Reünie

Het vindt altijd plaats in een vaag zaaltje. Die kon je oom via via regelen. Zodra je –na een laatste haar, gebit, kleding en make up check; je moet een goede indruk maken van je moeder- de deur opentrekt, komt het je tegemoet: de geur van santen en kruiden. Het geluid van rondrennende kinderen en kakelende dames.

Na het verplichte rondje van 200 stuks handen schudden en jezelf voorstellen zoek je een fijn plekje uit aan een vrij tafeltje. Je dumpt je tas, neemt een diepe zucht en dan kan het beginnen. De reden waarvoor je eigenlijk kwam. Waarover je al een tijdje kwijlend dagdroomt en waarvoor je zojuist gedumpte tas van het formaat XL is en volgestopt met lege Tupperware bakjes. Makanan! Vrij vertaald: vreten. Dat kunnen jullie als geen ander.

Je sluit aan in de rij. Babbelt een beetje met wildvreemde mensen die je oom en tante blijken te zijn. Pikt alvast wat kroepoek. En dan gebeurt het. Cliché numero uno. Daar, tussen de babi kecap en sayur lodeh, staat hij. De Man Van Je Dromen. De enige Indo op aarde die twee meter lang, mannelijk, mooi, grappig, intelligent, lief en goed gebouwd is. En heel erg je bloedverwant. Tuurlijk! Grote kans, op een familiereünie. Je teleurstelling echter verdwijnt als sneeuw voor de zon, want je ziet dat de pasteitjes en lemper ook goed vertegenwoordigd zijn. Bovendien kan je altijd nog zijn ping aan je vrijgezelle vriendin doorgeven. Hou je hem toch een beetje dichtbij.

Na twee borden is het tijd om dan toch echt te socializen. Je schuift een tafeltje op. Daar word je meteen geconfronteerd met cliché nummer twee: de gesluierde importbruid. Je kan niet met haar converseren want jullie spreken elkaars taal niet en zij doet niet veel anders dan zitten en naar haar man staren. Gelukkig zijn er nog ongeveer 25 andere tafels waarbij je je geluk kunt beproeven.

De afdelingen Amsterdam en Rotterdam, dat klikt meteen. Leuke mensen, zelfde interesses, ze komen op de goede plekken. Gezellig! Je wisselt nummers uit en maakt allerlei losse afspraken die nooit waargemaakt worden want druk druk druk, weetjewel. Je voegt elkaar toe op social media en zegt nooit meer wat tegen elkaar. Zo gaat dat. Is niet erg.

Bij de tafels met je soortgenoten van beneden de rivieren gaat het een stuk minder gesmeerd en heb je cliché, of vooroordeel, drie te pakken. Alles gaat zo langzaam. Hun praten, hun denken: het geeft je de kriebels. Grappig hoor, dat halve Duits en die zachte g, maar je kan er zo weinig mee. Je begrijpt en verstaat elkaar gewoon niet. Je stadse humor slaat niet aan. Ze zijn de hele tijd bang en beledigd. Na de twintigste meeeh en glazige blik (ze lijken net koeien) in een minuut trek je het niet meer. Wat doe je dan? Dan ga je gewoon weer ff langs het buffet. Koe. Ja. Rendang. Lekker. Eten verbindt en maakt alles goed. Je strakke broek heeft gelukkig ook een rits, die je even een stukje openzet. Zo. Dat lucht op en geeft weer mogelijkheden.

Je keert terug naar je eigen plekkie. De avond is al aardig gevorderd en je hebt voor jezelf goed gepraat dat je Tupperware niet lang meer leeg mag blijven en je daarna je hielen licht. Maar je moeder vindt het allemaal zo gezellig. Dat kan je haar eigenlijk niet aandoen. En dan komt het allergrootste cliché ineens boven water: de ooms met gitaren. Ik durf te wedden dat iedere Indo zo’n oom heeft. Het kan gewoon niet anders. Ooms worden met gitaren in hun hand geboren. Daar durf ik dus echt wel drie bapao om te wedden. Anyway, waar ze al die tijd verstopt waren weet je niet, maar ineens heeft zich een band gevormd. Er is zelfs een drumstel verrezen. En ja hoor, je moeder staat achter een microfoon. Ze doet Tante Lien na.

Je avond gaat dus nog langer duren. Je troost jezelf met een pisang goreng. Zonder onzinnige pindasaus of poedersuiker, thankyouverymuch! De kleine kinderen rennen niet meer rond maar krijzen wel. Je prijst jezelf gelukkig dat je ze niet hebt. De oudjes worden dronken en sentimenteel en heeeel vervelend (dit zou best wel eens nummer vijf kunnen zijn). Kassian en aduh is alles wat je verstaat maar vervelend is het toch. Je wist wel dat je na het fiasco met Limburg gewoon naar huis moest gaan. Elke keer is het weer hetzelfde liedje.

Je besluit dat het genoeg is geweest. Ruimt een beetje op, geeft verplicht weer handjes, (gelukkig ondertussen geslonken naar 100), en kan dan eindelijk gaan. Je hoofd is moe, je buik zit vol en je bent kapot. Leuk hoor, familie, maar met mate. En nu even niet. Selamat! Tot over vijf jaar!

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *