Nog even over vlinders

Ik zie hem voor me. Hij slaapt. Hij snurkt niet eens. Hij zweet wel, een klein beetje. Zijn ogen zijn dicht en zijn wimpers lang, vol en donker. Zijn mond is een beetje opengevallen en ik zie zijn mooie tanden en het spleetje. Oehh, dat spleetje, ik smelt!

Ik hoor zijn stem. Mannelijk en met een heerlijk randje accent, just the way I like it.

Die blik in zijn ogen. Ondeugend. Hoe ie zijn neus en lip trekt als hij iets stouts bedenkt maar het (nog) niet uitspreekt.

Ik ga iets Heel Belangrijks zeggen. Ik ga hem in zijn ogen staren, dan zijn woorden overbodig. NU!
Ik draai me om, strek mijn armen uit. Leeg. Koud.
Hij is er niet.
Ik ben alleen en lig in zijn shirt. Stiekem ruik ik aan de mouw, onder de oksel. Ja. Dat is hem. Lekker. Vertrouwd.

Wacht. Wat ben ik eigenlijk aan het doen?! Wat een raar gedrag. Zou ik hem soms leuk vinden? Ben ik soms……?!

Vlinders kunnen de weg naar mij niet vinden? Volgens mij kletste ik uit mijn nek. Ik denk dat ik ze gewoon niet goed herkende. Alleen flik ik het elke keer weer om ze pas te ontdekken als diegene zijn hielen al gelicht heeft. Als hij al uit mijn leven is, al is het tijdelijk.

BAM! It hits me. Vlinders met terugwerkende kracht. I have them.

4 antwoorden
    • Anouk
      Anouk zegt:

      Ik vraag me dan af of dat achteraf-gefladder wel echt verliefdheid is, of meer genegenheid of iets. Ik ben er nog niet uit… maar handig is het inderdaad echt niet!

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *