Fouad, of: vriendschap in drie minuten

Hoe lang doe je erover om vriendschap te sluiten? In één tramhalte kom je al ver, daar kwam ik vanmorgen achter.

Hij vraagt me hoe ie bij de Rechtbank moet komen. Van alle dagen mag hij vandaag echt echt echt niet te laat zijn; het is een belangrijke dag voor hem. Kijk, daar belt zijn advocaat al. Waar ie blijft. Of ik hem kan helpen? Dat kan ik. Ik moet dezelfde tram hebben en zal hem wel laten zien hoe hij moet lopen.

De tram pakken blijkt al een opgave te zijn. Alsof er binnenin een pot met goud ligt te wachten, duwt en trekt men om naar binnen te komen terwijl de deuren nog niet eens geheel geopend zijn. Ik word half omver gelopen door een stel horken dat blijkbaar door mij heen wil. Hij moet me opvangen, anders val ik op mijn gezicht. Luid en duidelijk laat ie het gespuis weten wat ie van ze vindt. Kijk! Een gedeelde vijand. Dat schept direct een band.

Hij is duidelijk zenuwachtig. Dus ik vraag hem of hij er een beetje vertrouwen in heeft dat het goed afloopt vandaag. In onvervalst plat Haags antwoordt ie dat ie het echt niet weet. Gewoon echt niet. En ja, hij is zenuwachtig. Ik denk dat het daardoor is dat hij me aan één stuk door van alles over zichzelf vertelt.

Over dat zijn vader vast bij de rechtbank staat te wachten. Dat hij speciaal niets over deze datum tegen zijn vader gezegd heeft, omdat hij hem in deze omgeving niet onder ogen wil komen. Hij wil dit alleen doen. Maar zijn vader is er zeker achter gekomen. En die is in alle vroegte opgestaan, heeft een peuk opgestoken en is op zijn scootertje daarnaartoe getuft. Of hij bang is voor zijn vader? Welnee joh! Hij schaamt zich eerder. Want ze gaan natuurlijk alle details boven water halen. Moet ie weer horen wat ie allemaal verkeerd heeft gedaan.

Dat weet hij zelf ook heus wel. Hij heeft er al zo’n zesenhalf jaar achter de tralies op zitten. In mijn hoofd gaan er radartjes draaien: Arabische jongen, ziet er goed uit, rap van tong, nu pas achter in de twintig schat ik, flinke straf achter de kiezen op jonge leeftijd: loverboy? Geweldpleging? Overval? Heling? Ik vraag het niet. Hij vertelt het niet, maar wel dat ik moet gaan kijken, dan kom ik er zelf achter. Want van SBS6 komen ze filmen. Heeft zijn advocaat geregeld. Wilde ie liever niet, maar het kan alleen maar sympathie opwekken, en zijn goede wil tonen, ja toch? Eén van de komende zondagen komt ie op tv.

‘Dus dan word je een BN-er!’ roep ik en ik geef hem een vriendschappelijke klap op zijn bovenarm. Apart hoe snel je ‘vriendschappelijk’ met iemand kan worden. Een beetje gevaarlijk ook… ‘Ja!’ is zijn antwoord. Maar wel met leuke dingen. Hij doet hard zijn best gewoon te slagen, op het rechte pad te blijven, alle negativiteit en hoofdpijn tot het verleden te laten behoren. Hij kan gitaarspelen, schrijft teksten. Hij gaat dus zanger worden. Zit in zijn bloed ook nog! Ik zie het al helemaal voor me. Met dat nonchalante gedrag, dat mysterieuze donkere uiterlijk en die vlotte babbel kan ik me er van alles bij voorstellen. Ik zie er wel een artiest in.

Fijn, hij heeft hoop. En dromen.

Wat zal hij zich opgelaten voelen. Ik hoop dat zijn vader er toch is. Hij is dan wel stoer zo met zijn nonchalante kloffie met en grote mond; ik zie zijn handen heus wel trillen. Zijn knokig knietje die door het gat in zijn broek steekt geeft hem iets kwetsbaars. Ik wil hem zeggen te blijven geloven. En dromen.

Maar dat staat zo gek. En de tram is al gestopt. Eén tramhalte, dus zo’n drie minuten en heel veel informatie later, heeft hij zijn bestemming bereikt. Hij is niet betrapt op zwartrijden en netjes op tijd. Dat zijn goede voortekens! Ik wijs hem de rechtbank en merk dat hij me minder goed hoort. Hij kijkt gespannen in die richting, maar zijn blik vermijdt de ingang. Ik kijk wel voor hem. ‘Hij staat er hoor!’, roep ik.

Met zijn peuk. En zijn scooter. Dat doet hem zichtbaar goed. ‘Nou, nu moet het helemaal goedkomen toch?’, vraagt hij me. ‘Ja’, zeg ik, niet wetende waarover ik het heb. Maar ik meen het wel. Ik gun het hem. ‘Vandaag gaat het helemaal goedkomen! Succes man! See you on tv!’

En weg is ie.

2 antwoorden
  1. Tommy
    Tommy zegt:

    Wat ben jij toch een toffe meid, Anouk! Je schrijft zo’n stukje met vertederende interesse in de underdog. Stond NL maar bol van de Anouks, dan waren we hier wat aardiger tegen elkaar.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *