De kansloze ‘good guy’

Waarom zijn goede, lieve mannen op één of andere manier nooit goed genoeg. Voor mij dan? Iets in mij roept om die klootzak. Die ghetto-gangster-grote-mond-stoere-vent-man-man-kerel. Zo één? Waarom is dat? Ik vraag het me regelmatig af.

Dan ontmoet ik een hele lieve jongen. Echt, hééél lief. Heel rustig ook. Is het niet goed genoeg. Nog niet. Ik kan er maar niet aan wennen. Het is zo gek. Het voelt ongemakkelijk. Iemand die de salontafel opruimt. Het voelt raar als iemand aan me vraagt of ik nog wat wil drinken. Iemand elke keer mijn sigaretje aansteekt als ik een sigaret in mijn mond steekt. Mij overlaadt met complimentjes en niet van ophouden weet. Het klopt niet. Het voelt raar. Ik krijg de kriebels. En geen goede.

Het lijkt alsof ik verslaafd ben aan drama. Aan spanning. Een rush in mijn leven. Een goede kick, zo een die je inbrengt met drugs. Adrenaline. Een hart uit mijn ribbenkast bonkt. Stabiliteit klinkt eng. Echt en zo burgerlijk. Burgerlijk. Burger-brrrr. Bij het woord burgerlijk krijg ik een hartstilstand. Niet zo een waar ik eerder om vroeg. Maar een slechte hartstilstand. Waar je dood aan gaat. Dat denk ik namelijk; dat een good guy je dood maakt.

Niet letterlijk, natuurlijk. Wel figuurlijk. Een sleur. Saai. Suf. Ik hoor de excuses al om mijn oren vliegen. Ik zie hem al elke avond bij mij op de bank zitten. Elke avond. Elke zaterdag, elke zondag. Ik voel me claustrofobisch. Opgesloten. I. Need. To. Get. Out. Ik zie het al helemaal voor me, een man die alles voor me doet. Alles voor me koopt wat ik wil. Me verwend, met spullen, waarvan ik vertel dat ik die wil hebben (zelf kopen!). Helpt in het huishouden. Wacht even. Dat klinkt juist perfect. Daar zijn we toch juist als vrouw naar op zoek? Een man die dat wil, is toch DE man voor ons? Nou, blijkbaar niet voor mij.

Ooit vroeg ik om een klootzak. Of nou ja, niet echt een klootzak. Vooral een man-man. Zo een waarvan je je haren uit je hoofd gaat trekken. Die wil ik nog steeds. Alleen een prototype loser was toen misschien een beetje hard. Zelfs een beetje gemeen. Alleen op het moment dat ik een good guy tegenkom, wil ik niet. Juist omdat het niet klopt. Terwijl ik wel een goede vent wil. Echt waar. Een echte goede vent waar je op kan rekenen. Iemand die zachtaardig is, lief en attent. En als ik die tegenkom, denk ik van… nee.

Naast dat ik er een soort van kriebelige onaardige rode uitslag van goede mannen krijg, ben ik ook bang voor de seks. Straks zit ik opgescheept met een man die met me wil vrijen. Vrijen. Een keer, oké. Twee keer, ook nog te doen. Lieflijk gestreel. Lieve woordjes. Complimentjes. Kusjes. Rustig aan. De liefde bedrijven (kots). Rilling over mijn lijf. Een dergelijke perfecte attente lieve behulpzame man, kan mij toch helemaal niet bekoren. I need a soldier, zoals de meiden van Destiny’s Child een paar jaar geleden riepen. En ja, ik wil een soldier. Tattoo’s, stoer, ruff and steaming hot.

Er is een verschil tussen een soldier en een ghetto-ass-no-good-for-nothing-man. Zo’n ghetto-ass-no-good-for-nothing-man moet jij gebruiken. Daar heb je namelijk niets aan. Kan een goede man niet verpakt worden in een soldier? Maar niet te goed, want dan word ik claustrofobisch, kriebelig en allergisch. Ik wil een goede man, maar toch niet. Ik wil iemand die van alles voor me doet, maar niet te veel. Een man die stoer is, maar zachtaardig. Iemand die keihard tegen me kan zijn, maar toch ook heel lief is. Heel lief ja. Jezus, wat een sukkel ben ik eigenlijk ook.

Waarom zo moeilijk? Waarom kan ik niet gewoon akkoord gaan met een man die niet ruig is, een man die niet stoer is en een man die gewoon doet wat er verwacht wordt van een man. Hij die weet wat hij wil, zonder daar enige doekjes om te winden. Niemand die iets voor me sugarcoat. Maar ik wil wel een prinses zijn. Dat dan weer wel. Ik wil liefdesbrieven, maar geen zoetsappige bullshit in mijn face. Ik wil originele dingen doen, schattige dingen en lieve attente gebaren, maar niet te veel. Ik wil verwend worden, maar ik kan heus wel alles alleen.

Een man die bij je in bed ligt en nul komma nul nul moves maakt. Niks. Ik ook niet. Vergeet het even. Waar is de man gebleven die je aan je polsen pakte en gewoon deed wat hij wilt met je. Wel iemand die stopt als je niet wil, graag. Dat is wel zo prettig. Anders heb je niet eens meer met een soldier te maken. Nou goed, sommigen hebben die fantasie, kan ik ook niets aan doen. Maar ik dwaal af.

Een goede man is niet goed genoeg voor mij. Gekker moet het niet worden. De good guy is niet kansloos. Ik ben kansloos.

9 antwoorden
  1. Elly
    Elly zegt:

    De man die jij beschrijft bestaat volgens mij niet, maar we willen hem allemaal. Zo’n beetje Tank in My best friends girl. Maar dan met iets minder gemenigheid. Iets.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *