VOLGENS HEM: Een goed begin..

Maandagmorgen, de trein naar Groningen.
Het is saai en grijs buiten. De coupéruit is vies en nat van het condens. Een logge, vettige motregen valt traag uit een grauwe hemel. Terwijl meters en meters spoor onder ons wegglijden, kijk ik naar buiten. Niks dan saaie weilanden. Grauwe, saaie, eindeloze weilanden, met domme, grazende koeien. Van die weilanden met van die slootjes. Op de stoel naast me ligt een stapel oude, vergeelde kranten. Het ruikt muf in de trein. Maandagmorgen. Báh! Ik staar naar buiten. En weer naar binnen. Plotseling zie ik haar zitten, in een hoekje verscholen. Lang, prachtig bruin haar tot op d’r schouders. Jeans. Gympies. Zo’n lekkere slobbertrui. Ze houdt een boekje vast en kauwt op de achterkant van een BIC-pen. Ze denkt na. Ik ga verzitten, want ik wil haar beter kunnen zien. Mijn ogen glijden zonder gêne langs haar hele lichaam. Aan het haakje hangt haar zwarte, leren jas. Naast haar, in het gangpad, staat een tas. Mijn mond wordt droog, en ik slik. Jezus, wat is ze mooi! Wat is ze allejezus mooi! En dat gezichtje… Zo vriendelijk kijkt ze voor zich uit. Af en toe kijkt ze even naar buiten, om na te denken. Ze houdt zo’n Zweeds puzzelboekje vast. Drie sterren.

Die zijn inderdaad lastig. Af en toe zucht ze even moedeloos, maar ze zet tóch door. En ik? Ik staar. Ik staar naar het mooiste meisje ter wereld. Gewoon, hier in die zeikerige trein, naar Groningen. Waar we nu zijn? Geen idee. Ik stáár alleen maar. Naar haar. We passeren een stationnetje, maar ik let totaal niet op wélk stationnetje het is. Zeker Veenwouden, of zoiets. Geen idee. Kan ook best Zwaagwesteinde zijn geweest…

Ze heeft geen make-up op. Leuke, kleine oorbelletjes, en een klein horloge om haar rechterpols. Een kettinkje siert haar toch al fraaie hals. De mouwen van haar slobbertrui heeft ze opgetrokken, net als ik altijd doe. Ik háát lange mouwen. Zij ook, denk ik. Ik schat haar overigens zevenentwintig, misschien wat ouder. Net als ik.

Ze is gewoon perfect. “Doe wat!”, galmt het door mijn hoofd. Maar ik durf niet. Mijn knieën willen niet. Ik heb een vreemde smaak, en begin te zweten. Jezus, is dit normaal? Ik voel me vreemd en blij tegelijk. En ik staar. Minutenlang staar ik. Dit is het meisje die met mij verkering krijgt. Ze stapt zo uit op Groningen Centraal, en ik volg haar dan. Ik spreek haar aan, en we raken aan de praat. Ze lacht om mijn stuntelige, domme grappen, maar vindt me wel leuk. Ik loop met haar mee, zonder te weten waarnaartoe. Gewoon omdat ze zo mooi is, en ik toch wát wil met haar… We spreken een keertje af, ergens in Groningen ofzo. ‘Bel me’, zegt ze, en geeft me haar nummer. Ik bel haar op, we spreken af, we ontmoeten elkaar. Ze had mij ook gezien in de trein, en zich afgevraagd waarom ik zo dom staarde, en verder niks deed. Ik lach schaapachtig. ‘Tja…’

We krijgen verkering, en ik ben de gelukkigste jongen op aarde. We trouwen, en krijgen een stuk of drie kinderen. Ik haal ontbijt op bed voor haar. Ik zoen haar teder in haar nek, overlaad haar met cadeautjes op haar verjaardag en moederdag. Ik werk me suf voor haar, en breng bloemetjes mee naar huis. We gaan op vakantie, naar het strand. Ik smeer haar rug in tegen de brandende zon. Ik kan goed overweg met haar ouders. Ik haal de krant voor haar, knutsel kasten in elkaar, kook voor haar, neem haar mee naar haar lievelingsrestaurants, masseer haar voetjes aan het eind van de dag, neem haar mee naar pretparken en zal er altijd voor haar zijn.

Buiten valt de motregen nog steeds loom naar beneden. Buiten staren de dom grazende koeien nog steeds af en toe door de vuile coupéruit. Meters spoor glijden weg onder ons. Nog steeds ruikt het muf. De stapel oude, vergeelde kranten ligt nog steeds dom op het bankje naast me in het niets te staren. Ik kijk naar haar, en hoor omroepen dat we station Groningen Centraal over enkele ogenblikken binnenrijden. Ze staat op en dus ik ook. Haastig trek ik mijn jas aan, mijn ogen op haar gericht. Ze bergt haar puzzelboekje op en stopt de pen in haar tasje. Ze gooit haar prachtige haar achterover als ze haar zwarte, leren jas aandoet. Langzaam schuifelt ze naar de uitgang. Onze ogen kruisen elkaar en ze glimlacht. Een warme gloed trekt door mijn hele lichaam en ietwat dommig glimlach ik terug. Ze loopt naar het balkon en houdt één vinger al op het gele knopje om de deur open te doen. Mijn hart bonst in mijn keel. “Ik loop haar zometeen gewoon achterna, en spreek haar aan. Mijn toekomst begint hier, in deze trein”, realiseer ik me. Ik sta pal achter haar op het balkon bij de deur, als we Groningen Centraal binnenrollen. ‘Denkt u bij het verlaten van deze trein aan uw bagage’, wordt er nog omgeroepen. We staan stil, en ze drukt de deur open. Ik wacht even, en volg dan. Ze loopt het perron op. Ik volg. Wanneer spreek ik haar aan? Ineens loopt ze recht in de armen van een jongen. Ik schat hem mijn leeftijd. Ze lacht blij en zoent hem op zijn mond. Mijn wereld stort in. Dag toekomst. Dag leven. Ik zucht, draai me om, grijp naar  mijn eeuwige pakje sigaretten, en loop dan maar weer richting zo’n rookpaal. Zucht. Jammer dan. Volgende keer beter.

Thies, 28, aan het daten en verliefd aan het worden. Houdt daarnaast van schrijven en van mensen. Hij bekijkt, observeert en ‘leest’ ze, waarbij hij ook graag zijn fantasie gebruikt.

VOLGENS HEM: Schuim, liefde en pleisters

Het monster van Loch Ness, Atlantis en Liefde. Alle drie bestaan ze niet. Alleen gelooft bijna de hele wereldbevolking toch in de laatste. Ik ergens ook. Maar iedere dag sterft het geloof een beetje af. Liefde is net een risicovolle belegging en ik leef dankzij winstbejag nu van een uitkering. Niet letterlijk, maar de meeste liefde die ik ontvang is van mijn moeder. Platonisch ja.

Nu is dat gebrek aan geloof al zonde, maar bijkomstigheid is dat ik ook nog eens in de beerput van alles wat met liefde te maken heeft woon. In Amsterdam. Als besloten wordt ooit weer een  Sodom en Gomorra te bouwen, worden het voorsteden van onze hoofdstad. Romantiek kent men hier niet en een vrouw die na een tweede date nog niet in je bed duikt wordt bestempeld als ‘moeilijk’. In een laatste poging te kijken of liefde niet gewoon een marketingtool is, besloot ik in Amsterdam op zoek te gaan bij de minder geijkte plaatsen. Niet weer een avond in de kroeg of discotheek, maar musea, het concertgebouw of een cursus zelfverdediging. Waarbij ik dus sowieso de minst vaardige vrouw ga proberen te versieren, ik kan niet zo goed incasseren. Maar dat dus. De zoektocht begon op de meest troosteloze dag van het jaar, de dag ná mijn verjaardag. Valentijnsdag.

De missie was simpel: Ga naar een museum en kijk of je daar je droomvrouw tegenkomt. Aangekomen bij FOAM blijkt dat mijn gebeden zijn verhoord. Door de Duivel. Er is letterlijk geen mens te bekennen, afgezien van een verveelde hyena achter de kassa die waarschijnlijk de eerste wereldoorlog nog kan navertellen. In slow-motion. Na een lichte twijfel ga ik toch maar naar binnen, plaatjes kijken is ergens ook best wel leuk.

Maar plaatjes kijken was niet het einddoel. Nadat ik een paar verdwaalde koppels mentaal de dood in wenste en langs wat foto’s schuifelde, zag ik een meisje alleen staan. Het was sowieso niet mijn droomvrouw, maar ik mompelde iets over ‘desperate times’ en dezelfde wanhopige maatregelen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Volgens mij had ze het gehoord. Dat, of mijn opener ‘mooie foto he?’ was toch niet het succesnummer dat ik me had ingebeeld. Meer dan een korte “inderdaad” en een verbaasde blik die snel in walging vervormde hield ik er niet aan over. Ik had meer kans bij de foto’s aan de wand. Maar canvas schuurt helaas zo erg.

De treurtocht langs lege zalen met mooie beelden duurde nog even voort, maar eigenlijk was ik er allang klaar mee. Liefde zoeken is sowieso een hele kansloze onderneming. Ik bedoel, liefde zal vast bestaan, maar niet op Valentijnsdag in FOAM. Ik heb uiteindelijk maar een bos tulpen voor mezelf gekocht. Rood. Omdat m’n hart aan het bloeden was en niemand klaarstond met een tissue. Ik had beter pleisters kunnen kopen.

Misschien ligt het ook wel aan mij. Een vrouw vertrouwen is iets dat je als man alleen echt kan doen als je in Utopia woont. En ja, ik zie je nu fronsen, maar wees eerlijk: Jullie konden niet eens van een appel afblijven. Sta je daar in de mooiste tuin op Aarde, mag je alles doen en pakken, wil je perse die ene appel. Hoe moet een man je dan ooit vertrouwen? Heb je alles: een mooi huis, drie auto’s, twee kids en meer geld dan je ooit op kan maken. Maar wil je alsnog de tuinman. Nee, laten we eerlijk zijn. Jullie zijn niet heel geloofwaardig. En dat maakt deze opdracht nou zo moeilijk. Want eigenlijk was de missie simpel: Zoek je droomvrouw in Amsterdam. Maar iets zegt me dat ik beter die pot met goud aan het einde van de regenboog kan gaan opsporen. Maar vooruit, ik zoek nog even verder als je het niet erg vindt. En ondertussen verhuis ik naar Utopia. Schijnt dat ze iedere vrouw daar bij binnenkomst een rode appel aanbieden. En een grasmaaier. Hebben we dat probleem in ieder geval ook weer opgelost.

Randall Spann, een ongelovige in de liefde maar stiekem toch een hopeloze romanticus. Je kan hem achtervolgen op Twitter

VOLGENS HEM: Onbegrijpelijk?

Onbegrijpelijke vrouwen, of vrouwen die ik niet begrijp. Ik heb er niet veel ervaring mee, de meeste vrouwen die ik in mijn leven heb gekend of nog steeds ken, meen ik te begrijpen. Er is echter een opvallend gegeven dat ik van veel vrouwen niet begrijp. Ze vinden mij na enkele gesprekken of zelfs na bepaalde opmerkingen lief. Lief verdomme, ik ben helemaal niet altijd lief, sociaal wellicht en met een sterk empathisch vermogen, maar dat is heel wat anders dan lief.
Lief klinkt weer zo klef, alsof je een watje bent. Alsof vrouwen medelijden met me hebben. Waarom pikken vrouwen dat altijd op, dat lieve? Is het zo overduidelijk of is het een vrouwelijke kant aan mij?

Toch heb ik ook andere ervaringen opgedaan gedurende mijn leven. Heb bijvoorbeeld bemerkt dat veel vrouwen die mij weghoonden, openlijk de pest aan mij hadden, in werkelijkheid zich aangetrokken voelden door mij. Daar kwam ik dan achter tijdens feestjes waarin de door alcohol bedwelmde mij-haters ineens heel aanhankelijk werden. Voor ik het wist lag ik in het openbaar te vrijen met een vrouw die gewoon getrouwd was of een partner had. Zoiets geeft achteraf natuurlijk problemen maar dat kon me op dat moment niets schelen en later eigenlijk ook niet. Een vrouw die juist heel afstandelijk was jegens mij en nu als een wulpse poes lag te kronkelen: dat was het ultieme genot. Maar waarom vrouwen zich op deze manier manifesteerden is mij nooit duidelijk geworden. Ik, als man laat het merken als ik een vrouw aantrekkelijk vind, subtiel of direct. Okay, dan kun je een blauwtje lopen, so be it. Is je ego even gekrenkt maar veel verder dan dat gaat het toch niet.

Het meest onbegrijpelijke moment was voor mij de nacht met een lesbienne. Want dat was ze, een echte pot. Maar wel met een goddelijk lichaam. Een prachtig open gezicht, halflang donker haar, doordringende bruine ogen en een prachtig lijf. Ze was niet te dun, ook niet te dik maar verder helemaal mannelijk geaard. Ik woonde in een zusterflat en dat was natuurlijk het Walhalla voor mij.  De meeste verplegers waren gay en in de minderheid. De vrouwen daarentegen waren, op een enkele uitzondering na, verre van gay en dat hebben ik en zij geweten. En toch was ik geen notoire player, ze vonden mij gewoon lief, altijd maar lief! Damn!

Zo ook deze lesbienne. Ze heette Carla en studeerde 1 jaar langer dan ik. Zij en ik waren beiden types die de sfeer maakten, waren bij tijd en wijle redelijk grof en sarcastisch en hebben veel medestudenten tot wanhoop gedreven.  Maar zij was gay en ik hetero. Niet dat dit in de omgang iets uitmaakte maar ik vond haar ook een lekker ding. Ondanks de veelal mannelijke kleding en het stoere gedrag probeerde ik haar toch stiekem in bed te krijgen. Altijd zonder succes, ze had een vriendin die een echte mannenhaatster was. Die doorzag mijn gedachten en als ik maar iets teveel in de buurt kwam van Carla dan gromde ze als een aangeschoten tijgerin. Uiteindelijk had ik mijn versierpogingen opgegeven en toen gebeurde juist het onverwachte. Het was één uur ’s nachts en ik lag net in mijn bed toen er op mijn deur werd geklopt. Het was Carla, ze was uit geweest, had duidelijk gedronken en een beetje geblowd. Ik ook, dus dat scheelde. Ze wilde bij mij slapen als dat mocht, wilde niet alleen zijn. Ik stelde geen vragen, want die waren op dit moment overbodig en onzinnig. Ze trok in hooguit een minuut al haar kleren uit en kwam naast me liggen. “Hou je me stevig vast, ik heb het een beetje koud”, zei ze zachtjes. Ik drukte mijn warme, naakte lichaam tegen de hare en mijn armen sloeg ik om haar middel net tegen het punt waar de rondingen van haar borsten begonnen. Ik streelde haar maar verder ging ik niet. Ik voelde me geil en geremd tegelijkertijd. Want dit was wel Carla, de vrouw die onbereikbaar was voor mij als het ging om seks. Het voelde alsof ik haar zou misbruiken voor mijn eigen genot en dat onze collegialiteit op het spel zou worden gezet. Ze was moe, moe en dronken. Het duurde dan ook niet lang voordat ze in slaap viel. Verdomme, daar lag ik dan, met de vrouw die ik begeerde, allebei naakt, maar zij slapende en ik klaarwakker en met een enorme erectie. Ik kon het niet nalaten om die stevig tegen haar bilspleet te drukken. Als een soort van wraak. Want ik voelde me op dat moment misbruikt, maar tegelijkertijd vond ik het ook heel teder en lief dat ze bij mij in slaap was gevallen. Dat ik haar blijkbaar dat veilige en warme gevoel gaf dat ze nu verlangde. We lagen lepeltje lepeltje en ik bleef haar zachtjes strelen.  Uiteindelijk viel ook ik in slaap, moe van de gedachten die mijn hersenen hadden gepijnigd en van de paradox waarin ik beland was.

Toen het ochtendlicht door de gordijnen begon door te dringen werd ik wakker. Ik lag op mijn rug en zij zat gehurkt tussen mijn benen. Er is weinig fantasie nodig om te raden wat ze aan het doen was. En het voelde heerlijk. Dit orale spelletje speelde ze heel goed en lang. Ze was ook onverbiddelijk, haar lichaam was niet voor mij, maar dit was haar manier van dank zeggen voor het slapen. Daarna vleide ze zich weer tegen me aan, gaf me een kus en zei “Je bent lekker”! Om daarna weer in slaap te vallen tot ver in de middag.

Was het wederom die vrouwelijke kant van mij die haar had verleid tot dit enigszins onbegrijpelijke spel, of beeld ik me dat in? Is er helemaal geen sprake van een vrouwelijke kant? Waarom vinden vooral vrouwen mij eerder lief dan stoer? Is lief zijn ook een mannelijke eigenschap die misschien niet op waarde wordt geschat? En wat is dat lieve dan waardoor ze zich blijkbaar aangetrokken voelen tot mij? Gek eigenlijk dat ik dat nooit heb gevraagd. Of moet je dat nu juist niet vragen en het onbegrijpelijke gewoon zijn werk laten doen?

Peer denkt dat hij het snapt, maar hij begrijpt er niets van. Toch houdt hij van alle vrouwen en laat hij zich niet gek maken.

VOLGENS HEM: He’s Just Not That Into You

Als er één uitspraak is welke zoooooo overschat werd, teveel gehyped werd en te pas en te onpas wordt gebruikt, is het deze wel. Vrouwen roepen dit -nou, ok…niet alle vrouwen dan- bij het minste of geringste wanneer een man zegt geen tijd te hebben om te daten. Of wanneer hij iets zegt of doet waaruit diezelfde conclusie ook kan worden getrokken. Hij nam je een weekendje mee naar Parijs? Niet eens twee weken naar de Seychellen? He’s Just Not That Into You. Hij kwam je ophalen in een Renault Mégane? Hij regelde dus geen limo voor je? He’s Just Not That Into You. Hij betaalde wel voor het vijfgangendiner in dat restaurant met twee Michelinsterren, maar voor de bios betaalde hij niet? He’s Just Not That Into You. Nog even en het werd bijna heilig verklaard. Ik wachtte al op het moment dat een vrouw, gebouwd als een Kenau, gekleed in een gewaad, met haar vuist gebald in de lucht zou schreeuwen van: ‘En zoals het staat geschreven in Psalmen hoofdstuk 4, vers 11: He’s Just Not That Into You!’

Toen ik voor het eerst geconfronteerd werd met deze uitspraak, fronste ik al direct m’n wenkbrauwen. Hierop werd namelijk uitgebreid ingegaan tijdens een aflevering van Oprah. Ik was ziek thuis en ik verveelde me. Vandaar dat ik keek, maar dat terzijde. Bleek dat een kerel dat zei in Sex and the City tegen één van de vier hoofdrolspeelsters. Hij legde vervolgens uit dat wanneer een man aangeeft het te druk te hebben om af te kunnen spreken, zijn interesse minimaal is. Het is dan niet wederzijds. De interesse ligt dan niet op hetzelfde niveau. Zoals zij waarschijnlijk wel into hem is, is hij niet into haar. Ok, ik kan niet ontkennen dat het wel een effectieve smoes is om niet met iemand af te hoeven spreken. Uitleggen waarmee je druk bent is niet van toepassing. Het is je partner niet, dus je hoeft geen verantwoording af te leggen. Hier kom ik straks op terug. Anyhow, de scriptconsultant van SATC zag waarschijnlijk al z’n bankrekening gespekt worden met vele Benjamin Franklins, schreef er een boek over, promootte zijn werk bij Oprah, zijn boek werd ook nog eens verfilmd en de rest is geschiedenis.

Dames, geef ons mannen een beetje krediet in dit soort situaties. Er zijn namelijk gewoon mannen die het gewoon op dat moment écht te druk hebben. Ik moet er niet aan denken dat ik word beoordeeld op het feit dat ik iets van m’n leven probeer te maken en mezelf van de straat hou. Of probeer te houden. Als ik even mag opsommen wat ik allemaal uitspook gedurende een week: ik werk 40 uur, studeer twee avonden, ik train doordeweeks op één of twee avonden met in het weekend een wedstrijd. Soms twee. Ik zit in het bestuur van m’n sportvereniging waardoor ik dus niet ontkom aan bestuurs- en bondsvergaderingen en ik woon alleen. Ik heb geen dienstmeisje uit een derdewereldland die m’n huis elke dag grondig schoonmaakt, m’n boodschappen haalt, de was doet en voor mij kookt, voor 1 Euro per dag. Moet ik dus zelf doen. Waar het op neerkomt, is dat ik soms geen tijd heb voor mezelf. Laat staan voor anderen. Het is plannen geblazen, want je vrienden wil je ook niet verwaarlozen. Om dan beoordeeld, of in het ergste geval, afgerekend te worden op zo’n schema, omdat een opportunist geld zag in iets wat lang niet altijd en voor iedereen opgaat, is wel erg extreem. Plus je kan toch zelf wel zien wanneer interesse wederzijds is of niet? En zodra je dat niet ziet, vráág het! Zoals ik al eerder aangaf in m’n vorige blog: wanneer je zit met twijfels, onzekerheden of vragen, vraag hem op de man af hoe de vork in de steel zit. We zijn allemaal volwassen. Tenminste, dat neem ik aan. Laten we dan ook op die manier omgaan met situaties zoals deze. Zo werkt communicatie met een man het beste.

Ik verbaas me wel dat er een dergelijk boek “nodig” is om door te hebben of iemand al dan niet geïnteresseerd in je is. Ik bedoel, zulke dingen liggen er dik bovenop. Als dat niet het geval is -komt ie weer- vraag van hoe en wat. Laat ik mij even nobel gedragen en verklappen hoe het zit met ‘Ik heb het erg druk’. Als een kerel dit tegen je zegt en jou niet uitlegt waarmee hij druk is, moet je rekening houden met het feit dat hij aan het bullshitten is. Het hoeft niet zo te zijn uiteraard. Hou het alleen in je achterhoofd. Op het moment dat hij uitlegt of vertelt waarmee hij druk is, hoef je niet achter die boom een spook te zien. Tuurlijk, hij kan uit z’n nek kletsen, maar gun hem -of gun ons- dat beetje vertrouwen. Dat voordeel van de twijfel. Het gaat toch om iets kleins. Dat voordeeltje kan je ons wel geven. Als je in een later stadium dan ontdekt dat het niet gegrond is, kan je je conclusies trekken. We zijn in zo’n situatie niet verplicht om jullie uit te leggen wat we dan zoal uitspoken. Er is geen relatie. We zijn niet getrouwd, dus we zijn jullie in dat opzicht niks verschuldigd. Maar het zegt iets als we uit onszelf vertellen wat ons dan allemaal bezighoudt in ons dagelijks leventje. Het wil niet per definitie zeggen dat we in jullie de Miss Wifey zien, voor de naïeve dames onder jullie, maar wel dat we real met jullie zijn. Willen zijn.

‘Nou Harvey, wanneer is een man dan niet “into me”? En waaraan kan ik dat zien?’ Weet ik niet. Sowieso is heel dat into-gebeuren relatief. Wordt daarmee bedoeld interesse in een relatie of gewoon seks? Als het gaat om het tweede, zullen heel veel mannen wel into you zijn. Op lichamelijk gebied. Op mentaal gebied dus niet. Het gros dan. We zijn dan alsnog in staat om in je te investeren voor een nacht met jou. We zijn dan wel into you, maar ook weer niet op de manier zoals jij dat denkt. Inmiddels weet je nu wel wat de enige manier is om daarachter te komen. Wat ik wel weet is dat een man jou geregeld belt, pingt, SMSt, mailt en postduift als hij je leuk-leuk vindt. Maar, hij gaat het niet te vaak doen. Doet hij dat te vaak, toont hij z’n gevoel. Met het tonen van gevoel, stel je je kwetsbaar op. En dat kan niet als man zijnde. Wij mannen zijn stoer. Alphamale enzo. Vergeet even die Uggs-vriendjes en die knakkers met V-halsshirtjes tot hun navel. Dat is een reden waarom wij soms niet zo snel op jullie reageren. Eén avondje twee uur lang bellen of een hele dag door pingen/SMS’en is voor ons eigenlijk ook niet genoeg. Het liefst doen we dat elke avond, elke dag. Maar dan stellen we ons kwetsbaar op. We laten dan zien dat we je leuk vinden. Dat is eng voor ons. Onwennig. Denk niet gelijk dat we niet into you zijn en laat het je dan vooral ook niet aanpraten door je vriendinnen. Sommige mannen gaan vrolijk mee met jullie tempo van contact met elkaar zoeken. Die roze bril zit die groep mannen als gegoten. De andere groep is dan de “stoere” man. Neem het ze niet kwalijk. Is de natuur.

He’s Just Not That Into You. Ik heb niks met die uitspraak in de destijds geplaatste context. Het heeft een kern van waarheid. Dat zonder meer. Het vervelende is dat het overdreven werd. Ging nergens over. Dat Oprah een hele uitzending daaraan heeft besteed, wilde ook helpen aan de exposure van die uitspraak. Alles wat Oprah zei, was voor alle vrouwen ter wereld heilig. Als Oprah dat zei of vond, dan was dat zo. In dat kader ben ik blij dat zij besloten heeft om achter de geraniums te gaan zitten. Een soort van. Poging tot. En dat er geen andere wijsneus erop is gekomen om een boek te schrijven over hoe mannen doen, denken, zijn, als het op vrouwen aankomt.

Kut. Ik ben Steve Harvey met z’n Act Like a Lady, Think Like a Man vergeten.

Een nieuwe bijdrage van Harvey! Hij houdt van dikke billen en kookt zelf.~

VOLGENS HEM: Jij, ik…. Seks?

Heb je weleens van die dagen dat je je zo lekker, zo sexy, zo goed voelt, dat je iedereen kan krijgen die je maar wilt? Zo’n dag had ik, een paar weken geleden: het zonnetje scheen, het bezoek aan de kapper wierp z’n vruchten weer af, m’n outfit was nice, dus ik was het mannetje (jaja, je leest het goed; nu even geen blog doordrenkt met oestrogeen deze keer, maar met testosteron). Die dag moest Jay-Z vrezen dat Beyoncé met mij een avondje uit wilde.

Enfin; terwijl ik mijn uitgestippelde route bewandelde door de drukke winkelstraten van de stad om zoveel mogelijk vrouwelijk schoon te kunnen zien én om zelf gezien te worden, zag ik haar, mij tegemoet komen lopend bij een pinautomaat vandaan. Ik denk 1.70m, slank, rondingen aanwezig, haren donkerbruin gekleurd, lichtgroene ogen, huidskleur was caramel gekleurd alsof ze een bad had genomen met Baileys, parelwitte tanden, nagels netjes gedaan, wenkbrauwen geëpileerd; ik was duidelijk niet de enige die zich zo lekker en zo sexy voelde die dag.

Ik moest en zou in contact met haar komen. Dat was op dat moment m’n levensdoel. Fock maatschappelijke carrière opbouwen, fock zelfontplooiing, fock it all. Ik wil haar. Hoe dan ook. Nu. Dus, ik ging over naar m’n Rico Suave/Don Juan/Casanova-modus. Alledrie in één ja. Ik keek, zij klootte nog met haar portemonnee en haar handtas, ik keek. Ik was enkele seconden verwijderd van mijn definitieve transformatie naar Mr. Smooth Operator, maar ze voerde nog een strijd met haar portemonnee om deze een veilige plek in haar handtas te geven. Dat moment duurde en duurde, terwijl ze in een rustig tempo aan mij voorbij dreigde te lopen. Eindelijk borg ze haar portemonnee op. Ik keek, zij keek op, ik keek, zij keek me aan en…let the games begin. Ik glimlachte en zette een schattige blik op als die kat in Shrek. Zij beantwoordde dat door me te laten zien dat ze waarschijnlijk haar tanden poetst met Colgate. We naderden elkaar en ze wist dat er een gesprek zou volgen. Ik wilde dat, zij wilde dat. Nee, ik ben niet arrogant. Ik was focking lekker, remember? Als twee mensen die in een overvolle metro staan in de spits, stonden we in elkaars comfort-zone, die voor ons oneindig leek te zijn. Ik bekeek haar en zei: ‘Ik vind je echt een snoepje en…ik wil gewoon een avontuurtje met je. Ik draai er niet omheen. Jij, ik, wij. Seks.’ Ze lachte verlegen, maar tegelijkertijd ook uitdagend en ondeugend. Ze zweeg. Ik hoorde haar in haarzelf beraadslagen en toen kwam het antwoord: ‘Ik wist het direct toen ik je zag. Ik lust je rauw. Ik woon hier 10 min lopen vandaan. Kom mee.’ Mission accomplished; jeweetzelluf!

Ik hoor jullie al denken: ‘Pfff, wat een sloerie zeg. Heeft ze geen zelfrespect ofzo? Die spreidt ook makkelijk haar benen.’ Om eerlijk te zijn, mocht ik willen dat ik geen ballen, maar kokosnoten had om op zo’n manier een dame aan te spreken en ik mocht willen dat ik zo’n antwoord kreeg. Het zou te mooi om waar te zijn als dit in praktijk de norm is. Als een man eigenlijk één ding wil van een vrouw, kan hij dat zelden point blank tegen haar zeggen. Hij is genoodzaakt te investeren. Bij een vrouw speelt niet alleen het uiterlijk van een man een rol, voordat zij naar bed met hem wil gaan. Hij dient ook wel werk te hebben of te studeren, beleefd te zijn, haar aandacht te geven, haar het gevoel te geven dat zij de enige dame is waarmee hij contact heeft, volwassen te zijn (tenzij ze van Ciske de Rat/Pietje Bell/Kruimeltje-crossovers houdt) en uiteraard te betalen voor de first date. Ok, maximaal Double Dutch, maar zij betaalt sowieso niet voor hem én voor haarzelf. Bij de mannen is het simpel: ben je lekker? Ja? Ok. Seks? Punt. Klaar. Nee, je hoeft ons niet te SMS’en. Oh sorry; pingen is het tegenwoordig. Nee, je hoeft ons niet mee uit eten te nemen. Nee, we hoeven niet naar de bios te gaan. Nee, we hoeven niet te chillen. Wees lekker, wees geil en zoals Marvin Gaye het zo mooi zei: let’s get it on.

Een deel van de mannen vindt het gewoon kut om dit te moeten doen. Waarom? Omdat vrouwen hierdoor het idee krijgen dat hij meer wil dan alleen seks. Hij wil huisje, boompje, beestje, want hij doet moeite voor je, geeft je aandacht en is geregeld jouw gezelschap. Je kan met hem praten, hij is relaxed, niet bezitterig, maar hij doet geregeld een check-up om te kijken wat de stand van zaken is bij jou. Jij leert hem beetje bij beetje kennen, hij blijft zich op de oppervlakte begeven. Sommige heren maken het nog bonter door te zeggen dat ze je leuk vinden. Jij kan niet weten dat hij dat zegt om een Oscar-nominatie binnen te halen, so you fall for it, unfortunately. Dan is het moment daar, dat het gebeurt. Jij vond het heerlijk, omdat je gevoelens jou dat ook vertellen, hij vond het heerlijk omdat je erg oraal ingesteld was en je een freak in bed was. Jij wilt dat jullie lepeltje-lepeltje in slaap vallen, hij wilt zo snel mogelijk óf naar huis óf slapen met ruimte tussen jullie twee in groter dan de Grand Canyon. We get in, get off, get out.

Waarom wij het nou kut vinden om dit te moeten doen? Precies vanwege datgene wat ik net aangaf: miscommunicatie, misinterpretatie, mis-nogwat-atie, hoe je ‘t noemen wilt. Wij doen zo, omdat we weten dat we dat avontuurtje zullen gaan krijgen als we ons zo zullen gedragen en als we zo met jullie om zullen gaan. Of wij dat nou willen of niet. Wat ik al zei, een deel van de mannen heeft hier niks mee. Dat percentage laat ik even achterwege. Wij zijn simpel en makkelijk. Wij willen seks. Wij willen geen Fast and the Furious 5 met je kijken, wij willen niet uit eten met je bij Sumo en wij willen niet met je naar de Salsa Lounge gaan. Wij willen je laten zien dat wij met gemak in de voetsporen kunnen treden van Ron Jeremy, meer niet. Omdat wij dé vraag nooit direct aan jullie kunnen stellen, omdat wij toch een keiharde nee van jullie te horen zullen krijgen, is dit de enige manier om het doel te bereiken. Ik snap het ook wel. Het wekt een goedkope indruk als een vrouw daarmee direct instemt en dat gevoel wil een vrouw zeker niet krijgen. Op het moment dat je (boven-)gemiddelde aandacht krijgt van een man, verzwakt dat het goedkope gevoel, waardoor jij sneller neigt naar de goedkeuring van dat avontuurtje en hij dichter bij zijn doel komt.

Keerzijde van de medaille is wel dat er mannen zijn die zorgen dat hun hersenen niet te vaak afzakken naar hun Willy tussen de benen en gewoon oprecht om kunnen gaan met een vrouw, zonder een verborgen agenda. Dat kan door de vrouw, gezien haar ervaringen, opgevat worden als zijnde investering. Zij denkt dan wederom dat er meer in het spel zit, omdat hij haar veelvuldig aandacht geeft, terwijl hij gewoon vrijblijvend met haar om wil gaan. Sure, misschien zegt hij geen nee tegen je, want ja, jij ziet er toch goed uit, jij bent toch sexy, jij bent toch spontaan, maar hij zit niet achter je aan. Sommige mannen kunnen dat. De echte man. De echte man kan bepaalde verleidingen weerstaan. De echte man hoeft niet per se altijd te laten zien een doorgewinterde pornoster te zijn. Hij gaat gewoon met je om; hij investeert niet in je. Zoek er niks achter.  Creëer geen verwachtingspatroon en vraag op de man af hoe de vork in de steel zit, als je twijfelt, onzekerheden of vragen hebt.

Ironisch dat men roept dat eerlijkheid het langst duurt, maar dat dat vaak niet leidt tot het gewenste resultaat, antwoord of de gewenste reactie die men voor ogen had. Wij willen best eerlijk met jullie zijn op een directe manier, echt waar. Gewoon zeggen dat we jullie willen. Dat we de kleren van jullie lijf willen rukken ( ← corny woordspeling). Dat we jullie all night long willen. Maar wat zeggen jullie, als je net geld hebt gepind op een mooie, zonnige dag, jij wegloopt van de pinautomaat en er komt een leuke vent op je af gelopen, die zegt: ‘Ik vind je echt een snoepje en…ik wil gewoon een avontuurtje met je. Ik draai er niet omheen. Jij, ik, wij. Seks…?’

Precies.

Jullie lezen het goed! Dit is een stuk van een man. We noemen hem Harvey; hij wil graag anoniem blijven. Hij houdt van dikke billen en kookt zelf.~