en heel.